CBCT of panoramische röntgenopname voor indiceren van botvermeerderingsprocedure

Open PDF (164.02 KB)

Implantologie

Het doel van dit onderzoek was de diagnostische efficiëntie van conebeamcomputertomogrammen (CBCT) en pano­ramische röntgenopnamen te vergelijken bij de implan­tologische planning, waaronder de beoordeling of een botvermeerderingsprocedure noodzakelijk zal zijn.

Er werden 59 situaties met een reeds geïmplanteerde enkeltandsvervanging in de premolaar- of molaarregio bij 40 patiënten retrospectief geëvalueerd door 6 ervaren waarnemers aan de hand van gerandomiseerde preoperatieve panoramische röntgenopnamen (n = 40), CBCT-scans (n = 40) en de afmetingen van het implantaat dat uiteindelijk werd geplaatst. Na 2 weken werd het proces herhaald. De beoordelaars werd gevraagd de beelden te beoordelen en aan de hand daarvan een planning te maken voor het plaatsen van een implantaat en te beslissen of een botvermeerderingsprocedure nodig zou zijn. Vervolgens werd deze planning vergeleken met de uitgevoerde behandeling.

Alle metingen op de panoramische röntgenopnamen lieten een grotere afstand van de alveolaire botrand tot aan de sinusbodem of de canalis mandibularis zien dan op de CBCT-scan. In de onder- en bovenkaak verschilde de gemiddelde bothoogte in de premolaar- en molaarregio significant (p < 0,001) tussen panoramische röntgenopnamen en CBCT-scans. Bij de planning van een laterale botvermeerdering werd bij een CBCT in 24 -38% van de gevallen een meer invasieve behandeling voorgesteld dan op basis van een panormische röntgenopname. Vice versa werden bij panoramische röntgenopnamen slechts bij 7-8% een meer invasieve planning voorgesteld. Deze resultaten waren onafhankelijk van de locatie van het te plaatsen implantaat. De planning van een sinusbodemelevatieprocedure was op basis van een panoramische röntgenopname slechts bij 5% invasiever dan op basis van een CBCT-scan, terwijl dit andersom 24% was.

Geconcludeerd wordt dat vooral de noodzaak tot een verticale augmentatie adequaat kan worden ingeschat op basis van een panoramische röntgenopname. Echter, bij lastige casus met een botdeficiëntie in laterale zin, kan de noodzaak tot augmentatie beter worden beoordeeld aan de hand van een CBCT, om het onderschatten van de noodzaak tot een augmentatie te voorkomen.

Bron

Dagassan-Berndt DC, Zitzmann NU, Walter C, Schulze RKW. Implant treatment planning regarding augmentation procedures: panoramic radio­graphs vs. cone beam computed tomography images. Clin Oral Implants Res 2015; 30 Juli [Epub ahead of print].

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.