Toedeling van taken en verantwoordelijkheden in de mondzorg: kernbegrippen

View the english summary Open PDF (159.89 KB)

Steeds vaker wordt mondzorg binnen een team of een netwerk geleverd. Leden van een dergelijk netwerk blijken vaak onzeker over de regels die gelden voor de verdeling van taken. De Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg waarin deze verdeling is geregeld, gebruikt heel specifieke termen. Duidelijkheid over deze termen is een voorwaarde om in een latere bijdrage te kunnen reflecteren op het operationaliseren van de voorwaarden die gelden voor werken in een team of een netwerk.

Inleiding

Steeds vaker wordt mondzorg in een keten van zorgverleners verleend. Er zijn nog veel goed functionerende solopraktijken, maar ook die functioneren steeds meer in een netwerk van onderlinge verwijzers rondom de praktijk. Binnen grotere praktijken is een vergelijkbaar patroon van verwijzing op basis van specifieke deskundigheid of affiniteit te zien. De zorg in deze samenwerkingsverbanden stelt hoge eisen aan de onderlinge samenwerking. Niet alleen op horizontaal niveau, maar ook verticaal: de samenwerking tussen behandelaars met een in niveau verschillende opleiding.

Eerder verscheen in dit tijdschrift een artikel waarin werd ingegaan op praktische knelpunten bij het werken in een team of een ketenzorgnetwerk (Brands et al, 2015). Geconstateerd werd dat de wettelijke regels en hun praktische toepassing bij tandartsen en mondhygiënisten veelal onvoldoende bekend zijn. Daarom zal in dit artikel dieper worden ingegaan op de betekenis van verschillende begrippen die een belangrijke plaats innemen bij het werken in een team of in een netwerk. Kennis van deze begrippen is noodzakelijk om goed te kunnen begrijpen wie welke behandelingen mag uitvoeren en onder welke voorwaarden, zoals in een volgend artikel zal worden beschreven

De handeling op het gebied van de individuele gezondheidszorg

Voor het werken in een team of zorgketen is de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) van groot belang. De wet bepaalt binnen welke kaders verantwoorde zorg voor de patiënt moet worden gerealiseerd. De Wet BIG definieert het begrip ‘handeling’ (zie intermezzo 1). Hier vallen 2 zaken op. De eerste is dat een ‘handeling’ meer is dan alleen de behandeling zelf. Ook het onderzoeken en het geven van raad wordt gezien als een handeling. Daarbij moet het gaan om handelingen die gerelateerd zijn aan ziekte of preventie. Strikt genomen lijkt op het eerste gezicht een zuiver cosmetische behandeling, die geen repercussies heeft voor de gezondheid, op dit moment niet onder de Wet BIG te vallen. In de nieuwe Wet kwaliteit klachten en geschillen zorg (Wkkgz) is dit ondervangen door de toevoeging: “alsmede handelingen met een ander doel dan het bevorderen of bewaken van de gezondheid van de cliënt” (art. 1 lid 1) (Eerste Kamer, 2012-2013).

Intermezzo 1. Art. 1 Wet BIG
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen worden onder handelingen op het gebied van de individuele gezondheidszorg naast de in het tweede lid omschreven handelingen verstaan alle andere verrichtingen – het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen – rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende diens gezondheid te bevorderen of te bewaken.
2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen worden onder handelingen op het gebied van de geneeskunst verstaan:
a. alle verrichtingen – het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen – rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen, dan wel verloskundige bijstand te verlenen;
b. het bij een persoon afnemen van bloed of wegnemen van weefsel voor andere doeleinden dan die, bedoeld onder a;
c. het wegnemen van weefsel bij een overledene en het verrichten van sectie.

Binnen de “handelingen op het gebied van de individuele gezondheid” wordt op grond van art. 36 Wet BIG onderscheid gemaakt tussen voorbehouden handelingen en niet-voorbehouden handelingen. Een wat abstract aandoend onderscheid, maar erg relevant voor de mondzorg. Daarnaast wordt voor de praktijk wel het begrip ‘risicovolle behandeling’ gebruikt.

De voorbehouden en de niet-voorbehouden handelingen

De wetgever heeft een lijst opgesteld met handelingen die als zodanig risicovol worden ingeschat dat daarvoor een door de overheid gecontroleerde, minimale, brede vakbekwame deskundigheid wordt vereist. Voor de niet-voorbehouden handelingen wordt die brede deskundigheid niet nodig gevonden, maar wel is het algemene vereiste van bekwaamheid (zie hierna) van belang. De lijst is limitatief, dat wil zeggen dat alleen een handeling die valt onder een van de in de wet genoemde categorieën een voorbehouden handeling is.

In intermezzo 2 zijn de handelingen opgenomen die onder andere aan tandartsen zijn voorbehouden. De meeste categorieën behoeven weinig toelichting. De eerstgenoemde categorie handelingen kan voor verwarring zorgen. De wet noemt ‘heelkundige handelingen’ en geeft als definitie “handelingen, liggende op het gebied van de geneeskunst, waarbij de samenhang der lichaamsweefsels wordt verstoord en deze zich niet direct herstelt”. Strikt genomen zou elke handeling waarbij bloed vloeit onder deze noemer kunnen worden gebracht. Dit was echter ook weer niet de bedoeling, waardoor vooral in de mondzorg een onduidelijk grensgebied is ontstaan. Zo valt het leggen van hechtingen niet onder deze categorie, maar een wondtoilet wel (Biesaart, 2004). Andere behandelingen in de mondzorg waarvan men zich kan afvragen of ze al dan niet heelkundig zijn, zijn supragingivaal tandsteen verwijderen, subgingivaal tandsteen verwijderen en rootplaning. Een tweede vraag waarover discussie kan ontstaan is of men een voorbehouden handeling kan splitsen. Een voorbeeld is het leggen van een restauratie. Dit kan worden gesplitst in het prepareren van de caviteit en het aanbrengen van de restauratie. Een derde vraag die overblijft is of het stellen van een diagnose, dan wel het indiceren van een voorbehouden handeling, ook een voorbehouden handeling is. Al deze vragen lijken juridische haarkloverij, maar zijn zeker bij een behandeling in teamverband of in een netwerk uiterst relevant voor de mondzorg. In een volgend artikel zal daarom nader op deze en andere overblijvende vragen worden ingegaan.

Intermezzo 2. Relevante onderdelen van art. 36 Wet BIG
1. Tot het verrichten van heelkundige handelingen – waaronder worden verstaan handelingen, liggende op het gebied van de geneeskunst, waarbij de samenhang der lichaamsweefsels wordt verstoord en deze zich niet direct herstelt – zijn bevoegd:
a. de artsen,
b. de tandartsen,
c. de verloskundigen,
doch de onder b en c genoemde personen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.

5. Tot het geven van injecties zijn bevoegd:
a. de artsen,
b. de tandartsen,
c. de verloskundigen,
doch de onder b en c genoemde personen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.

7. Tot het brengen onder narcose zijn bevoegd:
a. de artsen,
b. de tandartsen, doch dezen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.

8. Tot het verrichten van handelingen, op het gebied van de individuele gezondheidszorg, met gebruikmaking van radioactieve stoffen of toestellen die ioniserende stralen uitzenden, zijn bevoegd:
a. de artsen,
b. de tandartsen, doch uitsluitend voor zover zij voldoen aan de krachtens de Kernenergiewet (Stb. 1963, 82) ter zake van het gebruiken van zodanige stoffen en toestellen gestelde eisen, alsmede, voor zover het betreft tandartsen, uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid.

14. Tot het voorschrijven van UR-geneesmiddelen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder s, van de Geneesmiddelenwet zijn bevoegd:
a. de artsen,
b. de tandartsen,
c. de verloskundigen, doch dezen uitsluitend voor zover het betreft handelingen, in de aanhef van dit lid bedoeld, die overeenkomstig het bij of krachtens hoofdstuk III bepaalde worden gerekend tot hun gebied van deskundigheid; (…)

Risicovolle behandelingen

Naast de indeling in voorbehouden handelingen en niet-voorbehouden handelingen worden handelingen in de mondzorg ook wel ingedeeld in risicovolle en minder risicovolle handelingen. Deze indeling is niet gebaseerd op de Wet BIG en de indeling kent ook niet dezelfde consequenties als de indeling in voorbehouden en niet-voorbehouden handelingen. Een handeling kan bijzonder risicovol zijn, maar omdat ze niet is genoemd in art. 36 Wet BIG toch niet een voorbehouden handeling zijn. Ook deze indeling roept vragen op. Loopt de patiënt bij een orthodontische behandeling of het maken van een volledige gebitsprothese, beide niet-voorbehouden handelingen, minder risico dan bij het maken van een bitewing-opname, dat wel een voorbehouden handeling is?

Bekwaamheid

Voor het uitvoeren van voorbehouden handelingen en van niet-voorbehouden handelingen moeten mondzorgverleners bekwaam zijn. Bekwaamheid kan worden gedefinieerd als: het bezitten van voldoende kennis en vaardigheden om een behandeling volgens de regelen der kunst en als een goed hulpverlener uit te voeren. Waarbij dan verwezen kan worden naar art. 7:453 Burgerlijk Wetboek, het wetsartikel over de professionele standaard. Dit artikel wordt wel de kern van de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO) genoemd. Het begrip bekwaamheid is op te splitsen in de deskundigheid (voldoende opleiding), bekwaam handelen (volgens de professionele standaard) en voldoende ervaring. In tegenstelling tot de later te bespreken eis van bevoegdheid geldt de bekwaamheid als eis voor alle medisch-tandheelkundige handelingen.

Het uitgangspunt van de Wet BIG is dat een mondzorgverlener zijn bekwaamheid op basis van opleiding aannemelijk moet maken. Dat kan op 3 manieren. In de eerste plaats kan men dit door het met goed gevolg doorlopen van een beroepsopleiding waarvan het deskundigheidsgebied (zie volgende paragraaf) in de wet is opgenomen. Dit geldt onder andere voor tandartsen, mondhygiënisten en tandprothetici.

In de tweede plaats kan een mondzorgverlener zijn bekwaamheid bewijzen met behulp van een bewijs van het met goed gevolg doorlopen hebben van een opleiding waarin de betreffende handeling specifiek is onderwezen. Over het algemeen maken mensen die in delegatie werken van deze mogelijkheid gebruik. Soms vindt opleiding intern plaats. Hierover zegt de circulaire van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ): “Opleiding door uitsluitend de opdrachtgever (tandarts) is alleen acceptabel indien er toezicht door derden (professionals in het opleidingscircuit) op de opleiding is” (Inspectie voor de Gezondheidszorg, 2008).

De derde mogelijkheid is specifiek gericht op toetreders van buiten de Europese Unie die zich hier als tandarts willen vestigen. Zij doorlopen een speciaal programma om de lacunes in hun opleiding aan te vullen.

Het bekwaam blijven door na- en bijscholing is weliswaar nog niet formeel geregeld als verplichting of als voorwaarde voor herregistratie, maar wordt door de tuchtrechter regelmatig meegewogen bij zijn oordeel. Zo kan een tandarts worden verboden bepaalde delen van het vakgebied uit te oefenen.

Wanneer een mondzorgverlener op een van deze manieren heeft aangetoond dat hij bekwaam is, is het aan de patiënt om te bewijzen dat deze mondzorgverlener ondanks zijn opleiding toch niet bekwaam is of niet bekwaam heeft gehandeld. Over het algemeen dient een patiënt een klacht in, waarbij een tuchtrechter zowel de (actuele) kennis, het volgen van de standaard als de werkervaring zal toetsen. Dit laatste aspect heeft dan betrekking op de minimale werkervaring die inmiddels als een aanvullende ureneis in het kader van de herregistratie geldt.

Deskundigheidsgebied

Zowel tandartsen, mondhygiënisten als tandprothetici hebben een wettelijk vastgelegd deskundigheidsgebied. Het deskundigheidsgebied geeft aan voor welke handelingen een zorgverlener, louter op basis van zijn beroepsopleiding, bekwaam kan worden geacht.

Tot het deskundigheidsgebied van een tandarts wordt gerekend het verrichten van handelingen op het gebied van de tandheelkunst (art. 21 Wet BIG). Het betreft werkzaamheden die verband houden met het voorkomen, de diagnose en de behandeling van afwijkingen en ziekten van de gebitselementen, mond, kaken en omliggende weefsels (Biesaart, 2004). Voor een gedetailleerde omschrijving kan verwezen worden naar het ‘Besluit opleidingseisen tandarts’ (1997a) en naar het ‘Raamplan Tandheelkunde 2008’ (VNSU, 2009). Het doorlopen van een beroepsopleiding betekent niet automatisch dat men in het hele deskundigheidsgebied ook voldoende bekwaam is. Blijkens het Raamplan worden studenten voor verschillende onderdelen van de mondzorg opgeleid tot bepaalde niveaus, waarbij niet elk niveau aansluit bij een volledig zelfstandige uitvoering van het betreffende onderdeel. Zo dienen universiteiten studenten af te leveren die zelfstandig relevante wet- en regelgeving kunnen toepassen (niveau 4), maar die als het gaat om orthodontie en implantologie enige bekwaamheid hebben maar zonder inzicht in het totaal en zonder zelfstandig te kunnen werken (niveau 3).

Naast tandartsen hebben ook mondhygiënisten een deskundigheidsgebied (Besluit, 1997b). Dit omvat onder meer verschillende niet-voorbehouden handelingen. Daarnaast wordt tot het deskundigheidsgebied van een mondhygiënist gerekend het in opdracht van een tandarts (en dus niet volledig zelfstandig) toepassen van ioniserende straling, het toepassen van lokale anesthesie door het geven van injecties en het behandelen van primaire caviteiten door middel van preparatie ten behoeve van een restauratie met plastische vulmaterialen (art. 17 Besluit, 1997b).

Ook het deskundigheidsgebied voor een tandprotheticus is wettelijk vastgelegd (Besluit, 1997c). Dit deskundigheidsgebied bestaat uit het zelfstandig aanmeten van een volledige gebitsprothese bij een tandeloze patiënt en het op verwijzing aanmeten van een gebitsprothese bij iemand die nog wel gebitselementen of implantaten heeft die tot steun dienen. In beide gevallen gaat het om niet-voorbehouden handelingen.

Zelfstandig bevoegd

Onder bevoegdheid kan in de meest brede uitleg worden verstaan: de wet staat toe om zelfstandig handelingen te verrichten. In die uitleg zou iedereen die bekwaam is ook bevoegd zijn. De wet gebruikt echter de term ‘bevoegd’ uitsluitend voor de voorbehouden handelingen. In art. 36 Wet BIG worden verschillende beroepsgroepen bevoegd verklaard om deze zelfstandig uit te voeren (intermezzo 2). Hierbij vallen enkele zaken op:

  • De eis van bevoegdheid is beperkt tot de voorbehouden handelingen en wordt niet genoemd als het gaat om niet-voorbehouden handelingen.
  • Voor een tandarts is de bevoegdheid beperkt tot zijn deskundigheidsgebied. Dit deskundigheidsgebied is breder dan de bekwaamheid van een pas afgestudeerd tandarts. Zo geeft het Raamplan Tandheelkunde aan dat de opleiding niet opleidt tot een niveau waarbij het mogelijk is bijvoorbeeld de implantologie en de orthodontie zelfstandig uit te voeren (VNSU, 2008). Aanvullende scholing is dan logischerwijs noodzakelijk om het vereiste niveau van bekwaamheid te behalen.
  • Opvallend is de positie van een tandarts die weliswaar de eerdergenoemde basisopleiding heeft gehad, maar niet (meer) bekwaam is om de handeling zelf uit te voeren. In dat geval kan hij desondanks bevoegd zijn om een niet-tandarts, die wel bekwaam is, opdracht te geven om de handeling uit te voeren (art. 36 lid 14 Wet BIG).
  • Naast de voorwaarde van bekwaamheid op basis van de opleiding is de feitelijke registratie in het BIG-register noodzakelijk om zelfstandig bevoegd te zijn.

Delegatie

Alleen de bekwame BIG-geregistreerde behandelaars zijn zelfstandig bevoegd tot het verrichten van bepaalde voorbehouden handelingen. Onder voorwaarden kunnen in 2 gevallen ook anderen bevoegd zijn om voorbehouden handelingen te verrichten: bij de later te bespreken functionele zelfstandigheid en in het kader van delegatie. Onder delegatie wordt verstaan het in opdracht laten verrichten van een voorbehouden handeling door iemand die op basis van de Wet BIG noch zelfstandig noch functioneel (zie volgende paragraaf) bevoegd is tot het verrichten van die behandeling.

Art. 35 en 38 Wet BIG geven de voorwaarden voor delegatie. Omdat over de operationalisering van deze voorwaarden bij mondzorgverleners de nodige onzekerheid bestaat (Sijmons, 2013), zullen ze in een volgend artikel uitvoeriger worden besproken. Samengevat luiden de voorwaarden: er moet een opdracht zijn van een zelf­standig bevoegd opdrachtgever, de opdrachtnemer moet bekwaam zijn en er moeten - indien nodig - aanwijzingen zijn gegeven en er moet altijd gelegenheid zijn tot tussenkomst. De patiënt moet volledig geïnformeerd zijn en toestemming geven. Als een tandarts aan een assistent opdracht geeft om een voorbehouden handeling uit te voeren, blijft een deel van de verantwoordelijkheid bij de tandarts, namelijk de verantwoordelijkheid die samenhangt met de opdracht, het informeren van de patiënt, het controleren van de bekwaamheid van de assistent en het toezicht houden en aanwijzingen geven.

Duidelijkheid over de termen voorbehouden en de niet-voorbehouden handelingen, risicovolle behandelingen, bekwaamheid, deskundigheidsgebied, zelfstandig bevoegd zijn, delegatie, functionele zelfstandigheid, titels en het BIG-register en taakherschikking is van groot belang voor het werken in een tandheelkundig team of een netwerk. Voor patiënten is het belangrijk dat er duidelijkheid is over de termen bekwaamheid en bevoegdheid vanwege hun beslissing wel of niet te kiezen voor een behandeling bij een specifieke behandelaar. Beeld: Shutterstock

Functionele zelfstandigheid

Functionele zelfstandigheid houdt in dat een bij Algemene Maatregel van Bestuur aangewezen groep van zorgverleners die niet zelfstandig bevoegd zijn, met name genoemde voorbehouden handelingen mogen verrichten zonder de eis van toezicht door een tandarts en diens tussenkomst (art. 39 Wet BIG). Dit geldt in de mondzorg alleen voor mondhygiënisten. Zij mogen, zonder dat de noodzaak bestaat van toezicht en tussenkomst door een tandarts, lokale anesthesie toepassen door het geven van injecties en primaire caviteiten behandelen (Besluit, 1997d). Een achterwacht moet wel geregeld zijn (Inspectie voor de Gezondheidszorg, 2008). Het is opvallend dat deze handelingen ook zijn genoemd in art. 17 van het Besluit (1997d), maar dat een mondhygiënist geen functionele zelfstandigheid heeft voor het toepassen van ioniserende stralen, terwijl dit wel tot het deskundigheidsgebied van een mondhygiënist wordt gerekend. Dit is het gevolg van voorliggende Europese wetgeving.

Titels en het BIG-register

De wetgever heeft door het systeem van wettelijke titelbescherming van art. 4, 17 en 34 Wet BIG patiënten meer waarborgen gegeven voor het inzichtelijk maken van de deskundigheid en de bekwaamheid van de behandelaar. Binnen de mondzorg zijn de titels van tandarts (art. 4), tandarts-specialist (art. 17), mondhygiënist en tandprotheticus (art. 34) wettelijk beschermd. Om de titel van tandarts te kunnen voeren moet iemand, nadat de opleiding met goed resultaat is gevolgd, ingeschreven zijn in het BIG-register. Dergelijke registers zijn er ook voor mond-, kaak- en aangezichtschirurgen en orthodontisten. Inschrijving in een wettelijk register heeft behalve het voorrecht een bepaalde titel te mogen voeren en zelfstandig bevoegd enkele voorbehouden handelingen te verrichten, ook als gevolg dat de beroepsbeoefenaar onderworpen is aan het wettelijk tuchtrecht. Er bestaat geen BIG-register voor mondhygiënisten en tandprothetici. Zij kunnen de beschermde titel conform art. 34 Wet BIG voeren op grond van een afgeronde relevante opleiding. Voor hen geldt de wettelijke tuchtrechtspraak niet.

Sommige tandartsen menen dat de titel preventieassis­tent ook het recht geeft zelfstandig voorbehouden handelingen te verrichten (Sijmons, 2013). Dit is een misvatting. Het beroep is niet geregeld in de Wet BIG, de titel is dan ook niet door de Wet BIG beschermd. Bedoeld is een verschil in bekwaamheid aan te geven met de gewone assis­tent. De patiënt kan er alleen geen zekerheid aan ontlenen.

Taakherschikking

De overheid bedoelt met taakherschikking: “het structureel herverdelen van taken inclusief verantwoordelijkheden tussen verschillende beroepen” (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, 2011; Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, 2002). Een voorbeeld van een dergelijk besluit in de mondzorg is het eerder besproken ‘Besluit Functionele zelfstandigheid’ (1997d).

Taakherschikking werd mogelijk gemaakt door de Wet BIG. Het werd overheidsbeleid om daarmee een dreigend groot tekort aan academisch gevormde zorgverleners te voorkomen zonder een aanmerkelijk groter aantal opleidingsplaatsen te creëren voor academisch opgeleide behandelaars.

Discussie

Delegatie van handelingen is inmiddels een begrip en in veel gevallen ook een geaccepteerd gegeven door patiënten. Nu er berichten verschijnen over een dreigend tandartsentekort is het borgen van de kwaliteit van de gedelegeerde zorg opnieuw een actueel thema. In een eerder artikel is aan de orde geweest dat tandartsen wel steeds meer in een team of netwerk met onder meer niet-tandartsen werken, maar dat ze slecht op de hoogte zijn van de spelregels die er in dat team of netwerk gelden (Brands et al, 2015). Een vruchtbare discussie over het operationaliseren van de wettelijke eisen is alleen mogelijk wanneer elke behandelaar vertrouwd is met de kernbegrippen uit de wet. Deze staan momenteel volop in de aandacht. Zo komt een begrip als ‘bekwaamheid’ steeds vaker aan de orde in het tuchtrecht en het toezicht door de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De beroepsgroepen spreken zich uit over opleidingseisen voor (preventie)assistenten en in de implantologie is een ontwikkeling gaande waarbij de bekwaamheid voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden (in teamverband) verder wordt ingevuld.

In de praktijk blijkt er grote behoefte te zijn aan een meer specifieke invulling van het begrip bekwaamheid in de mondzorg en samenhangend hiermee met de ‘bevoegdheid’ voor de uit te voeren handelingen. Dit is vooral ook voor patiënten van groot belang. De professionele status van een behandelaar is een zeer belangrijk gegeven om wel of niet te kiezen voor een behandeling bij een specifieke behandelaar.

In een volgend artikel zal verder worden ingegaan op het operationaliseren van de regels voor het (laten) verrichten van voorbehouden en niet-voorbehouden handelingen door niet-tandartsen.

Literatuur

• Besluit opleidingseisen tandarts. Staatsblad 1997a: 480.
Besluit diëtist, ergotherapeut, logopedist, mondhygiënist, oefentherapeut, orthoptist en podotherapeut. Staatsblad 1997b: 553.
Besluit opleidingseisen en deskundigheidsgebied tandprotheticus. Staatsblad 1997c: 553.
Besluit functionele zelfstandigheid. Staatsblad 1997d: 553.
Biesaart MCIH. Commentaar bij art. 36 BIG. In: Sluijters B, et al (red). Tekst en commentaar gezondheidsrecht. Deventer: Kluwer, 2004.
Brands WG, Heuvel J van den, Kieft JA. Bevoegdheden en taakverdeling: inventarisatie van knelpunten in de mondzorg. Ned Tijdschr Tandheelk 2015; 122: 507-511.
Eerste Kamer. Regels ter bevordering van de kwaliteit van zorg en de behandeling van klachten en geschillen in de zorg (Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg). Eerste Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 32402, E.
Inspectie voor de Gezondheidszorg. Circulaire taakherschikking. Den Haag: Inspectie voor de Gezondheidszorg, 2008.
Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Taakherschikking in de gezondheidszorg, Zoetermeer, 2002.
Sijmons JG, Woestenburg NOM, Dorscheidt JHHM, et al. Tweede evaluatie van de Wet op beroepen in de individuele gezondheidszorg. Den Haag: ZonMw, 2013.
VNSU. Raamplan Tandheelkunde 2008. Den Haag: VNSU 2008.
Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Adviesverzoek bekostiging taakherschikking. CZ/EZK.3074405, 2011.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

Beeld: Shutterstock
Beeld: Shutterstock
Info
bron
Ned Tijdschr Tandheelkd januari 2016; 123: 13-17
doi
https://doi.org/10.5177/ntvt.2016.01.15219
rubriek
Visie
Bronnen
  • W.G. Brands1, J.L. van den Heuvel2
  • Uit 1een tandartspraktijk te Vaassen, 2tandarts en oud adviserend tandarts
  • Datum van acceptatie: 28 september 2015
  • Adres: mr. dr. W.G. Brands, Lange Grafte 33, 7321 ZC Apeldoorn
  • wbrands1@kpnmail.nl
Gerelateerd