Naaldbreuk tijdens het geven van lokale anesthesie

View the english summary Lees het volledige artikel in pdf (inloggen vereist)

Twee patiënten werden verwezen naar een mka-chirurg in verband met het optreden van naaldbreuk bij het geven van lokale anesthesie. Bij de eerste casus, een 67-jarige vrouw, betrof het een naaldbreuk na het geven van een mandibulaire blokanesthesie. De naald kon vrij eenvoudig onder lokale verdoving worden verwijderd. In de tweede casus ging het om een minder coöperatieve patiënt van 8 jaar, bij wie naaldbreuk optrad na infiltratieanesthesie in de omslagplooi van de maxilla met de zogenoemde QuickSleeper 5. Na exacte lokalisatiebepaling door middel van conebeamcomputertomografie werd het 9 mm kleine naaldje moeizaam gevonden en verwijderd onder algehele anesthesie.

2 reacties

In de novembereditie stond het artikel ‘Naaldbreuk tijdens het geven van lokale anesthesie’ (Ned Tijdschr Tandheelkd 2018; 125: 587- 590). Zoals in het artikel wordt opgemerkt dient op een goede wijze met de naald omgegaan te worden om naaldbreuk in iedere situatie te voorkomen. Voor de volledigheid melden wij graag de procedure zoals deze voor de Quicksleeper geldt.
Het protocol van de Quicksleeper schrijft voor dat bij intraossale anesthesie de naald niet verder dan 3/4 van de totale lengte wordt ingebracht. Een positieverandering van de naald tijdens het roteren veroorzaakt in de meeste gevallen de naaldbreuk. Correcte afsteuning en juiste zitpositie voorkomen het risico op een naaldbreuk, hetgeen ook aan bod komt in het protocol.
Als de behandelaar zijn positie tijdens de rotatie toch verandert of niet goed de juiste steunpunten gebruikt en de patiënt een onverwachte beweging maakt, dan zou de naaldbreuk kunnen plaatsvinden. De naald heeft een ingebouwde verzwakking bij het plastic deel, zodat de naald bovenaan net achter het plastic breekt. Zoals ook in het artikel staat, is de naald in een dergelijk geval eenvoudig terug te vinden en gemakkelijk te verwijderen met een pincet of tangetje; hij steekt immers altijd 1/4 van de lengte boven de gingiva uit.
In de casusbeschrijving gaat het om naaldbreuk bij infiltratie-anesthesie, nadat deze naald al gebruikt is voor intraossale anesthesie (en dus rotatie). Wij concluderen dat de behandelaar zich niet heeft gehouden aan de volgende 3 punten van het protocol van QuickSleeper:
1.            Na perforatie van het bot dient men voor infiltratie-anesthesie een nieuwe naald te gebruiken.
2.            De naald mag maximaal 3/4 in het tandvlees worden ingebracht.
3.            Voor infiltratie-anesthesie gebruikt men de witte naald van 16 mm.
Er is geen principieel verschil tussen het op traditionele wijze geven van een infiltratie anesthesie of met een elektronisch gestuurd anesthesieapparaat. Men dient zich aan de juiste procedures te houden. Doet men dit, dan is er geen reden waarom een infiltratie-anesthesie met de QuickSleeper tot naaldbreuk zou leiden.
F.A. van der Pol, H.C.E. Hamannen P.R. Boer (allen tandars en QuickSleeper trainer)

F.A. van der Pol op vrijdag 4 januari 2019 om 17.01u

Namens auteur van het artikel plaatsen wij de volgende reactie:

Dank aan de QuickSleeper-trainers voor het geven van commentaar op de naaldbreuk ontstaan door het gebruik van de groene QuickSleeper naald. Ik onderschrijf de aanbeveling om niet dezelfde en te korte naald te gebruiken indien men na het geven van intraossale anesthesie nog een depot als infiltratie-anesthesie wil toedienen. Tevens is het inderdaad van belang om nooit de naald (ongeacht welke lengte) tot aan de schacht in te brengen.
De verwijzend tandarts had, voorafgaande aan het gebruik van de QuickSleeper, een masterclass gevolgd, hetgeen het nut van goede protocollering weer eens onderschrijft.
Dr. Steven Zijderveld, mka-chirurg

NTVT Redactie op vrijdag 4 januari 2019 om 17.01u

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.