Effect van mondrepositieapparaat bij matige en ernstige slaapapneu

Algemene ziekteleer

Open PDF (283.74 KB)

Behandelresultaten zijn objectief te meten met polysomnografie. Wanneer de score op de apneu–hypopneu-index (AHI) kleiner dan 30 is (milde en gemiddelde graad van slaapapneu), wordt een mandibulair repositieapparaat als doeltreffende behandeling naar voren geschoven. Bij ernstige slaapapneu (AHI > 30) wordt een ‘continous positive airway pressure’ (CPAP)-apparaat als standaard behandeling voorgesteld. Ondanks de goede resultaten met het CPAP-apparaat is de medewerking van de patiënt niet constant en haken veel patiënten af. Het mondrepositieapparaat als behandeling bij slaapapneu wordt door de patiënt beter getolereerd.

In een retrospectief onderzoek werd in de periode van 2007-2013 een groep van 116 patiënten geselecteerd met matige (AHI = 15-30) en ernstige slaapapneu (AHI > 30), die afknapten op het dragen van het CPAP-apparaat. Ze kregen een mondrepositieapparaat aangemeten en polysomnografische meetresultaten werden geregistreerd bij intake en na gemiddeld 12 maanden.

Het succes van de behandeling werd verdeeld in 3 groepen: groep 1 met een AHI < 5, groep 2 met een 5 ≤ AHI < 10 en 50% reductie van AHI; groep 3 met een reductie van AHI > 50%. Men sprak van mislukken van de behandeling (groep 4) als er geen reductie van 50% van de AHI-score na 12 maanden was gemeten in vergelijking met de AHI-score bij de intake. Er vielen 10 patiënten uit het onderzoek, wat een volledige dataset opleverde voor 106 patiënten (71 mannen en 36 vrouwen).

Het obstructief slaapapneusyndroom (OSAS) is een chronische conditie waarbij tijdens de slaap de bovenste luchtweg repetitief geblokkeerd wordt. Behandeling is medisch geïndiceerd ter voorkoming van hartfalen, hoge bloeddruk en ter verbetering van de levenskwaliteit.

De hypothese was dat behandeling met een mondrepostieapparaat meer succesvol zou zijn bij patiënten met een milde slaapapneu dan bij patiënten met een ernstige slaapapneu.

Afb. Vergelijking tussen matige slaapapneu (n=74) en ernstige slaapapneu (n=32) groep volgens succescriteria bepaald na behandeling met MRA tijdens follow-up.

Het slaagpercentage was voor de hele groep 75%. Er was geen significant verschil tussen patiënten met matige (69%) en ernstige slaapapneu (77%) (afb.). Lage zuurstofsaturatie bleek een hoge voorspelbare waarde te hebben voor het falen van de behandeling met het mondrepositieapparaat in beide groepen.

De onderzoekers concluderen dat een mondrepositieapparaat een goed alternatief is voor patiënten met ernstige slaapapneu die het CPAP-apparaat niet tolereren, mede gezien het grote risico als er niet wordt behandeld.

Bron

  • Gjerde K, Lehmann S., Berge ME, Johansson AK, Johansson A. Oral appliance treatment in moderate and severe obstructive sleep apnoea patients non-adherent to CPAP. J Oral Rehabil.2016; 43: 249-258.

 

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.