Diagnostiek van anterieure discusverplaatsing en juveniele idiopatische artritis

Gnatologie

Open PDF (139.27 KB)

Zowel anterieure verplaatsing van de discus articularis als juveniele idiopatische artritis kunnen bij beeldvormend onderzoek van het temporomandibulaire gewricht afwijkingen laten zien. Onbekend is welke waarneembare afwijkingen diagnostisch kenmerkend zijn voor deze stoornissen. Dit onderzoek had als doelstelling hierin duidelijkheid te scheppen.

Retrospectief werden in een kinderkliniek patiëntendossiers geselecteerd van kinderen bij wie in de periode 2010-2015 een gestandaardiseerde MRI was gemaakt van de temporomandibulaire gewrichten. Dit ging in totaal om 368 kinderen, van wie 331 de diagnose juveniele idiopathische artritis hadden gekregen. In de resterende groep waren bij 15 meisjes en 3 jongens klinische symptomen van anterieure discusverplaatsing vastgesteld. Hun gemiddelde leeftijd was 15,1 ± 1,9 jaar. Om vergelijking van de MRI-gegevens mogelijk te maken, werden uit de groep van 331 met de diagnose juveniele idiopathische artritis 15 meisjes en 3 jongens van dezelfde leeftijd geselecteerd. Onderzoeksvariabelen bij de beoordeling van een MRI waren: vorm, integriteit en positie van de discus articularis; gewrichtsontsteking; deformatie van de processus condylaris mandibulae en van het os temporale; diepte en hellingshoek van de fossa glenoidalis (afb. 1); hoogte van de ramus mandibulae.

Afb. 1. Meting van de diepte en van de hellingshoek van de fossa glenoidalis.

In de groep met anterieure discusverplaatsing waren 31 van de 36 disci verplaatst, terwijl in de andere groep de disci vooral waren afgevlakt en centraal waren geperforeerd. Aanwijzingen voor ontsteking kwamen in de 2 groepen evenveel voor. Afvlakking van de processus condylaris mandibulae en het os temporale kwam statistisch significant meer voor in de groep met anterieure discusverplaatsing dan in de groep met juveniele idiopatische artritis. De fossa glenoidalis was statistisch significant vaker intact in de groep met anterieure discusverplaatsing dan in de groep met juveniele idiopatische artritis.

Conclusie. Beeldvormende aanwijzingen voor ontsteking mogen niet worden beschouwd als diagnostisch kenmerkend voor juveniele idiopatische artritis. Aantasting van de processus condylaris mandibulae in combinatie met een intacte fossa glenoidalis lijkt diagnostisch kenmerkend voor anterieure discusverplaatsing.

Bron

Kellenberger CJ, Bucheli J, Schroeder-Kohler S, et al. Temporomandibular joint magnetic resonance imaging findings in adolescents with anterior disk displacement compared to those with juvenile idiopathic arthritis. J Oral Rehabil 2019; 46: 14-22.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.