Klinische ervaring beïnvloedt restauratie­kwaliteit

Restauratieve tandheelkunde

Open PDF (103.69 KB)

Een klinisch onderzoek had ten doel vast te stellen in hoeverre klinische ervaring een rol speelt ten aanzien van de duurzaamheid van composietrestauraties. De hechting aan het tandweefsel speelt daarbij een cruciale rol en de veronderstelling ligt voor de hand dat een adhesief dat een gering aantal stappen vergt voor de hechtprocedure leidt tot minder kans op fouten.

Het onderzoek betrof de restauratie en evaluatie van 90 niet-carieuze cervicale laesies bij 42 patiënten. De behandelingen werden uitgevoerd door een ervaren tandarts, met uitzondering van de applicatie van het adhesief, die werd verricht door een onervaren behandelaar (student tandheelkunde) of een ervaren behandelaar (staflid). Alle behandelingen werden verricht onder rubberdam. De laesies werden gereinigd met puimsteen en vervolgens werd het dentine licht opgeruwd. In het glazuur werd een 1 mm brede bevel aangebracht. Hechting vond bij de helft van de laesies plaats met een type 1 ets-en-spoeladhesief (Optibond FL™) en bij de overige laesies met een type 4 zelfetsend adhesief (G-Bond™). Na aanbrengen van de hechtlaag volgde laagsgewijs restaureren met een nanohybride composiet (Venus Diamond™). De restauraties werden periodiek beoordeeld op retentie, randaansluiting, randverkleuring, secundaire cariës, postoperatieve sensibiliteit en pulpavitaliteit, en gescoord als perfect (A), acceptabel (B) of onacceptabel (C).

Na 3 jaar waren nog 86 restauraties beschikbaar voor evaluatie (1 patiënt was uitgevallen). In alle groepen bedroeg de retentie 100%. De vitaliteit van de pulpa was bij geen van de gebitselementen verloren gegaan. Secundaire cariës had zich niet voorgedaan. Postoperatieve sensibiliteit deed zich alleen voor in de zelfetsgroep. De factoren operateur (ervaren/niet ervaren) en adhesiefsysteem (zelfetsend/ ets-en-spoel) waren significant van invloed op de resultaten. De ervaren operateur behaalde gelijke scores in beide adhesiefgroepen Optibond FL™ en G-Bond™, terwijl de student beter scoorde in de groep Optibond FL™. Over de hele linie scoorde de student echter significant lager dan het staflid. Randverkleuring was in alle groepen toegenomen, maar C-scores werden alleen toegekend in de studentgroep. Ten aanzien van de randaansluiting bereikte het staflid een hogere score in de zelfetsgroep dan in de ets-en-spoelgroep. De student scoorde in beide groepen ongeveer gelijk.

De onderzoekers concluderen dat een adhesief dat in weinig stappen wordt geappliceerd niet altijd minder techniekgevoelig is. Zij merken op dat Optibond FL™ minder gevoelig is voor de vochtigheidsgraad van het dentine dan G-Bond™, hetgeen de slechtere resultaten van de student kan verklaren met G-Bond™.

Bron

  • Scotti N, Comba A, Gambino A, et al. Influence of operator experience on non-carious cervical lesion restorations: Clinical evaluation with different adhesive systems. Am J Dent 2016; 29: 33-38.

 

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.