Retentie en cariëspreventief effect van 2 typen verzegelingsmateriaal

Preventieve tandheelkunde

Open PDF (229.84 KB)

Doorbrekende molaren vormen een potentieel risico voor het ontstaan van carieuze laesies in het occlusale vlak. Gezien hun slechte vochttolerantie zijn kunsthars verzegelingen in deze situatie gecontra-indiceerd. ClinproXT Varnish™ (CXT), een nieuw verzegelingsmateriaal, dat volgens het kunstharsverzegelingsprotocol moet worden aangebracht en dat volgens de fabrikant vochttolerant is, was onderwerp van onderhavig onderzoek. De fabrikant noemt dit materiaal een ‘gemodificeerd glasionomeer’.

Doel van het onderzoek was de retentie en het cariëspreventief eff ect van CXT te vergelijken met dat van het hooggevuld glasionomeer Fuji IX GP Fast™ (FJ) in capsulevorm. Dit werd volgens de ART-methode aangebracht. Na het vastleggen van de juiste beethoogte werd deze verzegeling van een dunne laag monomeer voorzien. De nulhypothese was dat er geen verschil aanwezig is tussen de mate van retentie en aanwezigheid van carieuze laesies in het dentine tussen de 2 verzegelingsmaterialen.

Het onderzoek vond plaats onder 5- tot 7-jarigen. Aan de hand van Cariogram werd de mate van cariësrisico bepaald. Kinderen met een hoog tot gemiddeld cariësrisico die alle 4 eerste blijvende molaren buiten occlusie hadden en waarbij het fissuurpatroon diep was en/of een carieuze laesie in het glazuur vertoonden, werden in het onderzoek opgenomen. Het onderzoek had een split-mouth opzet waarbij de linker of rechter kaakhelft de eenheid van randomisatie was. De aanwezigheid van carieuze laesies werd aan de hand van de ICDAS II index beoordeeld terwijl de mate van retentie op 2 methoden werd vastgesteld: volgens de traditionele en een ‘gemodifi ceerde’ methode. Bij de laatste faalt een verzegeling al indien in een van de 3 gelijke delen, waarin het occlusale oppervlak is verdeeld, de put onbedekt is.

In totaal werden 224 eerste molaren bij 56 kinderen verzegeld. Volgens de gemodifi ceerde methode was de retentie van FJ-verzegelingen (40,1%) na 2 jaar significant hoger dan die van CXT (11,3%). Het voorkomen van carieuze dentinelaesies vertoonde geen significant verschil (98,3%) tussen beide verzegelingen na 2 jaar.

Conclusie. Beide verzegelingsmaterialen voorkwamen het ontstaan van carieuze dentinelaesies even goed maar het hooggevuld glasionomeer dat volgende ARTmethode was aangebracht bleef langer zitten.
Ten slotte nog een opmerking: CXT is geen vernis in de zin van fl uoridevernis. Het is een gevuld vloeibaar materiaal dat uitgehard moet worden.

Bron

Cabral RN, Faber J, Otero SAM, Hilgert LA, Leal SC. Retention rates and caries-preventive eff ects of two diff erent sealant materials: a randomized clinical trial. Clin Oral Investig 2018; 9 maart [Epub ahead of print].

 

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.