(in print: Ned Tijdschr Tandheelkd 2015; 122: 314)

Onder de loep! H. Willemijn van Bruggen

H. Willemijn van Bruggen is promovenda aan het Radboudumc en doet sinds 2009 onderzoek bij de vakgroep Orale Functieleer, sectie Gnathologie. Ze zal haar proefschrift verdedigen op 10 juni 2015. Promotor van het onderzoek is prof. dr. N.H.J. Creugers en copromotoren zijn dr. S.I. Kalaykova en dr. M.H. Steenks. De redactie van het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde stelde 8 vragen over het onderzoek.

Wat heb je onderzocht?

In mijn promotieonderzoek onderzocht ik bij patiënten met de spierziekten spinale musculaire atrofie (SMA) en Duchenne musculaire dystrofie (DMD) de mandibulaire functie, de etiologische factoren van de mandibulaire beperkingen en de eventuele behandelmogelijkheden van deze beperkingen.

Wat is je drijfveer om onderzoek te doen?

Als tandarts-gnatholoog kwam ik in aanraking met mensen met een spierziekte. Zij stelden vragen over beperkingen van de mondopening en het kauwen van voedsel waarop wij geen antwoord konden geven. Om de vragen uit de klinische praktijk te kunnen beantwoorden, werd een pilot gestart. De gegevens uit dat onderzoek leidden tot het opzetten van samenwerkingsverbanden tussen de tandheelkundige en medische wereld, het ontwarren van de etiologische factoren van de mandibulaire beperkingen en het evalueren van de effectiviteit van een kauwtraining.

Waarom was juist dit onderwerp interessant om te onderzoeken?

Longontsteking is een veel voorkomende oorzaak van overlijden bij patiënten met deze spierziekten. Het verband tussen beperkingen van de mandibulaire functie en het in de literatuur gerapporteerde verhoogde risico op aspiratie en longontsteking als gevolg van het ophopen van voedsel in de keelholte lijkt aannemelijk. Dit onderzoek levert een bijdrage aan het bestuderen van dit verband.

Wat waren de belangrijkste hypothesen en onderzoeksvragen?

Het globale doel van mijn onderzoek was het onderzoeken van de mandibulaire functie bij mensen met SMA en DMD in vergelijking met gezonde mensen en de daaraan gerelateerde voorspellende factoren. Het tweede doel was om vast te stellen of de verschillen in pathofysiologie en klinische presentatie van beide ziekten een karakteristiek onderliggend mechanisme van mandibulaire disfunctie laten zien. Bij mensen met DMD is bovendien gekeken naar de effectiviteit van een kauwtraining.

Hoe was het onderzoek opgezet?

Deelnemers met SMA en DMD vulden vragenlijsten in over mandibulaire functie en ondergingen een klinisch onderzoek van het kauwstelsel; het kauwvermogen werd bepaald met een kauwtest, de mandibulaire bewegingen en de bijtkracht waren hierbij de belangrijkste uitkomstmaten. Bij 12 patiënten met SMA werden met magnetische resonantiebeeldvorming (MRI) de proale beweging van het kaakkopje en de weefseleigenschappen van spiergroepen, relevant voor het openen en sluiten van de mond, gevisualiseerd. Bij 17 patiënten met DMD werd de effectiviteit van een 4 weken durende kauwtraining met suikervrije kauwgom vastgesteld.

Wat was het grootste probleem waar je tegenaan bent gelopen?

De grootste inspanning heb ik moeten leveren bij het schrijven van aanvragen om fondsen te werven. Na 2 jaar was er voldoende financiële draagkracht voor het onderzoek. Het eigen maken van de statistiek en het schrijven van artikelen is een vak apart en voor een tandarts-algemeen practicus een uitdaging.

Wat kun je vertellen over de onderzoeksresultaten?

Verschillen in pathofysiologie bij patiënten met SMA en DMD leiden tot specifieke symptomen van mandibulaire disfunctie. Bij de SMA-groep waren de voornaamste beperkingen de mandibulaire bewegingen en de bijtkracht; bij DMD-groep betrof dit het kauwvermogen. Bij de SMA-patiënten werd de beperking van de mondopening vooral veroorzaakt door vervetting van de musculus pterygoideus lateralis. Bij de DMD-patiënten speelden de verzwakte kauwspieren en een reductie van het aantal occlusale eenheden een rol bij het ontstaan van een beperkt kauwvermogen. Patiënten met SMA en DMD wordt geadviseerd om het kauwstelsel actief te houden, door het aanpassen van voedsel zo lang mogelijk uit te stellen, mits dit medisch verantwoord is. Training bij SMA-patiënten zal gericht moeten zijn op het rekken van de mondopening en het actief bewegen van de onderkaak in het horizontale vlak (lateraal en proaal). De training kan starten in de vroege loopfase van het kind. Training bij patiënten met DMD zal gericht moeten zijn op het kauwvermogen, voornamelijk door het vroeg beginnen van een kauwtraining met een lage intensiteit.

Wat levert dit onderzoek voor de tandheelkunde, de patiënt of de mondzorgverlener op?

Dit onderzoek laat zien dat het van belang is om patiënten met de spierziekten SMA en DMD te informeren over de te verwachten beperkingen van de mandibulaire functie. De kans op het ontstaan ervan is groot en dit heeft een grote impact op de algehele gezondheid. Het is belangrijk om de patiënten een ziektespecifiek trainingsprogramma aan te bieden. Exploratief cross-sectioneel onderzoek van de mandibulaire functie bij grotere groepen patiënten en gerandomiseerd onderzoek met een controlegroep zijn nodig om trainingsprogramma's voor deze patiënten te ontwikkelen.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

Willemijn van Bruggen
Willemijn van Bruggen
Info
publicatiedatum
5 juni 2015
rubriek
Actueel
Gerelateerd