(in print verschenen: Ned Tijdschr Tandheelkd 2014; 121: 10)

@Risk

Congresverslag

Het najaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor Parodontologie (NVvP) op 22 november 2013, getiteld ‘@Risk’, had als hoofdthema de duurzaamheid van tandheelkundige constructies. Het ging daarbij vooral om een aantal lastige dilemma’s bij het behandelen van complexe gebitsituaties. Bij dergelijke keuzen spelen morele dilemma’s ook een rol, zo betoogde de Deense endodontoloog Claes Reit. Hij illustreerde zijn opvattingen met het dilemma een wortelkanaalbehandeling te verrichten of een gebitselement te extraheren en daarna een implantaat te plaatsen. Bij het maken van een keuze spelen tegenwoordig steeds vaker inzichten uit risicoanalyses en systematische literatuuronderzoeken een rol. Wel is duidelijk dat een goed uitgevoerde wortelkanaalbehandeling een lange levensduur kan hebben. De Zweed Lars Laurell benadrukte dat het buitengewoon onverstandig is om met grote prothetische constructies te beginnen als het parodontium niet volkomen is genezen en de patiënt geen therapietrouw vertoont. Tegen dit axioma wordt nogal eens gezondigd. Het regeneratievermogen van het parodontium is echter enorm en daarom zijn gebitselementen, met gering parodontaal houvast, langdurig in staat grote prothetische constructies te dragen. Hij adviseerde voorzichtig te zijn met het te vroeg plaatsen van implantaten.

De IJslander Pjetursson besprak in 2 voordrachten de keuze tussen het behoud van gebitselementen of het plaatsen van implantaten. Ook hij bleek een voorstander te zijn van een conservatieve aanpak. De hoogleraar liet zien hoe belangrijk het is om bij het plannen van grote constructies, mede op basis van literatuurgegevens, een risicoanalyse te maken van elk afzonderlijk, natuurlijk, gebitselement. Daarvoor is een zevenstappenplan ontwikkeld waarbij zowel parodontologische, endodontologische en implantologische criteria een rol spelen. Pjetursson waarschuwde de toehoorders enkele malen vooral toch niet de kennis te verliezen die nodig is voor het uitvoeren van ‘klassieke’ tandheelkundige behandeling en te vlug over te gaan tot het plaatsen van implantaten. Vooral omdat meta-analyses uitwijzen dat op de lange duur vaak sprake is van groot botverlies.

De laatste spreker was de Zwitser Thoma die veel onderzoek verricht op het gebied van de implantologie, vooral als het gaat om korte implantaten (8 mm). Hij gaf aan dat ondanks het vele onderzoek op dit terrein er nog te weinig resultaten zijn om een definitief oordeel te vellen over de effectiviteit. Vooral de kwaliteit van bot speelt een rol. De indruk bestaat dat op sommige plaatsen in de maxilla het gebruik van korte implantaten voordelen kan bieden.

Afsluitend kan worden gesteld dat de NVvP een zeer instructieve dag heeft verzorgd. Mogelijk was er soms sprake van een lichte overdaad aan literatuurgegevens, risicoanalyses en casuïstiek die het voor de toehoorder moeilijk maakte alle feiten op een juiste manier in te schatten. (M.A.J. Eijkman, redacteur)

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.