Oratie prof. dr. Jan de Visscher – Over de mond en meer

Op 20 november 2018 sprak prof. dr. J.G.A.M. de Visscher zijn inaugurele rede uit vanwege zijn benoeming tot hoogleraar Oral Medicine aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Een boeiende openbare les die zowel voor tandartsen, mka-chirurgen als patiënten stof tot nadenken gaf. In dit verslag komen de onderwerpen aan de orde die vooral praktiserende tandartsen-algemeen practici en mondhygiënisten zullen aanspreken.

Na een korte beschouwing over de term ‘oral medicine’ stelde De Visscher zonder aarzelen vast dat de mond soms de spiegel is van het lichaam en soms zelfs van de medicijnkast, want er is een grote verscheidenheid van aandoeningen die in de mond en het periorale gebied kunnen voorkomen. Het gaat hierbij vooral om 3 groepen, te weten lokale afwijkingen, uitingen van systemische en gegeneraliseerde lichamelijke aandoeningen en bijwerkingen van en interacties door geneesmiddelen. Als voorbeelden van lokale afwijkingen in de mond noemde De Visscher een goedaardige zwelling van bloedvaten in de tong of een zwelling op het gehemelte die een speekselkliergezwel. Als uiting een systemische lichamelijke aandoeningen kan een zwelling van het wangslijmvlies bijvoorbeeld de eerste klinische uiting zijn van de ziekte van Crohn. “Deze aandoening kan zich manifesteren van mond tot kont”, aldus de hoogleraar. Hij noemde ook een patiënt met bloedarmoede en onder andere een prikkelende, pijnlijke tong door een tekort aan vitamine B12. Na behandeling verdween de klacht en zag het slijmvlies er weer normaal uit. Ten slotte wees De Visscher op bijwerkingen door geneesmiddelen, zoals pijnlijke zweren in de mond door het gebruik van methotrexaat, dat wordt toegepast bij de behandeling van sommige kankers en ernstige psoriasis en reuma. Hij constateerde dat na het staken van dit medicamentgebruik zulke ulceraties verdwijnen.

Interessant was zijn betoog over het handelen van patiënten die een afwijking in hun mond ontdekken. Wat gaan zij dan doen? Gaat men naar een tandarts of naar een huisarts? Wanneer er tevens sprake is van een aandoening elders in het lichaam dan ligt het voor de hand dat de patiënt zich zal wenden tot de huisarts. De Visscher stelde vast dat, vanuit het gezichtspunt van patiënten, het erop lijkt dat tandartsen door de bevolking vooral worden gezien als deskundigen van het gebit, maar niet van de mond.

De Visscher sloot zijn oratie af met een beschouwing over zijn boeiende onderzoek naar mondkanker en de mogelijke voorstadia van dit kwaadaardige proces dat voornamelijk uitgaat van het slijmvlies van de mondholte. Het betreft in zijn onderzoek dan vooral de diagnostiek en de adequate behandeling van leukoplakie.

(prof. dr. Michiel A.J. Eijkman, redacteur)

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

Prof. dr. Jan G.A.M. de Visscher
Prof. dr. Jan G.A.M. de Visscher
Info
publicatiedatum
4 december 2018
rubriek
Actueel
Gerelateerd