Intellectuele activiteit is goed voor de (mond)gezondheid van ouderen

Gerodontologie

Open PDF (221.10 KB)

Afname van functies bij ouderen is een grote kostenpost voor de gezondheidszorg. Behoud van functies door preventief ingrijpen op beïnvloedbare risicofactoren is dus een zinvol streven. In Japan werd onderzocht of bij ouderen intellectuele activiteit een gunstig effect heeft op het psychosociaal welbevinden, de mondgezondheid en de variatie in voeding.

Participanten waren 4.161 mannelijke en 4.749 vrouwelijke inwoners van een voorstadje van Osaka. Zij waren 65 jaar of ouder en woonden en functioneerden zelfstandig. Met een gevalideerde vragenlijst werd onder andere geïnventariseerd welk niveau van intellectuele activiteit zij hadden. Onder intellectuele activiteit werd verstaan de innerlijke motivatie om enige spanning en afwisseling in het leven te creëren en nieuwe dingen te ontdekken, bijvoorbeeld door de gezondheidsvoorlichting te volgen die via de massamedia wordt verstrekt. Hun psychosociaal welbevinden werd beoordeeld met vragen over het ondernemen van sociale activiteiten, het bezig zijn met hobby’s en het ervaren van zingeving van het leven. In het kader van de mondgezondheid werden vragen gesteld over regelmatig tandartsbezoek, mondverzorging, kauwfunctie, slikproblemen en xerostomie. De voeding werd in kaart gebracht met een scoringsmethode voor de variatie voor het nuttigen van de gebruikelijke Japanse voedingsmiddelen. Geregistreerde covariabelen waren demografische gegevens, body mass index, alcohol­consumptie, roken, medische voorgeschiedenis, medicatie, cognitie, depressie en valincidenten.

De participanten hadden in 29% van de gevallen een onvoldoende niveau van intellectuele activiteit. In een regressieanalyse bleek intellectuele inactiviteit als afhankelijke variabele en de overige variabelen als onafhankelijke variabelen, statistisch significant gerelateerd aan geen sociale activiteiten ondernemen, niet bezig zijn met hobby’s, geen zingeving van het leven ervaren, geen regelmatig tandartsbezoek, niet dagelijks tandenpoetsen, slechte orale functie en het laagste niveau van variatie in voeding. Deze relaties bleven statistisch significant na correctie voor de covariabelen en de variabelen zonder statistisch significante relatie met intellectuele inactiviteit.

Geconcludeerd werd dat intellectuele activiteit was gerelateerd aan psychosociaal welbevinden, mondgezondheid en variatie in voeding. Reden genoeg om ouderen te stimuleren intellectueel bezig te zijn.

Bron

  • Tomioka K, Okamoto N, Kurumatani N, Hosoi H. Association of psychosocial conditions, oral health, and dietary variety with intellectual activity in older community-dwelling Japanese adults. PLoS One 2015; 10: e0137656.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.