KNMT en ANT reageren op tariefdaling

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) maakte bekend dat de tarieven voor de mondzorg per 1 juli 2015 naar beneden gaan. Deze tariefdaling van 5,15% is gebaseerd op een kostenonderzoek en de herijking van de arbeidskostencomponent. In de praktijk betekent dat volgens berichtgeving in De Telegraaf dat een periodieke controle maximaal 20 euro kost en dat tandartsen voor een tweevlaksrestauratie minder dan 55 euro mogen rekenen. Voor implantologie geldt een daling van ruim 19%. Voor orthodontie is de consument ongeveer 1,5% minder kwijt.

Daarnaast heeft de NZa besloten dat de arbeidkostencomponent (het zogenaamde norminkomen) wordt herijkt en met bijna 13% stijgt. Daarmee wordt het gelijkgetrokken met de arbeidskostencomponent van huisartsen. Ten slotte deelde de NZa mee de komende tijd te onderzoeken of het tariefsysteem zodanig veranderd kan worden dat meer ‘zorg op maat’ kan worden geboden.

De KNMT denkt dat deze tariefregulering niet in het belang van de patiënt is. “Een tariefkorting van 5 tot 20% op de tandheelkundige zorg betekent risico’s voor de toegankelijkheid van goede en gevarieerde mondzorg en remt de innovatie,” zegt KNMT-voorzitter Rob Barnasconi. “Daarmee dreigt de tandheelkunde zich te moeten ontwikkelen in de richting van standaardproducten voor standaardprijzen, wat de keuzemogelijkheden voor de patiënt beperkt. De volwassen patiënt betaalt de kosten voor tandheelkunde immers helemaal zelf en zou dus ook zelf moeten kunnen kiezen.” De KNMT is dan ook van mening dat het reguleren van privaat gefinancierde zorg in strijd is met het Europees recht dat uitgaat van vrij verkeer van personen en diensten. De KNMT is inmiddels een procedure gestart om dit bij de rechter te toetsen.

De ANT zegt niet blind te zijn voor de realiteit dat ook tandartsen worden gekort in tijden van crisis en de voortdurende druk op de zorgkosten. Toch heeft ze gemengde gevoelens over het tarievenbesluit van de NZa. Enerzijds is men blij dat er eindelijk duidelijkheid is over de tarieven, anderzijds maakt ze zich zorgen over de invloed op de kwaliteit van de mondzorg in zijn algemeen. “Het wordt voor de patiënt op papier misschien iets goedkoper in de toekomst, maar we moeten oppassen dat de kwaliteit van de mondzorg niet naar de middelmaat gaat. De ANT is van mening dat de tarieven deels te laag zijn en vooral te weinig gedifferentieerd om toptandheelkunde in een moderne praktijksetting te kunnen voeren. De patiënt wordt hiervan de dupe. Het terugdringen van de mondzorg naar een gemiddelde heeft op termijn gevolgen voor de toegankelijkheid, het maatwerk en het aanbod aan mogelijkheden voor patiënten. Wij blijven daarom principieel strijden voor keuzevrijheid buiten de basisverzekering en daar horen ook vrije tarieven bij. Positief is alvast dat de NZa openstaat om het tariefstelsel zodanig te veranderen dat straks zorg op maat kan worden aangeboden”, reageert Jan Willem Vaartjes, voorzitter van de ANT.

Bij de onderhandelingen met de NZa heeft de ANT zich hard gemaakt voor een verhoging van het norminkomen. “Een goed norminkomen is een erkenning van de kwaliteiten, vakbekwaamheid en de inzet van de tandartsen en is een solide bodem onder de toekomstige tarieven. Nog afgezien van het ondernemerschap is onze baan zowel psychisch als fysiek zwaar. Daarnaast ben je verantwoordelijk voor de gezondheid en het welbevinden van je patiënten. Als het norminkomen eenmaal vastligt, kan het niet willekeurig worden verlaagd. Dat legt in ieder geval een basis onder de toekomstige tarieven en daarmee ook een basis voor de kwaliteit van de tandartszorg in Nederland”, aldus Vaartjes.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

Beeld: Shutterstock
Beeld: Shutterstock
Info
publicatiedatum
7 november 2014
rubriek
Nieuws
Gerelateerd