Serie: Tandheelkundig erfgoed. Cocaïne als anestheticum in de tandheelkunde

Lees het volledige artikel in pdf (inloggen vereist)

Tandheelkunde heeft altijd een bijzondere relatie gehad met anesthesie, niet in de laatste plaats omdat het een tandarts was die in 1844 de pijnstillende eigenschappen van lachgas opmerkte en het nut bij tandheelkundige behandelingen bewees door dit op zichzelf uit te proberen. Het verhaal van Horace Wells (1815-1848) heeft de geschiedenis veranderd (intermezzo 1). Lachgas werd in Nederland door tandartsen beperkt toegepast. Wetgeving verhinderde verdere toepassing in de tandheelkundige praktijk. In de Wet op de uitoefening van de tandheelkunde (1876) werd duidelijk gesteld dat het aanwenden van algemeen gevoelloos makende middelen door tandartsen was verboden. Uitkomst bood het in 1864 geïntroduceerde cocaïne als lokaal anestheticum. De stof cocaïne als mogelijk therapeutisch middel werd in dat jaar voor het eerst besproken in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (Kerbert, 1864). Eerder die eeuw isoleerde de Duitser Alfred Niemann de werkzame stof uit cocabladeren. Het zou echter nog ongeveer 20 jaar duren voordat de witte stof aandacht kreeg binnen de wereld van wetenschap.

 

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

Info
bron
Ned Tijdschr Tandheelkd juni 2018; 125: 311-312
rubriek
Geschiedenis en tandheelkunde
serie
Tandheelkundig erfgoed
Bronnen
Multimedia bij dit artikel
Gerelateerd