Gepubliceerd op: 01-03-2013

Onderzoek naar organisatorische aspecten in Nederlandse tandartspraktijken

Sociale Tandheelkunde

Ondanks de introductie van de marktwerking in de zorg is er nog steeds weinig informatie beschikbaar op grond waarvan een patiënt zijn of haar keuze voor een tandarts kan bepalen. Bekend is dat patiëntenvaluaties en organisatorische informatie een rol spelen in de keuze van patiënten. In de mondzorg concentreert het onderzoek zich voornamelijk rond tandheelkundig technische aspecten. Naar organisatorische aspecten van de Nederlandse tandartspraktijk is vrijwel nooit onderzoek gedaan. Op 6 februari j.l. verdedigde gezondheidswetenschapper Rutger Sonneveld zijn proefschrift waarin juist de organisatorische kanten van de tandartspraktijk aan een onderzoek zijn onderworpen.

Voor zijn promotieonderzoek ontwikkelde Sonneveld een vragenlijst die werd ingevuld door 3.150 patiënten uit 100 representatieve tandartspraktijken in ons land. Vergeleken met de landelijke gegevens over tandartsbezoekers waren de vrouwen in de steekproef enigszins oververtegenwoordigd. Ruim 300 tandartsen vulden de speciaal voor hen ontwikkelde vragenlijst in. De tandartsen verschilden qua leeftijd en geslacht niet significant met de tandartspopulatie in ons land.
De uitkomsten van het onderzoek laten nogal wat verschillen zien in de wijze waarop patiënt en tandarts tegen de tandartspraktijk aankijken. Zo staan patiënten in het algemeen zeer positief tegenover openingstijden voor de reguliere mondzorg in de avond of in het weekend, terwijl tandartsen niet staan te trappelen om aan deze wensen tegemoet te komen. Tandartsen geven aan de bereikbaarheid van de praktijk, de wachttijden, de parkeerplaatsen rond de praktijken minder prioriteit dan hun patiënten. Patiënten verwachten niet dat de telefoon direct wordt opgenomen of dat zij direct terecht kunnen voor een afspraak, maar tandartsen willen daarentegen, zeker als het gaat om urgente pijnklachten, hun patiënten zo snel mogelijk zien. Tandartsen onderschatten ook de wens van patiënten als het gaat om de kwaliteitstoetsing van hun werk.
Er zijn ook overeenkomsten. Zo blijken patiënten en tandartsen dezelfde top 3 van organisatorische aspecten belangrijk te vinden. Beide groepen vinden dat een tandarts bij- en nascholing moet volgen, dat een tandarts Nederlands moet spreken en dat de telefonische bereikbaarheid in orde moet zijn. Voor de patiënt geldt dat – zij het in mindere mate - ook voor de garantie op het geleverde werk, de behandeling door dezelfde tandarts, de informatie op de rekening, de adviezen over behandelingen op het internet en voor de oproep voor de periodieke controle.
Sonneveld pleit ten slotte voor een betere afstemming tussen de geleverde mondzorg en de wensen van de patiënt. Al in het begin van de tandheelkundeopleiding moet het patiëntenperspectief meer aandacht krijgen.

Bron
Sonneveld RE. Views of patients, dentists, and dental students with respect to organizational aspects of dental practices. Nijmegen: Radboud Universiteit Nijmegen, 2013.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.