Gepubliceerd op: 10-05-2013 (in print verschenen in Ned Tijdschr Tandheelkd 2013; 120: 234)

Onder de loep! Catherine Volgenant

Interview

Open PDF (1.91 MB)

Catherine Volgenant is promovenda aan het Academisch Centrum voor Tandheelkunde Amsterdam en doet sinds oktober 2010 onderzoek bij de afdeling Preventieve Tandheelkunde. Promotor van haar onderzoek is prof. dr. Bob ten Cate en dr. ir. Monique van der Veen begeleidt het onderzoek als copromotor. De redactie van het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde stelde 8 vragen over het onderzoek.

Wat onderzoek je?

afb 6De fluorescentie van tanden kan zichtbaar worden gemaakt met een intraorale camera die blauw-paars licht (405 nano-meter) gebruikt. Met deze camera zijn demineralisaties vroeg zichtbaar én kwantificeerbaar te maken, omdat op plekken met (beginnende) laesies de tand fluorescentie verliest. Bij het maken van deze gebitsfoto’s zit tandplaque vaak in de weg: deze fluoresceert rood. Binnen het onderzoeksproject onderzoek ik welke factoren de rode fluorescentie van bacteriën bepalen.

Wat is je drijfveer om onderzoek te doen?

Het is interessant om van één onderwerp veel te weten te komen, hier nieuwe dingen over te ontdekken en er samen met andere mensen aan te werken en over te discussiëren. Ook kan ik veel creativiteit kwijt in mijn onderzoek en is het heel afwisselend. Ik hoop met het onderzoek een bijdrage te kunnen leveren aan een verdere verbetering van de vroege diagnostiek van tandplaque-gerelateerde mondziekten.

Waarom is juist dit onderwerp interessant om te onderzoeken?

In een tijd van bezuinigingen in de zorg is het goed om kritisch te kijken naar het doelmatig inzetten van de middelen in de (tandheelkundige) zorg. Hierbij kan meer kennis over de rode fluorescentie van tandplaque misschien helpen. We hopen dat we in de toekomst met een simpele fluorescentie-tool op een snelle manier risicogroepen kunnen onderscheiden. Deze tool kan bijvoorbeeld worden ingezet bij het screenen van jonge kinderen die het consultatiebureau bezoeken of bij bewoners van een zorginstelling. Als bij zo’n screening een verstoorde balans in de mond wordt ontdekt, kan bij die patiënten gericht aan preventie worden gedaan.

Wat zijn de belangrijkste hypothesen en -onderzoeksvragen?

We vermoeden dat aan- of afwezigheid van rode fluorescentie iets zegt over de kwaliteit van de tandplaque. We kijken naar de invloed van onder andere de leeftijd, dikte en cariogeniteit van de plaque op de fluorescentie-eigenschappen.

Hoe is het onderzoek opgezet?

Binnen het onderzoeksproject proberen we op 2 manieren de vragen over de fluorescentie van plaque te beantwoorden: fundamenteel en toegepast. In het laboratorium doen we onderzoek aan ‘reproduceerbare’ biofilms; we veranderen 1 omgevingsfactor, om het effect daarvan op de fluorescentie te meten. Ook hopen we te vinden welk metabool product verantwoordelijk is voor deze bacteriële fluorescentie en hoe deze wordt gereguleerd. In de kliniek gebruiken we de ’quantitative light-induced fluorescence (QLF)-camera om fluorescentiefoto’s bij patiënten te maken, bijvoorbeeld als ze 1 week geen tanden hebben gepoetst.

Wat is tot nu toe het grootste probleem waar je tegenaan bent gelopen?

Omdat mijn onderzoeksproject zowel in vitro-onderzoek als patiëntgebonden onderzoek omvat, is het soms lastig om de goede balans te vinden, vooral wat betreft de tijdsbesteding.

Op welke onderzoeksresultaten hoop je?

Allereerst is het belangrijk dat duidelijk wordt welke stoffen en processen verantwoordelijk zijn voor de rode fluorescentie. Dan kan de QLF-camera of een andere fluorescentie-tool een wetenschappelijk onderbouwd hulpmiddel worden waar behalve tandartsen ook zorgmedewerkers buiten de tandheelkunde mee kunnen werken en waar patiënten iets van kunnen leren. Deze hulpmiddelen kunnen dan, naast een bijdrage aan het onderzoek naar demineralisaties en fluorescerende plaque, ook een praktische bijdrage leveren aan de algemene mondgezondheid.

Wat levert dit onderzoek voor de tandheelkunde, de patiënt of de mondzorgverlener op?

Uiteindelijk hopen we bij te dragen aan de algehele mondgezondheid door de kloof tussen mondzorgverlener en patiënt te verkleinen en risicogroepen te onderscheiden. Door het bekijken van de eigen mondfoto’s of het zelf kijken met een hulpmiddel in de mond, kan de patiënt beter begrijpen wat er in de eigen mond aan de hand is. Zo is het belang van goede mondzorg hopelijk beter te begrijpen door patiënten. De patiënt blijft zelf verantwoordelijk voor een goede mondgezondheid, maar we kunnen hem of haar daar wel zoveel mogelijk bij helpen en enthousiast voor maken!

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.