Gepubliceerd op: 07-06-2013 (in print verschenen in Ned Tijdschr Tandheelkd 2013; 120: 299)

Onder de loep! Francis van Esterik

Interview

Francis van Esterik is promovenda aan het ACTA en doet sinds 1 oktober 2012 onderzoek bij de afdelingen Orale Celbiologie en Materiaalwetenschappen. Promotoren van haar onderzoek zijn prof. dr. A.J. Feilzer, prof. dr. J. Klein Nulend en prof. dr. V. Everts. Copromotoren zijn dr. C.J. Kleverlaan en dr. B. Zandieh Doulabi. De redactie van het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde stelde 8 vragen over het onderzoek.

Wat onderzoek je?

Orale regeneratieve geneeskunde is een onderzoeksveld dat zich richt op lichaamseigen herstel van beschadigde orale weefsels en organen, zoals gebitselementen en kaakbot, door gebruik te maken van cellen, dragermaterialen en bioactieve moleculen. Echter, dit is een toekomstperspectief en men streeft eerst naar regeneratie van de botbasis van de kaken, zodat verloren gegane gebitselementen door middel van (weefsel)vreemde tandimplantaten kunnen worden vervangen. Het doel van mijn onderzoek is het herstellen van het kaakbot door middel van vetstamcellen, die differentiëren naar botcellen, en dragermaterialen. Dragermaterialen zijn van belang om de vorm van het te regenereren bot te bepalen en te behouden. Mijn onderzoek richt zich op het onderzoeken van de interactie tussen de vetstamcellen en de biomaterialen, omdat dit bepalend is voor het uiteindelijke succes van de weefselregeneratie en klinische toepassingen daarvan.

Wat is je drijfveer om onderzoek te doen?

Opgeleid worden tot onderzoeker geeft de mogelijkheid om ideeën over een onderzoeksonderwerp naar voren te brengen, te onderzoeken en te analyseren. Mijn drijfveer om onderzoek te doen is dat ik leer op zoek te gaan naar oplossingen voor verschillende problemen. Daarnaast blijf ik op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen binnen het vakgebied. Ik vind het ook erg leuk om zowel in een team als zelfstandig aan een probleem te werken. Elke werkdag is anders en de afwisseling van naslagwerk en experimenteel onderzoek is prettig.

Waarom is juist dit onderwerp interessant om te onderzoeken?

Op dit moment worden lichaamseigen vetstamcellen die kunnen differentiëren naar cellen die bot aanmaken al gebruikt voor de ophoging van het bot in de sinusholte. Als het biomateriaal lichaamseigen is, wordt het onderwerp interessant omdat het sneller klinisch toepasbaar is. Daarnaast is het ultieme doel van mijn onderzoek om het ontwikkelde biomateriaal driedimensionaal te printen. Deze techniek maakt het mogelijk om een patiëntspecifieke oplossing te ontwikkelen, wat het onderwerp nog interessanter maakt.

Wat zijn de belangrijkste hypothesen en onderzoeksvragen?

Tijdens mijn onderzoek wil ik antwoorden vergaren op een aantal onderzoeksvragen. De belangrijkste onderzoeksvraag is: welk bioresorbeerbaar materiaal kan ik ontwikkelen en gebruiken om botaanmaak te bevorderen totdat het lichaam zelf nieuw kaakbot genereert? Daarvoor start ik mijn onderzoek met het bestuderen van de interactie van humane vetstamcellen op cellulair en moleculair niveau met verschillende types van bioresorbeerbare materialen en zal ik het afsluiten met de vraag of het mogelijk is om het gekozen biomateriaal driedimensionaal te printen voor klinische toepassingen. De verwachting is dat aan het einde van mijn promotietraject een driedimensionaal dragermateriaal is ontwikkeld en dat na degradatie nieuw bot wordt gevormd.

Hoe is het onderzoek opgezet?

Het onderzoek is een voltijds vierjarig promotietraject en ging van start in oktober 2012 en zal eindigen in oktober 2016. Het maakt deel uit van het project orale regeneratieve geneeskunde, waaraan 3 promovendi en 1 universitair docent werken. Elk jaar wordt de voortgang van het project besproken. Het onderzoek omvat experimenteel onderzoek dat zal resulteren in artikelen en uiteindelijk in een proefschrift.

Wat is tot nu toe het grootste probleem waar je tegenaan bent gelopen?

Tijdens de eerste maanden was het een enorme uitdaging om een concrete onderzoeksvraag op te stellen en een goed overzicht te schetsen voor de komende 4 onderzoeksjaren. Mijn grootste experimentele probleem tot nu toe is geweest dat ik teveel wilde onderzoeken binnen 1 experiment waardoor ik handen tekort kwam.

Op welke onderzoeksresultaten hoop je?

Ik hoop een lichaamseigen driedimensionaal dragermateriaal te hebben ontwikkeld dat na degradatie het lichaam stimuleert om nieuw kaakbot te vormen. Na mijn promotietraject zal het dragermateriaal worden uitgewerkt tot een klinisch toepasbaar en patiëntspecifiek product.

Wat levert dit onderzoek voor de tandheelkunde, de patiënt of de mondzorgverlener op?

In de meest ideale situatie wordt er een nieuw gebitselement gevormd, daarvoor is een goede botbasis van groot belang.

Tegenwoordig vinden er door de vergrijzende populatie en door ziekte steeds meer tandheelkundige behandelingen met implantaten plaats. Daarvoor is een substantiële hoeveelheid kaakbot nodig. Mijn onderzoek levert hier een bijdrage aan. Daarnaast worden de kosten voor de patiënt verlaagd, zodra de producten worden afgenomen in de klinische praktijk.

Als het mogelijk is om een substantiële hoeveelheid nieuw kaakbot te vormen, zullen patiënten minder vaak terug hoeven te gaan naar de mondzorgverlener. Hierdoor kan de mondzorgverlener meer patiënten helpen.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.