Cariës bij jagers-verzamelaars

Wetenschappers gingen er lange tijd van uit dat tandbederf ongeveer tienduizend jaar geleden als aandoening ontstond aan het begin van het landbouwtijdperk. Gemodificeerde zetmeel-houdende gewassen, verwerkt in papjes en broden, zijn veel plakkeriger en bevatten meer suikers dan wilde vruchten en granen en zijn ideale voedselbronnen voor het veroorzaken van cariës. Op het menu van de jagers-verzamelaars stonden natuurlijk voorkomende noten en zaden die werden verwerkt tot papjes en broden, met als gevolg cariës.

Wetenschappers onderzochten de resten van 52 volwassenen die zo’n 15.000 tot 13.700 jaar geleden leefden in Taforalt, Marokko. De onderzoekers vonden bewijs van tandbederf in meer dan de helft van de overgebleven tanden. Dat is vergelijkbaar met het voorkomen hiervan in de huidige moderne samenleving.

“Het is de eerste keer dat zo’n slechte mondhygiëne is gezien bij de pre-agrarische bevolking”, zegt onderzoekster Isabelle De Groote. De tot nog toe oudst bekende bevolkingsgroep waarvan veelvuldig bewijs is dat men cariës had, zijn eerste agrariërs die gedomesticeerde tarwe en gerst aten.

De grot in Taforalt bevat aanwijzingen die mogelijk het slechte gebit van de jagers-verzamelaars verklaren. Zo zijn er overblijfselen gevonden van pijnboompitten en zoete eikels en resten van maalstenen. De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het vakblad PNAS.

(Bron: Newscientist, 8 januari 2014)

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

Info
publicatiedatum
14 januari 2014
rubriek
Nieuws
Gerelateerd