Observationeel onderzoek overschat effecten schromelijk

Observationele onderzoeken op basis van routinematig verzamelde patiëntgegevens kunnen van pas komen zolang er geen gerandomiseerde gecontroleerde trial naar de onderzoeksvraag is gedaan. Maar in hoeverre stemmen de resultaten van de observationele onderzoeken – en het daarop gevestigde beleid – vervolgens overeen met de uitslag van de gerandomiseerde trial?

Dat valt nogal tegen, zo blijkt uit een artikel in The BMJ (2016;352:i493). De onderzoekers deden een meta-epidemiologische survey van 16 observationele onderzoeken op basis van routinematig verzamelde gegevens (RCD-onderzoek) naar klinische kwesties in PubMed die vervolgens ook in 36 RCT’s werden onderzocht. Door de gekozen indicatiestelling hebben RCD-onderzoeken vooral een risico op bias.

‘Bij 5 (31%) van de 16 klinische vragen verschilde de richting van de behandeleffecten tussen de RCD-onderzoeken en trials. Betrouwbaarheidsintervallen in 9 RCD-onderzoeken (56%) bevatten niet de effectschatting die in de RCT werd gevonden. Over het geheel genomen vertoonden de RCD-onderzoeken significant gunstigere sterfteschattingen dan de daaropvolgende trials (oddsratio: 1,31).’

In het artikel wordt dan ook gemaand tot voorzichtigheid bij het interpreteren van RCD-onderzoek. Die kunnen het behandeleffect namelijk ‘systematisch en substantieel’ overschatten, menen zij, en zo tot onjuiste klinische beslissingen leiden. ‘De betrouwbaarheid van RCD-onderzoeken, die steeds veelvuldiger worden gebruikt, moet ter discussie worden gesteld.’

De onderzoekers gaan ervan uit dat RCT’s betrouwbaardere gegevens opleveren dan observationeel onderzoek. In een nog niet gepubliceerd onderzoek laten zij zien dat niettemin bijna 70% van de RCD-onderzoek in 2010 werd gedaan terwijl er al een RCT over het onderwerp was uitgevoerd.

(Bron: Ned Tijdschr Geneeskd, 26 februari 2016)

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.