Resultaten van de toetsingsprocedure van tandartsen met een buitenlands diploma

View the english summary Open PDF (1.65 MB)

In de periode 1 januari 2007 tot 1 januari 2017 hebben 138 tandartsen met een buitenlands tandartsendiploma (behaald buiten de Europese Economische Ruimte of Zwitserland) die in Nederland hun beroep willen uitoefenen, de toetsingsprocedure voor het verkrijgen van een verklaring van vakbekwaamheid doorlopen. De procedure bestaat uit een taal- en communicatietoets, gevolgd door beroepsinhoudelijke toetsen. Bij 68 tandartsen (49%) werden geen tekortkomingen in kennis en vaardigheden vastgesteld. Zij konden in het BIG-register worden ingeschreven voor een supervisieperiode. Bij 49 (36%) konden tekortkomingen met gerichte opleiding worden opgeheven. Bij 21 (15%) was opleiding niet mogelijk. Nagegaan werd hoeveel van de tandartsen van deze groep in 2017 in het BIG-register zijn ingeschreven. Op de peildatum waren 100 (73%) tandartsen ingeschreven. Van de 49 tandartsen die in de gelegenheid zijn gesteld een gerichte opleiding te volgen waren er 48 in opleiding gegaan: 38 hebben deze opleiding in 2017 voltooid, 9 zijn nog in opleiding en 1 staakte de opleiding. Als zij de opleiding voltooien, kan het aantal tandartsen dat na het doorlopen van de procedure in het BIG-register is ingeschreven stijgen tot 115 (83%).

Wat weten we?
Sinds 1 januari 2007 moeten tandartsen met een buitenlands tandartsdiploma die in Nederland hun beroep willen uitoefenen, een verklaring van vakbekwaamheid aanvragen bij het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG).
Wat is nieuw?
Sinds 2007 beoordeelt de Commissie Buitenslands ­Gediplomeerden Volksgezondheid (CBGV) aan de hand van toetsing of de aanvragers vakbekwaam zijn.
Praktijktoepassing
De Nederlandse toetsingsprocedure is formatief; het gaat om het opsporen van lacunes. Aanvragers bij wie corrigeerbare tekortkomingen worden vastgesteld, kunnen een gerichte opleiding aan het ACTA volgen om deze op te heffen.

Inleiding

Sinds 1 januari 2007 moeten tandartsen met een buitenlands tandartsdiploma die in Nederland hun beroep willen uitoefenen, een verklaring van vakbekwaamheid aanvragen bij het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG), de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) die ook het BIG-register voert. Onder ‘buitenlands diploma’ wordt een diploma verstaan dat buiten de Europese Economische Ruimte (EER) of Zwitserland is behaald. Het CIBG legt de aanvraag voor vakbekwaamheid voor aan de Commissie Buitenslands Gediplomeerden Volksgezondheid (CBGV). Tandartsen met een nationaliteit en een diploma van binnen de EER en Zwitserland vallen nagenoeg altijd onder de automatische erkenning op grond van de Europese regel­geving.

De CBGV bestaat uit 23 onafhankelijke commissies van deskundigen voor alle beroepen die op grond van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (afgekort Wet BIG) zijn gereglementeerd. De commissie tandartsen van de CBGV (hierna: de commissie) wordt gevormd door 8 leden: 2 leden en 2 plaatsvervangende leden die op voordracht van de KNMT zijn benoemd en eveneens 2 leden en 2 plaatsvervangende leden die op voordracht van de Vereniging van Universiteiten (VSNU) zijn benoemd. Allen zijn tandarts. Zij beoordelen aan de hand van toetsing of de aanvragers vakbekwaam zijn, met als uitgangspunt het eindniveau van de Nederlandse opleiding tot tandarts. Eventueel adviseert de commissie dat een aanvrager een gericht opleidingsprogramma van 6 maanden tot 2 jaar bij het ACTA volgt om tekortkomingen op te heffen (ACTA, 2017). De vraag is of de gerichte opleiding met succes wordt voltooid en in hoeveel tijd. Dit is van belang om de betrouwbaarheid en de deugdelijkheid van het advies te kunnen beoordelen.

Beeld: Shutterstock.

In dit artikel wordt de toetsingsprocedure van de commissie besproken en tevens wordt ingegaan op de resultaten van 10 jaar toetsingsprocedure (periode 1 januari 2007 tot 1 januari 2017) en op de vraag of de tandartsen die deze procedure hebben doorlopen de bevoegdheid krijgen hun beroep in Nederland uit te oefenen, al dan niet na een gerichte opleiding.

Begrippenlijst
CIBG = Agentschap van het ministerie van Volks­gezondheid, Welzijn en Sport (VWS) dat ook het BIG-register voert
CBGV = Commissie Buitenslands Gediplomeerden Volksgezondheid
AKV-toets = Algemene Kennis- en Vaardigheidentoets
BI-toetsen = Beroepsinhoudelijke toetsen

Toetsingsprocedure

Algemene toets en beroepsinhoudelijke toetsen

De procedure bestaat, naar het voorbeeld van de enkele jaren eerder ontwikkelde procedure voor artsen met een buitenlands diploma, uit een algemene kennis- en vaardighedentoets (AKV-toets) en beroepsinhoudelijke toetsen (BI-toetsen). De AKV-toets is gericht op taalvaardigheid (niveau B2/C1, eindniveau vwo), communicatie en kennis van de Nederlandse gezondheidszorg. Deze toets wordt afgenomen door taleninstituut Babel (Babel talen, 2017). Herkansing is mogelijk.

Na het slagen voor de AKV-toets kan worden deelgenomen aan de 4 BI-(deel)toetsen (BIG-register, 2017):

  1. Kennistoets (schriftelijk, 4 onderdelen: basis-medisch, tandheelkunde I, tandheelkunde II, radiologie en weten­schap).
  2. Preklinische toets (vaardighedentoets, 4 onderdelen: gebitsreiniging, excavatie-cariologie, preparatie van kronen, endodontische behandeling).
  3. Toets intake en sociale tandheelkunde/ethiek (2 onderdelen: anamnese met behulp van een simulatie­patiënt en een schriftelijke casus over ethiek en sociale aspecten van de zorg).
  4. Toets behandelplanning (schriftelijk: het oplossen van 3 patiëntproblemen door middel van diagnose, indicatiestelling en het maken van een behandel- en zorgplan).

De BI-toetsen zijn ontwikkeld en worden afgenomen door het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). De keuze voor het ACTA als locatie voor zowel toetsing als gerichte aanvullende opleiding is tot stand gekomen in overleg met de 3 tandheelkundige faculteiten. Het ACTA biedt ter voorbereiding toegang tot blackboard-cursussen (ACTA, 2017). Bij de BI-toetsen bestaat geen mogelijkheid van herkansing. Het gaat namelijk niet om zakken of slagen, maar om het opsporen van eventuele tekortkomingen in kennis en vaardigheden.

De gehele procedure kan binnen 1 jaar worden doorlopen, maar vergt doorgaans meer tijd, omdat de meeste deelnemers meer dan 1 jaar nodig hebben om de Nederlandse taal te leren.

Aanvullende opleiding nodig of niet (mogelijk)?

De commissie beoordeelt de uitslagen en het preadvies van het ACTA. De wijze van beoordeling van de toetsresultaten ligt vast in een uitvoeringsreglement (BIG-register, 2017). Er zijn 3 mogelijkheden:

  1. Er zijn geen tekortkomingen. De commissie adviseert tot geclausuleerde inschrijving in het BIG-register (zie intermezzo 1). De tandarts moet dan 3 maanden onder supervisie werken. In deze periode wordt kennisgemaakt met het Nederlandse zorgstelsel. Bij goed resultaat wordt de geclausuleerde registratie omgezet in een ongeclausuleerde.
  2. Er sprake is van tekortkomingen, die met een gericht opleidingsprogramma van 6 maanden tot 2 jaar bij het ACTA kunnen worden opgeheven. Dit programma wordt door het ACTA beoordeeld en aan de CBGV voorgelegd. Als aan de eisen is voldaan, wordt het diploma erkend. Een gericht opleidingsprogramma van meer dan 2 jaar wordt door zowel de commissie als het ACTA niet zinvol geacht.
  3. Er zijn zodanige tekortkomingen dat deze naar het oordeel van de commissie niet met een gericht opleidingsprogramma zijn op te heffen. De commissie adviseert de aanvraag af te wijzen. Erkenning als tandarts is dan alleen mogelijk na het volgen van de gehele opleiding in Nederland.

Intermezzo 1. Geclausuleerde inschrijving in het BIG-register
Iedere beoefenaar van een beroep dat in artikel 3 van de Wet BIG is gereglementeerd moet na de erkenning van het diploma nog enige tijd onder supervisie werken om aan het Nederlandse zorgstelsel te wennen. Voor de supervisie­periode wordt de buitenlandse beroepsbeoefenaar geclausuleerd ingeschreven in het BIG-register. De beroeps­beoefenaar met een geclausuleerde registratie is wel volledig bevoegd het beroep uit te oefenen en ook verantwoordelijk en aansprakelijk voor zijn/haar beroepswerkzaamheden, maar mag zich nog niet zelfstandig vestigen.

Hoe gaat het verder?

De commissie brengt advies uit aan de minister van VWS, die besluit conform dit advies. Met het vervolgtraject heeft de commissie geen bemoeienis. Het ACTA is verantwoordelijk voor de gerichte aanvullende opleiding.

Materiaal en methode

De onderzoeksperiode liep van 1 januari 2007 tot 1 januari 2017. De peildatum voor inschrijving in het BIG-register was 29 maart 2017. De gegevens van de CBGV over aanvragen, uitslagen, adviezen en inschrijvingen werden bijeengebracht en gecategoriseerd. Van de aanvragers werd geregistreerd: geslacht, leeftijd, land van diploma, nationaliteit en verblijfsstatus. Daarnaast werd aan het ACTA gevraagd hoeveel van de tandartsen bij wie tekortkomingen waren vastgesteld aan een gericht opleidingsprogramma begonnen, hoeveel van hen het programma voltooiden en in hoeveel tijd zij daarvoor nodig hadden, hoeveel tandartsen het programma voortijdig beëindigden en hoeveel er op de peildatum nog in opleiding waren.

Resultaten

Toetsing van bekwaamheid

In de periode van 1 januari 2007 tot 1 januari 2017 legden 161 tandartsen de AKV-toets af. Van hen slaagden er 139 (86%), al dan niet na herkansing. Van deze 139 legden 138 de BI-toetsen af: 97 vrouwen (70%) en 41 mannen (30%). De gemiddelde leeftijd van zowel mannen als vrouwen was op de datum waarop advies werd uitgebracht 37 jaar (spreiding 25-56 jaar, mediaan 35 jaar). In tabel 1 worden de resultaten van de adviezen weergegeven.

Tabel 1. Resultaten beroepsinhoudelijke toetsing tandartsen met een buitenlands diploma sinds de invoering.

De grond waarop de CBGV bij 21 tandartsen adviseerde dat zij zulke tekortkomingen hadden dat een gericht opleidingsprogramma van maximaal 2 jaar niet voldoende is om deze op te heffen, bestaat uit de uitslag van de BI-toetsen. De wijze van beoordeling van de toetsresultaten door het ACTA ligt vast in een uitvoeringsreglement, dat te vinden is op de website van het BIG-register (www.bigregister.nl).

BIG-registratie

Van de 138 aanvragers die alle toetsen hebben afgelegd waren er op de peildatum (29 maart 2017) 100 (73%) ingeschreven (zowel on- als geclausuleerd) in het BIG-register en 38 (27%) niet.

Gerichte opleiding

Van de 49 tandartsen bij wie corrigeerbare tekortkomingen waren vastgesteld, volgden 48 de gerichte opleiding aan het ACTA. Van hen voltooiden 38 de opleiding binnen de geplande tijd van gemiddeld bijna 8 maanden (vrouwen 8 maanden, mannen 6 maanden) en 1 staakte de opleiding vanwege onvoldoende voortgang op eigen initiatief. Er waren op de peildatum nog 9 tandartsen bij het ACTA in opleiding.

Overigens bleek uit de informatie van het ACTA bleek dat van de 21 tandartsen die niet in aanmerking kwamen voor een gericht opleidingsprogramma, niemand zich had aangemeld voor het volgen van de reguliere (gehele) opleiding tot tandarts. Slechts 1 van deze 21 stond op de peildatum ingeschreven in het BIG-register na het voltooien van een gehele opleiding tot tandarts in een andere EU-lidstaat, waarna automatische erkenning in Nederland heeft plaatsgevonden. Deze tandarts is niet meegerekend in de resultaten.

Herkomst tandartsen

Afbeelding 1 geeft weer in welke delen van de wereld de aanvragers die de gehele procedure hebben doorlopen hun diploma hebben behaald. In tabel 2 staat per regio de gemiddelde duur van de aanvullende opleiding vermeld van de 49 aanvragers die voor een gericht opleidingsprogramma in aanmerking kwamen. Er werd geen relatie gevonden tussen de herkomst van het diploma en de resultaten op de BI-toetsen.

Afb. 1. Herkomst van diploma’s van de aanvragers die de gehele procedure hebben doorlopen (in totaal uit 46 landen).

Tabel 2. Naar regio de gemiddelde duur van de gerichte opleiding van hen die daarvoor in aanmerking kwamen (n = 49).

Het aantal aanvragers uit Oost-Europa is de afgelopen jaren relatief afgenomen en het aantal uit Afrika, Azië en Zuid-Amerika toegenomen. Er bestaan verschillende redenen waarom aanvragers zich in Nederland willen vestigen: gezinshereniging, economische motieven of vlucht vanwege vervolging of oorlogsgeweld. Circa 15% had ten tijde van de aanvraag de status ‘asiel bepaalde tijd’.

Fotografie: Joost Hoving

Discussie

Op grond van de gepresenteerde resultaten kan worden geconcludeerd dat de Nederlandse toetsingsprocedure voor tandartsen met een buitenlands diploma adequaat en succesvol is.

Het verschil tussen de som van de 68 tandartsen die direct voor alle BI-toetsen zijn geslaagd en de tandartsen die een gericht opleidingsprogramma hebben voltooid (n = 106) en het aantal dat op de peildatum in het BIG-register staat ingeschreven (n = 100), wordt veroorzaakt doordat 6 tandartsen uit de eerste groep het supervisietraject nog niet hadden afgerond. De verwachting is dat hun geclausuleerde inschrijving binnen afzienbare tijd zal worden omgezet in een ongeclausuleerde inschrijving.

Als ook de 9 tandartsen die nog bezig zijn met een gericht opleidingsprogramma dit voltooien, stijgt het aantal tandartsen dat de gerichte opleiding met goed gevolg heeft voltooid naar 47 (96% van de totale groep van 49 die de gerichte opleiding hebben doorlopen).

Op grond hiervan komen wij tot de slotsom dat van de 138 tandartsen met een buitenlands diploma die in de periode 2007-2017 de gehele toetsingsprocedure hebben doorlopen, er waarschijnlijk uiteindelijk 115 (83%) in het BIG-register zullen zijn ingeschreven; 68 (49%) direct en 47 (34%) na het volgen van een gericht opleidingsprogramma.

Men zou wellicht verwachten dat tandartsen uit bepaalde, bijvoorbeeld minder welvarende landen, slechter zouden scoren op de toetsen en andersom. Dat bleek niet uit de resultaten van dit onderzoek, maar de getallen zijn dan ook niet zo groot. Wel is bekend dat de kwaliteit van opleidingen binnen eenzelfde land enorm kan verschillen. In Nederland bestaat voor de meeste beroepen in de gezondheidszorg landelijke reglementering van opleidingen, een landelijk geldend beroepsprofiel en een landelijk curriculum waar alle opleidingsinstellingen zich aan moeten houden. In de meeste landen is dat echter niet zo en hebben opleidingsinstellingen veel meer autonomie. Dan kunnen er grote verschillen in niveau en kwaliteit van bijvoorbeeld de ­opleiding tot tandarts zijn. Daarnaast ­kunnen uiteraard uit slechte opleidingen briljante tandartsen voortkomen.

Conclusie

De toetsingsprocedure voor tandartsen met een buitenlands diploma die in Nederland hun beroep willen uitoefenen, wordt vanaf 2007 toegepast. De procedure is zoveel mogelijk geobjectiveerd en gestandaardiseerd en maakt gebruik van toetsmethoden die afkomstig zijn uit de Nederlandse opleiding tot tandarts. Er kan worden gesteld dat er een adequate en eerlijke procedure wordt gebruikt om de vakbekwaamheid van tandartsen met een buitenlands diploma vast te stellen. Hiermee heeft Nederland aangesloten bij een wereldwijde trend om de toetreding van beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg afhankelijk te stellen van specifieke toetsing. Een belangrijk verschil met de toetsing in andere landen is dat het in Nederland om een formatieve toetsing gaat: het gaat niet om zakken of slagen, maar om het opsporen van lacunes in tekortkomingen in kennis en vaardigheden, waar dan met een gerichte aanvullende opleiding, op basis van het advies van een commissie van deskundigen, in kan worden voorzien.

Literatuur

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

Info
bron
Ned Tijdschr Tandheelkd juni 2018; 125: 331-335
doi
https://doi.org/10.5177/ntvt.2018.06.17204
rubriek
Onderzoek en wetenschap
Bronnen
  • L.R. Kooij1 (oud-voorzitter), W. Davidse1, M.C.D.N.J.M. Huysmans1,2
  • Uit 1de Commissie Buitenslands Gediplomeerden Volksgezondheid van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en uit 2de afdeling Cariologie en Endodontologie van het Radboudumc Radboud Universiteit Nijmegen
  • Datum van acceptatie: 26 april 2018
  • Adres: W. Davidse, CBGV, postbus 16114, 2500 BC Den Haag
  • w.davidse@minvws.nl
Multimedia bij dit artikel
Gerelateerd