Patronen van congenitaal niet-aangelegde gebitselementen

Gebitspathologie

Open PDF (139.27 KB)

Een van de meest voorkomende vormen van gebitspathologie is het congenitaal niet aangelegd zijn van een of meerdere elementen (CME). De literatuur hierover beperkt zich doorgaans tot de prevalentie en het ontbeert daarbij meer betekenisvolle informatie over onderliggende patronen. In dit onderzoek werd hiertoe een analyse gepresenteerd van patiënten met CME uit een kliniek in Wenen.

Gegevens van deze klinisch of röntgenologisch gediagnosticeerde patiëntengroep over de afgelopen 30 jaar werden verzameld: leeftijd, geboortejaar, geslacht, medische anamnese, CME-type (aantal, ernst, regio, symmetrie en patroon volgens de Tooth Agenesis Code). Op basis van leeftijd en de aanwezigheid van een syndroom werden de groepen onderverdeeld. Groep 1 bestond uit 816 patiënten ouder dan 9 jaar, zonder syndroom. Van deze groep was 60% vrouw en het aantal CME was 5,5. Groep 2 bestond uit patiënten met een syndroom, 30% was vrouw en het aantal CME bedroeg 15,1. Bij de mannen in groep 1 kwam ook minder vaak oligodontie voor. Daarnaast waren CME-patronen minder ernstig en betroffen meestal de tweede premolaar, vaker de bovenkaak en was er geen verschil in links en rechts. Bij een meerderheid van de patiënten was een bilateraal patroon aanwezig; bij mannen kwam een CME-patroon minder vaak voor, maar was de afwijking wel ernstiger.

Conclusie. De meerderheid van de CME-patiënten werd gezien met hypodontia. Mildere vormen van agenesie werden vaak gekenmerkt door eenzelfde CME-patroon. Een aantal uitingsvormen van CME was gerelateerd aan geslacht.

Bron

Heuberer S, Ulm C, Zechner W, Laky B, Watzak G. Patterns of congenitally missing teeth of non-syndromic and syndromic patients treated at a single-center over the past thirty years. Arch oral Biol 2019; 98: 140-147.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.