Op de barricade voor een goedgebit voor iedereen

Open PDF (66.08 KB)

De slavenverkopers wisten het al. Een goed gebit is goud waard. Niemand zal dit betwisten, maar wordt ernaar gehandeld in de politiek? Nou nee. Al meer dan 10 jaar weigeren opeenvolgende kabinetten om het aantal tandartsen op te leiden dat nodig is. Enkele jaren geleden werd zelfs het ramen van de behoefte door het Capaciteitsorgaan overbodig bevonden door minister Schippers. Het Capaciteitsorgaan werd van die taak ontheven. Taakherschikking en buitenlandse tandartsen waren het antwoord sinds 2006. ‘Laat mondhygiënisten de gaten vullen die wij achterlaten’, moet Schippers gedacht hebben.

''Waar visie ontbreekt,
gaan de gebitten eraan''


De beroepsorganisaties voor tandartsen hamer(d)en bij voortduring op het dreigende tandartstekort. De politiek houdt de kaken echter stijf op elkaar. In 2017 bedacht Schippers een nieuwe list. Ze liet onderzoeksbureau Panteia onderzoek doen naar de benodigde behoefte. Dit onderzoek kwam gereed in 2018. Schippers inmiddels weg, Bruins aangetreden. Panteia adviseerde een groei van 50% van het aantal opleidingsplaatsen naar 390. En wat antwoordde Bruins? “Dit kanniewaarzijn. Het lijkt me goed dat het Capaciteitsorgaan de behoefte gaat ramen….”

Inmiddels is een tussentijds advies van het Capaciteitsorgaan bekend. Er moeten ten minste tientallen opleidingsplaatsen bij. Naar het schijnt is het ministerie van VWS daar nu wel voor, maar ligt het ministerie van OCW weer dwars, want die moet dan de portemonnee trekken.

Recent verscheen het rapport ‘Signalement Mondzorg 2018’. Hoewel de politiek denkt dat het wel goed gaat met de gebitten is de mondgezondheid van jeugdigen verslechterd ten opzichte van 2011. Daarbij komt dat de verschillen in tandartsbezoek tussen rijk en arm of hoog en laag opgeleid groot zijn. Gemiddeld gaat 1 op de 5 kinderen niet jaarlijks voor controle naar een tandarts. In de Amsterdamse wijk De Bijlmer is dit 1 op 3 kinderen. Deze cijfers zouden toch een besef van urgentie moeten geven. En het gebrek aan een langetermijnvisie dient 180 graden te draaien.

Allereerst moet de tandartsopleidingscapaciteit fors omhoog. Ten tweede zou de mondzorg voor volwassenen weer terug in het basispakket moeten. Als ouders niet naar een tandarts gaan, gaan kinderen vaak ook niet. Van de academici gaat minder dan 5% niet jaarlijks naar de tandarts. Bij volwassenen met alleen een basisschoolopleiding loopt dit percentage op naar 30%. Opnemen in het basispakket kost geld, maar nu betalen de meeste mensen het ook via hun aanvullende verzekering. En een collectieve regeling is efficiënter dan wanneer iedereen dat individueel moet regelen. Bovendien is het een investering die op lange termijn veel kosten bespaard. Én er wordt veel leed voorkomen.

Ten slotte speelt ook toegang tot een tandarts een rol. Als ouders niet naar een tandarts gaan, moet er wel mondzorg voor hun kinderen en voor jongeren zijn. Wij kunnen een tandarts of een mondhygiënist bij de school laten komen, kinderen naar de praktijk brengen of het via het consultatiebureau regelen. We kunnen regelen dat kinderen tot 18 jaar standaard jaarlijks opgeroepen worden voor een controle. De gemeenten kunnen en moeten hier een belangrijke rol gaan spelen.

Maar ook de tandartsen moeten de barricaden op. Laat je tanden zien. Pleit voor meer preventie en het weer opnemen van mondzorg in de basisverzekering. Keer de negatieve trend en vraag aandacht voor mondgezondheid. We moeten niet terug naar de tijd dat je aan het gebit iemands afkomst kan zien.

Henk P.J. van Gerven, Tweede Kamerlid namens de SP en oud-huisarts

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

Fotograaf: Joost Hoving
Fotograaf: Joost Hoving
Info
bron
Ned Tijdschr Tandheelkd juni 2019; 126: 315
rubriek
Visie
thema
Gezondheidseconomie in de mondzorg
Gerelateerd