Serie: Tandheelkundig erfgoed. De articulator: de condylaire en de geometrische school

Open PDF (277.15 KB)

Weinig mensen zullen zich bewust zijn van de enorme complexiteit die schuil gaat achter het kauwen van voedsel. Vanuit historisch perspectief is nog niet zo lang bekend hoe de kaak tijdens het kauwproces beweegt en hoe deze zich verhoudt in relatie tot de rest van het kaakstelstel. In een poging om de beweging van de onderkaak te imiteren hield een groep tandartsen in de Verenigde Staten rond de vorige eeuwwisseling zich bezig met het bedenken van een apparaat, een articulator, dat deze kauwbeweging natuurgetrouw kon nabootsen. Dit werd een belangrijk hulpmiddel bij het vervaardigen van gebitsprothesen.

 

Verschillende visies, verschillende articulatoren

Elke articulator heeft zijn eigen specifieke kenmerken en draagt een naam die verwijst naar zijn uitvinder: Bonwill, Gysi, Christiansen, Monson, Warnekros, Snow en Schweitzer. Elk van deze mannen probeerde zijn visie op de relatie tussen beide kaken en de beweging van het kaak uit te drukken in de door hem ontworpen articulator.

Er worden retrospectief 3 scholen onderscheiden: de condylaire of anatomische school, de geometrische of de non-anatomische school en de positionele of 3-dimensionale school. De eerste 2, de condylaire school en de geometrische school, verschilden wezenlijk van uitgangspunt. Sterk versimpeld kwam het erop neer dat de eerste school vond dat zowel bij de beweging van de kaak als bij de occlusie de kaakkopjes van grote invloed waren en de tweede was van mening dat de onderkaak bij het kauwen langs een enkele centrale radiale as draaide en vooral de tanden daarbij bepalend waren.

Bonwill, eenheid in vorm en functie

Tandarts William Gibson Arlington Bonwill (1833-1899) ontwikkelde de eerste articulator die gebaseerd was op uitgebreid onderzoek (afb. 1). Hij geloofde dat de geometrie ten grondslag lag aan de anatomie van de kaak. Na onderzoek aan duizenden schedels, beargumenteerde hij in 1864 dat er een gelijkzijdige driehoek bestaat van 10 cm tussen beide condyli en de middelste incisieven van de onderkaak (de driehoek van Bonwill). Op deze manier werd er een vast referentiepunt gecreëerd dat de tandarts hulp bood bij het vervaardigen van een prothese. Hoewel Bonwill werd omschreven als een genie, schreef lector prothetische tandheelkunde B.R. Bakker te Utrecht in die tijd over hem: “…er zijn talrijke aanwijzingen voor een aan zekerheid grenzende vermoeden dat Bonwill een zeer wel ontwikkeld gevoel voor eigenwaarde bezat” (Bakker, 1923). Hiermee drukte Bakker zich enigszins eufemistisch uit: Bonwill stond bekend als een uiterst verwaande man.

Afb. 1. Articulator volgens Bonwill, 1864, collectie Universiteitsmuseum Utrecht.

In Nederland is de Bonwill articulator veelvuldig gebruikt. Al in een van de eerste nummers van het Tijdschrift voor Tandheelkunde staat een verslag van de voordracht van de tandmeester Bernard Frank over de articulator (Frank, 1894). Hij verbaasde zich erover dat Bonwill moeite had zijn articulator onder de aandacht te brengen bij collega’s. Inmiddels is bekend dat Bonwill meerdere malen heeft geprobeerd zijn bevindingen te publiceren maar dat deze telkens werden geweigerd vanwege het bombastische taalgebruik.

Gysi, de condylaire school

Ook in Nederland ontstonden er verschillende groepen met elk een eigen visie in relatie tot de beweging van de onderkaak. Een visie die overigens frequent aan verandering onderhevig was door nieuwe inzichten. Zo was de eerdergenoemde Bernhard Frank in 1894 nog van mening dat de Bonwill articulator de gehele kauwrichting weergaf zoals “in na­tura”, maar schreef hij 14 jaar later het tegenovergestelde: de Bonwill articulator kon onmogelijk de kaakbewegingen weergeven (Frank, 1908). Daar waar voorheen alleen enkelvoudige scharnierende articulatoren bestonden, had Bonwill de kennis op het gebied van de beweging van de kaakgewrichten vergroot, maar zijn articulator richtte zich vooral op een horizontale beweging van de kaak en ging uit van een eenheid in vorm en functie. Alfred Gysi (1865-1957) zou daar in 1910 verandering in brengen door de juiste S-vormige baan van de bewegende kaak te beschrijven en deze in te bouwen in een articulator. Gysi werd de exponent van de condylaire school. Deze Zwitser, die in 1912 de articulator simplex ontwikkelde, maakte daarmee voor het eerst een individuele aanpassing aan de prothese mogelijk, echter nog steeds op basis van een ideale en gebalanceerde articulatie (afb. 2).

Afb. 2. Articulator Simplex van Alfred Gysi, 1912, collectie Universiteitsmuseum Utrecht.

In de jaren daarna baande vooral de Amerikaan Clyde Schuyler de weg naar het idee dat gedurende het leven gebitselementen en de vorm van het kaakgewricht zou kunnen veranderen en introduceerde deze nieuwe manier van denken in een articulator. Niet de wiskundige en mechanische benadering maar de functie werd bepalend in de occlusieleer.

De articulator is een interessant onderzoeksobject dat de ontwikkeling van de kennis over de onderkaakbeweging openbaart aan de onderzoeker. Tegenwoordig wordt er meer en meer gebruikgemaakt van de virtuele articulator in de digitale werkomgeving uitgaande van realistische patiëntendata en daarmee hebben de conventionele articulatoren op termijn mogelijk hun langste tijd gehad.

Literatuur

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

Info
bron
Ned Tijdschr Tandheelkd april 2018; 125: 195-196
rubriek
Geschiedenis en tandheelkunde
serie
Tandheelkundig erfgoed
Bronnen
  • R. de Raat
  • Uit het Universiteitsmuseum Utrecht van de Universiteit Utrecht
  • Datum van acceptatie: 31 januari 2018
  • Adres: mw. R. de Raat, Universiteitsmuseum Utrecht, Lange Nieuwstraat 106, 3512PN Utrecht
  • r.deraat@uu.nl
Multimedia bij dit artikel
Gerelateerd