De dokter en de levenstrap

Congresverslag van 12e Domusdag

‘De levenstrap’ is een oud begrip waarbij de levensloop van de mens wordt gesymboliseerd door een bordes met aan weerszijden een trap met 5 treden. Op elke trede staan één of meer mensen in een levensfase. Aan de linker kant op de onderste trede beginnend met kinderen en aan de andere eindigend met een stokoude man of vrouw. Op het bordes staan de mensen in de kracht van hun leven. In dit symposium, dat op 7 december 2018 georganiseerd werd door het Trefpunt Medische Geschiedenis Nederland in Urk en de Nederlandse Vereniging voor Medische Geschiedenis (NVMG), werden de hedendaagse veranderde opvattingen over leeftijdsgrenzen en levensfasen van de dokter door de meeste sprekers onder de loep genomen. Prof. Mart van Lieburg, de organisator van het symposium en medisch historicus, opende het symposium en vroeg zich af of het leven vaststaande periodes kent en zo ja wat de medicus daarmee kan.

De trap des ouderdoms; gepubliceerd door Glenisson en Zonen (circa 1856-1900)

Prof. Johan Mackenbach, de bekende Rotterdamse epidemioloog, wees erop dat in de periode 1850-2010 de gemiddelde levensduur van de Nederlander veranderde van 40 tot 80 jaar. Met andere woorden, de huidige levenstrap is niet meer zo gelijkmatig als op de oude afbeeldingen is te zien omdat de sterftetijden zo dramatisch zijn veranderd. Factoren als hongersnood, ziektes als pest, difterie, TBC en kraamvrouwenkoorts zijn verdwenen en daarvoor zijn thans de belangrijkste doodsoorzaken de ischemische hartziekten, longkanker en  verkeersongevallen in de plaats gekomen.

Prof. Inger Leemans, cultuurhistoricus, stelde vast dat door de opkomst van de menswetenschappen al in de vijftiende eeuw een transitie heeft plaatsgevonden waarbij men optimistischer werd over de eigen rol in de verschillende levensfasen. Dat blijkt uit de gedichten van bijvoorbeeld Jacob Cats, Betje Wolf en Aagje Deken. Dr. Jacob Six schetste de levensfasen van Rembrand aan de hand van zijn vele zelfportretten. Vervolgens besprak prof. Dick Swaab de levensloop van het brein, waarbij hij opmerkte dat de celdeling in het brein tijdens de levensfasen nooit ophoudt en dat de geest van de mens in feite een activiteit is van 100 miljard neuronen in het menselijke brein. Psychiater dr. Hans van der Ploeg wees op de gedachten van de bekende Utrechtse hoogleraar H.C. Rümke in de jaren na de Tweede Wereldoorlog over puberteit en virilitas en dat factoren als werkeloosheid en depressiviteit zo’n invloed kunnen hebben op de levensfase waarin mensen verkeren. Bert Keizer, de verpleeghuisarts, beschreef 2 casus van 2 van zijn nichten, beiden met een ongeneselijke vorm van kanker, die door zowel jonge als oude artsen waren behandeld. De jonge arts bleek vooral gericht op diagnostiek en technisch handelen met weinig invoelingsvermogen en een aarzelende houding tegenover sterven, terwijl de oudere arts vooral als trooster fungeerde en de medicatie juist gebruikte om het lijden te verzachten. Hij vroeg zich af of de levensfase waarin artsen verkeren hierbij een rol speelt.

Het symposium werd besloten met voordrachten van KNMG-voorzitter René Héman over het beleid van de KNMG en de levensfasen van hun leden, en  voorzitter prof. dr. Pauline Meurs van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving over de Zorgagenda voor een toekomstige gezonde samenleving.

(prof. dr. Michiel A. J. Eijkman, redacteur)

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

Beeld: Shutterstock
Beeld: Shutterstock
Info
publicatiedatum
19 december 2018
rubriek
Actueel
Gerelateerd