(in print: Ned Tijdschr Tandheelkd april 2017; 124: 173)

Oprichtingssymposium nieuwe vereniging NVDMFR

Congresnieuws

Op 3 maart 2017 werd de Nederlandse Vereniging voor DentoMaxilloFaciale Radiologie (NVDMFR) officieel opgericht tijdens een wetenschappelijke symposium in Amsterdam.  Dr. W.E.R. Berkhout  (hoofd Orale Radiologie, ACTA) opende het symposium. “Tandheelkundige radiologie is”, zo stelde hij, “de basis van iedere interventie.”  Volgens Berkhout horen het begrijpen en overdenken van de accuraatheid van de differentiële diagnose, de interventie en de implicaties daarvan voor de patiënt expliciet bij het werk van academisch geschoolde tandartsen. Zeker nu er uitvoerende taken binnen mondzorgpraktijken worden gedelegeerd aan niet-wetenschappelijk opgeleide medewerkers. Prof. dr. R. Jacobs (hoofd Centrum Orale Beeldvorming, KU Leuven) liet een intrigerende reeks casussen zien waaruit naar voren kwam dat uitgaande van het wetenschappelijk denken een ingrijpende tandheelkundige behandeling op basis van enkel 1 tweedimensionale röntgenopname niet meer van deze tijd is. Het blijkt dat bij periapicale röntgenopnamen in 3 op de 4 gevallen de correcte diagnose wordt gemist en bij panoramische röntgenopnamen in 4 op 5. Ook een percussietest geeft alleen informatie indien de geïnfecteerde apex wordt omgeven door kaakbot; een apex omgeven door sinus geeft nooit een positieve uitslag. Vooral bij langdurige klachten is aanvullende beeldvorming, zoals panoramische röntgenopnamen of 3D-beeldvorming gerechtvaardigd.

Dr. E.H. van der Meij (mka-chirurg, MC Leeuwarden) stelde dat de röntgendiagnostiek van kaakbotafwijkingen een kwestie van kennen, dan wel herkennen is. Binnen het vakgebied is een enorme diversiteit aan diagnoses bekend en het stellen van de juiste diagnose kan kritiek zijn. Diagnostiek vindt plaats door logisch klinisch redenen, dat bestaat uit een combinatie van ervaring, theoretisch vergaarde kennis, nauwkeurige analyse van het radiologisch beeld en eventueel het inzetten van aanvullend onderzoek. Zeldzame afwijkingen die zich specifiek presenteren worden snel herkend wanneer de behandelaar boekenkennis paraat heeft, de zogenoemde ‘1-seconde diagnose’, en zelfs dan vallen de behandelaar weer nieuwe feiten op als deze het betreffende boek er op naslaat. Een andere tactiek voor diagnostiek is het vergelijken van de radiologische afwijking met de meest voorkomende differentiële diagnose binnen de kaakchirurgie, te weten folliculaire cyste, ameloblastoom of keratocyste. Wanneer deze tweede tactiek niet werkt, zal uiteraard toch weer moeten worden overgestapt op de eerste tactiek. Van der Meij liet een serie casussen zien waarbij de diagnose werd gemist. Retrospectief bleek dat niet goed was gekeken en niet logisch was gedacht, of dat de behandelaar gefocust was op iets anders dat speelde bij de casus. Veel foute diagnoses komen uiteindelijk niet eens boven water. Van der Meij adviseert tandartsen om laagdrempelig door te sturen bij uitzonderlijke bevindingen en niet zelf een diagnose proberen te stellen. Wanneer pathologie deels te zien is op een intraorale röntgenopname, moet volgens Van der Meij altijd een panoramische röntgenopname worden gemaakt en uiteraard is de juiste opnametechniek voor een kwalitatief goed beeld belangrijk, anders wordt de diagnose alsnog gemist. Bij het verwijzen is een nauwkeurige omschrijving van het klinisch en radiologisch beeld belangrijk.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

(bron: NTvT 2014; 121: 321-325)
(bron: NTvT 2014; 121: 321-325)
Info
publicatiedatum
13 maart 2017
rubriek
Nieuws
Gerelateerd