Hora est 7. Is positiviteit het geheime ingrediënt? Cariës, overgewicht en probleemgedrag bij kinderen: de rol van ouders en het gezin

View the english summary Open PDF (105.92 KB)

In dit promotieonderzoek werden met behulp van interviews, vragenlijsten en observaties van ouder-kind interacties verbanden tussen opvoeding en gezinsfunctioneren enerzijds en mondgezondheid van kinderen anderzijds gemeten. De onderzoeksgroepen bestonden uit kinderen met en zonder cariës en met verschillende sociaaleconomische achtergronden. Uit de analyses kwam een uitgesproken en significant verschil naar voren tussen kinderen met en kinderen zonder cariës betreffende opvoeding en ouder-kind interactie. Positieve opvoedvaardigheden, zoals positieve betrokkenheid, positieve bekrachtiging en probleemoplossend vermogen, werden minder vaak gezien bij kinderen met cariës. Het onderzoek liet ook zien dat kinderen van ouders die als opvoedstijl een dwingende en strenge manier van disciplineren hadden, gecombineerd met het uiten van weinig warmte, een grotere kans hadden op het ontwikkelen van cariës. Er bestond geen relatie tussen een ongezonde Body Mass Index (BMI) en de aanwezigheid van cariës. Er werd een significante relatie tussen gedragsproblemen en de aanwezigheid van cariës bij kinderen gevonden, die wellicht kan worden verklaard door een onderliggende invloed van de gemeten gezinsfactoren.

Inleiding

Een belangrijke basis voor het aanleren van gedrag wordt gelegd tijdens de eerste levensjaren van een kind. Deze gedragsontwikkeling kan de gezondheid van kinderen op zowel positieve als negatieve manier beïnvloeden. Vroeg aangeleerde, minder gunstige gedragingen blijken later lastig af te leren. Hieraan ligt het ontstaan van ziektes die te voorkomen zijn, maar desondanks toch heel algemeen voorkomen, ten grondslag. Een voorbeeld hiervan is cariës, een ziekte die nog steeds bij 41% van de 5-jarige kinderen voorkomt. De rol van ouders is essentieel in het verankeren van gedragingen die gerelateerd zijn aan het wel of niet ontstaan van cariës, zoals het al dan niet hebben van adequate mondhygiëne- en voedingsgewoontes. Toch is er weinig onderzoek gedaan naar de invloed van opvoeding en gezinsfunctioneren op de prevalentie van cariës en het aanleren en/of volhouden van gezond gedrag. Opvoeding is gericht van ouder naar kind, waarbij de mate van strengheid en warme benadering de manier van opvoeden definiëren. Gezinsfunctioneren is een breder concept, waarbij er bijvoorbeeld ook wordt gekeken naar communicatie en organisatie binnen het gezin. In de literatuur zijn meerdere ongewenste gevolgen beschreven van negatief en ineffectief opvoeden. Zo is de relatie ervan met gedragsproblemen van kinderen al langere tijd bekend. Ook wordt een verband gezien met een ongezond voedingspatroon, een grotere inname van calorieën en met hogere mate van overgewicht. Dit laatste is een andere ongezonde belasting voor kinderen en daarnaast een belangrijke voorspeller voor overgewicht in de toekomst.

Dit promotieonderzoek was gericht op het meten van verbanden tussen opvoeding en gezinsfunctioneren enerzijds en mondgezondheid van kinderen anderzijds. Daarnaast werden verbanden tussen overgewicht, gedragsproblemen en cariës bij kinderen in kaart gebracht. Deze nieuwe kennis zou gebruikt kunnen worden voor het verbeteren van cariëspreventieve interventies.

Het promotieonderzoek

In eerste instantie werd een kwalitatief onderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in de mening van ouders over preventieprogramma’s. Aan 6 groepsinterviews namen 39 ouders van 7-jarige kinderen deel, die onder behandeling waren bij verschillende praktijken voor kindertandheelkunde. In deze interviews gaven zij aan wat stimulerend dan wel remmend werkte in het volhouden van mondgezondheidsbevorderend gedrag. Concreet werden tandenpoetsen met fluoridehoudende tandpasta en het beperken van zoetmomenten besproken. Ouders noemden verschillende oorzaken voor het mislukken van effectief tandenpoetsen bij hun kinderen. Naast invloeden op kindniveau (bijvoorbeeld (probleem)gedrag van kinderen), werden ook gezins- en ouderfactoren genoemd zoals vertrouwen in het eigen kunnen, gewoontes, opvoedstrategieën en eigen opvattingen over het ontstaan van cariës. Zo kan het zijn dat ouders menen dat het ontstaan van cariës erfelijk is of afhankelijk van invloeden van buitenaf zoals toeval en pech (een zogenoemde externe ‘locus of control’). Ten aanzien van het beperken van het aantal zoetmomenten gaven ouders moeilijkheden aan op het gebied van de dagelijkse routine thuis. Daarnaast werden ook problemen buiten het gezin genoemd, bijvoorbeeld door groepsdruk en de sociale omgeving. Bij zowel het tandenpoetsen en het beperken van zoetmomenten erkenden ouders het belang van hun eigen opvoedgedrag, waarbij ze ook de uitdagingen noemden die ontstaan door onverzettelijkheid van het kind. Ten slotte werd in dit onderzoek ook beoogd de mening van ouders over de rol van conventionele tandheelkundige preventie in de mondgezondheid van hun kind in kaart te brengen. Volgens de ouders werden zij in de tandartspraktijk niet voldoende betrokken bij preventie en de informatie die werd gegeven was vaak algemeen en soms tegenstrijdig met voorlichting die ze bij een huisarts of een consultatiebureau ontvingen. De negatieve toon die mondzorgverleners soms gebruikten en hun schijnbare onbegrip over de uitdagingen die ouders tegenkomen bij het volhouden van gezondsheidsbevorderend gedrag, werden als weinig stimulerend ervaren. Tevens gaven de ouders aan dat ze al tijdens bezoeken aan het consultatiebureau voorgelicht willen worden over de ontwikkeling van een gezond gebit van hun kind en hoe zij daaraan kunnen bijdragen.

Afb. Schematische voorstelling opvoeding, ouder-kind interactie en het gezinsfunctioneren.

De ogenschijnlijke invloed van ouder en gezin op het volhouden van gezondheidsbevorderend gedrag leidde tot de onderzoeksvraag in hoeverre er een verband is tussen opvoedvaardigheden, ouder-kind interactie en het voorkomen van cariës. Het onderzoek vond plaats in een verwijspraktijk voor kindertandheelkunde. De steekproef bestond uit kinderen in de leeftijd van 5 tot 8 jaar, die geselecteerd werden uit het patiëntenbestand van een verwijspraktijk en uit een algemene tandartspraktijk. In een patiënt-controleonderzoek werden 28 kinderen met een dmft-getal van 4 of meer geselecteerd. De controlegroep bestond uit 26 cariësvrije (dmft = 0) kinderen die onder controle waren bij een algemene praktijk. De kern van het onderzoek bestond uit de observatie van ouder-kind interacties tijdens het uitvoeren van gestructureerde taken (Structured Interaction Tasks, ofwel SIT). De interacties werden opgenomen op video en daarna werden de opvoedvaardigheden van de ouder beoordeeld, zoals de mate van positieve bekrachtiging, dwingend disciplineren en probleemoplossend vermogen. Er kwam een uitgesproken en significant verschil in opvoedvaardigheden en ouder-kind interactie naar voren tussen kinderen met en kinderen zonder cariës. Positieve opvoedvaardigheden zoals positieve betrokkenheid, positieve bekrachtiging en probleemoplossend vermogen werden minder vaak gezien bij ouders van kinderen uit de cariësgroep dan bij de ouders van de controlegroep. Tevens bleek dat kinderen van ouders die als opvoedstijl een dwingende en strenge manier van disciplineren hadden, gecombineerd met het uiten van weinig warmte, grotere kans hadden op het ontwikkelen van cariës.

Bekend uit eerder onderzoek is dat er bij Nederlandse kinderen met een lagere sociaaleconomische status (SES) en bij kinderen van Turkse of Marokkaanse afkomst meer cariës voorkomt. Daarom werd in een patiënt-controleonderzoek bij 5- en 6-jarige kinderen van Nederlandse, Marokkaanse en Turkse afkomst de relatie tussen opvoedvaardigheden, ouder-kind interactie en het voorkomen van cariës onderzocht. Verder werd in dit vervolgonderzoek de relatie tussen ouder- en gezinsfactoren en SES en etniciteit onderzocht. Er werden 92 ouder-kindparen geselecteerd uit het bestand van een grote kindertandheelkunde praktijk in Den Haag. De 2 onderzoeksgroepen waren wederom ingedeeld in kinderen met 4 of meer cariëslaesies en cariësvrije kinderen. Ook uit dit onderzoek bleek dat de eerder genoemde positieve opvoedvaardigheden minder vaak werden gezien bij de groep met cariës dan bij de cariësvrije groep.

Naast de video-observaties werden in dit tweede onderzoek gevalideerde vragenlijsten afgenomen om informatie te verzamelen over sociale achtergrond, demografische kenmerken, mondgezondheidsgedragingen, eigen-effectiviteitsverwachting en ‘locus of control’ (LoC) van ouders. LoC is de mate waarin iemand de oorzaken van wat hem/haar overkomt bij zichzelf (interne LoC) of juist buiten zichzelf (externe LoC) zoekt. Externe LoC is bijvoorbeeld de opvatting dat cariës erfelijk is, of afhankelijk van pech of toeval. Ook opvoedvaardigheden en gezinsfunctioneren werden door middel van een vragenlijst in kaart gebracht. Ouders van cariësvrije kinderen hadden een meer interne LoC. Een lagere SES had verband met een lagere eigen-effectiviteit van ouders, een meer externe LoC en het laten zien van minder gunstige opvoedvaardigheden. Bovendien hadden Marokkaanse en Turkse ouders een meer externe LoC vergeleken met Nederlandse ouders. Dit alles suggereert dat de bovengenoemde ouderfactoren potentiële mediators zijn van het verschil tussen sociale klassen op het gebied van mondgezondheid.

Zowel cariës als overgewicht laat zich niet gemakkelijk door preventieve maatregelen beïnvloeden. Er is mogelijk overlap in de determinanten van beide ziektebeelden. Een volgend onderzoek was daarom gericht op het in kaart brengen van een mogelijk verband tussen Body Mass Index (BMI) en cariës. Bij 230 kinderen van 5 tot 8 jaar die onder behandeling waren bij de verwijspraktijk voor kindertandheelkunde van het eerste patiënt-controleonderzoek, werd het BMI vastgesteld en gerelateerd aan het dmft verkregen uit het tandheelkundig dossier. Er kwam geen significant verband tussen BMI en het voorkomen van cariës naar voren.

Er is een reciproque relatie bekend tussen opvoeding en probleemgedrag van kinderen. Doel van het volgende onderzoek was daarom in kaart te brengen of er een relatie bestaat tussen cariës en gedragsproblemen van kinderen. Daarna werd bekeken of zowel gedragsproblemen als cariës op eenzelfde manier correleren met mondgezondheidsgedrag, opvoeding en/of gezinsfunctioneren. Er werden cross-sectioneel gegevens verzameld uit dezelfde verwijspraktijk, bijvoorbeeld de dmft. Het vóórkomen van gedragsproblemen bij kinderen, gezondheidsbevorderend gedrag binnen het gezin, opvoedstijl en gezinsfunctioneren werden gemeten door middel van gevalideerde vragenlijsten, ingevuld door de ouders van 251 kinderen in de leeftijd van 5 tot 8 jaar. Het bleek dat kinderen met gedragsproblemen een significant hogere dmft hadden. Opvoedstijlen waren gerelateerd aan zowel cariës als gedragsproblemen: kinderen van strenge ouders hadden een hogere dmft, terwijl kinderen van ouders die minder warmte gebruiken in de opvoeding, meer gedragsproblemen hadden. Er kwam een verband naar voren tussen gezinsfunctioneren en gedragsproblemen bij kinderen. Een verband tussen gezinsfunctioneren en dmft werd niet gevonden. Met zowel cariës als gedragsproblemen werden geen significante relaties gevonden met gezondheidsbevorderend gedrag. In dit onderzoek werd een significante relatie tussen het vóórkomen van gedragsproblemen en de aanwezigheid van cariës bij kinderen gevonden, die wellicht kan worden verklaard door een onderliggende invloed van opvoeding en gezinsfunctioneren.

Conclusie

De analyses van de vragenlijsten, observaties en interviews die in het promotieonderzoek werden gebruikt, wijzen alle op een verband tussen ouder-kind interactie en het vóórkomen van cariës bij kinderen. Toekomstig onderzoek zou zich kunnen richten op het ontwerpen en testen van oudergerichte interventies, ingezet op het verwerven van positieve opvoedvaardigheden. Dit zou ouders kunnen brengen tot minder streng en dwingend opvoedgedrag en tot het uiten van meer betrokkenheid en warmte. Mogelijk zal dit leiden tot positieve uitkomsten zoals een afname van de aanwezigheid van cariës, een afname van overgewicht en zelfs misschien reductie van het voorkomen van gedragsproblemen bij kinderen.

Tijdens de tandheelkundige opleiding wordt nog weinig aandacht besteed aan deze achtergrond en context van het ontstaan en voorkomen van cariës. De resultaten uit dit proefschrift wijzen naar een noodzaak hier meer oog voor te hebben. Gunstige uitkomsten van toekomstige opvoedingsgerichte interventies zouden pleiten voor implementatie in zowel onderwijs als de dagelijkse praktijk.

Literatuur

  • Jong-Lenters M de. Just add positivity? - Dental caries, obesity and problem behaviour in children: the role of parents and family relations. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, 2016. Academisch proefschrift.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

Beeld: M. de Jong-Lenters
Beeld: M. de Jong-Lenters
Info
bron
Ned Tijdschr Tandheelkd november 2016; 123: 554-556
doi
https://doi.org/10.5177/ntvt.2016.11.16213
rubriek
Onderzoek en wetenschap
serie
Hora est
Bronnen
  • M. de Jong-Lenters
  • Uit de afdeling Cariologie, Endodontolgie en Pedodontologie van het ­Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam
  • Datum van acceptatie: 22 september 2016
  • Adres: mw. dr. M. de Jong-Lenters, ACTA, Gustav Mahlerlaan 3004, 1081 LA Amsterdam
  • m.lenters@acta.nl
Multimedia bij dit artikel
Gerelateerd