Behandelmethoden van larynxcarcinoom

Academisch proefschrift

Open PDF (156.75 KB)

 A.J. Timmermans
Advanced larynx cancer
Amsterdam: Universiteit van Amsterdam, 2015
233 bl. geïll.

 

 

 

 

 

Na verrassende publicaties over de zogenoemde orgaan sparende behandeling van het vergevorderde larynxcarcinoom is er een verschuiving opgetreden in de behandeling. Grote larynxtumoren (T3 en T4) reageren doorgaans minder goed op radiotherapie alleen en werden daarom chirurgisch verwijderd. Voor patiënten is dit een ingrijpende behandeling omdat de operatie gepaard gaat met het uitnemen van het strottenhoofd en daarmee het verlies van de normale spraak- en slikfunctie. Het werd duidelijk dat een gecombineerde behandeling van radiotherapie en chemotherapie net zo effectief is als een operatie, met het voordeel dat de stem gespaard kan blijven.

Jacqueline Timmermans beschrijft retro­spectief de behandelresultaten van patiënten met een vergevorderd larynxcarcinoom (T3/T4), zowel van de database van de afdeling Hoofd-halsoncologie en -chirurgie van het Antoni van Leeuwenhoek/Nederlands Kankerinstituut (AvL/NKI), als ook van de landelijke database van de Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). Onderzocht werd of de behandelmethoden verschillen in overleving laten zien.

Van de 182 patiënten onderzochte patiënten werd gevonden dat er geen verschil was in overleving van de patiënten ondanks de verschillende behandelingen van chirurgie, radiotherapie en chemoradiatie. Ook na correctie voor het tumorvolume werd er geen verschil gevonden in effectiviteit. Echter, na het beoordelen van de dossiers van 3.794 patiënten uit de landelijke database bleek dat er geen verschil is in behandeluitkomst bij T3-tumoren, maar wel bij T4-tumoren. Hier is toch chirurgische excisie en postoperatieve radiotherapie effectiever. De richtlijnen in Nederland zijn conform deze bevindingen.

In haar proefschrift beschrijft Timmermans de complicaties die optreden bij het uitnemen van een strottenhoofd na gecombineerde behandeling van chemo-radiotherapie omdat dit vaker leidt tot een disfunctioneel strottenhoofd door toe­genomen fibrosering, met als gevolg niet goed kunnen slikken en het risico op terugkerende longontstekingen. Na operatieve verwijdering van het strottenhoofd zijn er veel aspecten die belangrijk zijn in de nazorg. Meer dan de helft van de patiënten krijgt postoperatief complicaties, waarbij het optreden van een huidfistel van de pharynx een van de vervelendste complicaties is.

Het goed verzorgde proefschrift maakt duide­lijk dat zorg voor patiënten met een vergevor­derd larynxcarcinoom complex en langdurig is en dat de behandelaars op de hoogte moeten blijven van nieuwe inzichten.

 

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.