Versnellen chirurgische of niet-chirurgische ingrepen de orthodontische tandbeweging?

Orthodontie

Open PDF (5.01 MB)

Een orthodontische behandeling wil men zo kort mogelijk houden. Dit leidt tot een betere medewerking van de patiënt en vermindert de kans op eventuele complicaties van een orthodontische therapie zoals wortelresorptie en ontkalkingen. Om tandverplaatsing te versnellen zijn er verschillende orthodontische en chirurgische technieken ontwikkeld. Het beschreven onderzoek betreft een systematisch literatuuronderzoek naar de effectiviteit van chirurgische en niet chirurgische interventies voor het versnellen van orthodontische tandverplaatsing en de klinische meerwaarde voor de toepassing van deze procedures.

Er werden 15 gerandomiseerde klinische onderzoeken (RCT’s) geïncludeerd, waarvan 9 met split-mouth-ontwerp, 5 met parallel-group-ontwerp en 1 met zowel split-mouth- als parallel-group-ontwerp. De beschreven niet-chirurgische methoden omvatten lasertherapie (n = 4), elektrotherapie (n = 3) en medicamenteuze toevoegingen (n = 1). De chirurgische methoden omvatten corticotomie (n = 6) en botreductie (n = 1). Effectiviteit werd uitgedrukt in cumulatieve tandbeweging mm/maand (CTM), hoeveelheid tandbeweging mm/maand/week (RTM) en periode van tandbeweging (dagen/weken) (TTM).

Bij interseptale botreductie na extractie van de eerste premolaar ontstond een verhoogde RTM in de eerste 2 maanden (1,60 vs 0,9 mm en 2,3 vs 1,1 mm) en een verhoogde CTM in de eerste 3 maanden (3, 9 vs 2,1 mm en 5,4 vs 3,4 mm). Toepassing van corticotomieën in de vorm van micro-osteoperforaties rondom cupsidaten in de maxilla resulteerde in een verhoogde RTM in de eerste maand (1,15 vs 0,51 mm). Elektrische stimulatie op de cortex resulteerde in een verhoogde RTM de eerste maand (0,109 vs 0,068 mm). Het effect van corticotomie op de distale retractie van maxillaire cuspidaten, verhoogde de RTM de eerste 4 maanden (1,89 vs 0,75 mm en 1,83 vs 0,86 mm en 1,07 vs 0,93 mm en 0,89 vs 0,85 mm). Een verhoogde RTM was tevens te zien bij retractie van de geïmpacteerde cupsidaten in de maxilla met versus zonder corticotomie (0,2650 vs 0,1867 mm/maand). Low-level-lasertherapie resulteerde in een versnelde CTM in 3 publicaties (respectievelijk 4,30 vs 1,98 mm, 3,09 vs 1,60 mm en 4,39 vs 3,30 mm). Voor intra- en extraorale toegevoegde apparaten (laserbestraling, elektrische stroom, schokgolventherapie en gepulst elektromagnetisch veld) werden de volgende resultaten gevonden: elektrische stroom had een verhoogde CTM na 4 weken (2,42 vs 1,89 mm), gepulst elektromagnetisch veld had een versnelde CTM (5 vs 3,5 mm). Bij 4 methoden was er geen verhoogde verplaatsing (2 keer bij open corticotomie, 1 keer bij low-level-lasertherapie, extraorale pulsgeneratortherapie en het injecteren van Relaxin™).

Dit systematisch literatuuronderzoek geeft een uitgebreid overzicht van de beschikbare technieken om tandverplaatsing te bevorderen, Er zijn echter artikelen geïncludeerd met een lage tot gemiddelde kwaliteit en er blijkt over veel technieken weinig informatie beschikbaar. De conclusie is dat corticotomie en low-level-lasertherapie in combinatie met orthodontie een versnelde tandverplaatsing geeft, maar het effect op langere termijn is onbekend. De andere technieken bieden op dit moment nog geen klinische effectieve voordelen. Er zal meer onderzoek gedaan moet worden om de effectiviteit en de klinische voordelen te kunnen bepalen.

Bron

Kalemaj Z, Debernardl CL, Buti J. Efficacy of surgical and non-surgical interventions on accelerating orthodontic tooth movement: a systematic review. Eur J Oral Implantol 2015; 8: 9-24.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.