Cariës op bitewing- en panoramische röntgenopnamen

Radiologie

Open PDF (369.64 KB)

In dit onderzoek is een vergelijking gemaakt tussen panoramische en bitewing-röntgenopnamen met betrekking tot de weergave van approximale cariëslaesies en de mate van overlap van approximale vlakken.

Bij 20 patiënten werden 3 verschillende typen röntgenopnamen gemaakt: een set van 4 conventionele bitewing-opnamen, een panoramische röntgenopname en een opname met een speciale setting van het panoramatoestel resulterend in zogenaamde extraorale panoramische bitewing-opnamen (Planmeca ProMax™). Patiënten die zwanger waren of konden zijn werden uitgesloten van het onderzoek, evenals patiënten die orthodontisch werden behandeld of radiotherapie hadden ondergaan. Op deze opnamen waren in totaal 489 ongerestaureerde approximale vlakken afgebeeld op beide bitewing-modaliteiten, vanaf de distale zijde van de cuspidaat tot de distale zijde van de achterste molaar. Per vlak beoordeelden 4 waarnemers, met ruime ervaring in het beoordelen van röntgenbeelden, de aanwezigheid van cariës op een 5-puntenschaal (van 1 beslist aanwezig tot 5 beslist afwezig). De waarnemers kregen de sets van 4 bitewing-opnamen en de extraorale bitewing-opnamen ter beoodeling. Tussen de beoordeling van de panoramische röntgenopnamen en de bitewing-opnamen lag een periode van 2 weken. De gouden standaard van aan- of afwezigheid van cariës op elk vlak werd vastgesteld door 2 ervaren radiologen die niet bij de beoordeling van de opnamen waren betrokken. De resultaten van de waarnemers werden uitgedrukt als Az-waarden. De Az-waarde geeft aan hoe goed een waarnemer in staat is een afwijking te herkennen. Een Az-waarde van 1 is het ideaal, een waarde van 0,5 is kans, wat betekent dat de waarnemer evenveel fout-positieve als fout-negatieve waarnemingen doet.

Twee waarnemers hadden een hogere Az-waarde voor de extraorale panoramische bitewing-opnamen, de andere 2 waarnemers hadden een hogere Az-waarde voor de conventionele bitewing-opnamen. Alhoewel er significante verschillen waren tussen de waarnemers onderling, waren er geen verschillen tussen de conventionele en de extraorale panoramische bitewing-opnamen. Van de vlakken op de bitewing-opnamen was 4,1% niet te beoordelen door overlap meer dan halverwege het glazuur. Dit was het geval bij 18,3% van de extraorale panoramische bitewing-opnamen en bij 51,1% van de approximale vlakken op de panoramische röntgen­opnamen.

De onderzoekers concluderen dat er geen verschil is in de detectie van approximale cariës op conventionele bitewing-opnamen en de extraorale panoramische bitewing-opnamen. De mate van overlap van contactpunten op de extraorale panoramische bitewing-opnamen was significant beter dan op de panoramische röntgenopnamen, maar nog steeds meer dan op conventionele bitewing-opnamen. Uit dit onderzoek blijkt dat panoramische röntgenopnamen niet geschikt zijn voor de detectie van approximale cariës.

Bron

  • Terry GL, Noujeim M, Langlais RP, Moore WS, Prihoda TJ. A clinical comparison of extraoral panoramic and intraoral radiographic modalities for detecting proximal caries and visualizing open posterior interproximal contacts. Dentomaxillofac Radiol 2016; 45: 20150159.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

Info
bron
Ned Tijdschr Tandheelkd juni 2017; 124: 341
rubriek
Excerpten
Gerelateerd