(in print verschenen: Ned Tijdschr Tandheelkd 2014; 121: 10)

Congres Frontrestauraties

Op 29 november 2013 vond in Amsterdam het congres 'Frontrestauraties: adhesieve restauraties van composiet en porselein' plaats.

Bart Van Meerbeek deed de aftrap. In zijn lezing stond het kleefvermogen van adhesieven aan glazuur en dentine centraal. Tussen de ets- en spoeladhesieven en de zelfetsadhesieven is een significant verschil, maar bij al deze toepassingen geldt dat duurzame hechting aan het glazuur een fosforzuurbehandeling vergt, terwijl de applicatie van fosforzuur op dentine beter kan worden vermeden. Een nieuwe generatie zelfetsadhesieven is nu met nanotechnologie voorzien van specifieke functionele monomeren om te kleven aan het dentine. Beeldmateriaal en wetenschappelijke literatuur onderbouwden deze nieuwe toepassing. De eindboodschap was echter duidelijk: de meest duurzame hechting voor directe composietrestauraties verkrijgt men nog steeds met een ‘multistappen benadering’.

Marleen Peumans ging vervolgens in op de procedure voor het vervaardigen van enkelvoudige composietrestauraties. Aan de hand van klinische toepassingen, zoals blootliggende tandhalzen, de opbouw van afgebroken randen van incisieven en het vervangen van bestaande frontrestauraties kwamen de indicaties en de grenzen van deze toepassing aan de orde. De toehoorders kregen hiermee goed zicht op de levensduur van enkelvoudige composietrestauraties in het front. Naast de behandelfactor, spelen de patiëntfactor, een juiste materiaal- en kleurkeuze en de jaarlijkse controle een grote rol. Voor het maskeren van demineralisatievlekken kan een kunstharsinfiltratietechniek worden toegepast. Langetermijnresultaten daarvan zijn echter nog niet bekend.

De hechting van indirecte restauraties, zowel aan composiet als aan porselein, werd door Marco Gresnigt besproken. Deze hechting is meestal minder goed door contaminatie. Dit kan worden vermeden door zogenoemde ‘immediate dentin sealing’ (IDS). Met deze techniek kan postoperatieve gevoeligheid worden verminderd en de hechting aan het dentine worden verbeterd. Door een onderscheid te maken tussen silicaat- en oxidekeramieken werd ook beter inzichtelijk hoe het best een hechting wordt verkregen aan veldspaatporselein, lithium disilicaat en zirkonia.

Met composiet kan men creatief omgaan, dat liet Stephane Browet zien aan de hand van verschillende casus. De kunst is om met een vaststaand protocol te werken en gebruik te maken van middelen die het terrein perfect toegankelijk maken en isoleren: rubberdam, wiggen, retractiedraadjes matrices en veel teflon. Voor de kleurbepaling besprak hij het ´polar eyes´-systeem uitgebreid.

Als voorlaatste spreker ging de Amsterdamse tandarts Bart Beekmans in op het digitale ‘smile design concept’, waarbij via mock-up een voorspelbaar resultaat kan worden verkregen. Helaas, dit deel van het congres was weinig onderbouwd en de leerdoelen werden hier niet gehaald.

De afsluiting was voor Marco Gresnigt met een wetenschappelijk onderbouwde lezing over de klinische toepassing van porseleinen facings. Niet genoeg kan worden benadrukt dat een goede tandtechnicus hierbij onmisbaar is. Om voorspelbaar te werken, moet het behandelplan strikt worden gevolgd, anders is het eindresultaat onvoldoende. (L. Van Zeghbroeck, redacteur)

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.