Direct of indirect restaureren: 5-jaarsoverleving en resterend weefsel

Restauratieve tandheelkunde

Open PDF (93.66 KB)

De klinische keuze tussen direct of indirect restaureren is niet altijd gemakkelijk te maken. In dit artikel wordt getracht om de overleving van enkelvoudige restauraties in het posterieure gebied te relateren aan de hoeveelheid resterend tandmateriaal (0-4 wanden).

Er werden 4 elektronische databases en 8 tijdschriften manueel doorzocht. Geïncludeerd werden gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken en observationele onderzoeken waarin vitale posterieure gebitselementen van een indirecte restauratie waren voorzien of direct werden gerestaureerd en minstens 3 jaar werden gevolgd om de overleving te bepalen. ‘Falen’ werd gedefinieerd als volledig of gedeeltelijk verlies van de restauratie, zodat vervanging of reparatie nodig was.

Uiteindelijk werden 5 gerandomiseerde klinische onderzoeken en 9 observationele onderzoeken geïncludeerd. De kwaliteit van de artikelen werd als laag tot gemiddeld beoordeeld. In de onderzoeken werden gezamenlijk 308.744 restauraties bekeken, waarvan 358 kronen, 4.804 composiet- en 303.582 amalgaamrestauraties. De overleving van alle restauraties was lager naarmate er minder tandweefsel over was (minder dan 2 resterende wanden). Composietrestauraties hadden een significant hogere faalkans dan kronen of amalgaamrestauraties, ongeacht de hoeveelheid resterend tandmateriaal. Bij molaren met minder dan 2 wanden resterend tandmateriaal hadden directe restauraties een significant hogere faalkans dan indirecte restauraties.

Afb. 1. Vijfjaarsoverleving van de onderzochte restauraties gerelateerd aan de hoeveelheid resterend tandmateriaal. a. Data van alle geïncludeerde onderzoeken samengenomen. b. Data van afb. a zonder de 2 meest invloedrijke onderzoeken. c. Data van alleen de observationele onderzoeken. d. Data van alleen de gerandomiseerde klinische onderzoeken.

Opvallend genoeg spraken de bevindingen van de gerandomiseerde klinische onderzoeken en de observationele onderzoeken elkaar vaak tegen en presteerden de composietrestauraties in die laatste onderzoeken vaak beter dan de amalgaamrestauraties (zie afb .). Aangezien aan gerandomiseerd klinisch onderzoek een hoger niveau van bewijs wordt toegekend, werden deze voor het huidige onderzoek als leidend beschouwd. Tevens waren er voor gebitselementen met 3 of meer overblijvende wanden geen
resultaten voor kronen. Een weefselbesparende aanpak ligt dan meer voor de hand.
Conclusie. Ten aanzien van de grootte van de faalkans moet de keuze voor een restauratietype in het posterieure gebied worden gemaakt op basis van de hoeveelheid resterend tandmateriaal. Bij molaren met 2 of meer overblijvende wanden is een directe restauratie een geschikte keuze, bij minder resterend tandmateriaal verdient een indirecte restauratie de voorkeur.

Bron

Afrashtehfar KI, Emami E, Ahmadi M, Eilayyan O, Abi-Nader S, Tamimi F. Failure rate of single-unit restorations on posterior vital teeth: a systematic review. J Prosthet Dent 2017: 117; 345-353.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.