(in print: Ned Tijdschr Tandheelkd nov 2015; 122: 566)

Anesthesie veilig bij kinderen

In een groot cohortonderzoek in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) in Utrecht blijkt dat algehele anesthesie bij kinderen veilig is en dat het risico van overlijden verwaarloosbaar klein is.

Voor het onderzoek werd van alle kinderen die tussen 2006 en 2012 in het WKZ onder algehele anesthesie waren gebracht (45.182 patiëntjes), nagegaan hoeveel van hen binnen 30 dagen overleden. Daarnaast werd vastgesteld waaraan deze kinderen waren overleden en of de oorzaak was gerelateerd aan de anesthesie of de chirurgie.

Het totaal aantal overledenen bleek te liggen op 42 op de 10.000 kinderen. De oorzaak van overlijden was bij het overgrote deel te wijten aan de onderliggende aandoening van het kind. Bij slechts 1 op 10.000 patiënten speelde anesthesie óf chirugie voor een deel een rol bij het overlijden.

“Ik ben gerustgesteld”, aldus hoofdonderzoeker  en kinderanesthesioloog Jurgen de Graaff. “Gevoelsmatig wist ik het wel dat het goed zat, maar ik had geen hard bewijs. Nu wel. En dat is goed nieuws voor veel bezorgde ouders.” Uit de resultaten bleek dat alleen zeer jonge of ernstig zieke kinderen en kinderen die een spoed- of hartoperatie moeten ondergaan, een verhoogd risico op overlijden hebben. “De ernstige complicaties zijn voor hen echter op één hand te tellen en bovendien hebben ze de operatie hard nodig. Ook deze ouders hoeven dus niet te vrezen voor de anesthesie”, zegt De Graaff.

De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het British Journal of Anaesthesia (2015; 115: 608-615).

(Bron: UMC Utrecht, 6 oktober 2015)

2 reacties

Door de redactie geplaatst namens prof. dr. D.F. Swaab:

Het NTvT van november 2015 kopte op pagina 566: ‘Anesthesie veilig bij kinderen’. Het is echter verstandig om op dit moment geen vals gevoel van veiligheid te geven bij de tandartsen die kinderen behandelen onder algehele anesthesie. Het onderzoek waaraan werd gerefereerd liet zien dat de kans op overlijden van een kind door algehele anesthesie zeer klein was (De Bruin et al, 2015: doi: 10.1093/bja/aev286). Dat is belangrijk, maar onvoldoende om te stellen dat ‘anesthesie veilig is’ bij kinderen. Er zijn vele dierexperimentele onderzoeken die hebben aangetoond dat algehele anesthesie en sedativa de basale processen tijdens de hersenontwikkeling kunnen verstoren en leiden tot permanente leer- en gedragsstoornissen. Er is tevens onderzoeksliteratuur die laat zien dat algehele anesthesie bij kinderen samen kan gaan met langdurige, en mogelijk permanente leer- en gedragsstoornissen later (DiMaggio et al, 2011: doi: 10.1213/ANE.0b013e3182147f42; DiMaggio et al, 2012: doi: 10.1097/ANA.0b013e31826a038d; Jevtovic-Todorovic, 2013: doi: 10.1007/s12035-013-8488-5; Flick et al, 2011: doi: 10.1542/peds.2011-0351; Wang et al, 2014: doi: 10.1371/journal.pone.0085760. eCollection 2014). Nu zijn dit retrospectieve onderzoeken, met alle beperkingen van dien. Recentelijk is een uitstekend internationaal onderzoek gepubliceerd dat op een gerandomiseerde, gecontroleerde wijze de latere leer- en gedragsproblemen na een liesbreukoperatie bij kinderen onder sevoflurane narcose vergelijkt met dezelfde ingreep met spinale anesthesie. In een tussentijdse meting op de leeftijd van 2 jaar was er geen verschil tussen deze 2 groepen (Davidson et al, 2015: doi: 10.1016/S0140-6736(15)00608-X). Maar we moeten de meting op 5-jarige leeftijd afwachten omdat er dan gevoeliger psychologische testen kunnen worden afgenomen. En dan nog blijft er een belangrijke vraag over. De onderzoeksliteratuur laat zien dat de sterkste leer- en gedragsstoornissen optreden bij herhaaldelijke algehele anesthesie (Flick et al, 2011; Wang et al, 2014), terwijl het onderzoek van Davidson et al (2015), een eenmalige ingreep betreft. Het blijft dus voor de praktijk belangrijk om zeer terughoudend te zijn met algehele anesthesie bij kinderen, helemaal als het om herhaaldelijke tandheelkundige ingrepen gaat. Prof. dr. D.F. Swaab (arts en neurobioloog)

NTVT Redactie op woensdag 18 november 2015 om 11.11u

Zeer terecht werd in het NTvT van januari 2016 opnieuw door arts en neurobioloog Dick Swaab gewezen op een mogelijk vals gevoel van veiligheid bij de behandeling van jonge kinderen onder narcose naar aanleiding van publicaties door anesthesiologen. Booij en Burgersdijk deden dat al een jaar eerder (Ned Tijdschr Tandheelkd 2015; 122:15-17). Overigens heeft het internationale onderzoek naar de mogelijke leer- en/of gedragsproblemen waarnaar Swaab verwees betrekking op een kortdurende narcosebehandeling van 1 uur. Door kindertandartsen worden regelmatig dergelijke, tot 2,5 uur durende behandelingen, uitgevoerd. Dat is niet kort, zoals een anesthesioloog recent in de Volkskrant van 2 februari 2015 beweerde. De validiteit van het lopende internationale onderzoek naar de veiligheid van narcosebehandeling is daarom beperkt. Hoewel recent in het NTvT een overzichtsartikel is gepubliceerd over cariësbehandeling van kinderen, waarin een voorkeur wordt uitgesproken voor niet-restauratieve behandeling (Ned Tijdschr Tandheelkd 2015; 122: 132-138), zijn er nog steeds kindertandartsen die in misleidende publicaties en de media restauratie als uitgangspunt kiezen, hierin al dan niet gesteund door een medebelanghebbende (anesthesioloog). Dat laatste zagen we in de voornoemde bijdrage in de Volkskrant gebeuren. De argumentatie beperkte zich tot populistische retoriek. Enige jaren geleden verscheen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (2010;154: A2896) een publicatie over het vasthouden aan overbodige behandelingen in relatie tot hoogmoed. De samenvattende conclusies waren onder andere: Hubris, oftewel hoogmoed, is een van de 7 hoofdzonden en kan zich uiten als zelfoverschatting, foutieve heuristiek en bevooroordeeld redeneren. - Indien ‘beter weten dan de wetenschap’ leidt tot het uitvoeren van overbodige handelingen is dat een uiting van hubris. - Overbodige behandelingen kunnen gedefinieerd worden als ‘algemeen aanvaarde handelingen waarvan de effectiviteit ontkracht kan worden op basis van wetenschappelijke inzichten’. Kindertandartsen zouden daarom uit ethische overwegingen (veiligheid, belasting en kosten) proactief dienen te handelen en naar wegen moeten zoeken om narcosebehandelingen te beperken in aantal en tijd. Dat betekent traditionele behandeling onder narcose van gebitselementen waarbij het niet anders kan (als dus ook ART en Hall-kronen niet mogelijk zijn) bij voorkeur combineren met de zogenoemde Niet-Restauratieve Caviteitsbehandeling (NRC). In de overgebleven zeldzame gevallen van narcosebehandeling krijgen de ouders de boodschap mee: 1. Wij willen uw kind helpen met beperkte narcose, maar verwachten dat uzelf ook inspanningen levert om het cariësproces te stoppen. 2. In het belang van uw kind is herhaling van deze behandeling onaanvaardbaar. De overheid kan in het zorgbeleid een sturende functie hebben door NRC te vergoeden en tevens strengere eisen te stellen aan het vergoeden van een behandeling onder narcose en deze alleen te faciliteren in een centrum voor bijzondere tandheelkunde. Daarbij dient de capaciteit te worden afgestemd op de reële behoefte.

R.J.M. Gruythuysen op vrijdag 4 maart 2016 om 00.03u

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.