(in print: Ned Tijdschr Tandheelkd april 2016; 123: 175)

Ketens rukken op in de mondzorgsector

Het Financieele Dagblad meldt dat in de Nederlandse mondzorg steeds meer ketens actief worden. De ketens claimen dat zij professioneler werken, goedkoper kunnen inkopen en dat zij patiënten meer specialismen kunnen aanbieden. In de 2015 waren er tenminste 2 mondzorgketens die met een externe aandeelhouder in zee gingen.

In het overgrote deel van de Nederlandse tandartspraktijken gaat het om een zelfstandige praktijk die wordt gerund door 1 tandarts, met een omzet van rond de € 230.000 voor een gemiddelde praktijk met 1 stoel. Het komend decennium zal bijna de helft van de Nederlandse tandartsen met pensioen gaan, volgens een onderzoeksrapport van de Rabobank over de sector. "Er staan nu al veel praktijken van oudere tandartsen te koop, terwijl het aantal starters beperkt is."

Voor sommige tandartsen is werken in een mondzorgketen een uitkomst, omdat zij graag parttime of als zzp’er willen werken.

(Bron: Het Financieele Dagblad, 15 februari 2016)

1 reacties

Door de redactie geplaatst namens Jorinde Bisschop, tandarts te Wassenaar. Deze reactie heeft zij eerder gestuurd naar het FD (online geplaatst op 7 maart 2016:

Ketens rukken op in de tandzorg, signaleerde het FD van 15 februari jl. Private investeerders zien brood in grote ketens in de mondzorg. De veronderstelde oorzaken zijn vergrijzing, veel vrouwelijke tandartsen met minder behoefte tot investeren en overmatige regeldruk. Onvermeld blijft dat het investeringsklimaat voor de jonge tandarts uitermate slecht is, mede omdat het overheidsbeleid voor veel financiële onzekerheid zorgt, waarmee de banken de bodem onder de financiering zien verdwijnen. Ook missen veel jonge tandartsen voldoende praktijkervaring en durven zij de stap naar een eigen praktijk niet direct te zetten. Praktijkervaring opdoen in grote ketens, waar ze zeggen veel van elkaar te kunnen leren, is dan een goed begin. Onderbelicht blijft de persoonlijke band en de individuele zorg die patiënten in kleinere praktijken krijgen. Het is natuurlijk fijn als je in de avonduren en het weekend welkom bent, maar het is ook fijn als je altijd je ‘eigen’ zorgverlener hebt met wie je een persoonlijke relatie opbouwt. Zeker bij complexere zorg. De ongeveer 1000 gespecialiseerde tandartsen (bijvoorbeeld voor zenuw- of tandvleesbehandelingen) hebben veelal eigen kleinschalige gespecialiseerde praktijken. Dit ontkracht de stelling dat binnen de grote ketens al deze expertise aanwezig is. In de ketens worden patiënten wel naar lager opgeleiden doorverwezen, zoals preventieassistentes (mbo) en mondzorgkundigen (borende mondhygiënistes, hbo). VWS deelt de mening dat dit de zorg efficiënter maakt en stelt: ‘Zet lager opgeleid personeel in en protocoleer de zorg, dan wordt het goedkoper zonder verlies van kwaliteit’. Protocollen hebben echter vaak geen antwoord op alle variaties in de zorg. Is deze vorm van zorg dus inderdaad goedkoper en beter? Ook voor zorg op de langere termijn, of bij complexe zorg? Maakt het patiënten echt niets uit door wie zij behandeld worden? Blijft de zorg gegarandeerd als het verdienmodel tegenvalt? Ontstaat er dan een prikkel tot overbehandeling? Zullen patiënten en tandartsen blij zijn met private equity? Voordat wij de klassieke mondzorg van de algemene tandarts, die haar preventieve kwaliteit heeft bewezen, in de etalage zetten, moeten we eerst hier de juiste antwoorden op vinden.

NTVT Redactie op donderdag 10 maart 2016 om 12.03u

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.