Lezerspost -Intraveneuze sedatie met midazolam 4 en 5

Open PDF (3.87 MB)

Intraveneuze sedatie met midazolam 4

Met interesse las ik de reactie van Preckel en Van den Berg over intraveneuze sedatie (Ned Tijdschr Tandheelkd 2015; 122: 247-249). Ik kan me er goed in vinden. De auteurs beargumenteren helder waarom we veilig patiënten kunnen steunen bij belastende behandelingen. Op twee punten blijf ik het met ze oneens. Zoals ik al eerder meldde wordt veel verwarring veroorzaakt door te spreken over lichte intraveneuze sedatie, mijns inziens een contradictio in terminis, in elk geval in de kindertandheelkunde. Als je een kind licht wil sederen en dat proces start met een prik in een vat, is het naïef om te veronderstellen dat je vervolgens maar een beetje sedatie nodig hebt. Dat beetje heb je juist nodig vóór de prik. Na een dergelijke start heb je meer nodig en dat moet niet beschouwd worden als lichte sedatie maar als matige sedatie, een stap verder. Die twee zijn weliswaar het domein van de (tand)arts maar complicaties als overdosering tijdens de matige sedatie, brengen de behandelaar op het terrein van de diepe sedatie en dat is in Nederland het territorium van de anesthesioloog, de ‘sedationist’of een anderszins specifiek daartoe opgeleide kracht zoals Tijl van den Berg. Met andere woorden: Van den Berg is bevoegd en bekwaam in zijn tak van sport, maar het is een andere dan die van de tandarts. Ten tweede snijdt zijn opmerking waarin hij zijn bezorgdheid uit over de orale sedatie in de tandheelkunde (tot slot pagina 249) geen hout. Juist in de kindertandheelkunde hebben we een middel(tje) nodig dat een kind over een klein drempeltje heen helpt zonder de communicatie en coöperatie te compromitteren. In een lage dosis, zodat we nooit ons heil hoeven te zoeken in antagonisten (die ook weer hun eigen doseringsregels en routes hebben en de zorg daarmee weer complexer en gevaarlijker maken) en zonder bijwerkingen voor de behandelaar zelf zoals met de meeste inhalatie-anesthestica. Dat ook voor het gebruik van lichte orale sedatie geldt dat de behandelaar bevoegd en bekwaam moet zijn, staat natuurlijk buiten kijf. Een methode wordt niet altijd beter door procedures of medicamenten toe te voegen, wel door de behandelaar te trainen en richtlijnen aan te bieden. Zie daarvoor de in 2009 verschenen discipline overstijgende CBO-richtlijn, die als laatste door de Nederlandse Vereniging van Kindergeneeskunde is ge­accordeerd en per 2012 als richting­gevend beschouwd moet worden (http://www.nvk.nl/tabid/1558/articleType/ArticleView/articleId/768/default.aspx#tab15).

J.S.J. Veerkamp, Amsterdam

(Deze reactie werd op 14 mei 2015 online geplaatst bij het artikel van Preckel en Van den Berg)

Intraveneuze sedatie met midazolam 5

Dank u wel voor uw reactie. Onze oorspronkelijke bijdrage over lichte intraveneuze sedatie met midazolam in de decembereditie 2014 vermeld een contra-indicatie: jonger dan 12 jaar en ouder dan 75 jaar (tabel 3, pagina 620). Wij willen ons daarom onthouden van commentaar over premedicatie binnen de kindertandheelkunde en zien dit als een volledig andere discussie.

B. Preckel en T.H. van den Berg

(Deze reactie werd op 30 mei 2015 online geplaatst bij het artikel van Preckel en Van den Berg)

Intraveneuze sedatie met midazolam 4

Met interesse las ik de reactie van Preckel en Van den Berg over intraveneuze sedatie (Ned Tijdschr Tandheelkd 2015; 122: 247-249). Ik kan me er goed in vinden. De auteurs beargumenteren helder waarom we veilig patiënten kunnen steunen bij belastende behandelingen. Op twee punten blijf ik het met ze oneens. Zoals ik al eerder meldde wordt veel verwarring veroorzaakt door te spreken over lichte intraveneuze sedatie, mijns inziens een contradictio in terminis, in elk geval in de kindertandheelkunde. Als je een kind licht wil sederen en dat proces start met een prik in een vat, is het naïef om te veronderstellen dat je vervolgens maar een beetje sedatie nodig hebt. Dat beetje heb je juist nodig vóór de prik. Na een dergelijke start heb je meer nodig en dat moet niet beschouwd worden als lichte sedatie maar als matige sedatie, een stap verder. Die twee zijn weliswaar het domein van de (tand)arts maar complicaties als overdosering tijdens de matige sedatie, brengen de behandelaar op het terrein van de diepe sedatie en dat is in Nederland het territorium van de anesthesioloog, de ‘sedationist’of een anderszins specifiek daartoe opgeleide kracht zoals Tijl van den Berg. Met andere woorden: Van den Berg is bevoegd en bekwaam in zijn tak van sport, maar het is een andere dan die van de tandarts. Ten tweede snijdt zijn opmerking waarin hij zijn bezorgdheid uit over de orale sedatie in de tandheelkunde (tot slot pagina 249) geen hout. Juist in de kindertandheelkunde hebben we een middel(tje) nodig dat een kind over een klein drempeltje heen helpt zonder de communicatie en coöperatie te compromitteren. In een lage dosis, zodat we nooit ons heil hoeven te zoeken in antagonisten (die ook weer hun eigen doseringsregels en routes hebben en de zorg daarmee weer complexer en gevaarlijker maken) en zonder bijwerkingen voor de behandelaar zelf zoals met de meeste inhalatie-anesthestica. Dat ook voor het gebruik van lichte orale sedatie geldt dat de behandelaar bevoegd en bekwaam moet zijn, staat natuurlijk buiten kijf. Een methode wordt niet altijd beter door procedures of medicamenten toe te voegen, wel door de behandelaar te trainen en richtlijnen aan te bieden. Zie daarvoor de in 2009 verschenen discipline overstijgende CBO-richtlijn, die als laatste door de Nederlandse Vereniging van Kindergeneeskunde is ge­accordeerd en per 2012 als richting­gevend beschouwd moet worden (http://www.nvk.nl/tabid/1558/articleType/ArticleView/articleId/768/default.aspx#tab15).

J.S.J. Veerkamp, Amsterdam

(Deze reactie werd op 14 mei 2015 online geplaatst bij het artikel van Preckel en Van den Berg)

Intraveneuze sedatie met midazolam 5

Dank u wel voor uw reactie. Onze oorspronkelijke bijdrage over lichte intraveneuze sedatie met midazolam in de decembereditie 2014 vermeld een contra-indicatie: jonger dan 12 jaar en ouder dan 75 jaar (tabel 3, pagina 620). Wij willen ons daarom onthouden van commentaar over premedicatie binnen de kindertandheelkunde en zien dit als een volledig andere discussie.

B. Preckel en T.H. van den Berg

(Deze reactie werd op 30 mei 2015 online geplaatst bij het artikel van Preckel en Van den Berg)

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.