Betrouwbaarheid röntgenopname van resterende dikte van het dentine

Kindertandheelkunde

Open PDF (128.74 KB)

Doel van het onderzoek was de betrouwbaarheid van de resterende dikte van het dentine (RTD) onder diepe cariëslaesies te meten aan de hand van röntgenopnamen. Daartoe werden 50 tijdelijke molaren met approximaal diepe cariëslaesies geselecteerd die op de nominatie voor extractie stonden. Vóór de extractie werd een röntgenopname gemaakt. Na de extractie werd de cariës geëxcaveerd op geleide van cariësdetector. Vervolgens werd een nieuwe röntgenopname gemaakt in een met de klinische opname vergelijkbare positie. Daarna werden coupes gesneden door het diepste deel van het gebitselement. Ook daarvan werden röntgenopnamen gemaakt. Om de exacte RTD te beoordelen werd een histologische meetmethode toegepast.

Geen significant verschil in RTD werd waargenomen tussen de röntgenopnamen vóór en na het excaveren (p = 0,676). Daarentegen bleek dat met de röntgenologische metingen de RTD met een gemiddelde van 20% werd onderschat in vergelijking met die van de histologische meting. Het verschil was significant (p = 0,000).

Conclusie. Meten van de dikte van de resterende dentine leidt tot een onderschatting van de werkelijke dikte met ongeveer 20%. Verder onderzoek is nodig om deze resultaten te bevestigen.

Bron

Berbari R, Khairallah A, Kazan HF, Ezzedine M, Bandon D, Sfeir E. Thickness below deep carious lesions in primary molars. Int J Clin Pediatr Dent 2018; 11: 23-28.

 

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.