OESO maakt zich zorgen over Nederlands zorgstelsel

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) publiceerde onlangs een boek over de vraag hoe de 34 deelnemende landen balanceren tussen kosten en kwaliteit van de zorg.

De auteurs van het hoofdstuk over Nederland leggen de vinger op de zere plek. Ondanks een uniek systeem van gereguleerde concurrentie dat in theorie de kosten zou moeten kunnen drukken, stijgen de kosten al jaren explosief. Nederland heeft nu na de VS het duurste systeem ter wereld.

Er gaan ook een paar dingen goed. Zo zijn de administratiekosten van de zorgverzekeraars gedaald (van 4,5% in 2006 naar 2,9% in 2010), zijn de top-10-geneesmiddelen aanzienlijk goedkoper geworden (76-93% prijsreductie van de top 10) en zijn ook de prijzen van behandeling in het onderhandelbare B-segment gedaald. Deze effecten worden echter tenietgedaan door de volumegroei, die ook veel groter is dan werd voorspeld op basis van demografische en epidemiologische ontwikkelingen. Het is vooral de goedkoopste en minst dringende zorg die de sterkste groei heeft doorgemaakt.

Aan een aantal elementaire randvoorwaarden voor een zorgmarkt is niet voldaan. Ten eerste lopen verzekeraars en zorgaanbieders maar heel beperkt financieel risico als ze niet kostenefficiënt werken. Verder wordt er nauwelijks selectief gecontracteerd doordat er weinig informatie is over de kwaliteit en kosteneffectiviteit. Ook de toenemende concentratie bij de zorgaanbieders door fusies vormt een probleem. Voor de burger is er vooralsnog weinig te kiezen, zowel niet voor een verzekeraar als voor een zorgaanbieder.

De overheidsregulering maakt het Nederlandse systeem uniek, schrijven de auteurs, maar het valt te betreuren dat er 8 jaar na invoering nog nauwelijks empirische gegevens beschikbaar zijn over de werkelijke effectiviteit.

Vastgesteld wordt ten slotte dat er in Nederland op dit moment voor is gekozen om de gestuurde marktideologie gedeeltelijk te parkeren ten faveure van wat de OESO ‘neocorporatisme’ noemt, oftewel het ‘poldermodel’. Wetgeving en budgetafspraken worden gerealiseerd via overleg tussen de sociale partners. Op deze wijze is de budgetgroei afgesproken tussen 2015 en 2017. Vanwege de genoemde grote vertraging voordat de werkelijke groeicijfers bekend worden, is nog onduidelijk of dit het gewenste effect gaat hebben.

(Bron: NTvG, 20 oktober 2015)

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.