{"zoekterm":null,"zoekresultaten":[{"id":"4560","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Inzet van mesenchymale stamcellen bij allografts","titel_key":"inzet_van_mesenchymale_stamcellen_bij_allografts","subtitel":"Promotie A.P. Bastidas Coral","samenvatting":"Doel van het promotieonderzoek van Angela Bastidas Coral was het in kaart brengen van het effect van cytokines, hypoxie en scaffolds (of biomaterialen) op de potentie van de osteogene differentieatie en angiogene stimulatie van mesenchymale stamcellen die gebrukt worden voor botweefseltechnologalle....","content":"

Doel van het promotieonderzoek van Angela Bastidas Coral was het in kaart brengen van het effect van cytokines, hypoxie en scaffolds (of biomaterialen) op de potentie van de osteogene differentieatie en angiogene stimulatie van mesenchymale stamcellen die gebrukt worden voor botweefseltechnologalle. Al deze elementen zijn aanwezig tijdens het in vivo<\/i>-proces van botreparatie en na implantatie van een botconstruct.<\/p>\r\n

Eerst stelde de onderzoeker vast dat het materiaal polymethylmethacrylaat (PMMA) noch cytotoxisch was, noch de botvorming remt. Ook is het onwaarschijnlijk dat botafbrekende factoren als gevolg van PMMA de osteoclasten activeren. Toevoeging van  het cytokine IL-6 zou geschikt kunnen zijn om de osteogene differentiatie van humane vetstamcellen te induceren om daarmee botherstel te bevorderen. Deze cytokine matigde tevens het remmende effect van de cytokine IL-4 op botgenezing en – regeneratie.<\/p>\r\n

Omdat cytokines en een verlaging van zuurstofconcentratie kenmerken zijn van het vroege stadium van botgenezing, is het belangrijk onder deze omstandigheden biomaterialen in een laboratorium te onderzoeken. Bastidas Coral toonde aan dat deze kenmerken van botgenezing het gedrag van mesenchymale stamcellen beïnvloeden en dat het afhankelijk is van het gebruikte substraat. De onderzoeker raadt daarom aan de principes van het in-vivo-botherstelproces (cytokines en verlaging van zuurstofconcentratie) mee te nemen in de evaluatie van een botconstruct.<\/p>\r\n

Op 21 mei 2019<\/a> promoveerde Angela P. Bastidas Coral aan de Vrije Universiteit Amsterdam op haar proefschrift ‘Cytokines and osteogenic differentiation of mesenchymal stem cells: implications for bone tissue engineering<\/a>’. Promotoren waren prof. dr. J. Klein Nulend en prof. dr. T. Forouzanfar. Copromotoren waren dr. A.D. Bakker en prof.dr. C.J. Kleverlaan.<\/p>\r\n

Leestip<\/strong>: zie in ‘Onder de loep’ van 3 maart 2017<\/a> hoe Angela Bastidas Corals onderzoek werd opgezet, met welke problemen ze te maken had en wat zij hoopte dat haar onderzoek zou opleveren.<\/p>","datum":"2019-05-21 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5061","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190521_pers_promotie_a_bastidas_coral_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/inzet-van-mesenchymale-stamcellen-bij-allografts","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190521_pers_promotie_a_bastidas_coral_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190521_pers_promotie_a_bastidas_coral_web.jpg"},{"id":"4569","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Emie Veldt wint NTVT Debuutprijs 2019","titel_key":"emie_veldt_wint_ntvt_debuutprijs_2019","subtitel":"","samenvatting":"De NTVT Debuutprijs 2019 is toegekend aan tandarts angstbegeleiding Emie A. Veldt voor haar artikel ‘Onderzoek naar mogelijke succesvariabelen bij de behandeling van kokhalspatiënten’, dat in de februari-editie 2018 in het NTVT verscheen. Zij schreef dit artikel samen met dr. Erik J...","content":"

De NTVT Debuutprijs 2019 is toegekend aan tandarts angstbegeleiding Emie A. Veldt voor haar artikel ‘Onderzoek naar mogelijke succesvariabelen bij de behandeling van kokhalspatiënten<\/a>’, dat in de februari-editie 2018 in het NTVT verscheen. Zij schreef dit artikel samen met dr. Erik J.H. Vermaire, dr. Caroline M.H.H. van Houtem en prof. dr. Ad de  Jongh.<\/p>\r\n

De NTVT-prijscommissie van de Stichting Bevordering Tandheelkundige Kennis<\/a> bestond uit dr. Jan G.J.H. Schols, Nelly Berghuis-Bergsma en dr. Bas A.C. Loomans. Zij kwamen tot deze keuze na lezing van 65 voor deze prijs in aanmerking komende publicaties in de jaargangen 2017 en 2018 van het Nederlands Tijdschrift Voor Tandheelkunde. De prijscommissie koos het winnende artikel vanwege de herkenbaarheid van de problematiek in de dagelijkse mondzorgpraktijk, de duidelijke vraagstelling en de tandheelkundige relevantie van het onderwerp.<\/p>\r\n

De prijs bestaat uit een oorkonde en een cheque van € 1.500,- voor de debuterend eerste auteur, alsmede een cheque van € 1.500,- voor de universitaire afdeling van waaruit het artikel is geschreven. De prijsuitreiking zal op een nog nader te bepalen datum en tijdstip plaatsvinden.<\/p>","datum":"2019-05-21 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5070","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/ntvt_debuutprijs_logo_zelfgemaakt.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/emie-veldt-wint-ntvt-debuutprijs-2019","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/ntvt_debuutprijs_logo_zelfgemaakt.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/ntvt_debuutprijs_logo_zelfgemaakt.jpg"},{"id":"4567","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Autologe cranioplastieken geven hoge risico op infectie en resorptie","titel_key":"autologe_cranioplastieken_geven_hoge_risico_op_infectie_en_resorptie","subtitel":"Promotie S.E.C.M. van de Vijfeijken","samenvatting":"Sophie van de Vijfeijken stelt vast dat het gebruik van autologe cranioplastieken niet kan worden aanbevolen omdat ze vergeleken met alloplastische cranioplastieken een hoger risico op infectie en resorptie hebben. Cranioplastieken zijn uitgenomen delen van het schedeldak wanneer bij (trauma)pati&eu...","content":"

Sophie van de Vijfeijken stelt vast dat het gebruik van autologe cranioplastieken niet kan worden aanbevolen omdat ze vergeleken met alloplastische cranioplastieken een hoger risico op infectie en resorptie hebben. Cranioplastieken zijn uitgenomen delen van het schedeldak wanneer bij (trauma)patiënten de intracraniële druk te hoog is vanwege een trauma, een cerebrovasculair accident, een infectie of een al dan niet kwaadaardig neoplasma. In enkele gevallen kan dit autologe bot of botlap niet teruggeplaatst worden. Dan kan gekozen worden voor een cranioplastiek van alloplastisch materiaal: titanium, polymethylmethacrylaat (PMMA), hydroxyapatiet en polyether ether ketone (PEEK).<\/p>\r\n

Om nieuw materiaal voor cranioplastieken te ontwikkelen inventariseerde Van Vijfeijken de risico’s voor het falen van een autologe botlap. Deze risico's waren de opnameduur in het ziekenhuis na de decompressieve craniëctomie, de tijd tussen de operatie en het terugplaatsen van de autologe botlap en de follow-upduur na het terugplaatsen. Wanneer een botlap moest worden verwijderd wegens resorptie bleek er een associatie te zijn met een jongere leeftijd (35 versus 43 jaar), een groter craniaal defect en een langere follow-up na de cranioplastiek. Verder stelde ze vast dat het ontwerp en de productie van een PMMA cranioplastiek belangrijke factoren zijn voor de mechanische eigenschappen en dat PEEK cranioplastieken geen significante predictiefactoren voor het falen kenden. Tevens onderzocht Van Vijfeijken van 4 PMMA-materialen restmonomeren en stelt zij dat er specifieke samenstellingen van PMMA-achtige materialen ontwikkeld moeten worden voor verschillende medische toepassingen om nadelige effecten van ‘nalekkage’ zoveel mogelijk te beperken. Tot slot concludeerde de onderzoeker dat PMMA-materialen niet gesteriliseerd moeten worden met een autoclaaf omdat dan het materiaal vervormt. Ethyleenoxide, waterstofperoxide plasmagas en gamma-irradiatie zijn wel veilige sterilisatiemethoden.<\/p>\r\n

Op 8 mei 2019<\/a> promoveerde Sophie E.C.M. van de Vijfeijken aan de Universiteit van Amsterdam op haar proefschrift ‘Clinical relevance of current materials for cranial implants. Towards an optimal patient-specific implant material<\/a>’. Promotor was prof. dr. A.G. Becking en prof. dr. C.J. Kleverlaan. Copromotoren waren dr. T.J.J. Maal en prof. dr. D.T. Ubbink.<\/p>","datum":"2019-05-20 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5068","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190508_pers_promotie_s_van_de_vijfeijken_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/autologe-cranioplastieken-geven-hoge-risico-op-infectie-en-resorptie","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190508_pers_promotie_s_van_de_vijfeijken_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190508_pers_promotie_s_van_de_vijfeijken_web.jpg"},{"id":"4568","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Frank Abbas benoemd tot interim-decaan ACTA","titel_key":"frank_abbas_benoemd_tot_interim_decaan_acta","subtitel":"","samenvatting":"Op 14 mei 2019 maakten de colleges van bestuur van de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit Amsterdam bekend dat prof. dr. Frank Abbas is benoemd tot interim-decaan van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA).\r\nAbbas is nu hoogleraar Parodontologie aan het Centrum voor Ta...","content":"

Op 14 mei 2019 maakten de colleges van bestuur van de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit Amsterdam bekend dat prof. dr. Frank Abbas is benoemd tot interim-decaan van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA).<\/p>\r\n

Abbas is nu hoogleraar Parodontologie aan het Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde van het UMC Groningen. Hij start zijn functie bij ACTA per 15 juli 2019 en zal deze 2 jaar vervullen. De werving voor een vaste decaan zal in 2020 worden gestart. “Frank Abbas heeft uitgebreide kennis en ervaring in onderwijs, onderzoek en management en in de tandheelkundige praktijk. Ik ben dan ook ontzettend blij dat hij het decanaat de komende periode op zich wil nemen”<\/em>, aldus Karen Maex, voorzitter van de selectiecommissie en rector magnificus van de UvA. Vinod Subramaniam, rector magnificus van de VU, vult aan: “Wij zijn verheugd dat Frank Abbas, met zijn lange staat van dienst in de academische tandheelkunde in Nederland, als decaan terugkeert naar zijn ‘roots’ bij ACTA.”<\/em><\/p>\r\n

Frank Abbas is aan de Rijksuniversiteit Groningen opgeleid tot tandarts en promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. Vervolgens werkte hij als tandarts, docent en onderzoeker aan de voorloper van de huidige tandheelkundige opleiding ACTA. In de jaren 1990 was directeur van de vervolgopleiding Parodontologie van ACTA. Vanaf 2003 was hij werkzaam in Groningen als hoogleraar Parodontologie en was hij van 2007 tot 2015 voorzitter van het Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde van het UMC Groningen. In de periode mei 2003 tot januari 2006 was hij redactielid van het Nederlands Tijdschrift Voor Tandheelkunde.<\/p>\r\n

(Bron: ACTA, 14 mei 2019<\/a>)<\/p>","datum":"2019-05-20 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5069","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190514_pers_frank_abbas_benoemd_tot_interim_decaan_acta_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/frank-abbas-benoemd-tot-interim-decaan-acta","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190514_pers_frank_abbas_benoemd_tot_interim_decaan_acta_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190514_pers_frank_abbas_benoemd_tot_interim_decaan_acta_web.jpg"},{"id":"4564","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Aantal steekwonden in aangezicht neemt toe in Londen","titel_key":"aantal_steekwonden_in_aangezicht_neemt_toe_in_londen","subtitel":"","samenvatting":"Mka-chirurgen van het King’s College Hospital in Londen zien een toename in het aantal patiënten met steekwonden van 172 in 2010 tot 478 in 2017. Daarvan waren er 65 getroffen in het hoofd-halsgebied. Aanleiding hiervoor betrof interpersoonlijke of criminele ruzies (54), automutilatie (7)...","content":"

Mka-chirurgen van het King’s College Hospital in Londen zien een toename in het aantal patiënten met steekwonden van 172 in 2010 tot 478 in 2017. Daarvan waren er 65 getroffen in het hoofd-halsgebied. Aanleiding hiervoor betrof interpersoonlijke of criminele ruzies (54), automutilatie (7) of terroristische aanvallen (4). Het merendeel was man, tussen de 20 en 29 jaar oud. Vrouwen waren juist bij de terroristische aanvallen het merendeel van de slachtoffers. Vuurwapens, keukenmessen, gebroken glas, machetes, een spijkerpistool of zelfs een samoeraizwaard werden gebruikt als wapen. Dit blijkt uit een publicatie in de The Surgeon<\/i>.<\/p>\r\n

Demografische analyse liet zien dat de meeste slachtoffers afkomstig waren uit districten met de laagste sociaaleconomische status en waar kinderen dagelijks in aanraking komen met aan bende gerelateerd geweld. Tevens viel uit de demografische gegevens op te maken dat het geweld, en dus de criminele netwerken, zich leken te verplaatsen naar bepaalde buitenwijken.<\/p>\r\n

De mka-chirurgen concluderen dat het hoofd-halsgebied een gewild doelwit is voor snij- en steekwonden.<\/p>\r\n

“Trauma's in het gezicht hebben een grote impact, zowel fysiek als psychisch,“<\/i> zegt de eerste auteur James Olding in Southwark News<\/i> van 1 april 2019. De mka-chirurgen verwachten dat de gemakkelijke toegang tot steekwapens en de toegenomen druk op jongeren om zich te bewapenen in de toekomst zal leiden tot een grotere toename in het aantal verwondingen. Olding hoopt verder dat “een beter begrip over de achtergrond en de aard van de verwondingen kan bijdragen om de traumateams beter voor te bereiden op de gevolgen van de toename van het geweld.“<\/i><\/p>\r\n

Een aantal van de patiënten die zichzelf hadden gemeld met steekwonden in het aangezicht op de eerstehulppost wilde geen aangifte bij de politie doen. Daarmee zijn deze medische statistieken een goede aanvulling op de bestaande politiegegevens over geweld in de Londense binnenstad.<\/p>\r\n

Aandacht voor de verschillende motieven en achtergronden van de verwondingen kan ook gebruikt worden in de analyse van criminaliteitsgegevens. Hiermee kunnen jonge slachtoffers vroeg geïdentificeerd worden en in een vroeg opgestart hulptraject geholpen worden uit het criminele circuit te stappen.<\/p>\r\n

(Bronnen: Surgeon, 23 februari 2019<\/a>\/Southwark News, 1 april 2019<\/a>)<\/p>","datum":"2019-05-18 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5065","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190507_thk_toename_steekwonden_aangezicht_in_londen_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/aantal-steekwonden-in-aangezicht-neemt-toe-in-londen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190507_thk_toename_steekwonden_aangezicht_in_londen_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190507_thk_toename_steekwonden_aangezicht_in_londen_web.jpg"},{"id":"4566","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Onder- en bovenkaakexpansie op lange termijn stabiel","titel_key":"onder_en_bovenkaakexpansie_op_lange_termijn_stabiel","subtitel":"Promotie J.P. de Gijt","samenvatting":"De langetermijnresultaten van een onder- of bovenkaakexpansie zijn stabiel, aldus het promotieonderzoek van Pieter de Gijt. Ook de behandelde patiënten waren zeer tevreden over het resultaat: op een 7-puntenschaal was de gemiddelde score een 6,4 en op een visueel analoge schaal van 0 tot 10 wer...","content":"

De langetermijnresultaten van een onder- of bovenkaakexpansie zijn stabiel, aldus het promotieonderzoek van Pieter de Gijt. Ook de behandelde patiënten waren zeer tevreden over het resultaat: op een 7-puntenschaal was de gemiddelde score een 6,4 en op een visueel analoge schaal van 0 tot 10 werd een gemiddelde score van 8 genoteerd.<\/p>\r\n

De Gijt had de focus van zijn onderzoek gelegd op een behandeling van de onderkaak met een mediaanlijndistractie (mandibular midline distraction<\/i>, MMD) en op chirurgisch ondersteunde bovenkaakexpansie (surgically assisted rapic maxillary expansion<\/i>, SARME). Hij moest op basis van zijn literatuuronderzoek naar driedimensionale evaluatie van MDD concluderen dat er nog te weinig onderzoek naar de effecten van MMD op de wekedelen en het temporomandibulair gewricht zijn uitgevoerd om uitspraken daarover te doen. Tevens presenteerde De Gijt in zijn proefschrift een nieuwe rigide botgedragen distractor voor een MMD-behandeling: de Rotterdam Mandibular Distractor. De biomechanische eigenschappen werden vergeleken met een non-rigide botgedragen distractor. De conclusie was dat rigide distractor de voorkeur had qua biomechanica. De meeste complicaties van een botgedragen distractor waren mild en gerelateerd aan de distractor zelf. Nadelen van een botgedragen distractor zijn de mogelijkheid van dehiscentie en het ondergaan van een tweede operatie om de distractor te verwijderen.<\/p>\r\n

Op 26 april 2019<\/a> promoveerde J. Pieter de Gijt aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op zijn proefschrift ‘Long-term effects of mandibular midline distraction and surgically assisted rapid maxillary expansion<\/a>’. Promotor was prof. dr. E.B. Wolvius en copromotor was dr. M.J. Koudstaal.<\/p>","datum":"2019-05-18 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5067","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190426_pers_promotie_jp_de_gijt.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/onder-en-bovenkaakexpansie-op-lange-termijn-stabiel","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190426_pers_promotie_jp_de_gijt.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190426_pers_promotie_jp_de_gijt.jpg"},{"id":"4563","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Zandstorm be\u00efnvloedt kauweffici\u00ebntie en tandslijtage","titel_key":"zandstorm_beinvloedt_kauwefficientie_en_tandslijtage","subtitel":"","samenvatting":"De jaarlijkse zandstorm uit de Sahara (de Harmattan) zorgt voor een verminderde kauwefficiëntie en meer tandslijtage. Dit blijkt uit een analyse van poep en tanden van chimpansees in het Taï National Park in Ivoorkust door onderzoekers van het Max Planck Instituut in Duitsland.\r\nTijdens de...","content":"

De jaarlijkse zandstorm uit de Sahara (de Harmattan) zorgt voor een verminderde kauwefficiëntie en meer tandslijtage. Dit blijkt uit een analyse van poep en tanden van chimpansees in het Taï National Park in Ivoorkust door onderzoekers van het Max Planck Instituut in Duitsland.<\/p>\r\n

Tijdens de Harmattan nam de grootte van de voedseldeeltjes in de uitwerpselen van de chimpansees toe. In het regenseizoen was het aantal kleinere voedseldeeltjes juist groter. Hieruit leidden de onderzoekers af dat de aanwezigheid van abrasieve deeltjes op het voedsel van de chimpansees resulteert in een verminderde kauwefficiëntie. Of dat veroorzaakt wordt door een verminderd aantal kauwcycli of minder intensief kauwen konden de onderzoekers niet achterhalen.<\/p>\r\n

De consumptie van voedsel bedekt met stofdeeltjes in de droge periode zorgde tevens voor een gelijkmatiger slijtagepatroon van de molaren. De consumptie van fruit, harde zaden of noten en dekschilden van insecten in het regenseizoen resulteerde juist in een ander, ongelijkmatiger, slijtagepatroon in het kauwvlak.<\/p>\r\n

De onderzoekers stellen dat de bevindingen meegenomen moeten worden in de analyse van het eetpatroon van mensachtigen en dat de opkomst van de passaatwinden - 3 miljoen jaar geleden -  mogelijk een belangrijke impact hebben gehad op de evolutie van mensachtigen in Afrika.<\/p>\r\n

(Bron: Am J Phys Anthropol, mei 2019<\/a>)<\/p>","datum":"2019-05-17 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5064","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190507_thk_zandstorm_beinvloedt_kauwefficientie_en_tandslijtage_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/zandstorm-beinvloedt-kauwefficientie-en-tandslijtage","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190507_thk_zandstorm_beinvloedt_kauwefficientie_en_tandslijtage_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190507_thk_zandstorm_beinvloedt_kauwefficientie_en_tandslijtage_web.jpg"},{"id":"4565","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Zijn digitale technieken in orthodontie nauwkeurig?","titel_key":"zijn_digitale_technieken_in_orthodontie_nauwkeurig","subtitel":"Promotie L. Travares Camardella","samenvatting":"Leonardo Tavares Camardella richtte zijn promotieonderzoek op de nauwkeurigheid van het verkrijgen van digitale gebitsmodellen, het digitaal plannen van een orthodontische behandeling en van 3D-geprinte gebitsmodellen. Als eerste vergeleek hij het scannen van gebitsmodellen met het scannen van polyv...","content":"

Leonardo Tavares Camardella richtte zijn promotieonderzoek op de nauwkeurigheid van het verkrijgen van digitale gebitsmodellen, het digitaal plannen van een orthodontische behandeling en van 3D-geprinte gebitsmodellen. Als eerste vergeleek hij het scannen van gebitsmodellen met het scannen van polyvinylsiloxane (PVS)-afdrukken voor het verkrijgen van digitale gebitsmodellen. Beide methoden bleken nauwkeurig en betrouwbaar te zijn. Verder stelde Travares Camardella vast dat het scannen van een PVS-afdruk na 5, 10 en 15 dagen geen invloed had op de nauwkeurigheid van de gebitsmodellen.<\/p>\r\n

Vervolgens vergeleek de onderzoeker gescande conventionele setups, digitale setups en gescande eindmodellen van gips met 2 superpositiemethoden: de regional palatal rugae resistration best fit<\/i> (RPBF)-methode en de whole surface best fit<\/i> (WSBF)-methode. Uit de resultaten bleek dat de WSFB-methode geen klinisch significant verschil liet zien tussen de conventionele en virtuele setup. Maar omdat er wel statistische verschillen werden gevonden tussen de setups en het gescande eindmodel, vindt Travares Camardella het noodzakelijk dat er stabiele structuren moeten worden gevonden voor de superpositie om de nauwkeurigheid en voorspelbaarheid van setups te verbeteren.<\/p>\r\n

Ten slotte kon de onderzoeker vaststellen dat digitale gebitsmodellen geprint met een stereolithografische (SLA) 3D-printer niet geschikt zijn ter vervanging van gipsmodellen. Gebitsmodellen geprint met de Polyjet printtechniek bleken daarentegen wel nauwkeurig te zijn.<\/p>\r\n

Op 9 april 2019<\/a> promoveerde de Leonardo Tavares Camardella aan de Radboud Universiteit Nijmegen op zijn proefschrift ‘Digital technology in orthodontics: digital model acquisition, digital planning and 3D printing techniques<\/a> ’. Promotor was prof. dr. A.M. Kuijpers-Jagtman en copromotoren waren dr. K.H. Breuning en dr. E.M. Ongkosuwito.<\/p>","datum":"2019-05-17 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5066","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190409_pers_promotie_l_camardella_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/zijn-digitale-technieken-in-orthodontie-nauwkeurig","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190409_pers_promotie_l_camardella_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190409_pers_promotie_l_camardella_web.jpg"},{"id":"4561","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"2026-2054: kwart Europeanen obees","titel_key":"2026_2054_kwart_europeanen_obees","subtitel":"","samenvatting":"De Europese obesitasepidemie bereikt zijn hoogtepunt tussen 2026 en 2054 als meer dan een kwart van de Europese bevolking obesitas heeft. Tot deze inschatting kwam onderzoeker Nikoletta Vidra op basis van een combinatie van demografische en epidemiologische data en methoden.\r\nHet percentage mensen m...","content":"

De Europese obesitasepidemie bereikt zijn hoogtepunt tussen 2026 en 2054 als meer dan een kwart van de Europese bevolking obesitas heeft. Tot deze inschatting kwam onderzoeker Nikoletta Vidra<\/a> op basis van een combinatie van demografische en epidemiologische data en methoden.<\/p>\r\n

Het percentage mensen met obesitas in Europa is het op een na hoogste ter wereld. Vidra onderzocht daarom welke invloed obesitas heeft op sterfteniveaus en sterfteontwikkelingen in Europa en hoe de Europese obesitasepidemie zich waarschijnlijk zal ontwikkelen. In 2012 bedroeg de aan obesitas gerelateerde sterfte gemiddeld 10% van alle sterfte in 26 Europese landen. Als obesitas niet zou bestaan, zou de levensverwachting gemiddeld 1,22 jaar hoger zijn voor mannen en 0,98 jaar voor vrouwen. In West-Europa was de sterftelast van obesitas iets lager dan in Oost-Europa, met het Verenigd Koninkrijk als koploper in West-Europa. De invloed van obesitas op sterfteniveaus is gaandeweg groter en substantieel geworden, met belangrijke verschillen tussen geboortegeneraties als ook tussen landen. Het Verenigd Koninkrijk lijkt voorop te lopen in West-Europa en is op weg de Verenigde Staten achterna te gaan. De verschillen tussen Europese landen kunnen in verband worden gebracht met zowel omgevingsfactoren (bijvoorbeeld een woon- en leefomgeving die obesitas bevordert) als individuele factoren, zoals voedings- en bewegingspatronen.<\/p>\r\n

(Bron: RUG-nieuws, 17 april 2019<\/a>)<\/p>","datum":"2019-05-16 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5062","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190417_med_2026_2054_kwart_europeanen_obees_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/2026-2054-kwart-europeanen-obees","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190417_med_2026_2054_kwart_europeanen_obees_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190417_med_2026_2054_kwart_europeanen_obees_web.jpg"},{"id":"4562","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Kaakoperaties accurater door 3D-techniek","titel_key":"kaakoperaties_accurater_door_3d_techniek","subtitel":"","samenvatting":"Onderzoeker Joep Kraeima van het UMC Groningen heeft aangetoond dat het gebruik van een 3D-technieken bij kaakcorrecties van meer dan 3,5 millimeter effectief is. “Dat is goed om te weten, want het maken van zo’n 3D-plan is arbeidsintensief. Bovendien hebben we nog te weinig technisch ge...","content":"

Onderzoeker Joep Kraeima van het UMC Groningen heeft aangetoond dat het gebruik van een 3D-technieken bij kaakcorrecties van meer dan 3,5 millimeter effectief is. “Dat is goed om te weten, want het maken van zo’n 3D-plan is arbeidsintensief. Bovendien hebben we nog te weinig technisch geneeskundige experts die zo’n plan voor iedere patiënt kunnen maken. We moeten daarom in de toekomst meer onderzoeken uitvoeren om te achterhalen in welke situaties zo’n virtueel plan echt toegevoegde waarde heeft”<\/i>, aldus Kraeima die op 8 mei promoveerde op dit onderwerp<\/a>.<\/p>\r\n

Kraeima heeft als technisch geneeskundig specialist in het behandelteam van Mondziekten-, Kaak- en Aangezichtschirurgie de taak verbeterpunten in de zorg te signaleren en verbeteringen te ontwikkelen. Zijn onderzoek richtte zicht op 3 patiëntengroepen: oncologie, kaakcorrecties en gewrichtschirurgie. “De 3D-technieken hebben zich op deze gebieden al een paar jaar bewezen, maar konden naar mijn mening veel effectiever ingezet worden”<\/i>, zegt Kraeima.<\/p>\r\n

De eerste stap in het behandelproces is beeldvorming. “We gebruiken al jaren bijvoorbeeld een CT-scan om een beeld te krijgen van de kaak. Maar ik heb een methode opgezet om gezamenlijke beelden van verschillende scans, zoals een CT-scan, MRI en PET-scans, om te zetten in een 3D-beeld. Dat maakt het mogelijk om digitaal veel beter te zien wat er in de kaak aan de hand is. Je kunt bijvoorbeeld niet aan de buitenkant zien hoever een tumor uitbreidt in het kaakbot. Op deze manier kan die tumor toch vooraf precies gelokaliseerd worden. Als behandelteam kunnen we deze beelden gebruiken om een behandelplan te maken. We lopen scenario’s van ingrepen door en besluiten wat de beste ingreep is.”<\/i><\/p>\r\n

Vervolgens kan men op basis van het digitale plan een boor- of zaagmal maken. “Doordat de mal exact past op het bot kunnen we op de millimeter nauwkeurig bepalen waar in het bot we moeten zagen. De mka-chirurg zaagt langs de rand van de mal of boort door de gaatjes van de mal om zo het vooraf vastgestelde plan uit te voeren.”<\/i>  Ten slotte kan aan de hand van hetzelfde 3D-plan een implantaat worden gemaakt, bijvoorbeeld door kunst-kaakgewrichten exact op maat van de patiënt te produceren met een 3D-printer. Kraeima: “Als de chirurg precies de mal volgt, past het implantaat ook precies. Dat scheelt passen en meten tijdens een operatie.”<\/i><\/p>\r\n

(Bron: UMCG, 6 mei 2019<\/a>)<\/p>","datum":"2019-05-16 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5063","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190506_thk_kaakoperaties_accurater_door_3d_techniek_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/kaakoperaties-accurater-door-3d-techniek","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190506_thk_kaakoperaties_accurater_door_3d_techniek_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190506_thk_kaakoperaties_accurater_door_3d_techniek_web.jpg"},{"id":"4559","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"TMD-pijn berust op meer dan alleen slaapbruxisme","titel_key":"tmd_pijn_berust_op_meer_dan_alleen_slaapbruxisme","subtitel":"Promotie K.S. Muzalev","samenvatting":"Myogene TMD-pijn is te complex om te worden verklaard door eenvoudige lineaire modellen die uitsluitend berusten op slaapbruxism of psychologische problematiek als etiologische factoren, concludeert Konstatin Muzalev in zijn proefschrift. Factoren als genetica, algemene gezondheid en demografische g...","content":"

Myogene TMD-pijn is te complex om te worden verklaard door eenvoudige lineaire modellen die uitsluitend berusten op slaapbruxism of psychologische problematiek als etiologische factoren, concludeert Konstatin Muzalev in zijn proefschrift. Factoren als genetica, algemene gezondheid en demografische gegevens dragen mogelijk bij aan de kaakspierpijn. Muzalev meent dan ook dat deze factoren moeten worden opgenomen in voorspellingsmodellen om de associatie tussen TMD-pijn en slaapbruxisme te begrijpen.<\/p>\r\n

Voor zijn promotieonderzoek volgde Muzalev 2 patiënten met klinische TMD-pijn longitudinaal en liet hen vragenlijsten invullen om kaakspierpijn en psychologische stressbeleving vast te leggen en gebruikte ambulante polysomnografietechniek om de intensiteit van slaapbruxisme te registreren. De intensiteit van TMD-pijn bleek niet 1-op-1 samen te hangen met  een verhoogde activiteit van slaapbruxisme of met psychologische stresservaring. Met een ander experiment waarin geïnduceerde TMD-pijn bij gezonde individuen een verlaging van de slaapbruxisme-activiteit veroorzaakte, levert Muzalev een bijdrage aan een beter begrip van de negatieve relatie tussen slaapbruxisme en TMD-pijn, zoals gerapporteerd in vele polysomnografische onderzoeken. Ten slotte kon hij vaststellen dat patiënten met hogere depressiescores ook hogere TMD-pijn en waakbruxisme rapporteerden, maar aan de andere kant kon de hypothese niet worden ondersteund dat het effect van bruxisme op TMD-pijn sterker is bij patiënten die een hogere mate van psychologische problematiek ervaren in vergelijking met patiënten met minder psychologische problematiek.<\/p>\r\n

Op 15 mei 2019<\/a> promoveerde Konstantin S. Muzalev aan de Universiteit van Amsterdam op zijn proefschrift ‘The quest to link bruxism and TMD pain: tilting at windmills<\/a>'. Promotor was prof. dr. F. Lobbezoo en copromotoren waren dr. M. Koutris en prof. dr. C.M. Visscher.<\/p>","datum":"2019-05-15 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5060","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190515_pers_promotie_k_muzalev_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/tmd-pijn-berust-op-meer-dan-alleen-slaapbruxisme","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190515_pers_promotie_k_muzalev_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190515_pers_promotie_k_muzalev_web.jpg"},{"id":"4558","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Orofaciaal fysiotherapeut belangrijke partner bij bruxisme","titel_key":"orofaciaal_fysiotherapeut_belangrijke_partner_bij_bruxisme","subtitel":"Promotie S. Gouw","samenvatting":"Fysiotherapeut-gnatholoog Simone Gouw onderzocht bruxisme vanuit fysiotherapeutisch perspectief en concludeert dat de hypothese van slaapbruxisme als een centraal gereguleerd mechanisme door haar onderzoek wordt ondersteund. Tevens stelt zij dat een orofaciaal fysiotherapeut een belangrijke partner...","content":"

Fysiotherapeut-gnatholoog Simone Gouw onderzocht bruxisme vanuit fysiotherapeutisch perspectief en concludeert dat de hypothese van slaapbruxisme als een centraal gereguleerd mechanisme door haar onderzoek wordt ondersteund. Tevens stelt zij dat een orofaciaal fysiotherapeut een belangrijke partner is in het diagnostisch en therapeutisch proces bij bruxisme vanwege het musculoskelettale aspect en de kennis en vaardigheden van de fysiotherapeut op het gebied van spierproblemen en gerelateerde factoren.<\/p>\r\n

Gouw onderzocht onder meer of spierrekkingsoefeningen geïndiceerd zijn bij bruxisme, waarvoor uit haar literatuuronderzoek een indiciatie leek te zijn. Klinisch onderzoek kon dat echter niet bevestigen; er werd zelfs een kleine toename van bruxisme na spierrekkingsoefeningen gevonden. Wel kon een toename van pijnvrije actieve maximale mondopening en een toename van de pijndrempel van de kauwmusculatuur worden vastgesteld. Verder wees een ander experimenteel onderzoek uit dat er een sterke en significante correlatie is tussen kauw- en nekmuscultuur tijdens slaapbruxisme (84,9%). Ten slotte stelde Gouw vast dat de rol van boosheid en frustratie op zelfgerapporteerd bruxisme verwaarloosbaar was, maar dat er grote interpersoonlijke verschillen zijn. Ze kon wel de relaties tussen stress en waakbruxisme, roken en slaapbruxisme en angst en waakbruxisme bevestigen.<\/p>\r\n

Op 8 mei 2019<\/a> promoveerde Simone Gouw aan de Radboud Universiteit in Nijmegen op haar proefschrift ‘Bruxism and physica therapy - a physio-logical perspective<\/a>’. Promotor was prof. dr. N.H.J. Creugers en copromotoren waren dr. S.I. Kalaykova en dr. A. de Wijer.<\/p>","datum":"2019-05-13 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5059","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190508_pers_promotie_s_gouw_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/orofaciaal-fysiotherapeut-belangrijke-partner-bij-bruxisme","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190508_pers_promotie_s_gouw_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190508_pers_promotie_s_gouw_web.jpg"},{"id":"4534","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Een nieuwe lente, een nieuw begin","titel_key":"een_nieuwe_lente_een_nieuw_begin","subtitel":"","samenvatting":"Het KIMO is inmiddels bij een herziening van de richtlijn \u2018Mondzorg jeugdigen\u2019 aangekomen. Een nieuwe richtlijn voor diagnostiek, preventie en behandeling van de jeugd staat voor 2019 in de planning om ontwikkeld en gepubliceerd te worden. Waar staan alle betrokken partijen nu en waar is hun vizier voor de toekomst op gericht? Is de paradigmaverschuiving naar minimaal invasief - of liever nog: preventief - werken voor iedereen al gemeengoed geworden? In mijn optiek gaan we langzaam maar zeker wel die preventieve kant op.","content":"

Een zaterdagmorgen in een lokale bouwmarkt annex tuincentrum. Ga ik linksaf richting tegels en klinkers, rechtsaf richting planten of misschien wel rechtdoor naar het tuinhout? Het zat al een tijd in de planning, maar dit voorjaar moet er toch echt wat gebeuren: de achtertuin wordt onder handen genomen. De kinderen zijn nu zo groot dat de schommel - die al op zijn laatste benen liep - eruit kan en de vrijgekomen ruimte een andere bestemming moet krijgen. Wat zal het worden? Tegels? Nee, dat is niet zo vriendelijk voor de natuur. Struiken dan? Misschien; wel een beetje saai. Vijf vierkante meter moestuin? We hebben nog pakjes en zakjes genoeg om er in uit te zetten, maar dat is wel behoorlijk bewerkelijk en tijdrovend. En bovendien: is de kleigrond bij ons daar wel geschikt voor? Kortom, goed vooronderzoek is bij een dergelijk project essentieel. Net zoals overleg met alle betrokken partijen. Wat willen we zelf, hoe staan de buren erin? Hebben die nog wat goede ideeën? En op welke hulptroepen kunnen we rekenen? Wat is haalbaar en op welke termijn? Die tuin moet na deze klus immers weer een behoorlijke tijd mee kunnen.<\/p>\r\n

Nieuwe richtlijn Mondzorg jeugdigen<\/h2>\r\n

Dat is eigenlijk ook een beetje zoals het zal gaan bij het opnieuw vormgeven van de mondzorg voor de jeugd. Het KIMO is inmiddels voortvarend van start gegaan en is bij een herziening van de richtlijn ‘Mondzorg jeugdigen’ aangekomen. Een nieuwe richtlijn voor diagnostiek, preventie en behandeling van de jeugd staat voor 2019 in de planning om ontwikkeld en gepubliceerd te worden. Eerst eens inventariseren waar alle betrokken partijen nu staan en waar hun vizier voor de toekomst op is gericht. En hebben misschien onze buren in Engeland, Duitsland of België het wiel al niet uitgevonden? Kan dat bij ons ook ontkiemen, wortelen en uitgroeien tot iets moois? Is de paradigmaverschuiving naar minimaal invasief - of liever nog: preventief - werken voor iedereen al gemeengoed geworden? Dat zou een boel schelen!<\/p>\r\n

In mijn optiek gaan we langzaam maar zeker wel die preventieve kant op. Preventie heeft al lang het 'geitenwollensokken-imago' van zich afgeschud en is misschien zelfs hip te noemen. Dit met allerlei communicatiestrategieën en technische snufjes die men ervoor ontwikkeld heeft of voor aan het ontwikkelen is. Er staat dan misschien geen woord over mondzorg in het Nationaal Preventie Akkoord, toch moet dat ons als mondzorgverleners er niet van weerhouden om die ingeslagen weg over de volle breedte te blijven bewandelen. Sommige medewandelaars zouden liever zien dat het tempo flink wordt opgevoerd en we eerder bij de finish aankomen dan met de huidige invoeringssnelheid het geval is. Toch denk ik niet dat sneller in dit geval per definitie beter is. Vergelijk het met een leeg handzeeppompje dat je wilt bijvullen met zo’n grote navulfles; kantel je die fles niet dan gebeurt er niets, maar als je te veel kantelt, stroomt de zeep te snel uit de navulfles en druipt de meeste zeep naast het zeeppompje. Op die manier komt er nagenoeg niets in het zeeppompje zelf terecht. En dat is zonde van alle zeep en moeite.<\/p>\r\n

Invoering Gewoon Gaaf-strategie<\/h2>\r\n

Misschien is het op de lange termijn wel beter om de - misschien niet snelle maar wel gestage - invoering van de Gewoon Gaaf-preventiestrategie (NOCTP\/Nexø) te blijven stimuleren en wellicht ook uit te breiden naar jongere en oudere leeftijdscategorieën. Maar dan moet dat wel evidence based<\/i> zijn. Is zo’n interventie effectief en ook kosteneffectief? Voor de allerjongsten geldt dat op dit moment wordt onderzocht op welke manier deze interventie het beste kan worden aangeboden en in welke situaties. De resultaten van die onderzoeken worden echter pas in 2021\/2022 verwacht. Om opgenomen te worden in de komende KIMO-richtlijn komt dat zeker te laat, maar het kenmerk van richtlijnen is dat deze dynamisch zijn en meebewegen met de nieuw beschikbare ontkiemde, gewortelde en steeds groeiende wetenschappelijke kennis.<\/p>\r\n

Voor de tuin neig ik toch naar de optie met planten en heb 2 jonge appelboompjes op mijn karretje geladen. Daar plukken we later de vruchten van!<\/p>\r\n

dr. Erik Vermaire, redacteur<\/b><\/p>\r\n

<\/figure>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"11","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5031","auteurs":[{"id":"1616","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J. H. Vermaire","titel_key":"j_h_vermaire_1","old_id":"0","voorvoegsel":"J. H.","achternaam":"Vermaire"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/227.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/erik_vermaire_04_web.jpg","rubriek_titel":"Redactioneel","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/een-nieuwe-lente-een-nieuw-begin","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/erik_vermaire_04_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/erik_vermaire_04_web.jpg"},{"id":"4535","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Een traumatische zwelling van de wang","titel_key":"een_traumatische_zwelling_van_de_wang","subtitel":"","samenvatting":"Een 3-jarig meisje werd verwezen naar een afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie met een sinds 2 weken bestaande zwelling in de mond. De zwelling was ontstaan nadat een voetbal hard tegen het gelaat van het meisje was gekomen. De zwelling bleek te berusten op een intraorale herniatie van het buccale vetlichaam. De behandeling van deze herniatie van vetweefsel is afhankelijk van hoe lang deze bestaat. Bij kortdurend bestaan kan getracht worden het gehernieerde weefsel te reponeren, indien de zwelling langer bestaat zal worden gekozen voor een excisie met primair sluiten van de mucosa.","content":"

Een 3-jarig meisje werd verwezen naar een afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie met een sinds 2 weken bestaande <\/strong>zwelling in de mond. De zwelling was ontstaan nadat een voetbal hard tegen het gelaat van het meisje was gekomen. De zwelling bleek te berusten op een intraorale herniatie van het buccale vetlichaam. De behandeling van deze herniatie van vetweefsel is afhankelijk van hoe lang deze bestaat. Bij kortdurend bestaan kan getracht worden het gehernieerde weefsel te reponeren, indien de <\/strong>zwelling langer bestaat zal worden gekozen voor een excisie met primair sluiten van de mucosa.<\/strong><\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"7","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5032","auteurs":[{"id":"871","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"L.H.E. Karssemakers","titel_key":"l_h_e_karssemakers","old_id":"878","voorvoegsel":"L.H.E. ","achternaam":"Karssemakers"},{"id":"1742","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"M.J.J.B. Vehmeijer","titel_key":"m_j_j_b_vehmeijer","old_id":"0","voorvoegsel":"M.J.J.B.","achternaam":"Vehmeijer"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/233_235.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/19ntvt011_02_web.jpg","rubriek_titel":"Casu\u00efstiek","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/een-traumatische-zwelling-van-de-wang","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/19ntvt011_02_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/19ntvt011_02_web.jpg"},{"id":"4536","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Herkenning van wekedelenopaciteiten op een panoramische r\u00f6ntgenopname: heterotopische ossificaties en corpora aliena","titel_key":"herkenning_van_wekedelenopaciteiten_op_een_panoramische_rontgenopname_heterotopische_ossificaties_en_corpora_aliena","subtitel":"","samenvatting":"Regelmatig worden op een panoramische r\u00f6ntgenopname opake structuren gezien die niet in het bot maar in de weke delen zijn gelegen. De differenti\u00eble diagnose van dergelijke opaciteiten is divers en bevat vaak voorkomende maar ook zeldzame afwijkingen. Vanwege de diversiteit is het klinisch duiden van een wekedelenopaciteit vaak lastig. Er wordt onderscheid gemaakt in heterotopische calcificaties, heterotopische ossificaties en corpora aliena. Heterotopische calcificaties worden onderverdeeld in 3 groepen, te weten dystrofische, idiopathische en metastatische calcificaties. In dit artikel wordt de nadruk gelegd op de radiologische en klinische kenmerken van heterotopische ossificaties en corpora aliena en hoe deze op een panoramische r\u00f6ntgenopname herkend kunnen worden. Daarnaast zal aandacht worden besteed aan de noodzaak tot eventuele aanvullende beeldvorming en de indicaties voor een mogelijke behandeling.","content":"

Regelmatig worden op een panoramische röntgenopname opake structuren gezien die niet in het bot maar in de weke delen zijn gelegen. De differentiële diagnose van dergelijke opaciteiten is divers en bevat vaak voorkomende maar ook zeldzame afwijkingen. Vanwege de diversiteit is het klinisch duiden van een wekedelenopaciteit vaak lastig. Er wordt onderscheid gemaakt in heterotopische calcificaties, heterotopische ossificaties en corpora aliena. Heterotopische calcificaties worden onderverdeeld in 3 groepen, te <\/strong>weten dystrofische, idiopathische en metastatische calcificaties. In dit artikel wordt de nadruk gelegd op de radiologische en klinische kenmerken van heterotopische ossificaties en corpora aliena en hoe deze op een panoramische röntgenopname herkend kunnen worden. Daarnaast zal aandacht worden besteed aan de noodzaak tot eventuele aanvullende beeldvorming en de indicaties voor een mogelijke behandeling.<\/strong><\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"8","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5033","auteurs":[{"id":"449","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"E.H. van der Meij","titel_key":"e_h_van_der_meij","old_id":"449","voorvoegsel":"E.H. van der ","achternaam":"Meij"},{"id":"49","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"W.E.R. Berkhout","titel_key":"w_e_r_berkhout","old_id":"49","voorvoegsel":"W.E.R.","achternaam":"Berkhout"},{"id":"580","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"G.C.H. Sanderink","titel_key":"g_c_h_sanderink","old_id":"580","voorvoegsel":"G.C.H.","achternaam":"Sanderink"},{"id":"1287","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"J.G.A.M. de Visscher","titel_key":"j_g_a_m_de_visscher_1","old_id":"0","voorvoegsel":"J.G.A.M. de","achternaam":"Visscher"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/237_245.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/19ntvt030_10_web.jpg","rubriek_titel":"Onderzoek en wetenschap","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/herkenning-van-wekedelenopaciteiten-op-een-panoramische-rontgenopname-heterotopische-ossificaties-en-corpora-aliena","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/19ntvt030_10_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/19ntvt030_10_web.jpg"},{"id":"4537","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Serie: Medicamenten en mondzorg. Medicamenten en verslavende middelen die potentieel bruxisme induceren of dempen","titel_key":"serie_medicamenten_en_mondzorg_medicamenten_en_verslavende_middelen_die_potentieel_bruxisme_induceren_of_dempen","subtitel":"","samenvatting":"Bruxisme wordt omschreven als een repetitieve kauwspieractiviteit die wordt gekarakteriseerd door klemmen of knarsen met de tanden of kiezen en\/of fixeren van of duwen met de mandibula. Dit artikel geeft een inventarisatie van in Nederland geregistreerde medicamenten\r\nen van verslavende middelen waarvan is gemeld dat ze als bijwerking\r\nbruxisme kunnen induceren of verergeren en van in Nederland geregistreerde medicamenten waarvan is gemeld dat ze bestaand bruxisme kunnen dempen. Groepen medicamenten waarvan bruxisme als potenti\u00eble bijwerking bekend is, zijn amfetaminen, anti-epileptica en selectieve serotonineheropnameremmers. In de wetenschappelijke literatuur aangetroffen afzonderlijke medicamenten die deze potentie hebben zijn aripiprazol, atomoxetine, duloxetine, fleca\u00efnide, ketotifen en methadon. Verslavende middelen met bruxisme als potenti\u00eble bijwerking zijn alcohol, hero\u00efne, methamfetamine, methyleendioxymethamfetamine, nicotine en piperazinen. Medicamenten die de potentie hebben bruxisme te dempen, zijn botulinetoxine A, bromocriptine, buspiron, clonazepam, clonidine, gabapentine en levodopa.","content":"

Bruxisme wordt omschreven als een repetitieve kauwspieractiviteit die wordt gekarakteriseerd door klemmen of knarsen met de tanden of kiezen en\/of fixeren van of duwen met de mandibula. Dit artikel geeft een inventarisatie van in Nederland geregistreerde medicamenten en van verslavende middelen waarvan is gemeld dat ze als bijwerking bruxisme kunnen induceren of verergeren en van in Nederland geregistreerde medicamenten waarvan is gemeld dat ze bestaand bruxisme kunnen dempen. Groepen medicamenten waarvan bruxisme als potentiële bijwerking bekend is, zijn amfetaminen, anti-epileptica en selectieve serotonineheropnameremmers. In de wetenschappelijke literatuur aangetroffen afzonderlijke medicamenten die deze potentie hebben zijn aripiprazol, atomoxetine, duloxetine, flecaïnide, ketotifen en methadon. Verslavende middelen met bruxisme als potentiële bijwerking zijn alcohol, heroïne, methamfetamine, methyleendioxymethamfetamine, nicotine en piperazinen. Medicamenten die de potentie hebben bruxisme te dempen, zijn botulinetoxine A, bromocriptine, buspiron, clonazepam, clonidine, gabapentine en levodopa.<\/strong><\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"8","serie_naam":"Medicamenten en mondzorg","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5034","auteurs":[{"id":"23","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C. de Baat","titel_key":"c_de_baat","old_id":"23","voorvoegsel":"C. de","achternaam":"Baat"},{"id":"1732","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"M.C. Verhoeff","titel_key":"m_c_verhoeff","old_id":"0","voorvoegsel":"M.C.","achternaam":"Verhoeff"},{"id":"1575","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"P.G.M.A. Zweers","titel_key":"p_g_m_a_zweers","old_id":"0","voorvoegsel":"P.G.M.A.","achternaam":"Zweers"},{"id":"721","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"A. Vissink","titel_key":"a_vissink","old_id":"721","voorvoegsel":"A.","achternaam":"Vissink"},{"id":"427","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"F. Lobbezoo","titel_key":"f_lobbezoo","old_id":"427","voorvoegsel":"F. ","achternaam":"Lobbezoo"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/247_253.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/19ntvt006_01web.jpg","rubriek_titel":"Onderzoek en wetenschap","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/serie-medicamenten-en-mondzorg-medicamenten-en-verslavende-middelen-die-potentieel-bruxisme-induceren-of-dempen","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/19ntvt006_01web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/19ntvt006_01web.jpg"},{"id":"4538","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Zingen gaat niet gepaard met kaakklachten","titel_key":"zingen_gaat_niet_gepaard_met_kaakklachten","subtitel":"","samenvatting":"Onderzocht werd of zangers vaker TMD-pijn en kaakgewrichtsgeluiden rapporteren dan musici die hun kauwstelsel tijdens het musiceren niet belasten. Daarnaast werd onderzocht welke risicoindicatoren verband hielden met kaakklachten onder musici. In totaal vulden 1.470 muzikanten uit 50 verschillende muziekensembles een vragenlijst in, waaronder 306 zangers (experimentele groep) en 209 musici die hun\r\nkaak niet belasten tijdens musiceren (controlegroep). De prevalentie van zelfgerapporteerde TMD-pijn onder zangers was 21,9% en 12,0% in de\r\ncontrolegroep. Van de zangers rapporteerde 19,6% kaakgewrichtsgeluiden versus 14,8% van de controles. Uit het meervoudige regressiemodel, waarbij rekening werd gehouden met confounders zoals leeftijd en geslacht, bleek dat zangers niet vaker TMD-pijn en kaakgewrichtsgeluiden rapporteerden dan niet-zangers. Wel waren diverse vormen van fysieke belasting positief geassocieerd met de aanwezigheid van zelfgerapporteerde TMD onder musici, te weten het uitvoeren van schadelijke mondgewoonten met TMD-pijn en\r\nkaakgewrichtsgeluiden, het aantal uren dagelijkse oefening met TMD-pijn en het aantal jaren speelervaring met kaakgewrichtsgeluiden.","content":"

Onderzocht werd of zangers vaker TMD-pijn en kaakgewrichtsgeluiden rapporteren dan musici die hun kauwstelsel tijdens het musiceren niet belasten. Daarnaast werd onderzocht welke risicoindicatoren verband hielden met kaakklachten onder musici. In totaal vulden 1.470 muzikanten uit 50 verschillende muziekensembles een vragenlijst in, waaronder 306 zangers (experimentele groep) en 209 musici die hun kaak niet belasten tijdens musiceren (controlegroep). De prevalentie van zelfgerapporteerde TMD-pijn onder zangers was 21,9% en 12,0% in de controlegroep. Van de zangers rapporteerde 19,6% kaakgewrichtsgeluiden versus 14,8% van de controles. Uit het meervoudige regressiemodel, waarbij rekening werd gehouden met confounders zoals leeftijd en geslacht, bleek dat zangers niet vaker TMD-pijn en kaakgewrichtsgeluiden rapporteerden dan niet-zangers. Wel waren diverse vormen van fysieke belasting positief geassocieerd met de aanwezigheid van zelfgerapporteerde TMD onder musici, te weten het uitvoeren van schadelijke mondgewoonten met TMD-pijn en kaakgewrichtsgeluiden, het aantal uren dagelijkse oefening met TMD-pijn en het aantal jaren speelervaring met kaakgewrichtsgeluiden.<\/strong><\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"8","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5035","auteurs":[{"id":"610","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"M.K.A. van Selms","titel_key":"m_k_a_van_selms","old_id":"610","voorvoegsel":"M.K.A. van ","achternaam":"Selms"},{"id":"1743","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"J.W. Wiegers","titel_key":"j_w_wiegers","old_id":"0","voorvoegsel":"J.W.","achternaam":"Wiegers"},{"id":"1744","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"M.W. de Vries","titel_key":"m_w_de_vries","old_id":"0","voorvoegsel":"M.W. de","achternaam":"Vries"},{"id":"427","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"F. Lobbezoo","titel_key":"f_lobbezoo","old_id":"427","voorvoegsel":"F. ","achternaam":"Lobbezoo"},{"id":"717","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"C.M. Visscher","titel_key":"c_m_visscher","old_id":"717","voorvoegsel":"C.M.","achternaam":"Visscher"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/255_261.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/19ntvt005_01_web.jpg","rubriek_titel":"Onderzoek en wetenschap","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/zingen-gaat-niet-gepaard-met-kaakklachten","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/19ntvt005_01_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/19ntvt005_01_web.jpg"},{"id":"4539","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Visualisatie van spatten en aerosolen","titel_key":"visualisatie_van_spatten_en_aerosolen","subtitel":"Infectiepreventie","samenvatting":"Tijdens bijna elke tandheelkundige behandeling worden aerosolen en spatten geproduceerd, bijvoorbeeld bij het gebruik van de meerfunctietip. Deze (zeer kleine) vloeistofdruppeltjes zijn een potentiële bron van besmetting. Een groep Japanse wetenschappers heeft een nieuwe methode onderzocht om d...","content":"

Tijdens bijna elke tandheelkundige behandeling worden aerosolen en spatten geproduceerd, bijvoorbeeld bij het gebruik van de meerfunctietip. Deze (zeer kleine) vloeistofdruppeltjes zijn een potentiële bron van besmetting. Een groep Japanse wetenschappers heeft een nieuwe methode onderzocht om de verspreidingspatronen van de aerosolen snel inzichtelijk te maken. Ze gebruikten hiervoor bioluminescentie van adenosinetrifosfaat (ATP), een molecuul dat in alle levende micro-organismen aanwezig is. Deze testmethode wordt al langer toegepast in de voedingsindustrie om daar contaminatie met micro-organismen te onderzoeken.<\/p>\r\n

De onderzoekers lieten 10 studenten mondhygiënebehandelingen van 10 minuten uitvoeren (ultrasoon scalen met aansluitend polijsten). Voorafgaand werden monsters genomen van de verschillende oppervlakken in de omgeving waaronder het mondneusmasker, de veiligheidsbril, verschillende delen van de kleding van de behandelaren en de beschermbril van patiënten. Na afloop van de behandeling werden opnieuw monsters genomen van de verschillende oppervlakken waarbij een even groot oppervlak gesampled werd. De hoeveelheid ATP op de monsters werd direct bepaald met een lumitester (ATP bioluminescentie uitgedrukt in relatieve lichteenheden; RLU’s). Ook werden er monsters selectief gekweekt op orale Streptococci<\/i>.<\/p>\r\n

De RLU’s van alle geteste oppervlakken namen na de mondhygiënebehandeling statistisch significant toe (p < 0,001). De grootste hoeveelheid RLU’s werd gevonden op de beschermbrillen van de patiënten en daarna op de persoonlijke beschermingsmiddelen. Alle monsters bevatten orale Streptococci<\/i>, zodat verondersteld kan worden dat (een deel van) de gemeten contaminatie van plaque en speeksel afkomstig is.<\/p>\r\n

In dit eerste onderzoek naar aerosolen en spatten met behulp van ATP-bioluminescentie wordt duidelijk dat patiënten en behandelaars tijdens mondhygiënebehandelingen gecontamineerd raken met micro-organismen uit de mond. De onderzoekers vergeleken de aantallen RLU’s niet met totale hoeveelheden micro-organismen door bijvoorbeeld aselectieve kweekmethoden. Echter, veel bacteriën kunnen niet gekweekt worden, waardoor deze testmethode nieuwe informatie geeft die niet eenvoudig op een andere manier verkregen kan worden.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> ATP bioluminescentie blijkt een veelbelovend hulpmiddel voor het (snel) monitoren van oppervlakbesmettingen. De relatief hoge contaminatiescores op de beschermbril van de patiënten en de persoonlijke beschermingsmiddelen van de behandelaars geeft het belang aan van deze hulpmiddelen in de mondzorg.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Watanabe A, Tamaki N, Yokota K, Matsuyama M, Kokeguchi S<\/em>. Use of ATP bioluminescence to survey the spread of aerosol and splatter during dental treatments. J Hosp Infect 2018; 99: 303-305.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5036","auteurs":[{"id":"1635","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C.M.C. Volgenant","titel_key":"c_m_c_volgenant_1","old_id":"0","voorvoegsel":"C.M.C.","achternaam":"Volgenant"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/hygiene_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/visualisatie-van-spatten-en-aerosolen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/hygiene_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/hygiene_logo.jpg"},{"id":"4540","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Invloed handdroogmethoden op verspreiding bacteri\u00ebn","titel_key":"invloed_handdroogmethoden_op_verspreiding_bacterien","subtitel":"Infectiepreventie","samenvatting":"Handhygiëne is een essentiële stap bij het effectief uitvoeren van infectiepreventie in de zorg. In een multicenter onderzoek in ziekenhuizen in Italië, Frankrijk en Groot-Brittannië is de invloed nagegaan van verschillende handdroogmethoden op de verspreiding van potentieel path...","content":"

Handhygiëne is een essentiële stap bij het effectief uitvoeren van infectiepreventie in de zorg. In een multicenter onderzoek in ziekenhuizen in Italië, Frankrijk en Groot-Brittannië is de invloed nagegaan van verschillende handdroogmethoden op de verspreiding van potentieel pathogene bacteriën.<\/p>\r\n

De onderzoekers vergeleken het gebruik van (conventionele) papieren handdoeken met de handdroger (Dyson): beide handdroogmethoden werden toegepast op 2 toiletten in elk van de 3 onderzoekslocaties. Deze toiletten werden door zowel patiënten, bezoekers als personeel gebruikt. De onderzoekers kweekten de totale hoeveelheden kolonievormende eenheden (KVE), daarnaast keken ze specifiek naar de huidbacterie S. aureus<\/i> (inclusief MRSA), fecale bacteriën zoals Enterococci<\/i> (waaronder resistente VRE-varianten), enterobacteriën, ESBL-producerende bacteriën en Clostridium difficile<\/i>. De monsters werden genomen van verschillende oppervlakken en van aanwezig stof in de toiletruimtes. Ook werden monsters van de lucht genomen met een speciale afzuiger. Alle monsters werden op specifieke platen gekweekt. Controlemonsters werden ook tijdens de testperiode afgenomen. De Mann-Whitney U-test werd toegepast om te beoordelen of er significante verschillen tussen de 2 methodes waren.<\/p>\r\n

Bij het gebruik van papieren handdoeken was in vrijwel alle gevallen een lager aantal KVE gekweekt, zowel uit de monsters uit de lucht als vanaf de oppervlakken. Bij het gebruik van de handdroger werden vaker S.<\/i> aureus<\/i>, de resis–tente variant MRSA, Enterococci<\/i> en ESBL gekweekt (alles p < 0,0001).<\/p>\r\n

\"\"<\/p>\r\n

Afb. 1.<\/strong> Totaal aantal kolonievormende eenheden (alle locaties) in de wasruimtes per testdag in Groot-Brittannië met de resultaten voor de 2 handdroogmethodes.<\/em><\/p>\r\n

De onderzoekers verklaren deze negatieve resultaten voor de Dyson-handdroger door het werkingsmechanisme waarbij het apparaat met hoge snelheid water en bacteriën van de handen verwijdert en zo verspreidt in de lucht en op oppervlakken van de toiletruimte. Papieren handdoeken absorberen het water en de bacteriën juist, waardoor er minder verspreiding plaatsvindt. Het risico hiervan is afhankelijk van de micro-organismen die hierbij betrokken zijn, de resultaten laten zien dat de verspreiding van resis–tente pathogenen mogelijk is.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Uit dit onderzoeker blijkt dat de manier waarop de handen gedroogd worden na het handenwassen een significante invloed heeft op het risico van de verspreiding van bacteriën via oppervlakken en lucht en dat het toepassen van handdrogers daarom niet geschikt is voor zorginstellingen.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Best E, Parnell P, Couturier J, et al<\/em>. Multicentre study to examine the extent of environmental contamination by potential bacterial pathogens, including antibiotic resistant bacteria, in hospital washrooms according to hand-drying method. J Hosp Infect 2018; 100: 469-475.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5037","auteurs":[{"id":"1635","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C.M.C. Volgenant","titel_key":"c_m_c_volgenant_1","old_id":"0","voorvoegsel":"C.M.C.","achternaam":"Volgenant"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/hygiene_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/invloed-handdroogmethoden-op-verspreiding-bacterien","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/hygiene_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/hygiene_logo.jpg"},{"id":"4541","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Verkalking arteria carotis bij pati\u00ebnten met hemodialyse","titel_key":"verkalking_arteria_carotis_bij_patienten_met_hemodialyse","subtitel":"Radiologie","samenvatting":"Chronisch nierfalen (CNF) wordt gedefinieerd als een groep afwijkingen in de nierstructuur of in de functionele belasting gedurende een periode van minimaal 3 maanden en met een negatieve invloed op de gezondheid van de betreffende persoon. Deze conditie is progressief en irreversibel, en kan in een...","content":"

Chronisch nierfalen (CNF) wordt gedefinieerd als een groep afwijkingen in de nierstructuur of in de functionele belasting gedurende een periode van minimaal 3 maanden en met een negatieve invloed op de gezondheid van de betreffende persoon. Deze conditie is progressief en irreversibel, en kan in een later stadium leiden tot noodzakelijke hemodialyse. Cardiovasculaire ziekte is de meest voorkomende comorbiditeit en is vaak de doodsoorzaak bij deze categorie patiënten. Het mechanisme achter deze associatie is niet duidelijk. De aanwezigheid van de traditionele risicofactoren zoals hypertensie, diabetes mellitus, roken, zittende levensstijl en hyperlipidemie, verklaren de hoge prevalentie niet volledig. Een van de cardiovasculaire afwijkingen is atherosclerose, waarbij de vorming en opstapeling van plaques met daarin vet, cholesterol, fibreus weefsel en macrofagen, gevoelig zijn voor calcificatie. Panoramische röntgenopnamen worden in de tandheelkunde veel gebruikt en kunnen nuttig zijn bij het opsporen van dergelijke calcificaties in de arteria caritis (CAC). Het doel van dit onderzoek was om de aanwezigheid en geassocieerde factoren van CAC te bepalen bij CNF-patiënten die onderhevig zijn aan hemodialyse.<\/p>\r\n

In totaal werden 309 panoramische röntgenopnamen van CNF-patiënten met hemodialyse beoordeeld door een radioloog. Van hen waren 180 mannen en 129 vrouwen, de gemiddelde leeftijd was 43,7 jaar. Verder werden de volgende factoren in kaart gebracht: geslacht, tijdsduur hemodialyse, hypertensie, diabetes mellitus, biochemische parameters en mogelijk andere systemische afwijkingen.<\/p>\r\n

Gebaseerd op de panoramische röntgenopname kwam bij bijna 16% van deze patiënten een CAC voor, geassocieerd met leeftijd, geslacht en diabetes mellitus. Verder was er een verband tussen het voorkomen van CAC en de tijdsduur van de hemodialyse.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Bij een aanzienlijk percentage van de patiënten met chronisch nierfalen werd op de panoramische röntgenopname een calcificatie van de arteria carotis aangetroffen. Deze calcificatie werd vaker aangetroffen bij oudere patiënten, vrouwen, patiënten met diabetes mellitus en patiënten die al langere tijd hemodialyse ondergingen.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Maia PRL, Medeiros AMC, Pereira HSG, Lima KC, Oloveira PT<\/em>. Presence and associated factors of carotid artery calcification detected by digital panoramic radiography in patients with chronic kidney disease undergoing hemodialysis. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol 2018, 126: 198-204.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5038","auteurs":[{"id":"528","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.H.G. Poorterman","titel_key":"j_h_g_poorterman","old_id":"528","voorvoegsel":"J.H.G.","achternaam":"Poorterman"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/verkalking-arteria-carotis-bij-patienten-met-hemodialyse","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg"},{"id":"4542","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Voorspelling van bisfosfonaatgerelateerde osteonecrose","titel_key":"voorspelling_van_bisfosfonaatgerelateerde_osteonecrose","subtitel":"Radiologie","samenvatting":"Bisfosfonaatgerelateerde osteonecrose van de kaak (BGOK) werd voor het eerst beschreven in 2003. Beeldkenmerken hiervan zijn niet-specifiek en kunnen bestaan uit niet geremodelleerde extractie-alveolen, osteosclerose, osteolyse, onderbreking van de cortex en verwijding van het parodontale ligament....","content":"

Bisfosfonaatgerelateerde osteonecrose van de kaak (BGOK) werd voor het eerst beschreven in 2003. Beeldkenmerken hiervan zijn niet-specifiek en kunnen bestaan uit niet geremodelleerde extractie-alveolen, osteosclerose, osteolyse, onderbreking van de cortex en verwijding van het parodontale ligament. Het meest voorkomende beeldkenmerk is de osteosclerose, variërend van een verdikking van lamina dura en de alveolaire kam tot een op osteopetrose lijkende sclerose. Bij osteopetrose is er sprake van een verstoring van het evenwicht tussen botvorming en botafbraak. Het doel van dit onderzoek was om bisfosfonaatgerelateerde osteonecrose van de kaak te voorspellen op grond van radiologische kenmerken op een panoramische röntgenopname.<\/p>\r\n

Bij 24 met bisfosfonaat behandelde patiënten werd een osteonecrose vastgesteld (BGOK+). De controlegroep bestond uit 179 met bisfosfonaat behandelde patiënten zonder aantoonbare osteonecrose (BGOK-) en 200 patiënten zonder bisfosfonaatbehandeling (MED-). De corticale breedte van de onderkaak, de mandibulaire corticale index, sclerose van het trabeculaire bot en verdikking van de lamina dura werden in het onderzoek als parameters opgenomen.<\/p>\r\n

De mandibulaire corticale breedte was smaller bij de patiënten uit de groep BGOK- dan bij de anderen. In de groep BGOK+ waren halvemaanvormige defecten zichtbaar in de enossale marge van het corticale bot aan zowel de aangedane als de contralaterale zijde. Sclerose van het trabeculaire bot was vaker zichtbaar bij de groep BGOK+. Verdikking van de lamina dura was vaker zichtbaar bij de met bisfosfonaten behandelde patiënten dan bij de onbehandelde groep.<\/p>\r\n

Conclusie<\/strong>. Halvemaanvormige aantastingen van het corticale bot kunnen een voorspeller zijn voor de ontwikkeling van bisfosfonaatgerelateerde osteonecrose van de kaak. Sclerose van het trabeculaire bot was een karakteristiek beeldkenmerk voor bisfosfonaatgerelateerde osteonecrose van de kaak, terwijl verdikking van de lamina dura kan duiden op bisfosfonaatbehandeling.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Kubo R, Ariji Y, Taniguchi T, Nozawa M, Katsuamta A, Ariji E<\/em>. Panoramic radiographic features that predict the development of bisphosphonaterelated osteonecrosis of the jaw. Oral Radiol 2018, 34: 151-160.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5039","auteurs":[{"id":"528","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.H.G. Poorterman","titel_key":"j_h_g_poorterman","old_id":"528","voorvoegsel":"J.H.G.","achternaam":"Poorterman"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/voorspelling-van-bisfosfonaatgerelateerde-osteonecrose","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg"},{"id":"4543","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Panoramische r\u00f6ntgenopname en CBCT vergeleken","titel_key":"panoramische_rontgenopname_en_cbct_vergeleken","subtitel":"Radiologie","samenvatting":"Radiologische beeldvorming heeft verschillende functies in het diagnostisch proces en de behandelplanning van intraossale pathologie in de orale en maxillofaciale regio. Röntgenbeelden definiëren de locatie van de laesie en de uitbreiding in de kaak. Verder helpen de beeldkenmerken inzicht...","content":"

Radiologische beeldvorming heeft verschillende functies in het diagnostisch proces en de behandelplanning van intraossale pathologie in de orale en maxillofaciale regio. Röntgenbeelden definiëren de locatie van de laesie en de uitbreiding in de kaak. Verder helpen de beeldkenmerken inzicht te verkrijgen in de karakteristieken en het gedrag van de afwijking. Ten slotte zorgt het röntgenologisch beeld voor een instrument om de chirurgische en reconstructieve behandeling te leiden. Dit onderzoek focust op het vergelijken van de diagnostische gevolgen van panoramische röntgenopnamen met conebeamcomputertomogrammen (CBCT’s) voor de beeldvorming van intraossale pathologie.<\/p>\r\n

Drie radiologische specialisten op het gebied van de orale en maxillofaciale afwijkingen bekeken 33 sets van panoramische röntgenopnamen en CBCT´s waarbij de diagnose was gesteld op basis van een genomen biopsie. Zij beschreven hierbij 12 verschillende typen laesies en gaven tot maximaal 3 verschillende differentiële diagnoses, met daarbij de mate van vertrouwen in elk van de diagnoses.<\/p>\r\n

Een aantal aspecten van de laesies werd op de CBCT met meer vertrouwen positief beoordeeld: begrenzing van de laesie, corticalisering van de laesie, effect op het neurovasculaire kanaal, expansie, corticale uitdunning en corticale destructie. Er werd geen verband gevonden tussen de panoramische röntgenopname en de CBCT en de rangorde waarin de differentiële diagnoses door de beoordelaars waren aangegeven.<\/p>\r\n

Conclusie. <\/b>Voordat tot het maken van een CBCT wordt besloten, dient eerst te worden overwogen of extra diagnostische informatie verkregen zal worden. In dit onderzoek werden verschillen gevonden tussen panoramische röntgenopname en CBCT met betrekking tot een aantal laesiekenmerken, maar de CBCT vergrootte niet de diagnostische kwaliteit.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Lim LZ, Padilla RJ, Reside GJ, Tyndall DA<\/em>. Comparing panoramic radiographs and cone beam computed tomography: Impact on radiographic features and differential diagnosis. Oral Surg Oral Med Oral Pathol Oral Radiol 2018, 126: 63-71.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5040","auteurs":[{"id":"528","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.H.G. Poorterman","titel_key":"j_h_g_poorterman","old_id":"528","voorvoegsel":"J.H.G.","achternaam":"Poorterman"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/panoramische-rontgenopname-en-cbct-vergeleken","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg"},{"id":"4544","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Dosis en strooistraling bij intraorale r\u00f6ntgentoestellen met ronde en rechthoekige diafragma\u2019s","titel_key":"dosis_en_strooistraling_bij_intraorale_rontgentoestellen_met_ronde_en_rechthoekige_diafragmas","subtitel":"Radiologie","samenvatting":"Het doel van dit onderzoek was het bepalen van de vermindering van de stralingsdosis bij rechthoekige collimatie ten opzichte van een rond bestralingsveld. Daarnaast werd de dosis voor verschillende organen in het hoofd-halsgebied beoordeeld bij een ronde en een rechthoekige röntgenbundel. Volg...","content":"

Het doel van dit onderzoek was het bepalen van de vermindering van de stralingsdosis bij rechthoekige collimatie ten opzichte van een rond bestralingsveld. Daarnaast werd de dosis voor verschillende organen in het hoofd-halsgebied beoordeeld bij een ronde en een rechthoekige röntgenbundel. Volgens het ALARA-principe van de ICRP moet de dosis voor de patiënt zo laag zijn als redelijkerwijs mogelijk is. Omdat de kosten van een rechthoekig diafragma relatief gering zijn en de dosisreductie aanzienlijk, is het gebruik van rechthoekige collimatie eigenlijk verplicht volgens het ALARA-principe. In dit onderzoek werd de dosis voor de patiënt en de strooistralingsdosis voor verschillende organen in het hoofd-halsgebied gemeten voor 3 verschillende röntgentoestellen zonder en met rechthoekige collimatie.<\/p>\r\n

Om de variatie in stralingsoutput bij de verschillende veldgrootten te evalueren, werd het kerma-area product<\/i> (KAP) gemeten. KAP is een maat voor de hoeveelheid energie die wordt overgedragen aan lucht door ioniserende straling over het gehele röntgenveld. Deze meting geeft een goede indicatie voor de totale hoeveelheid straling die op de huid van de patiënt valt. De gebruikte KAP-meter is in staat is om zowel de stralingsdosis (µGy) als de grootte van het primair bestraalde veld te meten.<\/p>\r\n

De KAP werd gemeten voor de standaard 20,4, 25,7 en 31,7 cm2<\/sup> ronde tubus van elk van de toestellen en met een 12 cm2<\/sup> rechthoekig diafragma. Om de verandering in de secundaire straling die de patiënt treft te bepalen, werd een volwassen fantoomhoofd geladen met dunne stroken röntgengevoelige folie. Er werd een volledige röntgenstatus vervaardigd bij de verschillende ronde en rechthoekige collimaties (tab. 1). De films werden gekwantificeerd met behulp van een kalibratiefactor om de geabsorbeerde orgaandosis te verkrijgen voor de ogen, de schildklier en de speekselklieren.<\/p>\r\n

\"\" Tabel 1<\/strong>. De KAP-waarden voor de 3 intraorale röntgentoestellen bij verschillende buisstroom (mA) en buisstroomtijdproducten (mAs) voor de ronde versus de rechthoekige collimatie.<\/em><\/p>\r\n

Bij gebruik van de rechthoekige collimator verminderde de KAP ten opzichte van de ronde collimators met 40 tot 60%. Voor de dosis aan secundaire straling op de verschillende organen werd een vermindering van 81% van de verstrooiingsdosis waargenomen.<\/p>\r\n

Conclusies:<\/b> Dit onderzoek toont opnieuw aan dat het gebruik van rechthoekige diafragmering een klinisch relevante dosisvermindering voor patiënten biedt. Daarom is het gebruik van rechthoekige collimatie voor alle intraorale röntgenologische procedures dringend gewenst.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Magill D, Ngo NJH, Felice MA, Mupparapu M<\/em>. Kerma area product (KAP) and scatter measurements for intraoral X-ray machines using three different types of round collimation compared with rectangular beam limiter. Dentomaxillofac Radiol 2019; 48: 20180183.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5041","auteurs":[{"id":"639","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"P.F. van der Stelt","titel_key":"p_f_van_der_stelt","old_id":"639","voorvoegsel":"P.F. van der","achternaam":"Stelt"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/dosis-en-strooistraling-bij-intraorale-rontgentoestellen-met-ronde-en-rechthoekige-diafragmas","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg"},{"id":"4545","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Conventionele versus biologische behandeling van melkelementen","titel_key":"conventionele_versus_biologische_behandeling_van_melkelementen","subtitel":"Kindertandheelkunde","samenvatting":"De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor een biologische benadering bij de behandeling van actieve cariës bij kinderen. Deze benadering bestaat uit minder invasief ingrijpen, waarbij actieve cariës geïsoleerd wordt van een cariogene biofilm en substraat.\r\nHet doel va...","content":"

De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor een biologische benadering bij de behandeling van actieve cariës bij kinderen. Deze benadering bestaat uit minder invasief ingrijpen, waarbij actieve cariës geïsoleerd wordt van een cariogene biofilm en substraat.<\/p>\r\n

Het doel van onderhavig onderzoek was na te gaan wat het verschil is tussen 2 behandelmethoden in relatie tot de effectiviteit, kosten en de acceptatie van behandeling. Een retrospectief\/prospectief cohortonderzoek werd uitgevoerd. Bij 246 patiënten in de leeftijd van 4-9 jaar werden de kosten, effectiviteit en klinische data geanalyseerd. Er vulden 110 patiënten van 4-9 jaar en hun verzorger een vragenlijst in over de acceptatie van behandeling.<\/p>\r\n

Van 836 melkelementen werd 75,5% conventioneel behandeld en gerestaureerd, waarbij al het carieuze weefsel werd verwijderd, bij 24,3% van de melkelementen werd een pulpotomie gedaan. Bij de biologische benadering werd 95% van de gebitselementen voorzien van een roestvrijstalen kroontje (Hall-techniek) en werd bij 5% een restauratie geplaatst na enkel selectieve verwijdering van carieus dentine (een schone glazuur-dentinegrens met achterlating van dentine dat met de handexcavator stevig aanvoelt). Na 77 maanden was 95,3% van de melkelementen na conventionele behandeling symptoomvrij, met de biologische benadering was dat 95,8%. Een significant verschil werd gevonden tussen de gemiddelde kosten van de 2 benaderingen met een gemiddeld verschil van 45,20 Pond Sterling (p <0,001), ten gunste van de biologische benadering. De kosten van een conventionele behandeling waren bijna tweemaal zo hoog als die van een biologische behandeling. De meeste kinderen en hun verzorgers waren tevreden met zowel de conventionele als de biologische benadering bij de behandeling van actieve cariës.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Hoewel de conventionele als de biologische benadering vergelijkbare succesvolle resultaten lieten zien, toonde de biologische benadering die voornamelijk bestond uit het plaatsen van roestvrijstalen kroontjes significant lagere behandelkosten. Over zowel de biologische als conventionele behandeling waren ouders en kinderen positief.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

BaniHani A, Deery C, Toumba J, Duggal M<\/em>. Effectiveness, costs and patient acceptance of a conventional and a biological treatment approach for carious primary teeth in Children. Caries Res 2019; 53: 65–75.<\/p>\r\n

 <\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5042","auteurs":[{"id":"224","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"D.L. Gambon","titel_key":"d_l_gambon","old_id":"224","voorvoegsel":"D.L.","achternaam":"Gambon"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/conventionele-versus-biologische-behandeling-van-melkelementen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4546","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"De impact van vroegtijdig verlies van melkelementen","titel_key":"de_impact_van_vroegtijdig_verlies_van_melkelementen","subtitel":"Kindertandheelkunde","samenvatting":"Melkelementen zijn van essentieel belang bij de esthetiek, occlusie, uitspraak en het welbevinden van kinderen en spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de kaken en het creëren van ruimte voor het blijvend gebit. Een gaaf melkgebit is evident. Het doel van het onderhavige onderzoek...","content":"

Melkelementen zijn van essentieel belang bij de esthetiek, occlusie, uitspraak en het welbevinden van kinderen en spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling van de kaken en het creëren van ruimte voor het blijvend gebit. Een gaaf melkgebit is evident. Het doel van het onderhavige onderzoek was na te gaan in welke mate vroegtijdig verlies van melkmolaren voorkomt en in hoeverre dit de kwaliteit van leven bij schoolkinderen beïnvloedt.<\/p>\r\n

In totaal namen 667 kinderen in de leeftijd 8-9 jaar deel aan het onderzoek. De aanwezigheid van onbehandelde cariës en vroegtijdig verlies van melkmolaren werd gescoord. Om de impact van vroegtijdig verlies van melkmolaren te bepalen werd de Child Perceptions Questionnaire (CPQ8-10) gebruikt, waarbij gekeken werd naar pijnklachten, kauw- en\/of slaapproblemen, verminderde eetlust, gewichtsverlies, gedragsveranderingen, regelmatige absentie op school en\/of verminderde schoolprestaties. Om de relatie tussen vroegtijdig verlies van melkmolaren en de impact daarvan op de kwaliteit van leven te bepalen werd de Poisson regressie-analyse gebruikt (p < 0,05). Bij 65,4% van de kinderen werd vroegtijdig gebitsverlies gescoord (95% betrouwbaarheidsinterval 51,1-77,3%). Bovendien toonde dit onderzoek aan dat vroegtijdig verlies van de melkmolaren een negatieve invloed had op de kwaliteit van leven met betrekking tot de totale score op het gebied van orale symptomen, beperkt functioneren en emotioneel welbevinden. Kinderen met vroegtijdig verlies van melkmolaren hadden een significant hogere score (CPQ8-10), evenals meisjes en kinderen met cariës in andere gebitselementen.<\/p>\r\n

\"\"<\/p>\r\n

Afb. 1<\/strong>. Onbehandelde cariës kan tot vroegtijdig verlies van melkmolaren leiden.<\/em><\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> De prevalentie van vroegtijdig verlies van melkmolaren was hoog en had een impact op de kwaliteit van leven onafhankelijk van de aanwezige cariëslaesies bij kinderen van 8-9 jaar. Dit onderzoek benadrukt dat vroegtijdig verlies van melkmolaren in deze leeftijdsgroep moet worden voorkomen en benadrukt de noodzaak van preventie.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Monte-Santo AS, Viana SVC, Moreira KMS, Imparato JCP, Mendes FM, Boninin GAV<\/em>. Prevalence of early loss of primary molar and its impact in schoolchildren’s quality of life. Int J of Pediatr Denti 2018; 28: 595-601.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5043","auteurs":[{"id":"224","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"D.L. Gambon","titel_key":"d_l_gambon","old_id":"224","voorvoegsel":"D.L.","achternaam":"Gambon"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/de-impact-van-vroegtijdig-verlies-van-melkelementen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4547","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Composietrestauraties tijdens de zwangerschap en het risico voor de foetus","titel_key":"composietrestauraties_tijdens_de_zwangerschap_en_het_risico_voor_de_foetus","subtitel":"Algemene ziekteleer","samenvatting":"Composieten zijn momenteel de eerste keus bij een restauratieve behandeling. Er zijn echter zorgen over de veiligheid. Aangetoond is dat hormoonverstorende stoffen van composiet enkele uren na lichtuitharding van het materiaal door de placenta heen kunnen. Polymeren zouden bij zwangere vrouwen de fo...","content":"

Composieten zijn momenteel de eerste keus bij een restauratieve behandeling. Er zijn echter zorgen over de veiligheid. Aangetoond is dat hormoonverstorende stoffen van composiet enkele uren na lichtuitharding van het materiaal door de placenta heen kunnen. Polymeren zouden bij zwangere vrouwen de foetus in gevaar kunnen brengen. Een groot epidemiologisch onderzoek naar het risico bij het gebruik van composieten met polymeren tijdens de zwangerschap ontbreekt. Het doel van dit onderzoek was na te gaan of er een correlatie bestaat tussen het plaatsen van composieten met polymeren tijdens de zwangerschap en ongunstige geboorte-uitkomsten.<\/p>\r\n

Het onderzoek maakte deel uit van een groot moeder- en kind-cohortonderzoek, waarbij informatie over tandheelkundige behandeling werd verkregen aan de hand van vragenlijsten die naar de vrouwen werden opgestuurd tussen de zeventiende en dertigste week van de zwangerschap. Het plaatsen van een composietrestauratie werd geteld als een composietrestauratie op basis van polymeren. Alleen de geboorte van eenlingen werd meegeteld. Logistische regressiemodellen, waarbij gekeken werd naar de leeftijd van de moeder, opleidingsniveau, body mass index, pariteit en roken en alcoholgebruik tijdens de zwangerschap werden gebruikt om de odds ratio <\/i>(OR) en 95% betrouwbaarheidsinterval (CI) te bepalen.<\/p>\r\n

Bij 12% van de vrouwen waren composietrestauraties geplaatst, 25% bezocht de tandarts zonder het plaatsen van een composietrestauratie en 62,5% bezocht geen tandarts (n = 90.886). Er werd geen significant verband gevonden tussen de plaatsing van composietrestauratie tijdens de zwangerschap en doodgeboorte, misvorming, vroeggeboorte en een laag of hoog geboortegewicht.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> In dit onderzoek hadden vrouwen bij wie tijdens de zwangerschap composietrestauratie werden gelegd geen verhoogd risico op nadelige uitkomsten bij de geboorte van hun kind in vergelijking met vrouwen die geen composietrestauratie hadden gekregen.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Berge TLL, Lygre GB, Lie SA, Björkman L<\/em>. Polymer-based dental filling materials placed during pregnancy and risk to the foetus. BMC Oral Health 2018; 18: 144.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5044","auteurs":[{"id":"224","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"D.L. Gambon","titel_key":"d_l_gambon","old_id":"224","voorvoegsel":"D.L.","achternaam":"Gambon"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/composietrestauraties-tijdens-de-zwangerschap-en-het-risico-voor-de-foetus","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg"},{"id":"4548","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Tongbeslag in relatie tot halitose en de algemene gezondheid","titel_key":"tongbeslag_in_relatie_tot_halitose_en_de_algemene_gezondheid","subtitel":"Algemene ziekteleer","samenvatting":"Dit artikel geeft aan de hand van een literatuuroverzicht informatie over de huidige stand van de wetenschap die zich bezighoudt met tongbeslag in relatie tot halitose en de algemene gezondheid.\r\nTongbeslag ontstaat tussen de papillae filiformes, vooral op het dorsale deel van de tongrug. Het bestaa...","content":"

Dit artikel geeft aan de hand van een literatuuroverzicht informatie over de huidige stand van de wetenschap die zich bezighoudt met tongbeslag in relatie tot halitose en de algemene gezondheid.<\/p>\r\n

Tongbeslag ontstaat tussen de papillae filiformes, vooral op het dorsale deel van de tongrug. Het bestaat uit dode epitheelcellen, bacteriën en stoffen uit bloed, speeksel, secreet van de sulcus gingivalis en secreet van de nasofarynx. Gezonde mensen hebben een dunne laag tongbeslag, maar bij parodontitis kan de laag tot viermaal zo dik zijn. Ouderen hebben doorgaans een relatief dikke laag tongbeslag door afname van de mondverzorging, de speekselsecretiesnelheid en de tongmobiliteit en door toename van de grootte van de papillae filiformes. De samenstelling en de kleur van tongbeslag staan direct in verband met het type genuttigde voeding en met roken. Medisch gezien zou tongbeslag vooral bij ouderen een risicofactor kunnen zijn voor aspiratiepneumonie en hebben personen met gastro-intestinale en leverziekten een relatief dikke laag tongbeslag. In tongbeslag worden onwelriekende vluchtige zwavelverbindingen geproduceerd die de belangrijkste oorzaak zijn van halitose.<\/p>\r\n

De kwantiteit van tongbeslag wordt mede bepaald door de grootte en de ruwheid van het tongoppervlak. Kwantificering en kleurbepaling zijn mogelijk met een reeks methoden die kunnen worden toegepast bij een individuele evaluatie en bij wetenschappelijk onderzoek. Tongbeslag bevat een niet te onderschatten aandeel van het totale orale microbioom. Aan de productie van vluchtige zwavelverbindingen leveren in het orale microbioom vooral anaerobe maar ook parodontale bacteriën een bijdrage.<\/p>\r\n

Anders dan in de traditionele Chinese geneeskunde speelt in de moderne westerse geneeskunde de tong een ondermaatse rol in de diagnostiek. Een voorbeeld van eenvoudige visuele diagnostiek is dat tongbeslag op de tongrug de smaakpapillen volledig kan bedekken. Dus mechanische verwijdering van tongbeslag kan de smaakperceptie verbeteren.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Artsen en vooral tandartsen zouden meer (diagnostische) aandacht moeten besteden aan de tong.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Seerangaiyan K, Jüch F, Winkel EG<\/em>. Tongue coating: its characteristics and role in intra-oral halitosis and general health – a review. J Breath Res 2018; 12: 034001.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5045","auteurs":[{"id":"1428","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C. de Baat","titel_key":"c_de_baat_2","old_id":"0","voorvoegsel":"C. de","achternaam":"Baat"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/tongbeslag-in-relatie-tot-halitose-en-de-algemene-gezondheid","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg"},{"id":"4549","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Een valide nieuwe methode voor organoleptisch onderzoek","titel_key":"een_valide_nieuwe_methode_voor_organoleptisch_onderzoek","subtitel":"Algemene ziekteleer","samenvatting":"Organoleptisch onderzoek wordt beschouwd als de gouden standaard in de diagnostiek van halitose. De methode kent echter enkele nadelen, zoals zijn subjectiviteit en slechte reproduceerbaarheid en de schaamte die patiënten ervaren als de waarnemer zeer dichtbij komt om de ademgeur te beoordelen....","content":"

Organoleptisch onderzoek wordt beschouwd als de gouden standaard in de diagnostiek van halitose. De methode kent echter enkele nadelen, zoals zijn subjectiviteit en slechte reproduceerbaarheid en de schaamte die patiënten ervaren als de waarnemer zeer dichtbij komt om de ademgeur te beoordelen. Daarom bepaalden de onderzoekers de wetenschappelijke validiteit van een al sinds 2009 toegepaste nieuwe methode voor organoleptisch onderzoek, de zogenoemde negatieve drukmethode.<\/p>\r\n

In het retrospectieve onderzoek participeerden 476 patiënten die over een periode van bijna 4 jaar een halitosekliniek in Leuven bezochten. Ze waren op dat moment niet zwanger, hadden geen infectieziekte en hadden tot 3 maanden tevoren geen antibioticum gebruikt. Voorafgaand aan hun bezoek hadden ze met het oog op de uit te voeren organoleptische onderzoeken schriftelijke instructies gekregen over hun gebruik van voedsel, cosmetica en mondverzorgingsproducten. De organoleptische onderzoeken waren het conventionele onderzoek en de negatieve drukmethode. Voor een objectieve beoordeling van de uitademingslucht waren Halimeter®<\/sup> en OralChroma™ gebruikt.<\/p>\r\n

De metingen volgens de 2 organoleptische onderzoeken vertoonden gelijkwaardige statistisch significante correlaties met de metingen volgens de 2 objectieve meetmethoden. Verdere statistische analyse liet zien dat de negatieve drukmethode beter scoorde op positieve en negatieve voorspellende waarde, sensitiviteit en specificiteit dan het conventionele organoleptisch onderzoek.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> De negatieve drukmethode is een betrouwbaar instrument voor organoleptisch onderzoek van uitademingslucht en is minstens even bruikbaar als het conventionele organoleptisch onderzoek.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Laleman I, De Geest S, Dekeyser C, Teughels W, Quirynen M<\/em>. A new method of choice for organoleptic scoring: the negative-pressure technique. J Clin Periodontol 2018; 45: 1319-1325.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5046","auteurs":[{"id":"23","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C. de Baat","titel_key":"c_de_baat","old_id":"23","voorvoegsel":"C. de","achternaam":"Baat"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/een-valide-nieuwe-methode-voor-organoleptisch-onderzoek","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg"},{"id":"4550","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Selectie van halitosepati\u00ebnten met sociale angst","titel_key":"selectie_van_halitosepatienten_met_sociale_angst","subtitel":"Algemene ziekteleer","samenvatting":"Vaak heeft de beleving van of angst voor het hebben van halitose gevolgen voor het sociaal functioneren. Om met een vragenlijst de emotionele, cognitieve en gedragsmatige gevolgen van halitose in kaart te brengen, hebben de onderzoekers de uit 18 vragen bestaande Halitosis Consequences Inventory (IC...","content":"

Vaak heeft de beleving van of angst voor het hebben van halitose gevolgen voor het sociaal functioneren. Om met een vragenlijst de emotionele, cognitieve en gedragsmatige gevolgen van halitose in kaart te brengen, hebben de onderzoekers de uit 18 vragen bestaande Halitosis Consequences Inventory (ICH) ontwikkeld. Het doel van het onderzoek was de betrouwbaarheid, de sensitiviteit en de specificiteit van de ICH te bepalen en na te gaan of de ICH-score is gerelateerd aan sociale angst.<\/p>\r\n

Participanten van de experimentele onderzoeksgroep waren 411 personen die zichzelf bij een halitosekliniek (164) of reagerend op een internetoproep (247) hadden gemeld met een klacht over halitose. De controlegroep bestond uit 25 studenten zonder subjectieve halitose en met een score van maximaal 6 op de ICH. Naast de ICH vulden de participanten van de experimentele groep die zich via internet hadden gemeld en de controlegroep een sociodemografische vragenlijst in en 5 vragenlijsten over sociale angst: de Social Anxiety Disorder Scale (SADS), de Fear of Negative Evaluation Scale (FNE), de Liebowitz Social Anxiety Scale Self Report (LSAS-SR), de Social Phobia Inventory (SPIN) en de verkorte versie daarvan (Mini-SPIN). Al eerder hadden de bezoekers van de halitosekliniek alleen de ICH, de SADS en de FNE ingevuld.<\/p>\r\n

Statistische analyse van de onderzoeksgegevens bracht aan het licht dat de betrouwbaarheid van de ICH uitstekend was (Cronbach’s alfa = 0,93). Verder bleken positieve en negatieve scores voor sociale angst, vooral die van de SADS en de LSAS-SR, statistisch significant gerelateerd aan de gemiddelde positieve en negatieve scores op de ICH. Als de grenswaarde van de ICH werd gesteld op 6,5 bereikten de sensitiviteit en de specificiteit respectievelijk waarden van bijna 96 en 88%.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> De ICH is een betrouwbare vragenlijst om de psychische gevolgen van halitose te registreren en om halitosepatiënten met sociale angst te selecteren.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Duarte da Conceicao M, Giudice FS, de Francisco Carvalho L<\/em>. The Halitosis Consequences Inventory: psychometric properties and relationship with social anxiety disorder. BDJ Open 2018; 4: 18002.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5047","auteurs":[{"id":"23","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C. de Baat","titel_key":"c_de_baat","old_id":"23","voorvoegsel":"C. de","achternaam":"Baat"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/selectie-van-halitosepatienten-met-sociale-angst","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg"},{"id":"4551","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Sms\u2013berichten: effect op mondhygi\u00ebne bij orthodontische behandeling","titel_key":"sms_berichten_effect_op_mondhygiene_bij_orthodontische_behandeling","subtitel":"Preventieve Tandheelkunde","samenvatting":"Succes bij een orthodontische behandeling is sterk afhankelijk van de medewerking van de patiënt, ook op het gebied van de mondhygiëne. Het doel van het onderhavig onderzoek was te beoordelen of dagelijkse sms-berichten meer invloed hadden op verbetering van de mondhygiëne dan wekelij...","content":"

Succes bij een orthodontische behandeling is sterk afhankelijk van de medewerking van de patiënt, ook op het gebied van de mondhygiëne. Het doel van het onderhavig onderzoek was te beoordelen of dagelijkse sms-berichten meer invloed hadden op verbetering van de mondhygiëne dan wekelijkse berichten. Met behulp van een blind, prospectief gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek werd het effect op de mondhygiëne bij het dagelijks versturen van tandheelkundige berichten geëvalueerd. Aan het onderzoek deden 52 meisjes en 27 jongens mee van 12-17 jaar oud. Allen werden behandeld met verschillende vaste apparatuur in zowel boven- als onderkaak. Willekeurig werden ze ingedeeld in 2 groepen, waarbij de ene groep wekelijks en de andere dagelijks een sms-bericht ontving. De mondhygiëne werd bij aanvang van het onderzoek gemeten en na 8,6 ± 0,9 weken gescoord.<\/p>\r\n

\"\"
(Beeld: Shutterstock)<\/p>\r\n

De groep die dagelijks een herinnering kreeg (n = 42) liet een significant grotere verbetering van de mondhygiëne zien dan de groep (n = 37) die wekelijks een bericht kreeg. De dagelijkse scoredaling resulteerde in respectievelijk 48% voor de bloedingsindex (BI), 21% voor de plaque-index (PI) en 19% voor gingiva-index (GI) ten opzichte van de andere groep: 27% BI, 14% PI en 13% GI. Er was geen verschil in de mondhygiëneverbetering in relatie tot het geslacht. De 42% van de patiënten die aan het eind van het onderzoek de vragenlijst invulde, gaf aan frequenter berichten te willen ontvangen, waarbij de berichten met betrekking tot verkorting van de behandelduur effectiever waren dan die met betrekking tot de mondhygiëne zelf. Deze waren het minst effectief.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Dagelijkse sms-berichten zijn effectiever voor het verbeteren van de mondhygiëne dan wekelijkse sms’jes. Betere medewerking door sms-berichten is eerder ook uit ander medisch onderzoek naar voren gekomen. Onderzoek op dit gebied over een langere periode ontbreekt echter tot nu toe. Het is de vraag wat de langetermijneffecten zullen zijn in relatie tot meer frequente berichten. Veel berichten kunnen ook tot irritatie of negeren leiden.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Ross MC, Campbell PM, Tadlock LP, Taylor RW, Buschang PH<\/em>. Effect of automated messaging on oral hygiene in adolescent orthodontic patients:A randomized controlled trial. Angle Orthod. 2019: 89: 262-267.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5048","auteurs":[{"id":"224","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"D.L. Gambon","titel_key":"d_l_gambon","old_id":"224","voorvoegsel":"D.L.","achternaam":"Gambon"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/preventieve_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/sms-berichten-effect-op-mondhygiene-bij-orthodontische-behandeling","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/preventieve_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/preventieve_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4552","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Verschillen in mondgezondheid van Britse kinderen en adolescenten","titel_key":"verschillen_in_mondgezondheid_van_britse_kinderen_en_adolescenten","subtitel":"Sociale tandheelkunde","samenvatting":"Er bestaan aanzienlijke verschillen in mondgezondheid waar het kinderen met een minder bedeelde of etnische achtergrond betreft. Echter, het is bekend dat een deel van deze verschillen verdwijnt richting adolescentie. Het doel van dit onderzoek was om te bestuderen of het verband tussen etniciteit,...","content":"

Er bestaan aanzienlijke verschillen in mondgezondheid waar het kinderen met een minder bedeelde of etnische achtergrond betreft. Echter, het is bekend dat een deel van deze verschillen verdwijnt richting adolescentie. Het doel van dit onderzoek was om te bestuderen of het verband tussen etniciteit, sociaaleconomische positie en mondgezondheid verschilt onder kinderen en adolescenten.<\/p>\r\n

Data beschikbaar uit een cross-sectioneel onderzoek betreffende de gezondheid van kinderen uit 2013 werden nader geanalyseerd. Hierbij werden ruim 8.500 kinderen van 5, 8, 12 en 15 jaar uit Engeland, Wales en Noord-Ierland onder de loep genomen. Mondgezondheidsindicatoren betroffen het aantal aangetaste en gevulde gebitselementen, aanwezigheid van plaque en gingivitis en parodontale gezondheid. Etniciteit werd gemeten met een UK standaard uit 2011 over etnische profilering. Sociaaleconomische positie werd bepaald aan de hand van familiegegevens, schoolinformatie en woonachtig in achterstandswijken.<\/p>\r\n

De voorspelling voor aangetaste gebitselementen bedroeg 1,54 voor blanke kinderen van 5 jaar, terwijl dit voor Indiaas\/Pakistaanse kinderen 2-2,5 keer hoger was. Op de leeftijd van 15 jaar was dit verschil aanzienlijk gereduceerd. Slechte familieomstandigheden waren geassocieerd met meer aangetaste gebitselementen op jonge leeftijd, maar niet op 15-jarige leeftijd. De invloed van het woonniveau was gelijk op jonge en oudere leeftijd wat betreft aantal aangetaste en gevulde gebitselementen, maar was groter bij 15-jarigen wat betreft parodontale ongezondheid.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Dit onderzoek levert enig bewijs dat de invloed van etnische en familieomstandigheden op de mondgezondheid kleiner is bij adolescenten dan bij jonge kinderen. Echter, aanzienlijke verschillen in mondgezondheid gerelateerd aan slechte woonomstandigheden blijven bij adolescenten wel aanwezig.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Rouxel P, Chandola T<\/em>. Socioeconomic and ethnic inequalities in oral health among children and adolescents living in England, Wales and Northern Ireland. Community Dent Oral Epidemiol 2018; 46: 426-434.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5049","auteurs":[{"id":"528","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.H.G. Poorterman","titel_key":"j_h_g_poorterman","old_id":"528","voorvoegsel":"J.H.G.","achternaam":"Poorterman"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/sociale_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/verschillen-in-mondgezondheid-van-britse-kinderen-en-adolescenten","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/sociale_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/sociale_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4553","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Ouderfactoren op jonge leeftijd geassocieerd met cari\u00ebs in jongvolwassenheid","titel_key":"ouderfactoren_op_jonge_leeftijd_geassocieerd_met_caries_in_jongvolwassenheid","subtitel":"Sociale tandheelkunde","samenvatting":"Mondgezondheidsgedrag wordt al vroeg in het bestaan vastgelegd, waarbij omstandigheden in de familie een bepalende factor zijn. Het is genoegzaam bekend dat houding en gedrag van ouders in de vroege kindertijd belangrijke determinanten zijn voor de mondgezondheid van hun kinderen. Deze ouderlijke in...","content":"

Mondgezondheidsgedrag wordt al vroeg in het bestaan vastgelegd, waarbij omstandigheden in de familie een bepalende factor zijn. Het is genoegzaam bekend dat houding en gedrag van ouders in de vroege kindertijd belangrijke determinanten zijn voor de mondgezondheid van hun kinderen. Deze ouderlijke invloed beslaat niet alleen de kindertijd maar is ook aantoonbaar gedurende de adolescentie en tot in de vroege volwassenheid. Het doel van dit onderzoek was het toetsen van de hypothese dat ouderlijke factoren in de vroege kindertijd geassocieerd zijn met de cariësstatus van jongvolwassenen.<\/p>\r\n

Een cohort van 494 persoenen werd gevolgd van 1 tot 20 jaar. Gegevens van ouders werden verzameld via interviews en vragenlijsten op 1- en 3-jarige leeftijd van het kind. Op 20-jarige leeftijd werden bitewing-opnamen genomen bij de deelnemer. Gebaseerd op het aantal approximale laesies (initiële laesie versus manifeste laesie) en het aantal approximale restauraties, werden de deelnemers verdeeld in 2 groepen: score 0 (n = 244) en score > 0 (n = 250; met een subgroep met score ≥ 8, n = 33).<\/p>\r\n

De resultaten lieten zien dat minder dan 2 keer per dag tandenpoetsen met een fluoridehoudende pasta op 3-jarige leeftijd en de zelfwaardering van de moeder van haar gebit als minder dan optimaal, belangrijke risicofactoren waren voor het ontwikkelen van cariës. Een interactie van minder dan 2 keer per dag poetsen op 3-jarige leeftijd plus de consumptie van cariësrisicovolle producten meer dan 3 keer per dag, deed de kans op cariës bij de jongvolwassenen nog verder stijgen. Ook de angst van de moeder voor tandheelkundige behandeling was gerelateerd aan meer cariës op jongvolwassen leeftijd.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Ouderlijke factoren in de vroege kindertijd zijn geassocieerd met cariëservaring op 20-jarige leeftijd.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Isaksson H, Koch G, Alm A, Nilsson M, Wendt LK, Birkhed D<\/em>. Parental factors in early childhood are associated with approximal caries experience in young adults – a longitudinal study. Community Dent Oral Epidemiol 2019; 47: 49-57.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5050","auteurs":[{"id":"528","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.H.G. Poorterman","titel_key":"j_h_g_poorterman","old_id":"528","voorvoegsel":"J.H.G.","achternaam":"Poorterman"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/sociale_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/ouderfactoren-op-jonge-leeftijd-geassocieerd-met-caries-in-jongvolwassenheid","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/sociale_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/sociale_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4554","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Genetisch testen voor amelogenesis imperfecta","titel_key":"genetisch_testen_voor_amelogenesis_imperfecta","subtitel":"Basiswetenschappen","samenvatting":"Het testen op genetische afwijkingen is in toenemende mate onderdeel van de klinische zorg in het Verenigd Koninkrijk. Deze verandering weerspiegelt de vooruitgang in het vermogen om uitkomsten van genetisch testen naar de praktijk te vertalen. Bovendien is er een meerwaarde voor het stellen van een...","content":"

Het testen op genetische afwijkingen is in toenemende mate onderdeel van de klinische zorg in het Verenigd Koninkrijk. Deze verandering weerspiegelt de vooruitgang in het vermogen om uitkomsten van genetisch testen naar de praktijk te vertalen. Bovendien is er een meerwaarde voor het stellen van een diagnose, het nemen van een behandelbeslissing en het voortschrijdend inzicht met betrekking tot het incorporeren van evidencebased<\/i> onderzoek. Het doel van dit onderzoek was om de opinie te peilen van kindertandartsen over het gebruik van genetisch testen voor tandheelkundige afwijkingen met amelogenesis imperfecta (AI) als voorbeeld.<\/p>\r\n

Uitnodigingen voor deelname werden verstuurd aan de leden van de Britse vereniging voor kindertandheelkunde. Degenen die wilden deelnemen werden verdeeld over 2 focusgroepen, naar gelang ze de betreffende dag beschikbaar waren. De sessie werd geleid door een wetenschapper, betrokken bij genetisch testen op AI en een gerenommeerd kindertandarts. In beide groepen werd de discussie opgenomen en naderhand woord voor woord uitgewerkt. De resultaten lieten zien dat er een wijde range van opinies werd geventileerd overeenkomstig verschillen in inzicht en kennis van het onderwerp. Drie basisconcepten kwamen naar voren: de rechtvaardiging voor het testen, de verantwoordelijkheid voor de uitkomst en de terugkoppeling naar de ouders en de in het vooruitzicht liggende uitdagingen op het gebied van training en begrip van de implicaties die genetisch testen met zich meebrengt.<\/p>\r\n

Conclusie. <\/b>Verduidelijking en professionele ontwikkeling op het gebied van genetisch testen zijn aangewezen als belangrijke aspecten om te verzekeren dat dit onderwerp binnen de tandheelkunde kan uitgroeien tot zijn volledig potentieel en daarmee de zorg voor de patiënt kan verbeteren binnen een gezondheidsgebied dat zich razendsnel ontwikkelt.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

McDowall F, Kenny K, Mighell AJ, Balmer RC<\/em>. Genetic testing for amelogenesis imperfecta: knowledge and attitudes of paediatric dentists. Br Dent J 2018; 225: 335-339.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5051","auteurs":[{"id":"528","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.H.G. Poorterman","titel_key":"j_h_g_poorterman","old_id":"528","voorvoegsel":"J.H.G.","achternaam":"Poorterman"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/basiswetenschappen_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/genetisch-testen-voor-amelogenesis-imperfecta","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/basiswetenschappen_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/basiswetenschappen_logo.jpg"},{"id":"4555","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Gebruik magnetron voor desinfectie van gebitsprothese","titel_key":"gebruik_magnetron_voor_desinfectie_van_gebitsprothese","subtitel":"Basiswetenschappen","samenvatting":"Mondgezondheid is structureel een functioneel aspect van de algemene gezondheid waarbij een minimale interventie kan leiden tot een maximaal voordeel, vooral bij ouderen. Bij een aanzienlijk deel van de ouderen in verzorgingstehuizen en dergelijke, ontbreekt het aan handvaardigheid om de eigen gebit...","content":"

Mondgezondheid is structureel een functioneel aspect van de algemene gezondheid waarbij een minimale interventie kan leiden tot een maximaal voordeel, vooral bij ouderen. Bij een aanzienlijk deel van de ouderen in verzorgingstehuizen en dergelijke, ontbreekt het aan handvaardigheid om de eigen gebitselementen of de gebitsprothese adequaat re reinigen. In het geval van prothesedragers kan dit gebrek aan hygiëne de oorzaak zijn van prothesestomatis. Het schoonmaken van een volledige gebitsprothese zou snel, efficiënt en gemakkelijk moeten zijn. Het gebruik van een magnetron kan hierbij behulpzaam zijn, hoewel een degelijk protocol ontbreekt. Het doel van dit onderzoek was om het gebruik van een magnetron voor de desinfectie van een gebitsprothese kritisch te bestuderen.<\/p>\r\n

In PubMed werd gezocht naar artikelen over het gebruik van de magnetron om een gebitsprothese te desinfecteren en de hierbij gebruikte protocollen. In totaal werden 266 artikelen gevonden, waarvan na een uitgebreide screening er 31 overbleven. De gevonden protocollen verschilden in de gebruikte sterkte van de magnetron, de tijdsduur in de magnetron en de oplossing waarin de gebitsprothese werd gedompeld voor magnetrongebruik.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Er is geen uniform protocol gevonden voor het gebruik van de magnetron voor desinfectie van gebitsprothesen. Dagelijks schoonmaken van de gebitsprothese lijkt nog steeds de optimale methode om schimmelinfecties en stomatitis te voorkomen.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Brondani MA, Siqueira AR<\/em>. A critical review of protocols for conventional microwave oven use for denture disinfection. Community Dent Health 2018; 35: 228-234.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5052","auteurs":[{"id":"528","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.H.G. Poorterman","titel_key":"j_h_g_poorterman","old_id":"528","voorvoegsel":"J.H.G.","achternaam":"Poorterman"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/basiswetenschappen_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/gebruik-magnetron-voor-desinfectie-van-gebitsprothese","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/basiswetenschappen_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/basiswetenschappen_logo.jpg"},{"id":"4556","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Whisky, magnetron of haardroger?","titel_key":"whisky_magnetron_of_haardroger","subtitel":"Basiswetenschappen","samenvatting":"Tandenborstels zijn gevaarlijk, dat is genoegzaam bekend. Diverse onderzoeken laten beschadigingen zien in het orofaryngeale gebied, en ook inslikken komt voor. Maar het grootste gevaar schuilt waarschijnlijk in de bacteriële contaminatie van de tandenborstel. Een scala aan bacteriën kan h...","content":"

Tandenborstels zijn gevaarlijk, dat is genoegzaam bekend. Diverse onderzoeken laten beschadigingen zien in het orofaryngeale gebied, en ook inslikken komt voor. Maar het grootste gevaar schuilt waarschijnlijk in de bacteriële contaminatie van de tandenborstel. Een scala aan bacteriën kan hierop worden aangetroffen, waaronder Escherichia.coli<\/i> en Enterococcus faecalis<\/i>. In dit onderzoek werd de effectiviteit van 3 huishoudelijke voorwerpen om tandenborstels te desinfecteren onderzocht.<\/p>\r\n

Hiertoe werden 20 tandenborstels gecontamineerd met een mengsel van speeksel en bacteriën als de bovengenoemde. Per groep van 5 borstels werden zij gedurende 1 minuut ondergedompeld in whisky, verhit in de magnetron of blootgesteld aan de hete lucht van een haardroger. De overige 5 borstels dienden als controlegroep. Hierna werden bacteriekweken afgenomen.<\/p>\r\n

De resultaten lieten zien dat voor beide typen bacteriën het verhitten in de magnetron tot de meeste decontaminatie leidde, terwijl het gebruik van whisky geen resultaat opleverde dat verschilde van de controlegroep. Een klein effect was zichtbaar bij het gebruik van de haardroger.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Het gebruik van een magnetron lijkt een simpele, goedkope en effectieve manier om de bacteriële contaminatie van de tandenborstel te verminderen.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Patcas R, Zbinden R, Schatzle M, Schmidlin PR, Zehnder M<\/em>. Whiskey, microwave or hairdryer? Exploring the most efficient way to reduce bacterial colonization on contaminated toothbrushes. Br Dent J 2018; 225: 1007-1010.

<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5053","auteurs":[{"id":"528","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.H.G. Poorterman","titel_key":"j_h_g_poorterman","old_id":"528","voorvoegsel":"J.H.G.","achternaam":"Poorterman"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/basiswetenschappen_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/whisky-magnetron-of-haardroger","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/basiswetenschappen_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/basiswetenschappen_logo.jpg"},{"id":"4557","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Nanogevulde kunststoflaag tegen oppervlakslijtage van approximale glasionomeerrestauraties","titel_key":"nanogevulde_kunststoflaag_tegen_oppervlakslijtage_van_approximale_glasionomeerrestauraties","subtitel":"Restauratieve Tandheelkunde","samenvatting":"De kwaliteit van hooggevuld glasionomeer is de laatste decennia sterk verbeterd. Een verhoogde oppervlakslijtage wordt als zwakke eigenschap van het materiaal beschouwd. Door het afsluiten\/opvullen van haarscheurtjes en kleine porositeiten in het materiaaloppervlak met een nanogevulde kunststoflaag...","content":"

De kwaliteit van hooggevuld glasionomeer is de laatste decennia sterk verbeterd. Een verhoogde oppervlakslijtage wordt als zwakke eigenschap van het materiaal beschouwd. Door het afsluiten\/opvullen van haarscheurtjes en kleine porositeiten in het materiaaloppervlak met een nanogevulde kunststoflaag denkt de fabrikant een oplossing te hebben gevonden om de oppervlakslijtage van hun hooggevulde glasionomeercementen te verminderen. Het doel van onderhavig onderzoek was om de oppervlakslijtage van approximale hooggevulde glasionomeercementrestauraties in tijdelijke molaren, die met deze kunststoflaag werden bedekt (testgroep) en met vaseline (controlegroep), klinisch te vergelijken. De nanogevulde kunststoflaag is zelfhechtend en moet worden uitgehard.<\/p>\r\n

In totaal werden 32 approximale caviteiten bij evenzovele kinderen (6-7-jaar) door middel van de ART-methode met Fuji IX™ als hooggevuld glasionomeercement gerestaureerd. Bij de helft van de restauraties werd de kunststoflaag (G-Coat Plus™) aan het eind van de behandeling over het materiaaloppervlak aangebracht en bij de andere helft vaseline. Na 1 dag en na 6, 12, 24 en 36 maanden werden afdrukken van alle gebitselementen gemaakt van de kaakhelft met het gerestaureerde gebitselement. De gebitsmodellen werden gescand met 3D-technieken en de afbeeldingen werden boven op elkaar gepositioneerd door middel van speciale softwareprogramma’s. In totaal waren 20 restauraties (11 met kunststoflaag en 9 met vaseline) over de 3 jaren voor evaluatie beschikbaar.<\/p>\r\n

Oppervlakslijtage werd voor 2 situaties berekend: voor alle gebitselementen in de kaakhelft en voor een plek van 1 mm2<\/sup> van de restauratie met de hoogst gemeten slijtage. De resultaten staan in de tabel vermeld. De oppervlakslijtage op de 1 mm2<\/sup> plek was statistisch significant hoger bij restauraties die met vaseline waren bedekt dan bij restauraties met de nanogevulde kunststoflaag. Er was geen verschil in oppervlakslijtage van de gerestaureerde molaren van de 2 groepen indien alle gebitselementen werden gemeten.<\/p>\r\n

\"\"<\/p>\r\n

Tabel<\/strong>. Gemiddelde oppervlakslijtage (GOS) en standaard deviatie (SD) in μm op de geselecteerde 1 mm2 plek van de restauratie en van alle elementen in een kaakhelft voor de HVGIC\/kunsthars (test) en HVGIC\/Vaseline (controle)groep.<\/em><\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Aanbrengen van een nanogevulde kunststoflaag op hooggevulde glasionomeerrestauraties in het approximale vlak van tijdelijke molaren heeft een oppervlakslijtage beschermend effect. Dit beschermend effect is niet meer aanwezig als de oppervlakslijtage van alle gebitselementen in een kaakhelft worden meegerekend.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Hesse D, Bonifácio CC, Kleverlaan CJ, Raggio DP<\/em>. Clinical wear of approximal glass ionomer restorations protected with a nanofilled self-adhesive light-cured protective coating. J Appl Oral Sci 2018; 26: e20180094.<\/p>","datum":"2019-05-03 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"246","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5054","auteurs":[{"id":"222","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.E. Frencken","titel_key":"j_e_frencken","old_id":"222","voorvoegsel":"J.E.","achternaam":"Frencken"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/263_272.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/restauratieve_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"mei 2019","url":"\/artikel\/126\/05\/nanogevulde-kunststoflaag-tegen-oppervlakslijtage-van-approximale-glasionomeerrestauraties","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/restauratieve_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/restauratieve_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4533","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Bijzondere pati\u00ebnten in de praktijk","titel_key":"bijzondere_patienten_in_de_praktijk","subtitel":"Congresverslag","samenvatting":"Redacteur Henk Brand bezocht het Lemion-symposium 'Bijzondere pati\u00ebnten in de praktijk' op 12 april 2019 en beschrijft in het kort wat men die dag kon leren over pati\u00ebnten met psychische stoornissen.","content":"

Op 12 april 2019 werd door Lemion voor de vierde keer het jaarsymposium over bijzondere patiënten in de praktijk georganiseerd. Dagvoorzitter Dyonne Broers benadrukte in haar openingswoord dat veel patiënten van mondzorgverleners aan psychische stoornissen leiden die effect kunnen hebben op de behandeling. Klinisch psycholoog Iva Bicanic wees erop dat veel patiënten die ooit seksueel zijn misbruikt dit geheim houden uit angst voor reacties van anderen. Sociale ondersteuning is daarom essentieel. Het misbruik verhoogt ook het risico op behandelangst, vooral bij mensen die oraal zijn misbruikt. Stel daarom vragen over aanraking, bijvoorbeeld “Is het goed als ik u aanraak?”.<\/i><\/p>\r\n

Psycholoog Dorine Sanders ging in op het ontstaan van een zelfbeeld. Het beschikken over een realistisch positief zelfbeeld is als mondzorgverlener belangrijk bij de behandeling van lastige mensen. Start het contact met patiënten altijd met een compliment, hoe moeilijk dat soms ook is. Psychiater Moniek Thunnissen behandelde aan de hand van fragmenten uit de film ‘Remains of the day’ de ontwijkende persoonlijkheid, gekenmerkt door een patroon van sociale geremdheid, gevoelens van insufficiëntie en overgevoeligheid voor een negatieve beoordeling, waardoor deze patiënt in een neutrale vraag kritiek kan bespeuren.<\/p>\r\n

Bij narcisme blazen mensen hun ego volgens psychotherapeut Martin Appelo niet op om anderen te imponeren, maar vanwege wantrouwen en angst. De mondzorgverlener dient daarom te zorgen voor veiligheid. Hoogleraar psychotische stoornissen Lieuwe de Haan wees op de grote variatie in het beloop van schizofrenie, waardoor veel patiënten met ambulante zorg thuis wonen. Mensen met schizofrenie zijn zelden gevaarlijk, alleen tijdens psychosen en als zij zich bedreigd voelen. De fysieke nabijheid van de mondzorgverlener, noodzakelijk voor het verlenen van mondzorg, kan door de schizofrene patiënt als binnendringen van het eigen territorium worden ervaren en dient dus zorgvuldig plaats te vinden.<\/p>\r\n

Tot slot liet tandarts Jan-Christiaan Oortwijn aan de hand van verschillende casussen zien dat tandheelkundige behandeling van verslaafde patiënten een enorm positieve invloed kan hebben bij het proces van afkicken en resocialisatie. Kortom, ook dit jaar was het symposium over bijzondere patiënten in de praktijk een boeiende en nuttige dag die doet uitkijken naar het lustrum volgend jaar!<\/p>\r\n

(dr. Henk S. Brand<\/b>, redacteur)<\/p>","datum":"2019-04-25 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5030","auteurs":[{"id":"100","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"H.S. Brand","titel_key":"h_s_brand","old_id":"100","voorvoegsel":"H.S.","achternaam":"Brand"}],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190412_con_symposium_bijzondere_patienten_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/bijzondere-patienten-in-de-praktijk","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190412_con_symposium_bijzondere_patienten_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190412_con_symposium_bijzondere_patienten_web.jpg"},{"id":"4532","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Inside out: relatie parodontium en endodontium","titel_key":"inside_out_relatie_parodontium_en_endodontium","subtitel":"Congresverslag","samenvatting":"Redacteur Joerd van der Meer doet verslag van het NVvP-voorjaarscongres dat inging op de relatie tussen het parodontium en het endodontium.\r\n","content":"

Op 5 april 2019 werd het drukbezochte voorjaarscongres van de NVvP georganiseerd in het NBC-congrescentrum in Nieuwegein. In overeenstemming met het thema ‘Inside out’ stond een deel van de dag in het teken van de relatie tussen het parodontium en het endodontium en was endodontoloog Ellemieke Hin een uitstekende moderator van deze wetenschappelijke dag. Als eerste gaf endodontoloog Michiel de Cleen een gedegen overzicht van de wisselwerkingen die bestaan tussen het endodontium en het parodontium. Daarbij toonde hij aan dat een ontsteking van het parodontium weliswaar een invloed kan hebben op het endodontium (vooral via de laterale wortelkanalen), maar dat de invloed van een geïnfecteerde kanaalinhoud op het parodontium veel groter lijkt te zijn. Zijn uitleg werd goed onderbouwd met literatuur en geïllustreerd met fraaie casuïstiek uit zijn eigen praktijk.<\/p>\r\n

De tweede lezing ‘van professor Paul Lambrechts uit Leuven droeg de illustere titel ‘Het spook van externe cervicale wortelresorptie. Deze vorm van resorptie blijkt bij 5% van de patiënten op te treden en hoewel de etiologie niet volledig bekend is, lijkt een vorm van trauma een grote rol te spelen. In veel gevallen lijkt er een multifactoriële oorzaak waarbij orthodontische behandeling in bijna de helft van de gevallen in de behandelhistorie is terug te vinden. Omdat de sensibiliteit van de pulpa nog lang blijft bestaan en het proces vrijwel zonder symptomen verloopt, wordt externe cervicale wortelresorptie meestal laat opgemerkt. De presentatie bevatte naast histologische coupes ook prachtige SEM-, micro- en nano-CT-opnamen die de complexiteit en dynamiek van het resorptieproces goed inzichtelijk maakten.<\/p>\r\n

Het tweede deel van de dag werd verzorgd door parodontologen. De eerste spreekster was professor Bettina Dannewitz die het furcatieprobleem besprak. Molaren lijken de gebitselementen te zijn die het meest frequent verloren gaan door allerlei oorzaken, waaronder parodontale problemen. Een molaar met een furcatiedefect blijkt een slechtere prognose op overleving te hebben, zeker als er sprake is van een uitgebreid furcatieprobleem. Maar met parodontale therapie is het mogelijk om dergelijke gebitselementen te behouden, zelfs bij een uitgebreid furcatieprobleem (Klasse III). Als leuke brug naar de endodontie, toonde professor Dannewitz een casus uit de literatuur, waarbij een vitaal gebitselement met een uitgebreid furcatieprobleem werd behandeld door de aangedane radix te verwijderen. Daarbij werd de vitale pulpastomp direct afgedekt met MTA als bij een directe pulpaoverkapping. Ondanks dat er veel therapiemogelijkheden zijn, blijven gebitselementen met een uitgebreid furcatieprobleem een risicofactor en is preventie van het ontstaan van een furcatieprobleem de beste manier om de kansen op overleving van een meerwortelig gebitselement te vergroten.<\/p>\r\n

De laatste spreker, professor Nicola West, besprak dentine-overgevoeligheid. Het optreden van overgevoeligheid van het dentine varieert weliswaar per onderzoek, maar is niet gerelateerd aan een hogere leeftijd en blijkt bij 42% van de 18- tot 35-jarigen voor te komen. Specifieke tandpasta’s zijn in staat om dergelijke overgevoeligheid effectief te behandelen, terwijl mondspoelmiddelen veel minder effect hebben. Haar presentatie behandelde ook erosie en abrasie in relatie tot dentineovergevoeligheid. West stelde vast dat erosief verlies van tandweefsel een toenemend probleem is, zeker onder de jeugd waar het in 30% van de patiënten is vast te stellen. Erosieve dranken dragen voor een belangrijk deel bij aan dit probleem. In Europa blijken de jongvolwassenen gemiddeld iedere dag 1 liter zure drank te consumeren. West pleitte voor goede monitoring van erosie en tijdige behandeling van dit probleem.<\/p>\r\n

(dr. Joerd van der Meer<\/b>, redacteur)<\/p>","datum":"2019-04-24 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5029","auteurs":[{"id":"446","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"W.J. van der Meer","titel_key":"w_j_van_der_meer","old_id":"446","voorvoegsel":"W.J. van der","achternaam":"Meer"}],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190405_congresverslag_nvvp_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/inside-out-relatie-parodontium-en-endodontium","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190405_congresverslag_nvvp_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190405_congresverslag_nvvp_web.jpg"},{"id":"4524","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Mondonderzoek bij cognitief beperkte ouderen onmisbaar","titel_key":"mondonderzoek_bij_cognitief_beperkte_ouderen_onmisbaar","subtitel":"Promotie S. Delwel","samenvatting":"Suzanne Delwel onderzocht de aanwezigheid van mond- en aangezichtspijn bij ouderen met een milde cognitieve beperking (MCI) of dementie. Eerst ontwikkelde zij een observationele schaal, de zogenoemde Orofaciale Pijnschaal voor Non-Verbale Individuen (OPS-NVI), om bij mensen met een cognitieve beperk...","content":"

Suzanne Delwel onderzocht de aanwezigheid van mond- en aangezichtspijn bij ouderen met een milde cognitieve beperking (MCI) of dementie. Eerst ontwikkelde zij een observationele schaal, de zogenoemde Orofaciale Pijnschaal voor Non-Verbale Individuen (OPS-NVI), om bij mensen met een cognitieve beperking orofaciale pijn te screenen. Uit de evaluatie bleek dat de OPS-NVI niet kan worden aangeraden voor mensen met MCI of dementie. Het bleek dat er bij deze patiëntengroep opvallend vaak mondproblemen aanwezig waren, terwijl er geen pijn gerapporteerd of geobserveerd werd. Volgens Delwel impliceert dit dat de aanwezigheid van mondproblemen niet als gouden standaard in een diagnostische tool voor screening op orofaciale pijn kan dienen.<\/p>\r\n

Vooralsnog blijft regelmatige controle van de mond bij deze patiëntengroep door (mond)zorgverleners onmisbaar, aangezien bijna de helft van de onderzoeksgroep met MCI of dementie in de mond mogelijke oorzaken van pijn had, zoals cariës, wortelresten en (prothese)drukplaatsen. Wel bleek bij deze patiëntengroep de kwaliteit van kauwen en slikken goed, maar hadden deelnemers met een ernstige cognitieve beperking minder occluderende paren en een kleinere mondopening.<\/p>\r\n

Op 18 april 2019<\/a> promoveerde Suzanne Delwel aan de Vrije Universiteit op haar proefschrift ‘Orofacial pain in older people with dementia<\/a>’. Promotoren waren prof. dr. F. Lobbezoo en prof. dr. C.M.P.M. Hertogh. Copromotoren waren prof. dr. E.J.A. Scherder en prof. dr. R.S.G.M. Perez.<\/p>","datum":"2019-04-18 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5021","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190418_pers_promotie_s_delwel_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/mondonderzoek-bij-cognitief-beperkte-ouderen-onmisbaar","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190418_pers_promotie_s_delwel_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190418_pers_promotie_s_delwel_web.jpg"},{"id":"4525","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Trage tandontwikkeling is juist geassocieerd met hypodontie","titel_key":"trage_tandontwikkeling_is_juist_geassocieerd_met_hypodontie","subtitel":"","samenvatting":"Uit onderzoek van Brunilda Dhamo et al, betrokken bij het Generation X-project van de Erasmus Universiteit Rotterdam, is gebleken dat een versnelde tandontwikkeling gepaard gaat met een lager risico op gebitsafwijkingen Daarnaast bevestigde dit onderzoek dat een trage tandontwikkeling in de onderkaa...","content":"

Uit onderzoek van Brunilda Dhamo et al, betrokken bij het Generation X-project van de Erasmus Universiteit Rotterdam, is gebleken dat een versnelde tandontwikkeling gepaard gaat met een lager risico op gebitsafwijkingen Daarnaast bevestigde dit onderzoek dat een trage tandontwikkeling in de onderkaak op de leeftijd van 10 jaar geassocieerd is met ontbrekende gebitselementen. Het monitoren van de tandontwikkeling kan orthodontisten helpen om de start van behandelingen te verbeteren.<\/p>\r\n

De onderzoekers onderzochten het verband tussen de tandontwikkeling en gebitsafwijkingen zoals crowding<\/i>, impactie en hypodontie. Hiervoor gebruikten ze een multi-etnisch cohort van 4.446 personen van 10 jaar oud uit het Generation R-onderzoek. De ontwikkelingsleeftijd van de tand werd gescoord met de Demirjian-methode en de gebitsafwijkingen werden vastgesteld met behulp van de IOTN (Index of Orthodontic Treatment Need) aan de hand van 2D- en 3D-foto’s en röngtenopnamen. Vervolgens testten ze de associaties van tandleeftijd met crowding<\/i>, impactie en hypodontie met behulp van 3 series van logistische regressiemodellen. Dezelfde soort modellen werden gebruikt om associaties tussen het niveau van tandontwikkeling van elke linker onderkaakmolaar en crowding<\/i>, impactie en hypodontie te onderzoeken.<\/p>\r\n

Omgekeerde associaties werden gevonden tussen elk eenjarige toename in tandleeftijd en de aanwezigheid van crowding<\/i>, impactie en hypodontie. Trage ontwikkeling van de tweede premolaar was geassocieerd met  de aanwezigheid van crowding. Voorts bleek dat een trage ontwikkeling van de tweede premolaar, de eerste en de tweede molaar was geassocieerd met de aanwezigheid van geïmpacteerde gebitselementen. Een trage tandontwikkeling van alle gebitselementen in de onderkaak behalve de centrale incisief, werd geassocieerd met hypodontie (p < 0,05).  De resulaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in het Europan Journal of Orthodontics<\/i> (22 november 2018; cjy073)<\/a>.<\/p>\r\n

(Bron: Nieuwsbrief Generation R, maart 2019<\/a>)<\/p>","datum":"2019-04-16 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5022","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190326_thk_tandontwikkeling_en_afwijkingen_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/trage-tandontwikkeling-is-juist-geassocieerd-met-hypodontie","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190326_thk_tandontwikkeling_en_afwijkingen_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190326_thk_tandontwikkeling_en_afwijkingen_web.jpg"},{"id":"4522","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Miljoen minder cari\u00ebslaesies bij frisdrankbelasting","titel_key":"miljoen_minder_carieslaesies_bij_frisdrankbelasting","subtitel":"","samenvatting":"Onderzoekers van het Radboudumc vroegen zich af wat het effect op het aantal cariëslaesies zou zijn als de belasting op zoete frisdranken met 20% zou worden verhoogd, ervan uitgaande dat consumenten overstappen van zoete naar ongezoete drankjes. Aan de hand van hun berekeningen concluderen zij...","content":"

Onderzoekers van het Radboudumc vroegen zich af wat het effect op het aantal cariëslaesies zou zijn als de belasting op zoete frisdranken met 20% zou worden verhoogd, ervan uitgaande dat consumenten overstappen van zoete naar ongezoete drankjes. Aan de hand van hun berekeningen concluderen zij dat de gezondheids- en financiële opbrengsten aanzienlijk zijn.<\/p>\r\n

 “Met de Nederlandse situatie als uitgangspunt hebben we berekend dat zo’n verhoging een miljoen minder gaatjes oplevert. De gemiddelde Nederlander krijgt er 2 extra gaatjesvrije jaren bij. Het grootste effect zien we bij kinderen in de leeftijd van 6 tot 12: het gebit van meisjes blijft door die belasting 6 jaar langer gaatjesvrij, bij jongens is dat zelfs 9 jaar”<\/i>, aldus Milica Jevdjevic, onderzoeker Kwaliteit en Veiligheid van Mondzorg van het Radboudumc.<\/p>\r\n

Vaak worden obesitas en diabetes als argumenten gebruikt voor de invoering van een ‘suikerbelasting’ op zoete frisdranken, omdat door de grote hoeveelheid suiker en dus calorieën in deze drankjes de kans op zwaarlijvigheid of diabetes bij consumptie ervan is vergroot. Een ander argument zou ook de mondgezondheid kunnen zijn. Wereldwijd hebben immers meer dan 2,5 miljard mensen in meer of mindere mate last van aangetaste gebitselementen. Dat gaat gepaard met een verminderde kwaliteit van leven, beperkingen in het sociaal functioneren en aanzienlijke gezondheidsproblemen. Bovendien levert het een behoorlijke economische belasting voor de maatschappij op.<\/p>\r\n

Volgens de onderzoekers levert een belastingverhoging van 20% op zoete frisdranken ook financiële besparingen op in de gezondheidszorg. Jevdjevic: “De administratieve lasten voor invoering en invordering van de belasting schatten we in op ruim <\/i>€ 37 miljoen, waar dan een belastingopbrengst tegenover staat van bijna <\/i>€ 3,5 miljard. Bovendien zal de maatregel een besparing opleveren aan tandartskosten doordat er minder ingrepen nodig zijn.”<\/i> Uit hun kosten-effectiviteitsanalyse bleek dat er in totaal € 159 miljoen zou kunnen worden bespaard op de mondzorguitgaven.<\/p>\r\n

De resultaten van deze kosten-effectiviteitsanalyse zijn gepubliceerd in Public Health<\/i> (2019; 169: 125-132)<\/a>.<\/p>\r\n

(Bron: Radboudumc, 28 maart 2019<\/a>)<\/p>","datum":"2019-04-15 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5019","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190328_thk_miljoen_minder_carieslaesies_bij_frisdrankbelasting_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/miljoen-minder-carieslaesies-bij-frisdrankbelasting","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190328_thk_miljoen_minder_carieslaesies_bij_frisdrankbelasting_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190328_thk_miljoen_minder_carieslaesies_bij_frisdrankbelasting_web.jpg"},{"id":"4526","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Minder klachten van pati\u00ebnten in 2018","titel_key":"minder_klachten_van_patienten_in_2018","subtitel":"","samenvatting":"Het KNMT berichtte dat in 2018 minder klachten van patiënten dat bij de KNMT Klachtenservice zijn binnengekomen. Er is sprake van een lichte daling ten opzichte van 2017. In 2018 werden in totaal 436 klachten in behandeling genomen voor bemiddeling, in 2017 was dit aantal 566.\r\nEvenals in 2018...","content":"

Het KNMT berichtte dat in 2018 minder klachten van patiënten dat bij de KNMT Klachtenservice zijn binnengekomen. Er is sprake van een lichte daling ten opzichte van 2017. In 2018 werden in totaal 436 klachten in behandeling genomen voor bemiddeling, in 2017 was dit aantal 566.<\/p>\r\n

Evenals in 2018 werd in 2018 70% van de klachten opgelost via een geslaagde bemiddeling. In 22 procent was de bemiddeling niet geslaagd, in de overige gevallen werd de klacht stopgezet. De meeste klachten – 39% van het totaal – werden net als in voorgaande jaren ingediend over de tandheelkundige behandeling. In 19% van de gevallen betrofg het een geschil over de rekening. Ook bejegening en communicatie scoorden vrij hoog als aanleiding voor een klacht, met respectievelijk 10 en 16% van het totaal aantal klachten.<\/p>\r\n

Uit het jaaroverzicht 2018 van de KNMT Klachtenservice bleek dat de provincies Noord- en Zuid-Holland het hoogste percentage klagers hadden. Zo’n 25% van totaal aantal klachten kwam uit Zuid-Holland en 20% uit Noord-Holland. Daarentegen scoorden de provincies Zeeland, Groningen, Friesland, Drenthe en Flevoland het minste aantal klagers. Het merendeel van de klagers (42%) is van middelbare leeftijd, in de categorie 40 tot 60 jaar. Ook bleek uit de cijfers dat vrouwen vaker klaagden dan mannen: 340 vrouwen dienden een klacht in ten opzichte van 248 mannen.<\/p>\r\n

(Bron: KNMT, 27 maart 2019<\/a>)<\/p>","datum":"2019-04-15 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5023","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190327_thk_minder_klachten_van_patient_in_2018_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/minder-klachten-van-patienten-in-2018","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190327_thk_minder_klachten_van_patient_in_2018_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190327_thk_minder_klachten_van_patient_in_2018_web.jpg"},{"id":"4531","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"SBT Amsterdam bestaat 30 jaar","titel_key":"sbt_amsterdam_bestaat_30_jaar","subtitel":"Congresnieuws","samenvatting":"In de laatste decennia van de vorige eeuw nam onder een aantal tandartsen in Nederland de belangstelling voor wat nu bijzondere tandheelkunde of mondzorg wordt genoemd, aanzienlijk toe. In die tijd ging het voornamelijk nog over de behandeling van zeer angstige patiënten, moeilijke problematiek...","content":"

In de laatste decennia van de vorige eeuw nam onder een aantal tandartsen in Nederland de belangstelling voor wat nu bijzondere tandheelkunde of mondzorg wordt genoemd, aanzienlijk toe. In die tijd ging het voornamelijk nog over de behandeling van zeer angstige patiënten, moeilijke problematiek bij volledige gebitsprothesen en duistere kaakgewrichtsklachten. Verspreid in Nederland hielden enkele van hen zich solitair maar intensief bezig met deze zeer moeilijke tandheelkundige vraagstukken. Van samenwerking met andere collegae en instellingen was eigenlijk nog weinig sprake. In 1989 werd in Amsterdam, met hulp van de directie van het Amsterdamse ziekenfonds ATZ en het ACTA, de zogenoemde ‘bijzondere tandheelkunde’ gereorganiseerd met de oprichting van de Stichting Bijzondere Tandheelkunde (SBT). Nu, 30 jaar later, is deze instelling met ongeveer 140 medewerkers waarschijnlijk de grootste in de wereld op dit gebied. De kennis op het gebied van complexe orofaciale klachten is, vergeleken met 1989, aanzienlijk toegenomen waardoor tandartsen, huisartsen en medisch specialisten steeds vaker patiënten kunnen helpen die complexe orofaciale klachten hebben. Inmiddels is duidelijk dat de oorzaken van orofaciale klachten niet alleen in de mond aanwezig zijn, maar dat het vaak gaat het dan om TMD-klachten en hoofd- of neuropathische pijnen. Bij de diagnostiek en behandeling werken thans diverse disciplines nauw samen om patiënten van hun pijn te verlossen.<\/p>\r\n

Tijdens een zeer geslaagde Lustrumbijeenkomst van het SBT op 5 april 2019 kwamen een aantal onderwerpen aan de orde waar de huidige SBT-medewerkers zich mee bezighouden. Dr. Michail Koutris, tandarts-gnatholoog en universitair docent bij de afdeling Orale Kinesiologie van het ACTA, wees uitgebreid op het belang van een grondig onderzoek van dergelijke patiënten waarbij goede diagnostiek cruciaal is zodat veelal onnodige (niet-)conservatieve behandelingen bij hen worden voorkomen. De Britse collega dr. Peter Evans, tandarts en consultant in Reconstructive Science<\/i> in Swansea (Wales) hield een boeiende historische inleiding over onder meer de reconstructie van gezichten en kaken van mismaakte soldaten uit de Eerste Wereldoorlog. Hij liet aan de hand van vele dia’s zien hoe knap de mka-chirurgen en tandartsen uit die tijd hun patiënten trachten te helpen en hoe men thans op dit gebied te werk gaat. Mka-chirurg prof. dr. Tim Forouzanfar liet de aan de hand van een casus zien hoe thans een tumor in de mandibula kan worden verwijderd en vervolgens met bot uit een been kan worden gereconstrueerd. Voorts besprak hij de mogelijkheden van het inbrengen van stamcellen in verdwenen kaakbot.<\/p>\r\n

Prof. dr. Ad de Jongh, tandarts\/psycholoog en bijzonder hoogleraar in angst- en gedragsstoornissen aan het ACTA en de SBT, liet een aantal nieuwe ontwikkelingen zien op het gebied van angst- en traumabehandeling die deze behandelingen nog effectiever en efficiënter maken. Een voorbeeld daarvan is het beïnvloeden van angherinneringen door middel van massieve belasting van het werkgeheugen van de patiënt. Dit gebeurt niet alleen door het aken van oogbewegingen (eye movement desensitization and reprocessing<\/i> ofwel EMDR), maar bijvoorbeeld ook door het toevoegen van schrikeffecten. Tot slot bespraken klinisch psychiater prof. dr. Hanna Willems en tandarts-geriater dr. Claar Wierink therapieën om thans en in de toekomst de kwetsbare en zorgafhankelijke ouderen te helpen.<\/p>\r\n

(prof. dr. em. Michiel A.J. Eijkman<\/b>, redacteur NTvT) <\/p>","datum":"2019-04-15 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5028","auteurs":[{"id":"1680","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"M.A.J. Eijkman","titel_key":"m_a_j_eijkman_1","old_id":"0","voorvoegsel":"M.A.J.","achternaam":"Eijkman"}],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190405_con_sbt_30_jaar_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/sbt-amsterdam-bestaat-30-jaar","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190405_con_sbt_30_jaar_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190405_con_sbt_30_jaar_web.jpg"},{"id":"4521","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Kaakbot kweken uit ribben","titel_key":"kaakbot_kweken_uit_ribben","subtitel":"","samenvatting":"Op dit moment worden grote defecten in het kaakbot vaak gerepareerd met bot dat afkomstig is uit het lichaam van de patiënt zelf. Amerikaanse onderzoekers van de Rice University hebben samen met onderzoekers van het Radboudumc een alternatief onderzocht. Bij 6 schapen brachten ze defecten aan i...","content":"

Op dit moment worden grote defecten in het kaakbot vaak gerepareerd met bot dat afkomstig is uit het lichaam van de patiënt zelf. Amerikaanse onderzoekers van de Rice University hebben samen met onderzoekers van het Radboudumc een alternatief onderzocht. Bij 6 schapen brachten ze defecten aan in de kaak. Het gemaakte gat werd opengehouden door het op te vullen met een op biomateriaal gebaseerde ‘ruimtebehouder’. Tegelijkertijd printten ze in dezelfde vorm een mal van polymeer, die als een zogenoemde ‘bioreactor’ werd gevuld met vermalen bot of keramische deeltjes. Deze materialen gebruiken artsen nu al routinematig bij patiënten. Ze worden langzaam op een natuurlijke manier door het lichaam afgebroken en vervangen door eigen bot. Vervolgens werden die geprinte mallen ‘geplaatst’ op het periost van de ribben van de schapen.<\/p>\r\n

Jeroen van den Beucken, universitair hoofddocent ‘Translationele Cel-Materiaal interacties’ van de afdeling Tandheelkunde van het Radboudumc: “Dit vlies is rijk aan stamcellen, die naar de mal reizen om daar nieuw bot te gaan maken, terwijl het materiaal tegelijkertijd wordt geremodelleerd. Na 9 weken bevatten de mallen lichaamseigen botweefsel in de vorm van het kaakdefect doorweven met bloedvaten. Na het oogsten kon het kaakdefect dus prima worden opgevuld met het nieuwgevormde, met bloedvaten doorweven botweefsel, dat werd aangesloten op de bloedsomloop. Dit leverde uiteindelijk bij 5 van de 6 schapen een succesvol resultaat op binnen 12 weken.”<\/i><\/p>\r\n

\"Proces<\/p>\r\n

Omdat in deze experimentele procedure eigenlijk niets gedaan of gebruikt wordt wat al niet in onderdelen bij de mens is gebruikt of getest, is de stap naar een concrete toepassing bij de mens niet zo heel erg groot. Van den Beucken ziet daarom wel potentie in deze aanpak. “Misschien voor ouderen bij wie bot minder goed herstelt”<\/i>, zegt hij. “Of bij grotere reconstructies, waarbij je vooraf meerdere botdelen in meerdere mallen kunt kweken. Maar voor zover ik weet zijn daar nog geen concrete plannen voor.”<\/i><\/p>\r\n

In dit project had het Radboudumc een belangrijk aandeel in het maken van de mal die fungeerde als bioreactor en in de histologische verwerking en analyse van het gevormde weefsel daarin en de geregenereerde kaak. De resultaten zijn recent gepubliceerd in Proc Natl AcadSci U S A (19 maart 2019)<\/a>.<\/p>\r\n

(Bron: Radboudumc, 28 maart 2019<\/a>)<\/p>","datum":"2019-04-12 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5018","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190328_thk_kaak_kweken_uit_ribben_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/kaakbot-kweken-uit-ribben","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190328_thk_kaak_kweken_uit_ribben_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190328_thk_kaak_kweken_uit_ribben_web.jpg"},{"id":"4523","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Goede overleving van klasse II-restauraties in Nederland","titel_key":"goede_overleving_van_klasse_ii_restauraties_in_nederland","subtitel":"Promotie M. Laske","samenvatting":"Klasse II-restauraties van composiet, amalgaam, glasionomeer en compomeer (n = 222.836) die door Nederlandse tandartsen uit 24 praktijken zijn geplaatst hebben een goede overleving. Het gemiddelde jaarlijkse faalpercentage over 10 jaar bedroeg 4,9%; er was wel sprake van een grote variatie tussen de...","content":"

Klasse II-restauraties van composiet, amalgaam, glasionomeer en compomeer (n = 222.836) die door Nederlandse tandartsen uit 24 praktijken zijn geplaatst hebben een goede overleving. Het gemiddelde jaarlijkse faalpercentage over 10 jaar bedroeg 4,9%; er was wel sprake van een grote variatie tussen de behandelaars. Dit bleek uit het praktijkgerichte promotieonderzoek van Mark Laske naar de levensduur van directe restauraties en de invloed van praktijk\/behandelaar-, patiënt- en gebitselement\/restauratiegerelateerde factoren op de overleving van deze restauraties.<\/p>\r\n

Uit Laskes onderzoeken bleek dat restauraties geplaatst bij jongvolwassenen het langst overleefden en bij kinderen en ouderen boven de 71 jaar het kortst. Hoe meer gebitsvlakken de restauratie omvatte hoe groter de kans op herrestauratie of een kortere overleving. Bovendien bleek een endodontische behandeling een risicofactor voor de restauratieoverleving. Patiëntfactoren, zoals een hoog cariësrisico en de aanwezigheid van parafuncties (klemmen\/knarsen), bleken daarnast van grote invloed op de overleving van restauraties te zijn.<\/p>\r\n

Verder toonde Laske aan dat er wereldwijd nog geen sprake is van een trend naar minimaal invasieve strategieën bij de behandeling van cariëslaesies. Over het algemeen hebben tandartsen over de hele wereld nog steeds de neiging in een te vroeg stadium van het cariësproces restauratief in te grijpen. Wel nam Laske wereldwijd waar dat composiet bijna volledig amalgaam heeft vervangen als restauratiemateriaal van primaire cariëslaesies.<\/p>\r\n

Op 12 april 2019<\/a> promoveerde Mark Laske aan de Radboud Universiteit Nijmegen op zijn proefschrift ‘Dental restoration survival. Patient or dentist, who is the key<\/a>'. Promotor was prof. dr. M.C.D.N.J.M. Huysmans en copromotoren waren dr. N.J.M. Opdam en dr. J.C.C. Braspenning.<\/p>\r\n

In een van de komende edities van het NTvT wordt dit onderzoek uitgebreid besproken in de serie ‘Hora est’.<\/p>","datum":"2019-04-12 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5020","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190414_pers_promotie_m_laske_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/goede-overleving-van-klasse-ii-restauraties-in-nederland","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190414_pers_promotie_m_laske_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190414_pers_promotie_m_laske_web.jpg"},{"id":"4530","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Aanbevelingen voor klinisch onderzoek naar restauratiemateriaal","titel_key":"aanbevelingen_voor_klinisch_onderzoek_naar_restauratiemateriaal","subtitel":"Promotie K.F. Collares","samenvatting":"Kauê Collares richtte zich in zijn promotieonderzoek op verschillende ontwerpen van praktijkgericht onderzoek (practice based research ofwel PBR) in de restauratieve tandheelkunde. Zo voerde hij eerst een prospectief evaluatie onderzoek uit naar 5.791 keramische inlays\/onlays. De levensduur en...","content":"

Kauê Collares richtte zich in zijn promotieonderzoek op verschillende ontwerpen van praktijkgericht onderzoek (practice based research<\/i> ofwel PBR) in de restauratieve tandheelkunde. Zo voerde hij eerst een prospectief evaluatie onderzoek uit naar 5.791 keramische inlays\/onlays. De levensduur en de risicofactoren voor falen werden daarbij in kaart gebracht. Andere onderzoeken betroffen onder andere een analyse van 72.196 anterieure composietrestauraties (gebaseerd op bijna 30 duizend elektronische patiëntendossiers), een groot onderzoek naar levensduur van 3.404 kronen en een onderzoek naar de kwaliteit van composiet- en amalgaamrestauraties.<\/p>\r\n

Op basis van zijn onderzoek stelt Collares dat restrospectief en prospectief praktijkgericht onderzoek de nadelen van gerandomiseerd klinisch onderzoek (korte follow-up en beperkte omvang van onderzoeksgroepen) omzeilen, maar dat ze een groter groter risico hebben op indicatiebias en confounding. Wellicht ligt de oplossing in multicenter onderzoek met verschillend ontwerp. Ook meent hij dat onderzoek waarin behandelopties worden vergeleken de restauratieve tandheelkunde verder brengt dan onderzoek waarin materialen worden vergeleken. Ten slotte deed Collares de volgende aanbevelingen voor toekomstig klinisch onderzoek naar de levensduur van restauraties: 1. klinische onderzoeken moeten rationele controlegroepen hebben, 2. confounders, zoals  cariësrisico en bruxisme moeten in de gegevens en analyse worden geïncludeerd en 3. er moeten uitkomstparameters worden gebruikt die relevant zijn voor de professie en patiënten.<\/p>\r\n

Op 12 april 2019<\/a> promoveerde Kauê F. Collares aan de Radboud Universiteit in Nijmegen op zijn proefschrift ‘Practice Based Research in dentistry: designs, challenges and opportunities<\/a>'. Promotoren waren prof. dr. M.C.D.N.J.M. Huysmans en prof. dr. F.F. Demarco. De copromotoren waren dr. N.J.M. Opdam en dr. M.B. Correa.<\/p>","datum":"2019-04-12 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5027","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190412_pers_promotie_k_f_collares_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/aanbevelingen-voor-klinisch-onderzoek-naar-restauratiemateriaal","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190412_pers_promotie_k_f_collares_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190412_pers_promotie_k_f_collares_web.jpg"},{"id":"4520","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"In memoriam prof. dr. Frans van der Linden","titel_key":"in_memoriam_prof_dr_frans_van_der_linden","subtitel":"7 april 1932 \u2013 25 maart 2019","samenvatting":"Na een kort ziekbed is op 25 maart 2019 prof. dr. Frans P.G.M. van der Linden op 86-jarige leeftijd overleden. Hij werd op 7 april 1932 in Helmond geboren in een ondernemersgezin. Na zijn middelbare schooltijd aan het Canisius College in Nijmegen ging hij tandheelkunde studeren in Groningen, waar hi...","content":"

Na een kort ziekbed is op 25 maart 2019 prof. dr. Frans P.G.M. van der Linden op 86-jarige leeftijd overleden. Hij werd op 7 april 1932 in Helmond geboren in een ondernemersgezin. Na zijn middelbare schooltijd aan het Canisius College in Nijmegen ging hij tandheelkunde studeren in Groningen, waar hij in 1957 afstudeerde en zich aansluitend bij prof. K.G. Bijlstra specialiseerde in de orthodontie. Zijn academische opleiding voltooide hij in Groningen met een promotie in 1959 op het proefschrift ‘De aangezichtsschedel bij kinderen van 7 tot 11 jaar’. Na zijn specialisatie vertrok hij 6 maanden naar Wenen om zich bij prof. Petrik de behandeling met functionele apparatuur eigen te maken. Vervolgens kon hij, met ondersteuning van een Fullbright-Hays Travel Grant en een stipendium van ZWO, voor 1 jaar naar de University of Washington (Seattle, Verenigde Staten) om zich bekwamen in het gebruik van vaste apparatuur.<\/p>\r\n

In 1962 werd Frans van der Linden, op 30-jarige leeftijd, bij de net opgerichte subfaculteit Tandheelkunde van de Katholieke Universiteit Nijmegen (nu de Radboud Universiteit) benoemd tot hoogleraar Orthodontie. Hij had in die jaren het tij mee om een goede opleiding van de grond te tillen; naast ruime financiële mogelijkheden kreeg hij materiële en andere ondersteuning van de universiteit om het jonge specialisme vorm te geven en samen met een klein aantal andere hoogleraren een gedegen tandheelkundige subfaculteit op te bouwen met een solide onderwijscurriculum. Hij werd daarbij de opleider van mannen en een enkele vrouw die nagenoeg even oud waren als hijzelf. Zijn werkstijl laat zich omschrijven als hiërarchisch met een soms wat autoritaire afstandelijkheid. Hij slaagde erin goede onderzoekers te interesseren voor zijn afdeling en hen aan zich te binden, wat tot vele promoties heeft geleid in een tijd dat dit eerder uitzondering dan regel was. De eerste promotie bij de jonge subfaculteit Tandheelkunde in Nijmegen was dan ook een door hem opgeleide orthodontist die bovendien later zelf hoogleraar Orthodontie werd.<\/p>\r\n

In de periode 1969-1970 was hij visiting professor<\/i> aan de University of Michigan (Ann Arbor, Verenigde Staten). Hier was hij primair betrokken bij onderzoek in het Center for Human Growth and Development. Van der Linden bleef nog 5 jaar als parttime visiting scientist<\/i> aan dit centrum verbonden. Zijn wetenschappelijke interesse was vooral gericht op het incorporeren van basaal en klinisch onderzoek in de theorie en praktijk van de orthodontie. In 1975 werd hij als eerste Europeaan gecertificeerd als Member of the American Board of Orthodontics.<\/p>\r\n

\"Beeld:Het overbrengen van kennis en vaardigheden was voor Frans van der Linden heel belangrijk en hij was er ook erg goed in. Hij leverde een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van het orthodontie-onderwijs, ook internationaal. Zo zette hij in Europa in 1962 een cursorische specialistenopleiding in de orthodontie op. Daarnaast was hij de initiator en leider van een door de Europese Unie gesubsidieerd project om een internationaal curriculum op te zetten voor de opleiding van specialisten in de orthodontie. Dit three years Erasmus postgraduate programme in orthodontics<\/i> werd wereldwijd de standaard. Verder schreef hij 12 boeken, waaronder een aantal Nederlandstalige studieboeken waarvan vele tandartsen dankbaar gebruik hebben gemaakt.<\/p>\r\n

Gedurende zijn carrière zijn aan hem vele onderscheidingen toegekend, waaronder de Van Loon-prijs van de Nederlandse Vereniging voor Orthodontische Studie (1969), de Dr. Dentz-medaille van de Nederlandsche Vereniging van Tandartsen (1979) en de Louise Ada Jarabak Memorial Teachers and Research Award van de American Association of Orthodontists Foundation (1998). Tevens was hij honorary fellow<\/i> van het Royal College of Physicians and Surgeons of Glasgow en erelid van de Angle Society of Europe (1998), van de Nederlandse Vereniging van Orthodontisten en van een aantal buitenlandse wetenschappelijke verenigingen.<\/p>\r\n

Na zijn emeritaat in 1995 werd hij geridderd in de Orde van de Nederlandse Leeuw (1996). Er hadden toen 68 tandartsen uit binnen- en buitenland de orthodontistenopleiding onder hem voltooid, van wie er 5 later ook zelf hoogleraar zijn geworden, en van 27 proefschriften was hij promotor geweest.<\/p>\r\n

Ondanks zijn emeritaat bleef professor Van der Linden geïnteresseerd in de vakgroep en nodigde hij ook het ondersteunend personeel uit zijn tijd nog regelmatig uit voor een etentje. Toen hij in december 2018 vernam dat hij ongeneeslijk ziek was, heeft hij de resterende maanden gebruikt om de vele contacten die hij had te informeren, zijn leven te evalueren en zijn heengaan te regisseren.<\/p>\r\n

Wij hebben in hem een markante persoonlijkheid verloren en een pionier op het vakgebied van de tandheelkunde en orthodontie. Wij wensen zijn familie veel sterkte bij het accepteren van dit verlies.<\/p>\r\n

(dr. Jan G.J.H. Schols<\/b>, RvC-lid NTVT en hoofd van de vakgroep Orthodontie en Craniofaciale Biologie, afdeling Tandheelkunde, van het RadboudUMC in Nijmegen)<\/p>","datum":"2019-04-11 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5017","auteurs":[{"id":"598","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.G.J.H. Schols","titel_key":"j_g_j_h_schols","old_id":"598","voorvoegsel":"J.G.J.H.","achternaam":"Schols"}],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190325_pers_in_memoriam_prof_dr_f_van_der_linden_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/in-memoriam-prof-dr-frans-van-der-linden","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190325_pers_in_memoriam_prof_dr_f_van_der_linden_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190325_pers_in_memoriam_prof_dr_f_van_der_linden_web.jpg"},{"id":"4527","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Dr. Anita Visser benoemd tot hoogleraar Gerodontologie","titel_key":"dr_anita_visser_benoemd_tot_hoogleraar_gerodontologie","subtitel":"","samenvatting":"Dr. Anita Visser is per 1 april 2019 benoemd tot hoogleraar Gerodontologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij zal zich in het bijzonder richten op de complexe tandheelkundige zorg voor kwetsbare ouderen. Binnen haar leeropdracht zal zij zich vooral gaan bezighouden met de coördinatie en ve...","content":"

Dr. Anita Visser is per 1 april 2019 benoemd tot hoogleraar Gerodontologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zij zal zich in het bijzonder richten op de complexe tandheelkundige zorg voor kwetsbare ouderen. Binnen haar leeropdracht zal zij zich vooral gaan bezighouden met de coördinatie en verdere ontwikkeling van de ketenzorg betreffende de complexe tandheelkundige zorg aan kwetsbare ouderen, de multidisciplinaire onderwijslijn gerodontologie en het onderzoek op het gebied van de gerodontologie.<\/p>\r\n

Visser is reeds als tandarts-MFP en tandarts-geriatrie verbonden aan het Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde van het UMC Groningen enhet Centrum voor Tandheelkunde en Mondzorgkunde.<\/p>\r\n

(Bron: Nederlandse Vereniging voor Gerodontologie, 7 april 2019)<\/p>","datum":"2019-04-11 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5024","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190407_pers_dr_anita_visser_benoemd_tot_hoogleraar_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/dr-anita-visser-benoemd-tot-hoogleraar-gerodontologie","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190407_pers_dr_anita_visser_benoemd_tot_hoogleraar_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190407_pers_dr_anita_visser_benoemd_tot_hoogleraar_web.jpg"},{"id":"4528","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Ilse de Boer ontvangt NWVT Hamer-Duyvenszprijs 2018","titel_key":"ilse_de_boer_ontvangt_nwvt_hamer_duyvenszprijs_2018","subtitel":"","samenvatting":"Op 10 april 2019 reikte de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging van Tandartsen (NWVT) voorafgaand aan haar cursus ‘Patiënten met veel pillen’ de NWVT Hamer-Duyvensprijs uit aan dr. Ilse de Boer. De prijs werd aan haar toegekend omdat de prijscommissie haar proefschrift ‘Vi...","content":"

Op 10 april 2019 reikte de Nederlandse Wetenschappelijke Vereniging van Tandartsen (NWVT) voorafgaand aan haar cursus ‘Patiënten met veel pillen’ de NWVT Hamer-Duyvensprijs uit aan dr. Ilse de Boer. De prijs werd aan haar toegekend omdat de prijscommissie haar proefschrift ‘Virtual reality as innovation in dental education’ als beste van het jaar 2018 had beoordeeld. De prijs bestond uit een certificaat en een geldbedrag van € 2.500,-.<\/p>\r\n

De prijscommissie selecteerde het proefschrift van De Boer om “vanwege de relevantie van het onderwerp voor de opleiding van de tandarts-algemeen practicus<\/i>”. De prijscommissie gaf aan goed nota te hebben genomen van de klinische implicaties van de conclusies van Ilse de Boer. Een van haar conclusies was dat virtual reality<\/i> gebitselementen volgens tandartsen, docenten en studenten een betere gelijkenis vertoonden dan kunsthars gebitselementen. Ten tweede concludeerde De Boer dat het gebruik van een driedimensionale handvaardigheidstraining een significant gunstig effect bleek te hebben op de prestaties van eerstejaarsstudenten én ook een gunstig effect op hun de waardering voor deze leeromgeving. Ten slotte was het de aanbeveling van De Boer om de zogenoemde on-the-fly<\/i>-methodiek bij een virtual reality<\/i>-onderwijsomgeving toe te passen. Dat wil zeggen dat op geleide van terugkoppeling van de gebruikers technische innovaties tijdens gebruik van het systeem geïmplementeerd kunnen worden. Dit is volgens De Boer noodzakelijk bij het invoeren van vernieuwende technologie.<\/p>\r\n

(Bron: NWVT, 8 april 2019)<\/p>\r\n

Leestips<\/strong>
-
Bericht over promotie van Ilse de Boer d.d. 22 november 2017<\/a>
-
Recensie proefschrift in rubriek Media d.d. 6 juli 2018<\/a><\/p>","datum":"2019-04-11 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5025","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/171122_pers_promotie_i_r_de_boer_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/ilse-de-boer-ontvangt-nwvt-hamer-duyvenszprijs-2018","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/171122_pers_promotie_i_r_de_boer_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/171122_pers_promotie_i_r_de_boer_web.jpg"},{"id":"4529","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"3% van 20-jarigen heeft ernstige gebitsslijtage","titel_key":"3_van_20_jarigen_heeft_ernstige_gebitsslijtage","subtitel":"Promotie A. van \u2019t Spijker","samenvatting":"Uit het door Arie van ’t Spijker uitgevoerde systematisch literatuuronderzoek naar het voorkomen van gebitsslijtage toonde aan dat – volgens de literatuur van 1980 tot medio 2007 - ernstige gebitsslijtage voorkomt bij 3% van de 20-jarigen en stijgt tot 17% van de 70-jarigen. Van ’t...","content":"

Uit het door Arie van ’t Spijker uitgevoerde systematisch literatuuronderzoek naar het voorkomen van gebitsslijtage toonde aan dat – volgens de literatuur van 1980 tot medio 2007 - ernstige gebitsslijtage voorkomt bij 3% van de 20-jarigen en stijgt tot 17% van de 70-jarigen. Van ’t Spijker vond geen aanwijzingen dat wereldwijd de aantallen in de afgelopen decennia zijn gestegen.<\/p>\r\n

Het promotieonderzoek van de promovendus richtte zicht op gebitsslijtage en op de veronderstelde beschermende werking van cuspidaten. Naast het literatuuronderzoek bestudeerde Van ’t Spijker gebitsmodellen van 28 tandheelkundestudenten met een interval van 3 jaar om toename van slijtage te vergelijken met anatomische kenmerken. Daartoe werd eerst een meetmethode getest en vervolgens toegepast. Uit het literatuuronderzoek en het klinisch onderzoek  bleek dat er een significante associatie was tussen de toename van slijtage en het aanwezig zijn van frontgeleiding en de grootte van de horizontale overbeet. De lichaamshouding is van invloed op de occlusale contacten tijdens laterale kaakbewegingen; het occlusieconcept op zich bleek alleen in specifieke situaties van invloed op slijtage.<\/p>\r\n

Op 11 april 2019<\/a> promoveerde Arie van ’t Spijker aan de Radboud Universiteit in Nijmegen op zijn proefschrift ‘Tooth wear: prevalence and occlusal factors<\/a>’. Promotor was prof. dr. N.H.J. Creugers en copromotor was dr. C.M. Kreulen.<\/p>\r\n

In een van de volgende edities dit jaar zal een in de serie Hora est uitgebreider worden ingegaan op dit promotieonderzoek. Zie ook Onder de loep van 11 januari 2014<\/a> waarin Arie van ’t Spijker vragen beantwoordde in de beginfase van zijn promotietraject.<\/p>","datum":"2019-04-11 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5026","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190411_pers_promotie_a_van_t_spijker_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/3-van-20-jarigen-heeft-ernstige-gebitsslijtage","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190411_pers_promotie_a_van_t_spijker_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190411_pers_promotie_a_van_t_spijker_web.jpg"},{"id":"4519","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Relatie tussen microbioom en het primair syndroom van Sj\u00f6gren","titel_key":"relatie_tussen_microbioom_en_het_primair_syndroom_van_sjogren","subtitel":"Promotie T.A. van der Meulen","samenvatting":"Uit het promotieonderzoek van Taco van der Meulen is gebleken dat er een relatie bestaat tussen het oraal microbioom en het darmmicrobioom bij patiënten met het primair syndroom van Sjögren (pSS), en dat mogelijke aanwijzingen zijn dat het darmmicrobioom betrokken is bij het ontstaan van p...","content":"

Uit het promotieonderzoek van Taco van der Meulen is gebleken dat er een relatie bestaat tussen het oraal microbioom en het darmmicrobioom bij patiënten met het primair syndroom van Sjögren (pSS), en dat mogelijke aanwijzingen zijn dat het darmmicrobioom betrokken is bij het ontstaan van pSS. Op basis van deze bevindingen zou verder onderzoek kunnen uitwijzen dat er bijvoorbeeld een relatie bestaat tussen de ziekteactiviteit van pSS en het darmmicrobioom. Dan zou beïnvloeding van het darmmicrobioom kunnen leiden tot minder klachten van de ziekte.<\/p>\r\n

Omdat recente onderzoeken suggereerden dat het humaan microbioom betrokken is bij het ontstaan van auto-immuunziekten, onderzocht Van der Meulens of pSS geassocieerd is met een ziektespecifieke bacteriële samenstelling in de mondholte, de darmen en de vagina. Hiervoor vergeleek hij monsters uit de mond, ontlasting en vagina van pSS-patiënten met monsters van gezonde controles, populatiecontroles en ziektecontroles. De pSS-patiënten hadden een veranderd oraal microbioom in vergelijking met gezonde controles, maar een vergelijkbaar oraal microbioom ten opzichte van patiënten met droogheidsklachten van de ogen en mond, die geen pSS hadden. Het veranderd oraal microbioom bij pSS-patiënten werd vooral verklaard door de verminderde speekselproductie in pSS-patiënten. De pSS-patiënten en patiënten met de auto-immuunziekte systemische lupus erythematosus (SLE) deelden een vergelijkbaar darmmicrobioom, wat duidelijk anders was dan het darmmicrobioom van populatiecontroles. Het vaginaal microbioom van vrouwen met pSS en vaginale droogte was niet verschillend van het vaginaal microbioom van controlevrouwen.<\/p>\r\n

Op 25 maart 2019<\/a> promoveerde Taco A. van der Meulen aan de Rijksuniversiteit Groningen op zijn proefschrift ‘The oral, gut and vaginal microbiome of primary Sjögren’s syndrome patients<\/a>’. Promotoren waren prof. dr. A. Vissink, prof. dr. F.G.M. Kroese en prof. dr. F.K.L. Spijkervet.<\/p>","datum":"2019-04-06 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5016","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190325_pers_promotie_ta_van_der_meulen_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/relatie-tussen-microbioom-en-het-primair-syndroom-van-sjogren","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190325_pers_promotie_ta_van_der_meulen_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190325_pers_promotie_ta_van_der_meulen_web.jpg"},{"id":"4498","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Tandheelkunde anno 2019, meer dan manuele vaardigheden","titel_key":"tandheelkunde_anno_2019_meer_dan_manuele_vaardigheden","subtitel":"","samenvatting":"Bij de uitoefening van de tandheelkunde spelen kennis en motorische precisie de hoofdrol. Als tandarts en mondzorgkundige houdt u zich dan ook bezig met het indiceren en uitvoeren van diverse vakgebieden. Naast manuele vaardigheden lijkt de tandarts steeds meer een beoefenaar van logica. Welke mogelijkheden heeft de tandheelkunde te bieden voor een pati\u00ebnt? Ook vraagt dit iets van u als communicatiedeskundige en van uw empatisch vermogen. De NTVT-kernwaarden \u201conafhankelijk, onderzoekend en onderscheidend\u201d geven richting bij het goed onderbouwd uitoefenen van het mooie tandartsenvak in al zijn facetten.","content":"

De uitoefening van de tandheelkunde lijkt op het eerste gezicht eenduidig. Kennis en motorische precisie spelen de hoofdrol. Als tandarts en mondzorgkundige houdt u zich dan ook bezig met het indiceren en uitvoeren van diverse vakgebieden, van cariologie tot misschien wel pre-implantologische chirurgie. U volgt nascholingen, wisselt van gedachten met vakgenoten, streeft mondgezondheid na voor iedereen en beweegt zo goed mogelijk mee met de veranderende tijdsgeest. En daar eindigt tegelijkertijd ook de eenduidigheid van het vakgebied.<\/p>\r\n

Want de tandarts is niet meer de enige deskundige op het gebied van mondgezondheid. Er zijn sinds het moment dat de eerste academisch geschoolde tandartsen afstudeerden, verschillende al of niet zelfstandige mondzorg­verleners en tandarts-specialisten bijgekomen. De hedendaagse patiënt gaat vaak zelf op zoek naar informatie op het internet en komt al dan niet goed beslagen ten ijs bij u in de behandelkamer.<\/p>\r\n

U bent als algemeen practicus niet zozeer persoonlijk eindverantwoordelijk voor de mondgezondheid van de individuele patiënt. Wel bent u dé zorgverlener die het hele tandheelkundige veld kan en moet overzien ondanks het feit dat u niet meer alle deelbehandelingen zelf regelmatig uitvoert of misschien wel nooit zelf heeft gedaan. Voelt u zich desondanks bekwaam genoeg om inhoudelijk stelling te nemen en een raadgever of spiegel te kunnen zijn voor uw patiënt?<\/p>\r\n

Door verschillende redenen lijken patiënten makkelijker over te stappen dan voorheen. Daardoor kijkt u regelmatig tegen het voltooide werk van andere mondzorgverleners aan. Of misschien verwees u door voor deelgebied A, maar werd de patiënt geënthousiasmeerd om ook meteen maar deelgebied B en C onder handen te laten nemen. Wellicht heeft u net een praktijk overgenomen waarbij u van het klinische werk in de monden van uw nieuwe patiënten schrok maar waarbij u ook niet al te veel consternatie met uitgebreide slechtnieuwsgesprekken of leegloop wil veroorzaken.<\/p>\r\n

Logica en communicatie<\/h2>\r\n

Naast de manuele vaardigheden lijkt de tandarts steeds meer een beoefenaar van de logica. De leer van het juiste redeneren en dan meer specifiek van het syllogisme. Syllogisme is een deductieve redenering, waarbij een gevolgtrekking en conclusie wordt getrokken vanuit het algemene naar het bijzondere. Welke mogelijkheden heeft de tandheelkunde te bieden voor een patiënt? Wat zijn in deze context de karakteristieken van de individuele patiënt, niet alleen wat fysiek betreft, maar ook op sociaal-emotioneel-cultureel, motivationeel en financieel vlak? De beste beslissing nemen voor deze patiënt is niet alleen een kwestie van logisch redeneren, het vraagt ook iets van u als communicatiedeskundige en van uw empathisch en reflectief vermogen.<\/p>\r\n

Emotie en ethiek<\/h2>\r\n

Tegenover deductie staat inductie, waarbij op grond van enkele bijzondere gevallen een algemene conclusie wordt getrokken. Misschien zullen de keren, dat iets ‘mis’ is gegaan of de patiënten die zelf iets uit de hand lieten lopen, u het meest bijblijven. U schraapt dan al uw professionele moed en volharding bijeen met als doel de patiënt niet aan zijn lot over te laten. Op die momenten kan het zijn dat u het vak als emotioneel zwaar ervaart. Reflectie kan dan helpen niet in de valkuil van inductie en emoties te lopen.<\/p>\r\n

Niet alleen logica en communicatiewetenschappen spelen een steeds grotere rol bij de uitoefening van ons beroep maar ook gezondheidsethiek. Misschien kunt u zich nog de recente discussie herinneren in het tv-programma ‘Kassa’ over jongeren die zich laten beïnvloeden door leeftijdsgenoten op sociale media en in voorkomende gevallen gave tanden laten bewerken voor het plaatsen van porseleinen facings. Joost Roeters van het ACTA sprak hier over het passeren van een belangrijke ethische grens. En dan gaat het niet zozeer over de grenzen die deze jonge ‘consumenten’ aanhouden, want die zijn in die zin onwetend, maar over die van onze vakgenoten...<\/p>\r\n

De NTVT-kernwaarden “onafhankelijk, onderzoekend en onderscheidend” geven richting bij het goed onderbouwd uitoefenen van het mooie beroep tandarts, in de breedste zin van het woord met al zijn concrete en minder concrete facetten.<\/p>\r\n

Désirée D. Kerkdijk, redacteur<\/strong><\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"11","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4995","auteurs":[{"id":"1061","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"D.D. Kerkdijk","titel_key":"d_d_kerkdijk","old_id":"0","voorvoegsel":"D.D.","achternaam":"Kerkdijk"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/171.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/19ntvt023_01web.jpg","rubriek_titel":"Redactioneel","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/tandheelkunde-anno-2019-meer-dan-manuele-vaardigheden","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/19ntvt023_01web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/19ntvt023_01web.jpg"},{"id":"4499","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Tandmeester op Schouwen-Duiveland","titel_key":"tandmeester_op_schouwen_duiveland","subtitel":"","samenvatting":"In 1759 plaatste Joseph Lehman een advertentie in de Middelbutgse Courant waarin hij aankondigde zijn waren, \"Balzem en Calomyte\", te verkopen op de kermis van Zierikzee. Enkele jaren later adverteerde dezelfde heer Lehman in de Haerlemse Courante, nu als Kies- en tandmeester en als genezer van geslachtsziekten. Lehman wordt gezien als eerste Tandmeester in Nedreland. In die tijd waren er veel ontwikkelingen in zowel wetgeving als de uitoefening van het tandheelkundig beroep. In 1811 kreeg de tandmeester offici\u00eble erkenning. Rondreizende tandmeesters bezochten om de paar jaar Zierikzee om daar tijdens een kermis of jaarmarkt pati\u00ebnten te behandelen. Meestal waren de behandelingen eenvoudig, alleen beter gesitueerden konden zich kunsttanden permitteren. Pas in 1913 vestigede zich een dagelijks spreekuur houdende tandarts op Schouuwen-Duiveland.","content":"

In 1759 plaatste Joseph Lehman een advertentie in de Middelbutgse Courant waarin hij aankondigde zijn waren, \"Balzem en Calomyte\", te verkopen op de kermis van Zierikzee. Enkele jaren later adverteerde dezelfde heer Lehman in de Haerlemse Courante, nu als Kies- en tandmeester en als genezer van geslachtsziekten. Lehman wordt gezien als eerste Tandmeester in Nedreland. In die tijd waren er veel ontwikkelingen in zowel wetgeving als de uitoefening van het tandheelkundig beroep. In 1811 kreeg de tandmeester officiële erkenning. Rondreizende tandmeesters  bezochten om de paar jaar Zierikzee om daar tijdens een kermis of jaarmarkt patiënten te behandelen. Meestal waren de behandelingen eenvoudig, alleen beter gesitueerden konden zich kunsttanden permitteren. Pas in 1913 vestigede zich een dagelijks spreekuur houdende tandarts op Schouuwen-Duiveland.<\/strong><\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"18","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4996","auteurs":[{"id":"1485","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"D.J. Schutte","titel_key":"d_j_schutte","old_id":"0","voorvoegsel":"D.J.","achternaam":"Schutte"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/179_182.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/18ntvt249_01_web.jpg","rubriek_titel":"Geschiedenis en tandheelkunde","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/tandmeester-op-schouwen-duiveland","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/18ntvt249_01_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/18ntvt249_01_web.jpg"},{"id":"4500","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Orthodontische behandeling van een malocclusie met een gecompromitteerde centrale bovenincisief","titel_key":"orthodontische_behandeling_van_een_malocclusie_met_een_gecompromitteerde_centrale_bovenincisief","subtitel":"","samenvatting":"Een 11-jarig meisje meldde zich bij een orthodontist met het verzoek de scheefstand van haar boven- en onderfront te corrigeren. Daarnaast stoorde de pati\u00ebnt zich aan de afwijkende vorm en grootte van gebitselement 21. Er was sprake van een disto-occlusie, ruimtegebrek, geminatio dentis van gebitselement 21 met de vorm van een dens invaginatus. Het gebitselement was bovendien ontstoken. Gebitselementen 21 en 14 werden in het kader van de behandeling ge\u00ebxtraheerd. Op plek van het verwijderde gebitselement 21 werd gebitselement 23 gebracht door middel van geforceerde transpositie. Er is gebruikgemaakt van hybride orthodontische technieken.","content":"

Een 11-jarig meisje meldde zich bij een orthodontist met het verzoek de scheefstand van haar boven- en onderfront te corrigeren. Daarnaast stoorde de patiënt zich aan de afwijkende vorm en grootte van gebitselement 21. Er was sprake van een disto-occlusie, ruimtegebrek, geminatio dentis van gebitselement 21 met de vorm van een dens invaginatus. Het gebitselement was bovendien ontstoken. Gebitselementen 21 en 14 werden in het kader van de behandeling geëxtraheerd. Op plek van het verwijderde gebitselement 21 werd gebitselement 23 gebracht door middel van geforceerde transpositie. Er is gebruikgemaakt van hybride orthodontische technieken.<\/strong><\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"7","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4997","auteurs":[{"id":"1738","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"M. Oosterhuis","titel_key":"m_oosterhuis","old_id":"0","voorvoegsel":"M.","achternaam":"Oosterhuis"},{"id":"1555","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"G.J.C. Kramer","titel_key":"g_j_c_kramer","old_id":"0","voorvoegsel":"G.J.C.","achternaam":"Kramer"},{"id":"398","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"R.B. Kuitert","titel_key":"r_b_kuitert","old_id":"398","voorvoegsel":"R.B.","achternaam":"Kuitert"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/183_189.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/18ntvt243_01e_web.jpg","rubriek_titel":"Casu\u00efstiek","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/orthodontische-behandeling-van-een-malocclusie-met-een-gecompromitteerde-centrale-bovenincisief","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/18ntvt243_01e_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/18ntvt243_01e_web.jpg"},{"id":"4501","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Serie: Communicatie in de tandartspraktijk. Het slechtnieuwsgesprek","titel_key":"serie_communicatie_in_de_tandartspraktijk_het_slechtnieuwsgesprek","subtitel":"","samenvatting":"In de algemene praktijk zal de tandarts af en toe een slechtnieuwsgesprek met zijn pati\u00ebnten moeten voeren. Veel tandartsen vinden dat moeilijk vanwege de emotionele lading van zo\u2019n gesprek. In dit artikel worden strategie\u00ebn die de tandarts kan gebruiken besproken en voorkeuren die pati\u00ebnten hebben voor het ontvangen van slecht nieuws. Aan de hand van casussen worden handvatten aangereikt om structuur te geven aan het gesprek.","content":"

In de algemene praktijk zal de tandarts af en toe een slechtnieuwsgesprek met zijn patiënten moeten voeren. Veel tandartsen vinden dat moeilijk vanwege de emotionele lading van zo’n gesprek. In dit artikel worden strategieën die de tandarts kan gebruiken besproken en voorkeuren die patiënten hebben voor het ontvangen van slecht nieuws. Aan de hand van casussen worden handvatten aangereikt om structuur te geven aan het gesprek.<\/strong><\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"8","serie_naam":"Communicatie in de tandartspraktijk","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4998","auteurs":[{"id":"1724","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"A.J.E. Smith","titel_key":"a_j_e_smith","old_id":"0","voorvoegsel":"A.J.E.","achternaam":"Smith"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/191_197.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/19ntvt001_02b_web.jpg","rubriek_titel":"Onderzoek en wetenschap","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/serie-communicatie-in-de-tandartspraktijk-het-slechtnieuwsgesprek","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/19ntvt001_02b_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/19ntvt001_02b_web.jpg"},{"id":"4502","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Herkenning van wekedelen\u2013opaciteiten op een panoramische r\u00f6ntgenopname: idiopathische calcificaties","titel_key":"herkenning_van_wekedelen_opaciteiten_op_een_panoramische_rontgenopname_idiopathische_calcificaties","subtitel":"","samenvatting":"Regelmatig worden op een panoramische r\u00f6ntgenopname opake structuren gezien die niet in het bot maar in de weke delen zijn gelegen. De differenti\u00eble diagnose van dergelijke opaciteiten is divers en bevat vaak voorkomende maar ook zeldzame afwijkingen. Vanwege de diversiteit is het klinisch duiden van een wekedelenopaciteit vaak lastig. Er wordt onderscheid gemaakt in heterotopische calcificaties, heterotopische ossificaties en corpora aliena. Heterotopische calcificaties worden onderverdeeld in 3 groepen, te weten dystrofische, idiopathische en metastatische calcificaties. In dit artikel wordt de nadruk gelegd op de radiologische en klinische kenmerken van idiopathische calcificaties en hoe deze op een panoramische r\u00f6ntgenopname kunnen worden herkend. Daarnaast zal aandacht worden besteed aan de noodzaak tot eventuele aanvullende beeldvorming en de indicaties voor een mogelijke behandeling. Bij idiopathische calcificaties slaan calciumzouten neer in gezond weefsel zonder dat daarbij een oorzaak kan worden angewezen. Calcium- en fosfaatspiegels in het bloed zijn hierbij normaal.","content":"

Regelmatig worden op een panoramische röntgenopname opake structuren gezien die niet in het bot maar in de weke delen zijn gelegen. De differentiële diagnose van dergelijke opaciteiten is divers en bevat vaak voorkomende maar ook zeldzame afwijkingen. Vanwege de diversiteit is het klinisch duiden van een wekedelenopaciteit vaak lastig. Er wordt onderscheid gemaakt in heterotopische calcificaties, heterotopische ossificaties en corpora aliena. Heterotopische calcificaties worden onderverdeeld in 3 groepen, te weten dystrofische, idiopathische en metastatische calcificaties. In dit artikel wordt de nadruk gelegd op de radiologische en klinische kenmerken van idiopathische calcificaties en hoe deze op een panoramische röntgenopname kunnen worden herkend. Daarnaast zal aandacht worden besteed aan de noodzaak tot eventuele aanvullende beeldvorming en de indicaties voor een mogelijke behandeling. Bij idiopathische calcificaties slaan calciumzouten neer in gezond weefsel zonder dat daarbij een oorzaak kan worden aangewezen. Calcium- en fosfaatspiegels in het bloed zijn hierbij normaal.<\/strong><\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"8","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4999","auteurs":[{"id":"449","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"E.H. van der Meij","titel_key":"e_h_van_der_meij","old_id":"449","voorvoegsel":"E.H. van der ","achternaam":"Meij"},{"id":"49","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"W.E.R. Berkhout","titel_key":"w_e_r_berkhout","old_id":"49","voorvoegsel":"W.E.R.","achternaam":"Berkhout"},{"id":"580","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"G.C.H. Sanderink","titel_key":"g_c_h_sanderink","old_id":"580","voorvoegsel":"G.C.H.","achternaam":"Sanderink"},{"id":"1287","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"J.G.A.M. de Visscher","titel_key":"j_g_a_m_de_visscher_1","old_id":"0","voorvoegsel":"J.G.A.M. de","achternaam":"Visscher"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/199_205.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/19ntvt004_03_web.jpg","rubriek_titel":"Onderzoek en wetenschap","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/herkenning-van-wekedelen-opaciteiten-op-een-panoramische-rontgenopname-idiopathische-calcificaties","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/19ntvt004_03_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/19ntvt004_03_web.jpg"},{"id":"4503","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Autonomie in het mondzorgplan van de zorgafhankelijke, cognitief beperkte oudere pati\u00ebnt","titel_key":"autonomie_in_het_mondzorgplan_van_de_zorgafhankelijke_cognitief_beperkte_oudere_patient","subtitel":"","samenvatting":"Besluitvormingsprocessen met betrekking tot de mondzorg van zorgafhankelijke bewoners van woonzorgcentra kunnen complex zijn wanneer een pati\u00ebnt zijn eigen wil niet (voldoende) kan uiten en\/of wanneer de pati\u00ebnt wilsonbekwaam is. Mondzorgverleners die te maken hebben met cognitief beperkte pati\u00ebnten in woonzorgcentra hebben daarom achtergrondkennis van gezondheidsrecht en \u2013ethiek nodig. Dit betreft kennis over relevante aspecten die van belang zijn bij het tot stand komen van een mondzorgplan. In dit artikel wordt aandacht besteed aan deze aspecten van gezondheidsrecht en \u2013ethiek en wordt de handreiking \u2018Mondzorg en verzet bij wilsonbekwaamheid ter zake\u2019 beschreven. Deze kan worden toegepast in vergelijkbare casu\u00efstiek.\r\n","content":"

Besluitvormingsprocessen met betrekking tot de mondzorg van zorgafhankelijke bewoners van woonzorgcentra kunnen complex zijn wanneer een patiënt zijn eigen wil niet (voldoende) kan uiten en\/of wanneer de patiënt wilsonbekwaam is. Mondzorgverleners die te maken hebben met cognitief beperkte patiënten in woonzorgcentra hebben daarom achtergrondkennis van gezondheidsrecht en –ethiek nodig. Dit betreft kennis over relevante aspecten die van belang zijn bij het tot stand komen van een mondzorgplan. In dit artikel wordt aandacht  besteed aan deze aspecten van gezondheidsrecht en –ethiek en wordt de handreiking ‘Mondzorg en verzet bij wilsonbekwaamheid ter zake’ beschreven. Deze kan worden toegepast in vergelijkbare casuïstiek.<\/strong>

<\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"8","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5000","auteurs":[{"id":"1739","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"K. Verheul-van der Voorden","titel_key":"k_verheul_van_der_voorden","old_id":"0","voorvoegsel":"K. ","achternaam":"Verheul-van der Voorden"},{"id":"1740","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"H.C. Willems","titel_key":"h_c_willems","old_id":"0","voorvoegsel":"H.C.","achternaam":"Willems"},{"id":"1277","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"W.J. Kl\u00fcter","titel_key":"w_j_kluter","old_id":"0","voorvoegsel":"W.J.","achternaam":"Kl\u00fcter"},{"id":"1045","gebruiker":"31","groep":"3","naam":"C.D. van der Maarel-Wierink","titel_key":"c_d_van_der_maarel_wierink","old_id":"0","voorvoegsel":"C.D. van der ","achternaam":"Maarel-Wierink"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/207_212.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/18ntvt246_01_web_1.jpg","rubriek_titel":"Onderzoek en wetenschap","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/autonomie-in-het-mondzorgplan-van-de-zorgafhankelijke-cognitief-beperkte-oudere-patient","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/18ntvt246_01_web_1.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/18ntvt246_01_web_1.jpg"},{"id":"4504","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Noviteiten in etiologie en behandeling van mondbranden","titel_key":"noviteiten_in_etiologie_en_behandeling_van_mondbranden","subtitel":"Mond-, kaak- en aangezichtschirurgie","samenvatting":"De etiologie van mondbranden is nog altijd onbekend en daardoor is een doelmatige behandeling eigenlijk onmogelijk. Dit artikel geeft een overzicht van de recente literatuur over de etiologie en de behandeling van mondbranden.\r\nSteeds meer aanwijzingen worden gevonden voor een neuropathische compone...","content":"

De etiologie van mondbranden is nog altijd onbekend en daardoor is een doelmatige behandeling eigenlijk onmogelijk. Dit artikel geeft een overzicht van de recente literatuur over de etiologie en de behandeling van mondbranden.<\/p>\r\n

Steeds meer aanwijzingen worden gevonden voor een neuropathische component van mondbranden in zowel het centrale als het perifere zenuwstelsel. Over het symptoom smaakverlies van mondbranden suggereren nieuwe onderzoeksuitkomsten dat veranderingen in de samenstelling van het speeksel, met als gevolg een wijziging van de zuurgraad van het speeksel, hieraan debet zijn. Hormonaal is vastgesteld dat bloedserum van mensen met mondbranden relatief veel adrenaline bevat. Mogelijk zijn oscillaties in het endocriene systeem van hypothalamus en hypofyse hiervan de oorzaak. Met een systematisch literatuuronderzoek is een associatie aangetoond tussen mondbranden en psychische problemen als angst en depressie. Omdat deze psychische problemen onder vrouwen meer prevalent zijn dan onder mannen, kan dit verklaren waarom meer vrouwen dan mannen mondbranden rapporteren. De psychische problemen worden versterkt doordat mensen met mondbranden vaak slaapproblemen en verstoringen van het circadiane ritme hebben.<\/p>\r\n

Niet genoeg kan worden benadrukt dat de diagnose mondbranden wordt gesteld na uitsluiting van alle potentiële systemische en lokale oorzaken. Vervolgens kan de niet causaal gerichte behandeling lokaal, systemisch en gedragsbeïnvloedend zijn. Lokale applicatie van de benzodiazepine clonazepam of van het anestheticum capsaïcine kan de symptomen van mondbranden effectief onderdrukken. Hetzelfde geldt voor lasertherapie. Systemisch zijn recent met 4 middelen gunstige resultaten bereikt: de natuurlijke stof alfaliponzuur, de benzodiazepine clonazepam, het anti-epilepticum gabapentine en het tricyclische antidepressivum amitriptyline. Cognitieve gedragstherapie kan worden ingezet om depressie, angst, pijn en niet welbevinden te onderdrukken.<\/p>\r\n

Conclusie. <\/b>Hoewel de etiologie van mondbranden nog steeds duister is, worden steeds meer inducerende en provocatieve factoren gevonden en breidt het scala aan dempende behandelingsmogelijkheden zich verder uit.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Ritchie A, Kramer JM<\/em>. Recent advances in the etiology and treatment of burning mouth syndrome. J Dent Res 2018; 97: 1193-1199.<\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5001","auteurs":[{"id":"23","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C. de Baat","titel_key":"c_de_baat","old_id":"23","voorvoegsel":"C. de","achternaam":"Baat"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/213_219.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/mondziekten_kaak_en_aangezichtschirurgie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/noviteiten-in-etiologie-en-behandeling-van-mondbranden","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/mondziekten_kaak_en_aangezichtschirurgie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/mondziekten_kaak_en_aangezichtschirurgie_logo.jpg"},{"id":"4505","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Oordeel van ouders over behandelangst bij kinderen","titel_key":"oordeel_van_ouders_over_behandelangst_bij_kinderen","subtitel":"Kindertandheelkunde","samenvatting":"De aanwezigheid van ouders bij de behandeling van hun kind kan van invloed zijn op het verloop van de behandeling. Het doel van het onderzoek in India was na te gaan in hoeverre de behandelangst bij kinderen (6 tot 10 jaar) correleert met het oordeel van de ouders over de angst bij het kind.\r\nDe ste...","content":"

De aanwezigheid van ouders bij de behandeling van hun kind kan van invloed zijn op het verloop van de behandeling. Het doel van het onderzoek in India was na te gaan in hoeverre de behandelangst bij kinderen (6 tot 10 jaar) correleert met het oordeel van de ouders over de angst bij het kind.<\/p>\r\n

De steekproef bestond uit 94 ouder-kindcombinaties. Als vragenlijst werd voor aanvang van de behandeling de CFSS-DS voorgelegd aan de ouder en het kind, met 15 vragen op een 5-puntenschaal (range 15-75). De behandelend tandarts beoordeelde de angst van het kind met de ‘Frankl scale’, een 4-puntenschaal lopend van positief naar negatief. De gemiddelde CFSS-DS voor respectievelijk het kind en de ouder was 39,64 ± 6,45 en 27,74 ± 39,64. Met andere woorden: de ouders overwaardeerden de behandelangst bij hun kinderen. Het verschil was significant (p < 0,05). De score van de tandartsen aan de hand van de ‘Frankl scale’ liep meer parallel aan de CFSS-DS van de kinderen dan aan de CFSS-DS van de ouders. De resultaten kwamen overeen met de resultaten van andere onderzoekeren, onder andere in Nederland.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> De door de kinderen (6 tot 10 jaar) gerapporteerde angstscore is meer voorspellend voor de angstscore die door de tandarts wordt gegeven dan voor de angstscore die ouders aan hun kinderen toekennen. Ouders overschatten de angst van hun kinderen voor een tandheelkundige behandeling.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Wu L, Gao X<\/em>. Children’s dental fear and anxiety: exploring family related factors. BMC Oral Health 2018; 18: 100.<\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5002","auteurs":[{"id":"265","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"R.J.M. Gruythuysen","titel_key":"r_j_m_gruythuysen","old_id":"265","voorvoegsel":"R.J.M. ","achternaam":"Gruythuysen"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/213_219.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/oordeel-van-ouders-over-behandelangst-bij-kinderen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4506","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Slaapproblemen in relatie tot tandheelkundig trauma","titel_key":"slaapproblemen_in_relatie_tot_tandheelkundig_trauma","subtitel":"Kindertandheelkunde","samenvatting":"Slapen heeft invloed op cognitieve functies, niveau van aandacht en motorische vaardigheden. Het is bekend dat slechte nachtrust de oorzaak kan zijn van ongelukjes bij kinderen. In het onderhavige cross-sectionele onderzoek werd nagegaan wat de relatie is tussen slaapgedrag en tandheelkundig trauma....","content":"

Slapen heeft invloed op cognitieve functies, niveau van aandacht en motorische vaardigheden. Het is bekend dat slechte nachtrust de oorzaak kan zijn van ongelukjes bij kinderen. In het onderhavige cross-sectionele onderzoek werd nagegaan wat de relatie is tussen slaapgedrag en tandheelkundig trauma.<\/p>\r\n

De onderzoeksgroep bestond uit kinderen van 8 tot 10 jaar (n = 537). Van de kinderen werden lengte en gewicht vastgelegd, naast symptomen van tandheelkundig trauma, de sagittale overbeet en lipsluiting. Ouders vulden een vragenlijst in over het slaapgedrag van hun kind en hun demografische en sociaaleconomische status.<\/p>\r\n

Bij 22% (95% CI: 19-26) van de kinderen was er sprake van symptomen van een tandheelkundig trauma. Dit percentage lag hoger bij kinderen die 3 tot 4 keer per nacht wakker waren (PR = 3,30; 95% CI: 2,47-4,39), in slaap vielen in het ouderlijk bed (PR = 1,41; 95% CI: 1,09-1,83), ’s ochtends slecht gehumeurd wakker werden (PR = 1,30; 95% CI: 1,02-1,65), slaperig werden terwijl ze zaten en\/of studeerden (PR = 1,57; 95% CI: 1,09-2,24) of tv keken (PR = 1,41; 95% CI: 1,0005-1,97) en bij kinderen die nachtmerries hadden (PR = 1.35; 95% CI: 1,04-1,76). Bij 90% (95% CI: 88 tot 93%) van de kinderen was er sprake van een of ander slaapprobleem. Bij kinderen met slaperigheid overdag werd 51% meer tandheelkundig letsel gescoord dan bij kinderen zonder dit gedrag. Lengte, gewicht, overjet, lipsluiting en sociaaleconomische status waren significant in relatie tot tandheelkundig trauma en slaperigheid overdag.<\/p>\r\n

\"\"\r\n

(Beeld: Shutterstock)<\/em><\/p>\r\n<\/figure>\r\n

Conclusie.<\/b> Slaapproblemen bij kinderen tonen een relatie tot een hogere prevalentie van tandheelkundig trauma. Slecht slapen is van invloed op motorische vaardigheden, cognitie en concentratie. Een moe kind heeft eerder stemmingswisselingen, is prikkelbaarder, vertoont risicovoller gedrag en handelt vaak impulsiever. Deze risicofactoren vergroten de kans op tandheelkundig letsel.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Todero SRB, Cavalcante-Leão BL, Fraiz FC, Rebellato NLB, Ferreira FM<\/em>. The association of childhood sleep problems with the prevalence of traumatic dental injury in schoolchildren. Dent Traumatol. 2018; 35: 41-47.<\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5003","auteurs":[{"id":"224","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"D.L. Gambon","titel_key":"d_l_gambon","old_id":"224","voorvoegsel":"D.L.","achternaam":"Gambon"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/213_219.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/slaapproblemen-in-relatie-tot-tandheelkundig-trauma","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4507","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Orthodontie en ademhalingsproblemen tijdens de nachtrust","titel_key":"orthodontie_en_ademhalingsproblemen_tijdens_de_nachtrust","subtitel":"Kindertandheelkunde","samenvatting":"Slaap is van invloed op het dagelijks functioneren en beïnvloedt zowel de fysieke als mentale gezondheid. Waar een verstoorde ademhaling tijdens het slapen bij volwassenen leidt tot vermoeidheid, wordt bij kinderen ook hyperactiviteit waargenomen. Dit kan leiden tot een verkeerde diagnose met a...","content":"

Slaap is van invloed op het dagelijks functioneren en beïnvloedt zowel de fysieke als mentale gezondheid. Waar een verstoorde ademhaling tijdens het slapen bij volwassenen leidt tot vermoeidheid, wordt bij kinderen ook hyperactiviteit waargenomen. Dit kan leiden tot een verkeerde diagnose met als gevolg onnodig medicatiegebruik.<\/p>\r\n

Doel van onderhavig onderzoek was na te gaan wat het percentage kinderen was met gestoorde ademhaling tijdens de slaap in een groep van 303 gezonde kinderen van 9-17 jaar die orthodontisch werden behandeld. De ouders vulden een vragenlijst in met 22 vragen onder andere over het ademen en snurken tijdens het slapen, mondademhaling overdag, een droge mond, vermoeidheid, slecht wakker worden, groei en gewicht en het dagelijks functioneren. Een hoog risico werd gedefinieerd als een antwoord 33% of vaker voorkwam. Na een maand kregen 16 willekeurig geselecteerde patiënten opnieuw de vragenlijst voorgelegd om de betrouwbaarheid van de eerste vragenlijst te controleren.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Er werd geen relatie gevonden tussen ademhalingsproblemen tijdens de nachtrust en orthodontie, ook niet voor geslacht, leeftijd of ras. Wel had 7,3% (95% betrouwbaarheidsinterval, (4,7-10,6%)) van de kinderen een verhoogd risico op een gestoorde ademhaling gedurende de slaap.<\/p>\r\n

Bij behandeling van kinderen met orthodontie kan een tandarts kinderen met een verhoogd risico op slaapproblemen diagnosticeren aan de hand van eenvoudige vragen. Verder onderzoek kan worden ingezet als door slaapgebrek signalen en symptomen van vermoeidheid, hyperactiviteit en slecht functioneren worden gezien.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Rohra AK Jr, Demko CA, Hans MG, Rosen C, Palomo JM<\/em>. Sleep disordered breathing in children seeking orthodontic care. Am J Orthod Dentofacial Orthop 2018; 154: 65-71.<\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5004","auteurs":[{"id":"224","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"D.L. Gambon","titel_key":"d_l_gambon","old_id":"224","voorvoegsel":"D.L.","achternaam":"Gambon"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/213_219.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/orthodontie-en-ademhalingsproblemen-tijdens-de-nachtrust","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4508","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Effect van een directe en indirecte pulpaoverkapping in het melkgebit","titel_key":"effect_van_een_directe_en_indirecte_pulpaoverkapping_in_het_melkgebit","subtitel":"Kindertandheelkunde","samenvatting":"Carieuze of geëxponeerde melkelementen met een gezonde pulpa of reversibele pulpitis kunnen met een directe of indirecte pulpaoverkapping hun vitaliteit behouden. In het onderhavig onderzoek werd gekeken naar het klinisch resultaat bij de behandeling van vitale melkelementen bij een directe en...","content":"

Carieuze of geëxponeerde melkelementen met een gezonde pulpa of reversibele pulpitis kunnen met een directe of indirecte pulpaoverkapping hun vitaliteit behouden. In het onderhavig onderzoek werd gekeken naar het klinisch resultaat bij de behandeling van vitale melkelementen bij een directe en indirecte pulpaoverkapping.<\/p>\r\n

Voor een literatuuronderzoek zochten 2 reviewers in PubMed en ISI Web of Science relevante artikelen die waren gepubliceerd van 1966 tot 2017. De zoekcriteria in Pub–Med waren prospectieve klinische onderzoeken, de juiste indicatie voor de uitgevoerde behandeling en duidelijke definitie van klinische en\/of radiologische succescriteria. Door deze selectiecriteria was het aantal gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken of gecontroleerde klinische onderzoeken vooral bij de indirecte en directe pulpa overkappingen en de klinische onderzoeken beperkt.<\/p>\r\n

Op basis van 20 klinische en gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken bleek dat een indirecte een goede behandelmethode is bij een reversibele pulpitis. Het gebruik van adhesieven bij een indirecte pulpaoverkapping bij een behandeling in 1 zitting na het voorzichtig verwijderen van cariës is aan te bevelen. Het gebruik van Dycal®<\/sup> heeft zich daarbij bewezen. Succes bij een directe pulpaoverkapping was afhankelijk van een klachtenvrij melkelement, desinfectie van de pulpa-expositie, een klasse I-caviteit met daarbij uiteraard een goed afsluitende restauratie. Bewezen is daarbij de desinfectie voorafgaande aan de pulpaoverkapping en het gebruik van MTA als overkappingsmateriaal. Echter, langere follow-upperioden, meer goede klinische onderzoeken, vergelijkbare omstandigheden en duidelijke evaluatiecriteria zijn nodig om deze resultaten van (in)directe pulpaoverkapping te bevestigen.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Op grond van mogelijk herstel van pulpa–weefsel is een indirecte pulpaoverkapping een goede behandelmethode. Het succes van een directe pulpaoverkapping is afhankelijk van verschillende factoren.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Boutsiouki C, Frankenberger R, Krämer N. <\/em>Relative effectiveness of direct indirect pulpcapping in the primary dentition Eur Arch Paediatr Dent 2018; 19: 297-309.<\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5005","auteurs":[{"id":"224","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"D.L. Gambon","titel_key":"d_l_gambon","old_id":"224","voorvoegsel":"D.L.","achternaam":"Gambon"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/213_219.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/effect-van-een-directe-en-indirecte-pulpaoverkapping-in-het-melkgebit","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4509","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Cari\u00ebsactiviteit en orthodontische behandeling met vaste apparatuur","titel_key":"cariesactiviteit_en_orthodontische_behandeling_met_vaste_apparatuur","subtitel":"Cariologie","samenvatting":"Extra mogelijkheid tot plaqueretentie is een van de risicofactoren bij het ontstaan van cariës bij tandheelkundige behandeling met vaste apparatuur. Het is algemeen bekend dat de prevalentie van niet behandelde cariëslaesies tijdens de orthodontische behandeling toeneemt, echter het effect...","content":"

Extra mogelijkheid tot plaqueretentie is een van de risicofactoren bij het ontstaan van cariës bij tandheelkundige behandeling met vaste apparatuur. Het is algemeen bekend dat de prevalentie van niet behandelde cariëslaesies tijdens de orthodontische behandeling toeneemt, echter het effect van de duur van de orthodontische behandeling en het ontstaan van cariës is onduidelijk.<\/p>\r\n

In dit cross-sectionele onderzoek werd nagegaan in hoeverre de duur van de orthodontische behandeling met vaste apparatuur invloed had op de cariësactiviteit bij adolescenten en jongvolwassenen. Een groep patiënten (n = 260) in de leeftijd van 10-30 jaar werd verdeeld in 4 groepen (n = 65). G0: geen vaste apparatuur; G1: orthodontische behandeling 1 jaar; G2: orthodontische behandeling 2 jaar; G3: orthodontische behandeling 3 jaar. Aan de hand van een vragenlijst werd informatie verkregen over de sociodemografische achtergrond en het mondhygiënegedrag van de patiënt. Cariësactiviteit werd gescoord aan de hand van klinische kenmerken zoals oppervlaktestructuur en glans, dof wit of glimmend.<\/p>\r\n

De orthodontische behandelduur was significant met actieve cariës. De cariësprevalentie was 1,5% voor G0, 27,7% voor G1 en 72,3% voor G2 en G3. Er was geen verschil tussen de groep G2 en groep G3. Hoe langer de duur van de orthodontische behandeling des te hoger de prevalentie en het aantal actieve cariëslaesies. Daarnaast waren er significante verschillen tussen groepen in relatie met de leeftijd en gezinsinkomen (p < 0,05).<\/p>\r\n

Conclusie. <\/b>Vaste apparatuur geeft extra kans op plaqueretentie. Bij patiënten die worden behandeld met vaste apparatuur zou er extra aandacht moeten zijn voor preventie wanneer de behandeling langer duurt.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Pinto AS, Alves LS, Maltz M, Susin C, Zenkner JEA<\/em>. Does the duration of fixed orthodontic treatment affect caries activity among adolescents and young adults? Caries Res 2018; 52: 463–467.<\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5006","auteurs":[{"id":"224","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"D.L. Gambon","titel_key":"d_l_gambon","old_id":"224","voorvoegsel":"D.L.","achternaam":"Gambon"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/213_219.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/cariologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/cariesactiviteit-en-orthodontische-behandeling-met-vaste-apparatuur","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/cariologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/cariologie_logo.jpg"},{"id":"4510","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Cari\u00ebs onder volwassenen en ouderen in Europa tussen 1996 en 2016","titel_key":"caries_onder_volwassenen_en_ouderen_in_europa_tussen_1996_en_2016","subtitel":"Cariologie","samenvatting":"Het derde symposium over de toestand van cariës in Europa werd door de ORCA (Europese Organisatie van Tandcariës Onderzoek) in 2014 georganiseerd. Deze keer werd de cariëssituatie onder volwassenen (35-44 jaar oud) en ouderen (65-74 jaar oud) vanaf 1996 besproken. Een van de doelstell...","content":"

Het derde symposium over de toestand van cariës in Europa werd door de ORCA (Europese Organisatie van Tandcariës Onderzoek) in 2014 georganiseerd. Deze keer werd de cariëssituatie onder volwassenen (35-44 jaar oud) en ouderen (65-74 jaar oud) vanaf 1996 besproken. Een van de doelstellingen was na te gaan of het voorkomen en de ernst van cariës tussen 1996 en 2014 was verminderd. Het onderhavige artikel doet verslag van dit congres waarbij de auteurs additionele publicaties tot aan 2016 hebben meegenomen. De belangrijkste gegevens staan in tabel 1 vermeld.<\/p>\r\n

\"\"
Tabel 1<\/strong>. Het DMFT-getal voor een aantal Europese landen (N) tussen 1996 en 2016 per leeftijdsgroep.<\/em><\/figure>\r\n

De ernst van cariës bij volwassenen was substantieel. Het overgrote deel van het DMFT-getal bestond uit gerestaureerde gebitselementen. Het DMFT-getal bij ouderen was hoog en bestond in de meeste landen uit niet meer aanwezige gebitselementen. De reductie in het DMFT-getal in de onderzochte periode was gemiddeld 20% voor volwassenen (23 landen) en gemiddeld 13% voor ouderen (21 landen). Vanaf 2000 werd een edentaat gebit onder volwassenen niet meer aangetroffen. Het mediaan getal voor het voorkomen van ouderen met een edentate dentitie was in de onderzochte periode 16% en vertoonde een grote spreiding in de verschillende landen.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> In de onderzochte periode was vooral onder volwassenen en in mindere mate onder ouderen een vermindering van de ernst van cariës waargenomen.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Carvalho JC, Schiffner U<\/em>. Dental caries in European adults and senior citizens 1996-2016: ORCA saturday afternoon symposium in Greifswald, Germany - Part II. Caries Res 2018; 53: 242-252.<\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5007","auteurs":[{"id":"222","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.E. Frencken","titel_key":"j_e_frencken","old_id":"222","voorvoegsel":"J.E.","achternaam":"Frencken"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/213_219.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/cariologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/caries-onder-volwassenen-en-ouderen-in-europa-tussen-1996-en-2016","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/cariologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/cariologie_logo.jpg"},{"id":"4511","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Minimaal invasieve behandeling van primaire carieuze laesies: passen tandartsen dit concept toe?","titel_key":"minimaal_invasieve_behandeling_van_primaire_carieuze_laesies_passen_tandartsen_dit_concept_toe","subtitel":"Cariologie","samenvatting":"De laatste 50 jaar is de behandeling van gecaviteerde dentinelaesies veranderd. Was in het begin van die periode het ‘extension for prevention’ concept richtinggevend, sinds het begin van de jaren 1990 is het vervangen door technieken die zijn gestoeld op het minimaal invasieve intervent...","content":"

De laatste 50 jaar is de behandeling van gecaviteerde dentinelaesies veranderd. Was in het begin van die periode het ‘extension for prevention’<\/i> concept richtinggevend, sinds het begin van de jaren 1990 is het vervangen door technieken die zijn gestoeld op het minimaal invasieve interventie–concept: er wordt pas geïntervenieerd indien er daadwerkelijk een duidelijk zichtbare gecaviteerde dentinelaesie is gediagnosticeerd. De caviteitspreparatie wordt beperkt tot de plaats waar de caviteit zich bevindt. Doel van het onderhavige onderzoek was na te gaan of tandartsen dit nieuwe concept uitvoerden en welke restauratiematerialen ze gebruikten. Het artikel doet verslag van een onderzoek naar het uitvoeren van de doelstellingen in Nederland en een vergelijkend onderzoek ernaar in 13 landen.<\/p>\r\n

De onderzoekers gebruikten een overzicht waarin verschillende voortschrijdende stadia van carieuze laesies, een voor het occlusale en een voor het approximale vlak, waren afgezet tegen klinische beelden van gebitselementen met een carieuze laesie. Kenmerken van de laesie en klachten van de patiënt werden verstrekt.<\/p>\r\n

Het eerste onderzoek betrof de Nederlandse situatie in 2015. Door het aankruisen van de gekozen combinatie in de kruistabel konden de 254 deelnemende tandartsen, van wie 65,7% man was met een gemiddelde leeftijd van 46,7 jaar, hun keuze aangeven. De meeste tandartsen (79,9% voor laesies in het occlusale vlak en 60,6% voor laesies in het approximale vlak) gaven aan dat ze intervenieerden indien de laesie het buitenste 1\/3 deel van het dentine had bereikt. Van hen zou 20,5% in het approximale vlak al gaan boren indien de laesie de glazuur-dentinegrens nog niet had bereikt. Voor het behandelen van caviteiten in het occlusale vlak gaf 24,4% aan nog het extension for prevention-concept toe te passen. De saucer-shape<\/i>-preparatie had de voorkeur (59,1%) voor het behandelen van dentinelaesies in het approximale vlak. Composiet werd het meest als restauratiemiddel gebruikt en amalgaam niet meer. In het tweede, vergelijkend onderzoek werd een grote verscheidenheid waargenomen in het gekozen stadium van operatief te gaan interveniëren bij een primaire carieuze laesie. Tandartsen uit 4 landen deden dit pas als er een duidelijke caviteit zichtbaar was terwijl tandartsen uit de andere 7 landen meestal met interveniëren begonnen voordat de laesie het buitenste 1\/3 van het dentine had bereikt.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Er is een grote variatie in het stadium wanneer operatief interveniëren bij een primaire carieuze laesie wordt aangevangen. Vergeleken met de kenmerken waarop interveniëren volgens het minimale invasieve interventieconcept zou moeten plaatsvinden doen tandartsen uit de onderzochte landen dit in een te vroeg stadium van de carieuze laesie. Amalgaam werd bijna niet meer gebruikt.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Laske M, Opdam NJM, Bronkhorst EM et al<\/em>. Minimally invasive intervention for primary caries lesions: are dentists implementing this concept? Caries Res 2018; 53: 204-216.<\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5008","auteurs":[{"id":"222","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.E. Frencken","titel_key":"j_e_frencken","old_id":"222","voorvoegsel":"J.E.","achternaam":"Frencken"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/213_219.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/cariologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/minimaal-invasieve-behandeling-van-primaire-carieuze-laesies-passen-tandartsen-dit-concept-toe","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/cariologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/cariologie_logo.jpg"},{"id":"4512","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Hechting aan zirkoniumdioxide na speekselcontaminatie","titel_key":"hechting_aan_zirkoniumdioxide_na_speekselcontaminatie","subtitel":"Prothetische tandheelkunde","samenvatting":"Speekselcontaminatie kan de oorzaak zijn van een gecompromitteerde hechting van composietcement aan zirkoniumdioxide. Er bestaan verschillende (commercieel aangeprezen) methodes om die contaminatie te verwijderen, alvorens de cementeerprocedure te starten. In dit onderzoek werd de invloed van die re...","content":"

Speekselcontaminatie kan de oorzaak zijn van een gecompromitteerde hechting van composietcement aan zirkoniumdioxide. Er bestaan verschillende (commercieel aangeprezen) methodes om die contaminatie te verwijderen, alvorens de cementeerprocedure te starten. In dit onderzoek werd de invloed van die reinigingsmethodes op de hechtsterkte van composietcement aan met speeksel gecontamineerd zirkoniumdioxide onderzocht.<\/p>\r\n

Gesinterde zirkoniumdioxide samples werden elk gestraald met aluminiumoxide en willekeurig verdeeld in 5 experimentele groepen en een controlegroep. Met uitzondering van de controlegroep, werden alle samples ondergedompeld in speeksel, gespoeld met water en gedroogd. Vervolgens werden 4 groepen behandeld met een van de volgende 4 reinigingsmethoden: geëtst met fosforzuur, gebruik van Ivoclean®<\/sup>, AD Gel®<\/sup> of opnieuw met aluminiumoxide gestraald. Samples uit de controlegroep werden alleen gespoeld met water en gedroogd. Composietcilinders werden gecementeerd aan de zirkoniumdioxide proefstukjes met een kunstharscement: Panavia SACP of PV5. De hechtsterkten werden na thermische cycli van 4-60° <\/sup>C gemeten door middel van een afschuiftest na 24 uur. Tevens werden de hechtoppervlakten geïnspecteerd met behulp van röntgenopname-elektronenspectroscopie om de hoeveelheid koolstof en stikstof, afkomstig uit speeksel, te kwantificeren.<\/p>\r\n

Er waren geen significante verschillen in hechtsterkte tussen de 2 gebruikte cementsystemen, noch tussen de controlegroep enerzijds en de groep met AD Gel en de groep die na contaminatie met speeksel met aluminiumoxide was gestraald anderzijds. De overige 3 groepen lieten sowieso geen duurzame hechting zien. De spectroscopische beelden lieten zien dat de aanwezigheid van koolstof en stikstof in de niet-gereinigde groep was toegenomen in vergelijking met de controlegroep. De concentratie koolstof in de andere 4 groepen keerde terug naar het niveau van die van de controlegroep. Er werd geen stikstof gevonden in de groep die na contaminatie nogmaals was gestraald.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Speekselcontaminatie vermindert de hechtsterkte van composietcement aan zirkoniumdioxide. Een extra keer met aluminiumoxide stralen of het gebruik van AD Gel resulteert in een effectieve reiniging met daarbij een verbeterde hechtsterkte van het composietcement aan het zirkoniumdioxide.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Yoshida K<\/em>. Influence of cleaning methods on resin bonding to salivacontaminated zirconia. J Esthet Restor Dent 2018; 30: 259–264.<\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5009","auteurs":[{"id":"1664","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"B.M. Wemekamp","titel_key":"b_m_wemekamp","old_id":"0","voorvoegsel":"B.M.","achternaam":"Wemekamp"},{"id":"148","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"M.S. Cune","titel_key":"m_s_cune","old_id":"148","voorvoegsel":"M.S.","achternaam":"Cune"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/213_219.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/hechting-aan-zirkoniumdioxide-na-speekselcontaminatie","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4513","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Nauwkeurigheid van 9 verschillende intraorale scanners","titel_key":"nauwkeurigheid_van_9_verschillende_intraorale_scanners","subtitel":"Prothetische tandheelkunde","samenvatting":"Een intraorale scan moet een accurate weergave van de werkelijkheid zijn. In dit in-vitro-onderzoek werden 9 verschillende intraorale scanners vergeleken om een volledige boog te scannen: CEREC Omnicam (Dentsply Sirona), CS 3500 (Carestream Health Inc), E4D Dentist (E4D Technologies), FastScan (IOS...","content":"

Een intraorale scan moet een accurate weergave van de werkelijkheid zijn. In dit in-vitro-onderzoek werden 9 verschillende intraorale scanners vergeleken om een volledige boog te scannen: CEREC Omnicam (Dentsply Sirona), CS 3500 (Carestream Health Inc), E4D Dentist (E4D Technologies), FastScan (IOS Technologies Inc), iTero (Align Technology Inc), PlanScan (Planmeca Oy), Trios (3shape A\/S), True Definition (3M ESPE) en Zfx IntraScan (Zfx GmbH). De scanners verschilden onder andere ten aanzien van de gebruikte optische techniek, bijvoorbeeld foto- of filmscanmethode en poederen of niet poederen. Er werden 14 veel gebruikte preparaties gescand (n = 10) waarbij de scans werden vergeleken met het beeld verkregen via een indus–triële desktopscanner (stereoSCAN R8): de ’trueness’. Precisie werd gedefinieerd als de intra-groepovereenkomst.<\/p>\r\n

De trueness<\/i> tussen de foto- en filmscanmethodes was gelijk. De zogenaamde swept source optical coherence tomography<\/i> (SS-OCT) techniek gaf een lagere trueness dan andere technieken. De poeder-afhankelijke FastScan en True Definition vertoonden een significant betere trueness dan de poederloze intraorale scanners. De Trios was het meest precies (gemiddelde afwijking 34,70 µm, maximum 263,55 µm), de E4D vertoonde de hoogste afwijking in precisie (gemiddeld 357,05 µm, maximum 2309,45 µm). De afwijking in trueness was het laagste bij de Trios (42,30 µm) en het hoogste bij het Zfx IntraScan model (153,80 µm). De modellen vervaardigd met E4D, PlanScan en Zfx IntraScan vertoonden meer imperfecte oppervlaktestructuren en rondden vaker scherpe hoeken af.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> De E4D en Zfx IntraScan presteerden qua nauwkeurigheid inferieur ten opzichte van de andere onderzochte scanners. Intraorale scanners die scannen volgens de SS-OCT-technologie zijn inferieur vergeleken met scanners die andere optische technieken gebruiken. Scanners die een poedercoating vereisten, produceerden in de regel nauwkeurigere scans vergeleken met poederloze scanners.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Kim RJ, Park JM, Shim JS<\/em>. Accuracy of 9 intraoral scanners for completearch image acquisition: A qualitative and quantitative evaluation. J Prosthet Dent 2018; 120: 895-903.<\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5010","auteurs":[{"id":"1741","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"M. Koole","titel_key":"m_koole","old_id":"0","voorvoegsel":"M.","achternaam":"Koole"},{"id":"148","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"M.S. Cune","titel_key":"m_s_cune","old_id":"148","voorvoegsel":"M.S.","achternaam":"Cune"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/213_219.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/nauwkeurigheid-van-9-verschillende-intraorale-scanners","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4514","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Eetproblemen bij verstandelijk beperkte edentate mensen zonder gebitsprothese","titel_key":"eetproblemen_bij_verstandelijk_beperkte_edentate_mensen_zonder_gebitsprothese","subtitel":"Prothetische tandheelkunde","samenvatting":"Mensen met een verstandelijke beperking hebben een steeds hogere levensverwachting. Met het ouder worden blijken echter veel meer verstandelijk beperkten op jongere leeftijd edentaat te worden in vergelijking met de algehele bevolking. Het dragen van een gebitsprothese vormt bij deze groep een probl...","content":"

Mensen met een verstandelijke beperking hebben een steeds hogere levensverwachting. Met het ouder worden blijken echter veel meer verstandelijk beperkten op jongere leeftijd edentaat te worden in vergelijking met de algehele bevolking. Het dragen van een gebitsprothese vormt bij deze groep een probleem. Het doel van dit onderzoek was na te gaan in hoeverre gebitsverlies bij mensen met een verstandelijke beperking ouder dan 40 jaar een risicofactor vormde bij problemen met eten, met of zonder volledige gebitsprothese.<\/p>\r\n

Aan de hand van een vragenlijst werd bij 690 patiënten inzicht verkregen in leeftijd, mentale problematiek, gedrag, woonomgeving, algehele gezondheid en eetproblemen. Met behulp van logistisch regressiemodel werd de relatie onderzocht tussen eetproblemen en de dentale status in relatie tot andere factoren.<\/p>\r\n

Van de 690 patiënten hadden 505 personen enkele tanden (groep 1), 56 waren edentaat en droegen een gebitsprothese ( groep 2) en 129 hadden geen tanden en ook geen gebitsprothese (groep 3 ). Vergeleken met groep 1 was de odds ratio ten opzichte van moeite met eten tweemaal zo hoog (OR = 2,01, 95% CI = 1,02-4,03) groep 3. Omgekeerd hadden edentaten met een gebitsprothese een lagere odds ratio (OR = 0,21, 95% CI = 0,06-0,64) vergeleken met de groep die ten minste 1 tand had.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Geheel edentaat zijn heeft een voorspellende waarde in relatie tot eetproblemen als een prothese ontbreekt. Zeker bij mensen met een verstandelijke beperking is het van belang in te zetten op het zo lang mogelijk functioneel houden van de dentitie door goede preventieve en prothetische zorg. Wanneer patiënten met een verstandelijke beperking toch edentaat worden, verkleint een goede gebitsprothese de kans op problemen met eten. Tandheelkundig onderzoek bij mensen met een verstandelijke beperking die moeite hebben met eten is van belang.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Mac Giolla Phadraig C, Nunn J, McCallion P, et al<\/em>. Total tooth loss without denture wear is a risk indicator for difficulty eating among older adults with intellectual disabilities. J Oral Rehabil 2019; 46: 170-178.<\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5011","auteurs":[{"id":"224","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"D.L. Gambon","titel_key":"d_l_gambon","old_id":"224","voorvoegsel":"D.L.","achternaam":"Gambon"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/213_219.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/eetproblemen-bij-verstandelijk-beperkte-edentate-mensen-zonder-gebitsprothese","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4515","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Aanbevelingen voor verbetering van de mondgezondheid van ouderen","titel_key":"aanbevelingen_voor_verbetering_van_de_mondgezondheid_van_ouderen","subtitel":"Gerodontologie","samenvatting":"Ervaring heeft geleerd dat mondzorgverlening aan vooral kwetsbare en zorgafhankelijke ouderen over het algemeen een gecompliceerde en uitdagende bezigheid is. Deskundigen binnen de European College of Gerodontology en de European Geriatric Medicine Society hebben de handen ineengeslagen om aanbeveli...","content":"

Ervaring heeft geleerd dat mondzorgverlening aan vooral kwetsbare en zorgafhankelijke ouderen over het algemeen een gecompliceerde en uitdagende bezigheid is. Deskundigen binnen de European College of Gerodontology en de European Geriatric Medicine Society hebben de handen ineengeslagen om aanbevelingen op te stellen om tot verbetering van de mondgezondheid van, vooral kwetsbare en zorgafhankelijke, ouderen te komen.<\/p>\r\n

Uitgangspunten daarbij waren dat bij ouderen verlies van gebitselementen, cariës, parodontitis, hyposialie, gebitsprothesegerelateerde problemen, premaligne slijmvliesafwijkingen en kanker de belangrijkste orale problemen zijn, dat een relatie bestaat tussen enerzijds parodontitis en anderzijds cardiovasculaire ziekten, diabetes mellitus en pulmonale ziekten, dat slechte mondgezondheid consequenties heeft voor de voedingstoestand, dat diverse persoonsgebonden, professionele en zorggerelateerde aspecten goede mondgezondheid in de weg staan en dat adequate preventieve maatregelen veel orale problemen kunnen voorkomen.<\/p>\r\n

\"\"
(Beeld: Shutterstock)<\/em><\/figure>\r\n

In de eerste plaats pleiten de deskundigen voor verbetering van het onderwijs. Gerodontologie moet een vast onderdeel worden van alle opleidingen tandheelkunde, van het door deze opleidingen georganiseerde postacademisch onderwijs en van de curricula voor de opleidingen tot arts, verpleegkundige, verzorgende, fysiotherapeut, bezigheidstherapeut, doktersassistent, apotheker en diëtist. Voor verpleegkundigen en verzorgenden gaat het daarbij om zowel theoretisch als praktisch onderwijs. Verder moeten in de eerstelijnszorg periodieke mondonderzoeken en preventie voor alle ouderen (financieel) toegankelijk worden gemaakt, evenals thuiszorg voor aan huis gebonden ouderen. Ook in woonzorgcentra voor ouderen moet de mondzorg wettelijk en zorginhoudelijk een goede basis krijgen. Tot slot moet er een burgerinitiatief komen dat zich op politiek en maatschappelijk terrein sterk maakt om goede regelingen te treffen voor het verlenen van mondzorg aan kwetsbare en zorgafhankelijke ouderen. Onderzocht moet worden welke vorm van zorgverlening ouderen zelf belangrijk vinden.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Volgens de aanbevelingen moet mondzorg integraal onderdeel zijn van de algemene gezondheidszorg en moet mondzorg (financieel) toegankelijk zijn voor alle ouderen, in het bijzonder voor kwetsbare en zorgafhankelijke ouderen.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Kossioni AE, Hajto-Bryk J, Maggi S, et al<\/em>. An expert opinion from the European College of Gerodontology and the European Geriatric Medicine Society: European policy recommendations on oral health in older adults. J Am Geriatr Soc 2018; 66: 609-613.<\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5012","auteurs":[{"id":"1428","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C. de Baat","titel_key":"c_de_baat_2","old_id":"0","voorvoegsel":"C. de","achternaam":"Baat"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/213_219.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gerodontologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/aanbevelingen-voor-verbetering-van-de-mondgezondheid-van-ouderen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gerodontologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gerodontologie_logo.jpg"},{"id":"4516","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Invloed van mondgezondheidsproblemen op fysieke kwetsbaarheid","titel_key":"invloed_van_mondgezondheidsproblemen_op_fysieke_kwetsbaarheid","subtitel":"Gerodontologie","samenvatting":"In de wetenschappelijke literatuur zijn retrospectieve onderzoeken gerapporteerd die aanwijzingen verschaffen voor een verband tussen mondgezondheidsproblemen en fysieke kwetsbaarheid. Dit onderzoek had als doelstelling dit verband prospectief aan te tonen.\r\nIn het kader van een in 1978 gestart onde...","content":"

In de wetenschappelijke literatuur zijn retrospectieve onderzoeken gerapporteerd die aanwijzingen verschaffen voor een verband tussen mondgezondheidsproblemen en fysieke kwetsbaarheid. Dit onderzoek had als doelstelling dit verband prospectief aan te tonen.<\/p>\r\n

In het kader van een in 1978 gestart onderzoek naar hartziekten bij Britse mannen werden in de periode 2010-2012 alle overlevende deelnemers opgeroepen voor een heronderzoek. Zij kregen ook het verzoek deel te nemen aan een subonderzoek over mondgezondheid. Hiertoe ondergingen zij een mondonderzoek waarbij het aantal gebitselementen en de diepte van parodontale pockets en het verlies van parodontale aanhechting van 3 indexgebitselementen in de boven- en in de onderkaak werden bepaald. Verder vulden zij een vragenlijst in over hun oordeel over hun mondgezondheid, eetproblemen, xerostomie en sensitiviteit van gebitselementen. De fysieke kwetsbaarheid werd bepaald met de methode van Fried die bestaat uit 5 componenten: verlies van lichaamsgewicht, gevoel van uitputting, handknijpkracht, looptempo en lichamelijke activiteit. Ongeveer 3 jaar later kregen ze een lijst toegestuurd met vragen over fysieke kwetsbaarheid. Aan de hand van de antwoorden bepaalden de onderzoekers wie fysiek kwetsbaar waren (geworden). Uit het onderzoek naar hartziekten werd informatie opgediept over sociaaleconomische klasse, roken, medische voorgeschiedenis en medicatie.<\/p>\r\n

In 2010-2012 waren 303 (19%) mannen kwetsbaar. De kans op kwetsbaarheid was groter in geval van minder dan 21 gebitselementen, tandeloosheid, een gering subjectief oordeel over hun mondgezondheid, eetproblemen, xerostomie en\/of een groter aantal mondgezondheidsproblemen. Van de 1.284 mannen die tot 2014 konden worden gevolgd, waren 107 (10%) kwetsbaar geworden. In deze groep was het risico op het ontstaan van kwetsbaarheid groter bij tandeloosheid, minimaal 3 symptomen van xerostomie en\/of minimaal 1 mondgezondheidsprobleem. Deze uitkomst was gecorrigeerd voor leeftijd, roken, sociaaleconomische klasse, medische voorgeschiedenis van cardiovasculaire ziekten en diabetes mellitus en hyposialie-inducerende medicatie.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Mondgezondheidsproblemen waren gerelateerd aan een grotere kans om fysiek kwetsbaar te zijn en te worden.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Ramsay SE, Papachristou E, Watt RG, et al<\/em>. Influence of poor oral health on physical frailty: A population-based cohort study of older British men. J Am Geriatr Soc 2018; 66: 473-479.<\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5013","auteurs":[{"id":"1428","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C. de Baat","titel_key":"c_de_baat_2","old_id":"0","voorvoegsel":"C. de","achternaam":"Baat"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/213_219.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gerodontologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/invloed-van-mondgezondheidsproblemen-op-fysieke-kwetsbaarheid","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gerodontologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gerodontologie_logo.jpg"},{"id":"4517","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Diagnostische kwaliteit panoramische r\u00f6ntgenopname en MRI bij TMD-afwijkingen","titel_key":"diagnostische_kwaliteit_panoramische_rontgenopname_en_mri_bij_tmd_afwijkingen","subtitel":"Radiologie","samenvatting":"De meest voorkomende pathologische conditie van het kaakgewricht (TMJ) is de degeneratieve afwijking (DA). Deze veranderingen in het kaakgewricht worden toegeschreven aan een dysfunctionele vervorming van de articulerende oppervlakten en\/of een functionele overbelasting van het gewricht zelf dat het...","content":"

De meest voorkomende pathologische conditie van het kaakgewricht (TMJ) is de degeneratieve afwijking (DA). Deze veranderingen in het kaakgewricht worden toegeschreven aan een dysfunctionele vervorming van de articulerende oppervlakten en\/of een functionele overbelasting van het gewricht zelf dat het normale adaptieve vermogen te boven gaat. De DA wordt gekenmerkt door een progressief verlies van articulair kraakbeen met een toenemende belasting van het subchondrale bot. Dit resulteert in tekenen en symptomen van focale degeneratie en vorming van osteofyten. Diagnostiek van deze afwijking is belangrijk omdat het progressieve karakter ervan kan leiden tot functieverlies van het gewricht en occlusale disharmonie, zoals een open beet in het front. Een valide tandheelkundige diagnose van deze afwijking vindt doorgaans plaats aan de hand van een panoramische röntgenopname, daar klinisch onderzoek een slechte precisie heeft. In de medische wereld wordt ook veel gebruikgemaakt van een MRI, waar geen röntgenstraling aan te pas komt en een beter beeld van de zachte weefsels wordt verkregen. Een CT-opname wordt gezien als de gouden standaard. In dit onderzoek wordt de diagnostische kwaliteit voor het opsporen van specifieke tekenen van afwijking in het TMJ met behulp van panoramische rÖntgenopname en MRI vergeleken met de CT-opname. De doelwaarde voor de sensitiviteit werd gesteld op 70% en voor de specificiteit op 95%.<\/p>\r\n

Bij 705 deelnemers werden een panoramische rÖntgenopname, bilaterale MRI van het TMJ en een CT-opname vervaardigd. Drie gekalibreerde radiologen, niet bekend met de klinische informatie, interpreteerden alle beelden. De diagnose op panoramische rÖntgenopname en op MRI werden vergeleken met de diagnose op de CT-opname. DA werd gedefinieerd als een van de volgende tekenen aanwezig was: een subcorticale cyste, erosie van het oppervalk, aanwezigheid osteofyt of generaliseerde sclerosis.<\/p>\r\n

Vergeleken met de CT-opname scoorde de panoramische rÖntgenopname op de 4 kenmerken respectievelijk 14%, 20%, 12% en 33% voor de sensitiviteit en in alle gevallen 100% voor de specificiteit. Voor de MRI was dat 32%, 35%, 71% en 50% voor de sensitiviteit. De specificiteit was tussen de 98 en 100%. De interbeoordelaarsovereenstemming tussen de radiologen was slecht voor het beoordelen van de panoramische röntgenopname (k = 0,16), matig voor MRI (k = 0,47) en goed voor CT-opname (k = 0,71). Alleen het beoordelen van osteofyten op de MRI haalde de drempelwaarde voor de sensitiviteit. Alle uitkomsten voor de specificiteit waren boven de gestelde drempelwaarde.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Ten opzichte van de CT-opname is het opsporen van kenmerken van een degeneratieve afwijking aan het kaakgewricht diagnostisch ver onder de maat bij het gebruik van een panoramische rÖntgenopname of een MRI. De afwijkingen die wel worden gevonden zijn bijna zonder uitzondering ook aanwezig, vergeleken met de CT-opname.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Kaimal S, Ahmad M, Kang W, Nixdorf, Schiffman EL.<\/em> Diagnostic accuracy of panoramic radiography and MRI for detecting signs of TMJ degenerative joint diseases. Gen Dent 2018; 66: 34-40.<\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"245","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5014","auteurs":[{"id":"528","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.H.G. Poorterman","titel_key":"j_h_g_poorterman","old_id":"528","voorvoegsel":"J.H.G.","achternaam":"Poorterman"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/213_219.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2019","url":"\/artikel\/126\/04\/diagnostische-kwaliteit-panoramische-rontgenopname-en-mri-bij-tmd-afwijkingen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg"},{"id":"4518","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"ACTA zet nu in op interim-decaan","titel_key":"acta_zet_nu_in_op_interim_decaan","subtitel":"","samenvatting":"Begin april 2019 berichtten de Colleges van Bestuur van de Vrije Universiteit (VU) en de Universiteit van Amsterdam (UvA) haar medewerkers en studenten dat het de Benoemingsadviescommissie niet gelukt is een voordracht te leveren voor een nieuwe decaan van het ACTA. Men heeft besloten voor 1 tot 2 j...","content":"

Begin april 2019 berichtten de Colleges van Bestuur van de Vrije Universiteit (VU) en de Universiteit van Amsterdam (UvA) haar medewerkers en studenten dat het de Benoemingsadviescommissie niet gelukt is een voordracht te leveren voor een nieuwe decaan van het ACTA. Men heeft besloten voor 1 tot 2 jaar een interim-decaan aan te stellen. Deze interim-decaan zal worden gezocht en benoemd door de Colleges van Bestuur van de UvA en de VU.<\/p>\r\n

In maart was men nog positief over de werkzaamheden van de Benoemingscommissie, die zich boog over de werving van een nieuwe decaan vanwege het terugtreden van prof. dr. Albert Feilzer per 1 juni 2019. Nu de commissie geen voordracht heeft geleverd is zij gedechargeerd. De Colleges van Bestuur van beide universiteiten streven ernaar binnen enkele weken duidelijkheid aan haar medewerkers en studenten te kunnen geven over de invulling van het interim-decanaat.<\/p>\r\n

(Bron: ACTA, april 2019)<\/p>","datum":"2019-04-05 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"5015","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190404_thk_acta_zet_in_op_interim_decaan_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/acta-zet-nu-in-op-interim-decaan","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190404_thk_acta_zet_in_op_interim_decaan_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190404_thk_acta_zet_in_op_interim_decaan_web.jpg"},{"id":"4494","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Landmeettechniek voor betere analyse schedelopnamen","titel_key":"landmeettechniek_voor_betere_analyse_schedelopnamen","subtitel":"Promotie H.L.L. Wellens","samenvatting":"Hans Wellens onderzocht het nut van het plaatsen van een wiskundig referentiekader over een röntgenschedelprofielopname voor metingen om de onderlinge positie van de verschillende schedeldelen te bepalen. Dit in plaats van het gebruik van patiëntgebonden referentiepunten. Orthodontisten en...","content":"

Hans Wellens onderzocht het nut van het plaatsen van een wiskundig referentiekader over een röntgenschedelprofielopname voor metingen om de onderlinge positie van de verschillende schedeldelen te bepalen. Dit in plaats van het gebruik van patiëntgebonden referentiepunten. Orthodontisten en mka-chirurgen willen voor hun behandelingen graag deze posities weten. Wellens imiteerde de aanpak van landmeters die de positie van een grondstuk ook niet bepalen met punten op het grondstuk zelf (waarvan niet zeker is of ze goed gepositioneerd staan), maar vanuit een referentiekader van ijkingspunten. Deze aanpak bleek de nauwkeurigheid van de analyse van de metingen inderdaad te verbeteren. De aanpak scoorde ook beter op diagnostisch vlak. Het bleek niet nodig om een verschillend referentiekader te gebruiken voor mannen of vrouwen, en jongeren of ouderen. Wellens onderzocht ten slotte het verband tussen de klassieke en met referentiekader gestuurde metingen.<\/p>\r\n

Op 21 maart 2019<\/a> promoveerde Hans L.L. Wellens aan de Radboud Universiteit Nijmegen op zijn proefschrift ‘Applications of Procrustes analysis in orthodontic diagnosis and treatment planning<\/a> ’. Promotor was prof. dr. A.M. Kuijpers-Jagtman.<\/p>","datum":"2019-03-21 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4991","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190321_pers_promotie_h_l_l_wellens_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/landmeettechniek-voor-betere-analyse-schedelopnamen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190321_pers_promotie_h_l_l_wellens_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190321_pers_promotie_h_l_l_wellens_web.jpg"},{"id":"4497","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Implantaat bij gezonde pati\u00ebnt: antibioticaprofylaxe niet nodig ","titel_key":"implantaat_bij_gezonde_patient_antibioticaprofylaxe_niet_nodig","subtitel":"","samenvatting":"Volgens onderzoekers van het New York University College of Dentistry en de University of Iowa is er geen indicatie voor het voorschrijven van antibiotica aan gezonde patiënten voor en na een tandheelkundige implantaatbehandeling om postoperatieve infectie te voorkomen.\r\nDe onderzoekers conclud...","content":"

Volgens onderzoekers van het New York University College of Dentistry en de University of Iowa is er geen indicatie voor het voorschrijven van antibiotica aan gezonde patiënten voor en na een tandheelkundige implantaatbehandeling om postoperatieve infectie te voorkomen.<\/p>\r\n

De onderzoekers concluderen dit nadat zij een systematisch literatuuronderzoek hadden uitgevoerd naar het effect van antibioticaprofylaxe bij implantaatbehandelingen in gezonde patiënten. Hiervoor bekeken zij 1.022 samenvattingen en 22 uitgebreide artikelen waarin een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek naar de resultaten van antibioticaprofylaxe op algehele, vroege en late postoperatieve infectie werd beschreven. Uiteindelijk werden 10 onderzoeken met in totaal 1.094 patiënten geïncludeerd in de meta-analyse. Deze vond geen statistisch significante verschillen in algehele, vroege en late postoperatieve infectie tussen patiëntengroepen die wel of geen antibiotica hadden gekregen.<\/p>\r\n

In het licht van de risico’s op bijwerkingen van dit geneesmiddel op patiëntniveau alsmede de risico’s voor de volksgezondheid (resistente bacteriën) vragen deze resultaten om verandering in de routine van het voorschrijven van antibioticaprofylaxe bij implantaatbehandelingen. De onderzoekers adviseren dat clinici voorzichtig moeten zijn bij het voorschrijven van dit geneesmiddel en dat zij het voordeel ervan (of het gebrek daaraan) per patiënt goed overwegen in het licht van de medische voorgeschiedenis en chirurgische complexiteit.<\/p>\r\n

(Bron: Clin Oral Investig, 1 maart 2019<\/a>)<\/p>","datum":"2019-03-21 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4994","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190307_thken_me_antibioticaprofylaxe_niet_nodig_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/implantaat-bij-gezonde-patient-antibioticaprofylaxe-niet-nodig","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190307_thken_me_antibioticaprofylaxe_niet_nodig_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190307_thken_me_antibioticaprofylaxe_niet_nodig_web.jpg"},{"id":"4495","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Herziening Wet BIG leid tot wijzigingen bij tuchtrecht","titel_key":"herziening_wet_big_leid_tot_wijzigingen_bij_tuchtrecht","subtitel":"","samenvatting":"Vanwege de herziening van de Wet BIG veranderen per 1 april ook zaken op het gebied van tuchtrecht. Voor mensen die ontevreden zijn over het handelen van een zorgverlener en een klacht indienen bij een Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg vinden 2 veranderingen plaats.\r\nDe eerste is de kom...","content":"

Vanwege de herziening van de Wet BIG veranderen per 1 april ook zaken op het gebied van tuchtrecht. Voor mensen die ontevreden zijn over het handelen van een zorgverlener en een klacht indienen bij een Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg vinden 2 veranderingen plaats.<\/p>\r\n

De eerste is de komst van zogenoemde ‘tuchtklachtfunctionarissen’. Deze functionaris gaat de mensen die een klacht willen indienen helpen met het opstellen en onderbouwen van een tuchtklacht. Daarnaast kan de tuchtklachtfunctionaris advies geven of de klacht tegen de juiste persoon gericht of op de juiste plaats is bij een tuchtcollege. De tuchtklachtfunctionaris spreekt zich niet uit over de kans dat een klacht door een tuchtcollege in het gelijk wordt gesteld, maar hij of zij kan wel de kwaliteit van de klacht verbeteren en\/of een inschatting maken of de klacht voor behandeling in aanmerking komt. In de daadwerkelijke tuchtrechtprocedure biedt deze functionaris geen advies. Klagers zijn overigens niet verplicht gebruik te maken van deze functionaris. Er zijn geen kosten aan deze service gebonden.<\/p>\r\n

De tweede verandering is de invoering van griffierecht. Wie een klacht indient bij een Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg betaalt per 1 april 2019 € 50,- griffierecht. Dit is een bijdrage in de kosten van de procedure en is wettelijk zo bepaald , net als bij bestuursrecht en civiel recht. Als een klacht helemaal of voor een deel gegrond wordt verklaard dan krijgt de klager het betaalde bedrag terug.<\/p>\r\n

(Bron: Ministerie van VWS, 11 maart 2019<\/a>)<\/p>","datum":"2019-03-19 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4992","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190311_med_wijzigingen_bij_indienen_van_tuchtklacht_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/herziening-wet-big-leid-tot-wijzigingen-bij-tuchtrecht","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190311_med_wijzigingen_bij_indienen_van_tuchtklacht_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190311_med_wijzigingen_bij_indienen_van_tuchtklacht_web.jpg"},{"id":"4496","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Roep om inzet consultatiebureaus bij mondgezondheid kinderen","titel_key":"roep_om_inzet_consultatiebureaus_bij_mondgezondheid_kinderen","subtitel":"","samenvatting":"Het Ivoren Kruis heeft Zorginstituut Nederland opgeroepen de plek van de mondzorg binnen de publieke gezondheid te verstevigen. Dit door de GGD-en te stimuleren om met de mondzorgpartijen samen oplossingen te zoeken zodat alle kinderen in Nederland gelijke kans krijgen op een gezonde mond.\r\nOuders m...","content":"

Het Ivoren Kruis heeft Zorginstituut Nederland opgeroepen de plek van de mondzorg binnen de publieke gezondheid te verstevigen. Dit door de GGD-en te stimuleren om met de mondzorgpartijen samen oplossingen te zoeken zodat alle kinderen in Nederland gelijke kans krijgen op een gezonde mond.<\/p>\r\n

Ouders mijden mondzorg vanwege de hoge kosten, en daarom zien tandartsen kinderen in de vroege levensfase ook niet in hun praktijk. Zo’n 95% van de kinderen bezoekt in de vroege levensfase een consultatiebureau, daarom zouden deze volgens het Ivoren Kruis ingezet kunnen worden bij de mondzorg.<\/p>\r\n

Het Ivoren Kruis deed haar oproep naar aanleiding van een ‘expertbijeenkomst’ gehouden in februari en waarvoor maatschappelijke en wetenschappelijke verenigingen in de mondzorg en de GGD waren uitgenodigd met als doel te inventariseren welke maatregelen op basis van de bevindingen die in het rapport ‘Signalement Mondzorg 2018’ zijn beschreven door de branche ondernomen kunnen worden om de mondgezondheid van de jeugdigen te verbeteren.<\/p>\r\n

Voor de bijeenkomst had het Ivoren Kruis al aangegeven dat het ZiNL-rapport over de mondgezondheid van kinderen onvoldoende basis biedt voor beleidskeuzen. Het Ivoren Kruis meent dat de expertbijeenkomst dat beeld bevestigde. Omdat cijfers over de mondgezondheid van kinderen uit krachtwijken ontbreken, handhaaft het Ivoren Kruis de stelling dat de mondgezondheid van de jeugdigen de laatste 10-15 jaar niet significant is verbeterd noch verslechterd. Cariës is bij veel kinderen nog altijd aanwezig. Dit geldt volgens het Ivoren Kruis vooral voor kinderen die buiten het beeld van de mondzorgverlener blijven. “De taak om kinderen vanaf het doorbraak van het eerste tandje naar een mondzorgprofessional te verwijzen ligt bij het consultatiebureau maar blijkt onvoldoende. Hoewel mondzorg in het basistakenpakket van de jeugdgezondheidszorg zit wordt mondzorg zelden tijdens consulten besproken<\/i>”, aldus het Ivoren Kruis. <\/i>Jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen geven aan hiervoor weinig tijd en kennis te hebben. Bovendien hebben de meeste consultatiebureaus en GGD’en jaren geleden al afscheid genomen van hun tandheelkundig preventief medewerkers (TPM-ers). Het Ivoren Kruis vond het dan ook teleurstellend dat de GGD niet inging op de uitnodiging van ZiNL om in de expertbijeenkomst te participeren.<\/p>\r\n

Verder bepleit het Ivoren Kruis voor overheidsmaatregelen tegen een nieuw probleem dat de mondgezondheid van jeugdigen bedreigd: tanderosie door het drinken van teveel frisdrank. Naast de voorlichting van mondzorgverleners om tanderosie te voorkomen, vindt het Ivoren Kruis dat de overheid kan helpen door generieke maatregelen te nemen. Bijvoorbeeld door een zelfde soort waarschuwing op verpakkingen van eroderende frisdranken te plaatsen als op sigarettenpakjes. Een andere maatregel zou het weren van frisdranken in de school- en sportkantines kunnen zijn en deze te vervangen door gezonde keuzes.<\/p>\r\n

(Bron: Ivoren Kruis, 26 februari 2019<\/a>)<\/p>","datum":"2019-03-19 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4993","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190226_thk_ivoren_kruis_pleit_voor_overheidsactie.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/roep-om-inzet-consultatiebureaus-bij-mondgezondheid-kinderen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190226_thk_ivoren_kruis_pleit_voor_overheidsactie.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190226_thk_ivoren_kruis_pleit_voor_overheidsactie.jpg"},{"id":"4493","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Tekort aan cytoprotectie van invloed op schisis","titel_key":"tekort_aan_cytoprotectie_van_invloed_op_schisis","subtitel":"Promotie N.A.J. Cremers","samenvatting":"Schisis komt voor bij circa 1 op de 600 geboortes en kan leiden tot problemen bij spraak en slikken. Na chirurgische sluiting van de schisis blijven deze problemen bestaan vanwege ernstige littekenvorming. Niels Cremers onderzocht of een scheve balans tussen ontstekingsfactoren en beschermende facto...","content":"

Schisis komt voor bij circa 1 op de 600 geboortes en kan leiden tot problemen bij spraak en slikken. Na chirurgische sluiting van de schisis blijven deze problemen bestaan vanwege ernstige littekenvorming. Niels Cremers onderzocht of een scheve balans tussen ontstekingsfactoren en beschermende factoren tijdens de zwangerschap van invloed is op de kans op aangeboren afwijkingen. Daarnaast onderzocht hij of deze factoren ook invloed hebben op de biologische processen tijdens wondgenezing in het algemeen.<\/p>\r\n

In muizen toonde hij aan dat een tekort aan cytoprotectieve ofwel celbeschermende signalen niet alleen kan leiden tot misvormingen tijdens de embryonale ontwikkeling, maar ook tot een vertraagde wondgenezing. Dit suggereert dat het activeren van celbeschermende signalen een normale zwangerschap en wondgenezing kan bevorderen.<\/p>\r\n

Op 18 maart 2019<\/a> promoveerde Niels A.J. Cremers aan de  Radboud Universiteit Nijmegen op zijn proefschrift ‘Cytoprotective mechanisms, palatogenesis, and wound repair<\/a> ’. Promotoren waren prof. dr. C.E.L. Carels en prof. dr. A.M. Kuijpers-Jagtman. Copromotor was dr. ir. F.A.D.TG. Wagener.<\/p>","datum":"2019-03-18 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4990","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190318_pers_promotie_n_a_j_cremers_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/tekort-aan-cytoprotectie-van-invloed-op-schisis","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190318_pers_promotie_n_a_j_cremers_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190318_pers_promotie_n_a_j_cremers_web.jpg"},{"id":"4490","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Bacteriofagen ingezet bij ernstige botinfecties","titel_key":"bacteriofagen_ingezet_bij_ernstige_botinfecties","subtitel":"","samenvatting":"In het UZ Leuven in België gebruiken artsen sinds begin 2018 bacteriofagen bij patiënten met ernstige botinfecties en bij wie de conventionele antibioticabehandeling niet meer werkte.\r\nVanwege toenemende resistentie van bacteriën voor antibiotica groeit de interesse voor alternatieven...","content":"

In het UZ Leuven in België gebruiken artsen sinds begin 2018 bacteriofagen bij patiënten met ernstige botinfecties en bij wie de conventionele antibioticabehandeling niet meer werkte.<\/p>\r\n

Vanwege toenemende resistentie van bacteriën voor antibiotica groeit de interesse voor alternatieven om infecties te bestrijden. Bacteriofagen zijn virussen die schadelijke bacteriën kunnen vernietigen. In het UZ Leuven lopen er onderzoeken naar de impact van bacteriofagen op de patiënt en zoekt men nieuwe fagen om patiënten met ernstige infecties te kunnen helpen. “Dat onderzoek is broodnodig, want we weten nog te weinig over de impact van bacteriofagen in een klinische omgeving. Wat komt er in de bloedbaan van patiënten terecht? Hoe lang blijven de fagen actief? In welke vorm en hoe gebruik je fagen het best? Daar hebben we momenteel geen duidelijk antwoord op. De studies uit Oost-Europa die in het verleden gebeurden, beantwoorden niet aan de strenge criteria die wij stellen aan clinical trials. In UZ Leuven zijn we sinds vorig jaar gestart met de behandeling van bacteriofagen bij patiënten met heel ernstige infecties op de botten en weke delen. We doen een spoeling met bacteriofagen tijdens en na een chirurgische ingreep, om zo de infectiehaard rechtstreeks te behandelen. De eerste resultaten daarvan zijn in ieder geval veelbelovend”<\/i>, aldus traumatoloog prof. dr. Willem-Jan Metsemakers van UZ Leuven. Het universitair ziekenhuis werkt nauw samen met Jean-Paul Pirnay van het Militair Hospitaal Koningin Astrid en prof. Rob Lavigne van het laboratorium voor gentechnologie van de KU Leuven, koplopers in het Europese bacteriofaagonderzoek.<\/p>\r\n

De bacteriofaagtherapie kreeg onlangs een Belgisch wettelijk kader waardoor de therapie nu voor meer patiënten kan worden gebruikt. “We zijn erg blij met het nieuwe wettelijke kader. De eerste successen die we het voorbije jaar boekten met patiënten met ernstige botinfecties zijn veelbelovend”<\/i>, zegt Metsemakers.<\/p>\r\n

De hoop leeft dat de faagtherapie in de toekomst ook een oplossing zal zijn voor patiënten met longinfecties, mucoviscidose, maag-darminfecties of andere ernstige ontstekingen die niet meer met antibiotica behandelbaar zijn. Metsemakers: “Bacteriofagen kunnen in de toekomst misschien levensreddend zijn voor patiënten die niet meer behandelbaar zijn met antibiotica. Maar daarvoor hebben we eerst verder klinisch-wetenschappelijk onderzoek nodig.”<\/i><\/p>\r\n

Ook in Nederland vragen artsen al jaren om faagtherapie toe te laten in Nederlandse ziekenhuizen.<\/p>\r\n

(Bron: UZ Leuven, 26 februari 2019<\/a>)<\/p>","datum":"2019-03-12 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4987","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180226_med_bacteriofagen_ingezet_bij_ernstige_botinfecties_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/bacteriofagen-ingezet-bij-ernstige-botinfecties","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180226_med_bacteriofagen_ingezet_bij_ernstige_botinfecties_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180226_med_bacteriofagen_ingezet_bij_ernstige_botinfecties_web.jpg"},{"id":"4492","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Mondbranden: nog steeds geen remedie","titel_key":"mondbranden_nog_steeds_geen_remedie","subtitel":"","samenvatting":"Pati\u00ebnten met klachten van mondbranden (of anders genoemd: burning mouth syndrome) hebben feitelijk een hopeloze klacht. Voor mondbranden, dat vooral door vrouwen van middelbare leeftijd wordt gemeld, bestaat tot op heden geen juiste behandeling en zelfs een duidelijke definitie of beschrijving van deze vervelende mondklacht ontbreekt.","content":"

Patiënten met klachten van mondbranden (of anders genoemd: burning mouth syndrome<\/i>) hebben feitelijk een hopeloze klacht. Voor mondbranden, dat vooral door vrouwen van middelbare leeftijd wordt gemeld, bestaat tot op heden geen juiste behandeling en zelfs een duidelijke definitie of beschrijving van deze vervelende mondklacht ontbreekt.<\/p>\r\n

Tijdens een recent gehouden internationale bijeenkomst op het gebied van orale geneeskunde werd een uitgebreid systematisch literatuuronderzoek gepresenteerd. Hierin werden de onderzoeksresultaten uit alle 36 onderzoeken, die tussen 1994 en 2017 over dit verschijnsel waren verschenen, besproken. Een artikel met de bevindingen verscheen onlangs in Oral Diseases<\/i>.<\/p>\r\n

De onderzoekers stelden vast dat er grote verschillen bestaan in de omschrijving van de klacht, over de diagnostische criteria van het fenomeen en de selectie van patiënten als het gaat om behandeling. De onderzoekers concludeerden dat onderliggende klachten zeer waarschijnlijk de oorzaak kunnen zijn van mondbranden. Verder adviseren zij toekomstige onderzoekers zich te richten op consensus over een eenduidige definitie van de klacht met specifieke inclusie- en exclusiecriteria en daarbij betere onderzoeksgroepen samen te stellen om de klacht te kunnen onderzoeken en mogelijk een remedie voor de kwaal te adviseren.<\/p>\r\n

(Bron: Oral Diseases, 20 februari 2019<\/a>)<\/p>","datum":"2019-03-12 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4989","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190306_thk_door_me_mondbranden_nog_steeds_geen_remedie_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/mondbranden-nog-steeds-geen-remedie","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190306_thk_door_me_mondbranden_nog_steeds_geen_remedie_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190306_thk_door_me_mondbranden_nog_steeds_geen_remedie_web.jpg"},{"id":"4489","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"ACTA stijgt op QS World University Rankings","titel_key":"acta_stijgt_op_qs_world_university_rankings","subtitel":"","samenvatting":"Het ACTA is op wereldranglijst van beste universiteiten op het gebied van de tandheelkunde, de QS World University Rankings by Subject, het afgelopen jaar wederom gestegen. Het ACTA staat nu op de plaats 2 in de ranglijst. In 2016 kwam het ACTA binnen op plaats 8 van deze lijst en stond vorig jaar o...","content":"

Het ACTA is op wereldranglijst van beste universiteiten op het gebied van de tandheelkunde, de QS World University Rankings by Subject, het afgelopen jaar wederom gestegen. Het ACTA staat nu op de plaats 2 in de ranglijst. In 2016 kwam het ACTA binnen op plaats 8 van deze lijst en stond vorig jaar op de vierde plek. Het ACTA moet de tweede plaats delen met het Engelse King’s College London. Het Karolinska Instituut in Zweden staat op de eerste plek.<\/p>\r\n

De Katholieke Universiteit Leuven daalde van de negende plek naar plaats 17. De Raboud Universiteit Nijmegen staat met haar tandheelkundefaculteit op de 44e plaats, gedeeld met de Griekse National and Kapodistrian University of Athens en de Italiaanse Alma Mater Studiorum van de University of Bologna.<\/p>\r\n

De jaarlijkse QS World University Rankings<\/a>-lijst wordt beschouwd als een van de 3 belangrijkste ranglijsten van universiteiten, naast de Academic Ranking of World Universities en Times Higher Education World University Rankings. De QS ranking wordt gebaseerd op 4 criteria: de reputatie onder werkgevers, onder academici, het aantal citaties en de H-index. Bij dat laatste criterium wordt impact (het aantal citaties) gekoppeld aan omvang (het aantal publicaties). Het ACTA scoorde vooral op citaties (96.8\/100 for Citations per Paper) en de H-index (95.6\/100 for H-Index). De rankings fluctueren nogal per jaar. Zo stond de huidige nummer 1 in 2016 tot en met 2018 op respectievelijk plekken 3, 7 en 6.<\/p>\r\n

(Bron: ACTA, 27 februari 2019<\/a>)<\/p>","datum":"2019-03-11 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4986","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190226_thk_acta_stijgt_op_qs_world_university_rankings_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/acta-stijgt-op-qs-world-university-rankings","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190226_thk_acta_stijgt_op_qs_world_university_rankings_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190226_thk_acta_stijgt_op_qs_world_university_rankings_web.jpg"},{"id":"4491","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Manifest voor duurzame toekomst van zorg ","titel_key":"manifest_voor_duurzame_toekomst_van_zorg","subtitel":"","samenvatting":"Een aantal zorgorganisaties, stakeholders in de zorg en de branchegroep Zorg van BDO Accountants & Adviseurs bepleit in een manifest voor een duurzame toekomst van de Nederlandse gezondheidszorg dat herinrichting van het zorglandschap hard nodig is om een \u2018zorginfarct\u2019 te voorkomen. Zij menen dat de urgentie hoog is omdat voor steeds meer pati\u00ebnten de toegankelijkheid van zorg op het spel komt te staan. ","content":"

Een aantal zorgorganisaties, stakeholders in de zorg en de branchegroep Zorg van BDO Accountants & Adviseurs bepleit in een manifest voor een duurzame toekomst van de Nederlandse gezondheidszorg<\/a> dat herinrichting van het zorglandschap hard nodig is om een ‘zorginfarct’ te voorkomen. Zij menen dat de urgentie hoog is omdat voor steeds meer patiënten de toegankelijkheid van zorg op het spel komt te staan.<\/p>\r\n

In het manifest worden 10 concrete maatregelen genoemd. Als eerste bepleit men een paradigmaverandering: niet ziekte bekostigen, maar gezondheid. Met andere woorden: geen perverse productieprikkels en gezondheid financieren in plaats van productie. Een tweede punt is dat burgers gefaciliteerd en geholpen moeten worden de verantwoordelijkheid voor hun eigen gezondheid te nemen, onder gedeeltelijke regie van de overheid. Hierbij zou de ethische en solidariteitsdiscussie nadrukkelijk op de agenda moeten worden geplaatst.<\/p>\r\n

Als derde punt wil men dat er naast marktwerking meer transparantie komt en dat de regeldruk wordt verminderd. Als vierde punt vindt men het tijd worden voor een fundamentele keuze voor het wel of niet toestaan van gereguleerde winstuitkering in de zorg. Winstuitkering zou wellicht de investeringen in nieuwe technologie en innovatie verhogen.<\/p>\r\n

 Vervolgens zouden de opstellers van het manifest willen zien dat netwerkzorg wordt gestimuleerd en er wordt gewerkt aan een (juridische) infrastructuur waarin organisaties echt goed kunnen samenwerken en waarin financiers en zorgverzekeraars die ketensamenwerking optimaal kunnen ondersteunen. Een ander punt is een passende, veilige en gestructureerde – niet-commerciële - data-infrastructuur voor het eigen beheer van zorgdata door de burger.<\/p>\r\n

Met betrekking tot het personeelstekort denkt men dat de digitale transformatie maximaal gefaciliteerd moet worden en dat hiervoor op landelijk niveau de regie moet worden gevoerd zodat dit grootschalig kan worden uitgerold. Als achtste punt wil men dat in Nederland de zogenoemde integratieve geneeskunde wordt gestimuleerd, zodat patiënten het vermogen ontwikkelen zich aan te passen aan de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven.<\/p>\r\n

Punt 9 stelt dat (medisch) ondernemerschap en bedrijfsmatig werken geaccepteerd en nieuwe initiatieven gestimuleerd moeten worden. Ten slotte staat in het manifest dat de overheid de handschoen moet oppakken, omdat de genoemde transformatie niet alleen door het zorgveld kan worden volbracht.<\/p>\r\n

(Bron: BDO, 4 maart 2019<\/a>)<\/p>","datum":"2019-03-11 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4988","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190306_med_manifest_voor_duurzame_toekomst_van_zorg_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/manifest-voor-duurzame-toekomst-van-zorg","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190306_med_manifest_voor_duurzame_toekomst_van_zorg_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190306_med_manifest_voor_duurzame_toekomst_van_zorg_web.jpg"},{"id":"4475","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Tandartsentekort: l\u2019histoire se r\u00e9p\u00e8te","titel_key":"tandartsentekort_lhistoire_se_repete","subtitel":"","samenvatting":"In 1990 stelde de Stuurgroep Toekomstscenario\u2019s Gezondheidszorg de scenariocommissie Tandheelkunde in die als opdracht kreeg de minister te adviseren over de toekomst van de mondgezondheid en de tandheelkundige gezondheidszorg op lange termijn. Het advies werd de opleidingscapaciteit voor tandartsen uit te breiden naar 360 per jaar. Het duurde jaren voordat die opleidingscapaciteit werd uitgebreid tot uiteindelijk 300, maar werd in 2007 weer teruggebracht tot 240. Wat was de reden van deze beslissing door de overheid?","content":"

In 1990 stelde de Stuurgroep Toekomstscenario’s Gezondheidszorg de scenariocommissie Tandheelkunde in die als opdracht kreeg de minister te adviseren over de toekomst van de mondgezondheid en de tandheelkundige gezondheidszorg op lange termijn. In december 1992 werd het rapport aangeboden aan de minister. Eén van de conclusies van de commissie was dat veranderingen in leeftijdsopbouw van de tandartspopulatie, afname van het totale tandartsbestand, een toenemend aantal parttime werkende (vrouwelijke) tandartsen én toename van de zorgvraag ertoe zouden leiden dat het toekomstige arbeidspotentieel aan tandartsen en mondhygiënisten niet meer aan de vraag naar tandheelkundige hulp zou kunnen voldoen. De commissie adviseerde de opleidingscapaciteit voor tandartsen uit te breiden naar 360 per jaar.<\/p>\r\n

Het duurde echter nog jaren voordat de opleidingscapaciteit voor tandheelkundestudenten werd verhoogd naar 260, een paar jaar later naar 300 om vervolgens vanaf 2007 weer teruggebracht te worden tot 240. Een wonderlijke beslissing als je dit plaatst tegenover de toekomstige vraag naar tandheelkundige zorg. Wat was de reden voor deze beslissing door de overheid?<\/p>\r\n

Substitutie van zorg<\/h2>\r\n

De overheid heeft ingezet op substitutie van zorg. Veel werkzaamheden van tandartsen zouden in de toekomst door mondhygiënisten moeten worden uitgevoerd. De toekomstige tandartspraktijk zal bestaan uit meerdere al of niet gedifferentieerde tandartsen en om hen heen tandheelkundige medewerkers. Deze visie kwam in 2006 het meest duidelijk tot uiting in het rapport ‘Innovatie in de mondzorg’ van de commissie Linschoten.<\/p>\r\n

In 2010 concludeerde het Capaciteitsorgaan in het ‘Capaciteitsplan 2010 mondzorg’ dat om in 2022 en 2028 tot een evenwicht te komen in de vraag naar en het aanbod van tandheelkundige zorg uitbreiding van de opleidingscapaciteit wenselijk was. Geadviseerd werd de opleidingscapaciteit voor tandartsen te verhogen van 240 naar 374 eerstejaars per jaar; voor mondhygiënisten van 300 naar 358. In 2013 bracht het Capaciteitsorgaan opnieuw een rapport uit waarin respectievelijk 287 en 309 als aantal tandartsen en mondhygiënisten werd geadviseerd, omdat er ook rekening werd gehouden met de instroom van buitenlandse tandartsen. Beide rapporten vormden voor de minister geen aanleiding de capaciteit van de tandheelkundeopleidingen uit te breiden. Mondhygiënisten zouden een groot deel van de dagelijkse preventieve mondzorg kunnen uitvoeren en zij zouden een aantal curatieve handelingen van tandartsen kunnen overnemen. Onnodige uitbreiding zou daarnaast een zware wissel trekken op de budgetten van de overheid.<\/p>\r\n

Wederom scenario’s doorrekenen<\/h2>\r\n

Nu laait opnieuw de discussie op over een dreigend tandartsentekort naar aanleiding van de capaciteitsraming door onderzoeksbureau Panteia en het experiment taakherschikking. Panteia adviseerde het aantal opleidingsplaatsen voor tandartsen uit te breiden van 259 naar 390. Recent heeft minister Bruins het Capaciteitsorgaan opdracht gegeven te komen met een nieuwe raming. Dit is volgens de minister nodig omdat hij scenario’s wil laten uitwerken waarin de (potentiële) effecten van taakherschikking op de opleidingscapaciteit worden doorgerekend. Dat is tot nu toe volgens hem nooit gebeurd. Ik wil de minister adviseren toch nog eens het in 1992 uitgebrachte rapport te lezen. Verschillende scenario’s met substitutie van werkzaamheden in de mondzorg zijn hierin reeds beschreven.<\/p>\r\n

Uit deze scenario’s kwam naar voren dat alleen al voor het realiseren van de delegatie van alle preventieve werkzaamheden (inclusief 50% van alle periodieke controles) in de toekomst zeer grote aantallen mondhygiënisten nodig zijn (oplopend naar 7.600). Daarnaast waren dan nog eens 7.400 tandartsen nodig voor de meer complexere tandheelkundige behandelingen. In deze scenario’s werd nog geen rekening gehouden met het uitvoeren van eenvoudige restauratieve zorg door mondhygiënisten.<\/p>\r\n

Het moge duidelijk zijn dat het een illusie is dat, zelfs bij een verdergaande taakdelegatie en een eventuele substantiële uitbreiding van de huidige opleidingscapaciteit van mondhygiënisten, een balans in vraag naar en aanbod van mondzorg de komende 20 jaar kan worden gewaarborgd zonder een uitbreiding van de opleidingscapaciteit van tandartsen.<\/p>\r\n

 <\/p>","datum":"2019-03-01 00:00:00","rubriek":"11","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"244","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4972","auteurs":[{"id":"673","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"G.J. Truin","titel_key":"g_j_truin","old_id":"673","voorvoegsel":"G.J. ","achternaam":"Truin"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1903_119_redactioneel.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/18ntvt224_01_web.jpg","rubriek_titel":"Redactioneel","uitgave_titel":"maart 2019","url":"\/artikel\/126\/03\/tandartsentekort-lhistoire-se-repete","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/18ntvt224_01_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/18ntvt224_01_web.jpg"},{"id":"4476","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Behandelingsmogelijkheden voor de ziekte van Parkinson","titel_key":"behandelingsmogelijkheden_voor_de_ziekte_van_parkinson","subtitel":"","samenvatting":"De ziekte van Parkinson is een langzaam progressieve neurodegeneratieve ziekte die zich manifesteert met karakteristieke motorische, maar ook met niet-motorische symptomen. De behandelingsmogelijkheden voor de ziekte van Parkinson bestaan uit medicamenten voor de motorische symptomen alsmede voor de niet-motorische symptomen als cognitieve achteruitgang, depressie, hallucinaties, wanen, obstipatie en kwijlen. Een aantal van deze medicamenten verkeren in de experimentele fase. Daarnaast kunnen\r\nlichaamsbeweging en fysieke oefeningen een gunstig effect hebben op zowel de motorische als de niet-motorische symptomen. Logopedisch zijn spraak- en sliktherapie mogelijk, terwijl cognitieve gedragstherapie depressie en angst onder controle kunnen brengen. Stimulering van diepgelegen hersengebieden is de enige chirurgische behandeling die actueel plaatsvindt. Toekomstige chirurgische mogelijkheden zijn gentherapie, (stam)celtherapie en toediening van groeifactoren. Wereldwijd wordt onderzoek verricht om de ziekte onder controle te krijgen. Soms worden verrassende ontdekkingen gedaan. Het blijft afwachten of genezing en\/of preventie op termijn mogelijk worden.","content":"

De ziekte van Parkinson is een langzaam progressieve neurodegeneratieve ziekte die zich manifesteert met karakteristieke motorische, maar ook met niet-motorische symptomen. De behandelingsmogelijkheden voor de ziekte van Parkinson bestaan uit medicamenten voor de motorische symptomen alsmede voor de niet-motorische symptomen als cognitieve achteruitgang, depressie, hallucinaties, wanen, obstipatie en kwijlen. Een aantal van deze medicamenten verkeren in de experimentele fase. Daarnaast kunnen <\/strong>lichaamsbeweging en fysieke oefeningen een gunstig effect hebben op zowel de motorische als de niet-motorische symptomen. Logopedisch zijn spraak- en sliktherapie mogelijk, terwijl cognitieve gedragstherapie depressie en angst onder controle kunnen brengen. Stimulering van diepgelegen hersengebieden is de enige chirurgische behandeling die actueel plaatsvindt. Toekomstige <\/strong>chirurgische mogelijkheden zijn gentherapie, (stam)celtherapie en toediening van groeifactoren. Wereldwijd wordt onderzoek verricht om de ziekte onder controle te krijgen. Soms worden verrassende ontdekkingen gedaan. Het blijft afwachten of genezing en\/of preventie op termijn mogelijk worden.<\/strong><\/p>","datum":"2019-03-01 00:00:00","rubriek":"3","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"244","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4973","auteurs":[{"id":"23","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C. de Baat","titel_key":"c_de_baat","old_id":"23","voorvoegsel":"C. de","achternaam":"Baat"},{"id":"1683","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"M.A.E. van Stiphout","titel_key":"m_a_e_van_stiphout","old_id":"0","voorvoegsel":"M.A.E. van","achternaam":"Stiphout"},{"id":"1684","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"K.D. van Dijk","titel_key":"k_d_van_dijk","old_id":"0","voorvoegsel":"K.D. van","achternaam":"Dijk"},{"id":"1685","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"H.W. Berendse","titel_key":"h_w_berendse","old_id":"0","voorvoegsel":"H.W.","achternaam":"Berendse"},{"id":"1732","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"M.C. Verhoeff","titel_key":"m_c_verhoeff","old_id":"0","voorvoegsel":"M.C.","achternaam":"Verhoeff"},{"id":"427","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"F. Lobbezoo","titel_key":"f_lobbezoo","old_id":"427","voorvoegsel":"F. ","achternaam":"Lobbezoo"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1903_127_132_medisch.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/18ntvt245_01_web.jpg","rubriek_titel":"Medisch","uitgave_titel":"maart 2019","url":"\/artikel\/126\/03\/behandelingsmogelijkheden-voor-de-ziekte-van-parkinson","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/18ntvt245_01_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/18ntvt245_01_web.jpg"},{"id":"4477","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Serie: Communicatie in de tandartspraktijk. Motiveren tot gedragsverandering","titel_key":"serie_communicatie_in_de_tandartspraktijk_motiveren_tot_gedragsverandering","subtitel":"","samenvatting":"Waarom mensen een zeker gedrag vertonen wordt bepaald door een aantal factoren. Wil een tandarts schadelijk gezondheidsgedrag van zijn pati\u00ebnt veranderen, dan moet hij de determinanten van dit gedrag identificeren waarbij hij rekening houdt met factoren als sociale wenselijkheid. De tandarts kan de pati\u00ebnt vervolgens begeleiden bij de gedragsverandering met motiverende gesprekstechnieken, passend bij de motivationele fase waarin de pati\u00ebnt zich bevindt. Veel frustratie over non-compliance (het niet opvolgen van adviezen) kan zo worden voorkomen.","content":"

Waarom mensen een zeker gedrag vertonen wordt bepaald door een aantal factoren. Wil een tandarts schadelijk gezondheidsgedrag van zijn patiënt veranderen, dan moet hij de determinanten van dit gedrag identificeren waarbij hij rekening houdt met factoren als sociale wenselijkheid. De tandarts kan de patiënt vervolgens begeleiden bij de gedragsverandering met motiverende gesprekstechnieken, passend bij de motivationele fase waarin de patiënt zich bevindt. Veel frustratie over non-compliance (het niet opvolgen van adviezen) kan zo worden voorkomen.<\/strong><\/p>","datum":"2019-03-01 00:00:00","rubriek":"8","serie_naam":"Communicatie in de tandartspraktijk","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"244","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4974","auteurs":[{"id":"1724","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"A.J.E. Smith","titel_key":"a_j_e_smith","old_id":"0","voorvoegsel":"A.J.E.","achternaam":"Smith"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1903_133_139_oenw.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/18ntvt239_04_web.jpg","rubriek_titel":"Onderzoek en wetenschap","uitgave_titel":"maart 2019","url":"\/artikel\/126\/03\/serie-communicatie-in-de-tandartspraktijk-motiveren-tot-gedragsverandering","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/18ntvt239_04_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/18ntvt239_04_web.jpg"},{"id":"4478","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"De invloed van boulimia nervosa op de mondgezondheid: een systematisch literatuuronderzoek","titel_key":"de_invloed_van_boulimia_nervosa_op_de_mondgezondheid_een_systematisch_literatuuronderzoek","subtitel":"","samenvatting":"Eetstoornissen vormen een potentieel aan levensbedreigende psychische aandoeningen die voor de pati\u00ebnt van grote invloed zijn op de relatie tot voedsel en het lichaam. Eetstoornissen openbaren zich als chaotische en ontregelde eetgewoonten. Boulimia nervosa is een dergelijke eetstoornis, met een prevalentie van 1%. Er bestaat consensus over het feit dat boulimisch gedrag een directe oorzaak is van gebitsslijtage, door braken en door het kiezen van voedsel met een hoge zuurgraad, er is echter minder duidelijk bewijs, maar wel een mogelijke relatie, voor een direct verband tussen boulimia nervosa en cari\u00ebs. Verminderde speekselsecretie is een veelvoorkomend verschijnsel onder boulimiapati\u00ebnten, maar is vaker een gevolg van het gebruik van antidepressiva dan van eetgewoonten of braken; de effecten beperken zich vooral tot de ongestimuleerde speekselsecretiesnelheid en zijn niet van invloed op de gestimuleerde speekselsecretiesnelheid. Tevens komt zwelling van de glandulae parotideae in een aantal gevallen voor. Gegeven de onevenwichtigheid binnen de onderzoekspopulatie wat betreft geslacht en het gebrek van onderzoek dat alleen focust op boulimia nervosa, is nader onderzoek vereist.","content":"

Eetstoornissen vormen een potentieel aan levensbedreigende psychische aandoeningen die voor de patiënt van grote invloed zijn op de relatie tot voedsel en het lichaam. Eetstoornissen openbaren zich als chaotische en ontregelde eetgewoonten. Boulimia nervosa is een dergelijke eetstoornis, met een prevalentie van 1%. Er bestaat consensus over het feit dat boulimisch gedrag een directe oorzaak is van gebitsslijtage, door braken en door het kiezen van voedsel met een hoge zuurgraad, er is echter minder duidelijk bewijs, maar wel een mogelijke relatie, voor een direct verband tussen boulimia nervosa en cariës. Verminderde speekselsecretie is een veelvoorkomend verschijnsel onder boulimiapatiënten, maar is vaker een gevolg van het gebruik van antidepressiva dan van eetgewoonten of braken; de effecten beperken zich vooral tot de ongestimuleerde speekselsecretiesnelheid en zijn niet van invloed op de gestimuleerde speekselsecretiesnelheid. Tevens komt zwelling van de glandulae parotideae in een aantal gevallen voor. Gegeven de onevenwichtigheid binnen de onderzoekspopulatie wat betreft geslacht en het gebrek van onderzoek dat alleen focust op boulimia nervosa, is nader onderzoek vereist.<\/strong><\/p>","datum":"2019-03-01 00:00:00","rubriek":"8","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"244","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4975","auteurs":[{"id":"1733","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"A. Rosten","titel_key":"a_rosten","old_id":"0","voorvoegsel":"A.","achternaam":"Rosten"},{"id":"1734","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"T. Newton","titel_key":"t_newton","old_id":"0","voorvoegsel":"T.","achternaam":"Newton"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1903_141_150_oenw.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/19ntvt003_02_web.jpg","rubriek_titel":"Onderzoek en wetenschap","uitgave_titel":"maart 2019","url":"\/artikel\/126\/03\/de-invloed-van-boulimia-nervosa-op-de-mondgezondheid-een-systematisch-literatuuronderzoek","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/19ntvt003_02_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/19ntvt003_02_web.jpg"},{"id":"4479","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Serie: Hora est. Neutrofielen in de mond: een dubbelsnijdend zwaard","titel_key":"serie_hora_est_neutrofielen_in_de_mond_een_dubbelsnijdend_zwaard","subtitel":"","samenvatting":"De neutrofiel is een witte bloedcel waarvan bekend is dat deze micro-organismen kan opnemen en intern kan doden. In dit promotieonderzoek werd de werking van orale neutrofielen in kaart gebracht. Onderzocht is hoe neutrofielen kunnen bijdragen aan het in standhouden van een gezonde mond en wat de rol is van deze cellen bij het ontstekingsproces. Bij het ontstaan van gingivitis worden specifieke genen geactiveerd die coderen voor neutrofielenfuncties. Daarbij bleken neutrofielen een regulerende en communicerende rol te hebben in het aantrekken van andere componenten van het immuunsysteem. In het bijzonder werd aangetoond dat mensen die beschikken over eigen dentitie, meer functionele neutrofielen in de mond hebben in vergelijking met edentate pati\u00ebnten.","content":"

De neutrofiel is een witte bloedcel waarvan bekend is dat deze micro-organismen kan opnemen en intern kan doden. In dit promotieonderzoek werd de werking van orale neutrofielen in kaart gebracht. Onderzocht is hoe neutrofielen kunnen bijdragen aan het in standhouden van een gezonde mond en wat de rol is van deze cellen bij het ontstekingsproces. Bij het ontstaan van gingivitis worden specifieke genen geactiveerd die coderen voor neutrofielenfuncties. Daarbij bleken neutrofielen een regulerende en communicerende rol te hebben in het aantrekken van andere componenten van het immuunsysteem. In het bijzonder werd aangetoond dat mensen die beschikken over eigen dentitie, meer functionele neutrofielen in de mond hebben in vergelijking met edentate patiënten.<\/strong><\/p>","datum":"2019-03-01 00:00:00","rubriek":"8","serie_naam":"Hora est","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"244","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4976","auteurs":[{"id":"1455","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"P. Rijkschroeff","titel_key":"p_rijkschroeff","old_id":"0","voorvoegsel":"P.","achternaam":"Rijkschroeff"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1903_153_156_oenw.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/18ntvt229_01_web.jpg","rubriek_titel":"Onderzoek en wetenschap","uitgave_titel":"maart 2019","url":"\/artikel\/126\/03\/serie-hora-est-neutrofielen-in-de-mond-een-dubbelsnijdend-zwaard","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/18ntvt229_01_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/18ntvt229_01_web.jpg"},{"id":"4480","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Vrouwen met ernstige parodontitis lopen risico op een myocardinfarct","titel_key":"vrouwen_met_ernstige_parodontitis_lopen_risico_op_een_myocardinfarct","subtitel":"Algemene ziekteleer","samenvatting":"Vrouwen krijgen een eerste myocardinfarct gemiddeld 10 jaar later dan mannen. De hypothese van dit retrospectieve casus-controle-onderzoek was dat de associatie tussen parodontitis en het ontstaan van een myocardinfarct verschilt tussen mannen en vrouwen.\r\nDe patiënten van maximaal 74 jaar oud...","content":"

Vrouwen krijgen een eerste myocardinfarct gemiddeld 10 jaar later dan mannen. De hypothese van dit retrospectieve casus-controle-onderzoek was dat de associatie tussen parodontitis en het ontstaan van een myocardinfarct verschilt tussen mannen en vrouwen.<\/p>\r\n

De patiënten van maximaal 74 jaar oud hadden in 17 medische centra in Zweden in de periode van mei 2011 tot en met februari 2014 een eerste myocardinfarct gekregen. Exclusiecriteria waren vervanging van een hartklep en elke conditie die participatie belemmerde. Uit het bevolkingsregister werden controlepersonen geselecteerd die naar geslacht, leeftijd en woongebied niet verschilden van de patiënten en geen voorgeschiedenis hadden van een myocardinfarct of vervanging van een hartklep. In een kliniek dichtbij hen in de buurt werd van de 785 patiënten en 792 controlepersonen een panoramische röntgenopname gemaakt. Daar vulden zij ook een vragenlijst in over persoonsgegevens, medische conditie, medicijngebruik, roken en alcoholconsumptie. Op de panoramische röntgenopname werd voor elk gebitselement het percentage verlies van parodontaal bot bepaald door de afstanden van zowel de marginale botgrens als de glazuur-cementgrens tot de apex te meten. Per participant werd van de percentages botverlies van alle gebitselementen het gemiddelde berekend. Aan de hand hiervan vond een indeling in 3 groepen plaats: geen parodontitis bij gemiddeld minimaal 80% resterend bot; matige parodontitis waarbij dit percentage 66% tot 79% bedroeg; ernstige parodontitis bij maximaal 65% resterend bot.<\/p>\r\n

Ernstige parodontitis kwam statistisch significant vaker voor bij vrouwelijke patiënten (14%) dan bij vrouwelijke controlepersonen (4%). Na correctie voor leeftijd, roken, diabetes mellitus, opleiding en huwelijkse staat bleek de kans op ernstige parodontitis statistisch significant groter voor vrouwelijke patiënten met dan zonder doorgemaakt myocardinfarct. Tevens was na correctie voor dezelfde factoren alleen bij vrouwen ernstige parodontitis statistisch significant gerelateerd aan een doorgemaakt myocardinfarct.<\/p>\r\n

Conclusie. <\/b>Vrouwen met ernstige parodontitis hadden een vergroot risico op het krijgen van een myocardinfarct.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Nordendahl E, Gustafsson A, Norhammar A, Näsman P, Rydén L, Kjellström B<\/em>. On behalf of the PAROKRANK Steering Committee. Severe periodontitis is associated with myocardial infarction in females. J Dent Res 2018; 97: 1114–1121.<\/p>","datum":"2019-03-01 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"244","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4977","auteurs":[{"id":"23","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C. de Baat","titel_key":"c_de_baat","old_id":"23","voorvoegsel":"C. de","achternaam":"Baat"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1903_159_163_excerpten.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2019","url":"\/artikel\/126\/03\/vrouwen-met-ernstige-parodontitis-lopen-risico-op-een-myocardinfarct","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg"},{"id":"4481","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Consequenties van nieuwe anticoagulantia voor de mondzorg","titel_key":"consequenties_van_nieuwe_anticoagulantia_voor_de_mondzorg","subtitel":"Algemene ziekteleer","samenvatting":"Veel mensen met cardiovasculaire ziekten gebruiken de nieuwe, direct werkende orale anticoagulantia (novel or direct oral anticoagulants; NOAC’s\/DOAC’s). Dit artikel biedt informatie over de farmacokinetiek en de farmacodynamiek van DOAC’s en over de zorgverlening aan mensen die ee...","content":"

Veel mensen met cardiovasculaire ziekten gebruiken de nieuwe, direct werkende orale anticoagulantia (novel or direct oral anticoagulants<\/i>; NOAC’s\/DOAC’s). Dit artikel biedt informatie over de farmacokinetiek en de farmacodynamiek van DOAC’s en over de zorgverlening aan mensen die een bloedige orale behandeling moeten ondergaan en gebruikers zijn van deze medicamenten.<\/p>\r\n

DOAC’s hebben een reversibele, krachtige, directe en selectieve remmende invloed op de hemostase. Apixaban, edoxaban en rivaroxaban remmen hemostasefactor Xa die zich bindt aan hemostasefactor II (protrombine) om hemostasefactor IIa (trombine) te vormen. Dabigatran remt hemostasefactor IIa.<\/p>\r\n

Door de directe werking op hemostasefactoren kunnen DOAC’s snelwerkend, tussen 1 en 4 uur, en effectief worden toegepast. Na het staken of onderbreken van de medicatie, bijvoorbeeld als dit nodig is vanwege een geplande bloedige behandeling, is de hemostase snel normaal. DOAC’s hebben nauwelijks interacties met andere medicamenten en met voedingsmiddelen. Regelmatige bepaling van de International Normalized Ratio (INR) van de hemostase in een bloedmonster is niet nodig. Nadeel is het nog aanzienlijke gebrek aan bekendheid en ervaring met DOAC’s. Verder is er in bloedige noodsituaties nog geen antidotum voor apixaban, edoxaban en rivaroxaban. Voor dabigatran is wel een betrouwbaar antidotum beschikbaar, namelijk het intraveneus toe te dienen idarucizumab.<\/p>\r\n

In de mondzorg moet altijd met de voor de medicatie met een DOAC verantwoordelijke arts worden overlegd of deze medicatie moet worden onderbroken voor een noodzakelijke, redelijk invasieve bloedige orale behandeling als (complexe) extractie(s), een chirurgische behandeling van de weke delen en het plaatsen van implantaten. Daarbij gaat het om het risico op een trombo-embolische aandoening bij onderbreken ten opzichte van het risico op een (na)bloeding, ondanks alle normaal te nemen preventieve maatregelen, bij niet onderbreken van de medicatie.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Zolang een beleidsrichtlijn rond de medicatie met DOAC’s ontbreekt, dienen mondzorgverleners extra voorzichtig te zijn bij hun overweging om deze medicatie al dan niet te onderbreken.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Fortier K, Shroff D, Reebye UN<\/em>. Review: An overview and analysis of novel oral anticoagulants and their dental implications. Gerodontology 2018; 35: 78-86.<\/p>","datum":"2019-03-01 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"244","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4978","auteurs":[{"id":"23","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C. de Baat","titel_key":"c_de_baat","old_id":"23","voorvoegsel":"C. de","achternaam":"Baat"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1903_159_163_excerpten.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2019","url":"\/artikel\/126\/03\/consequenties-van-nieuwe-anticoagulantia-voor-de-mondzorg","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/algemene_ziekteleer_logo.jpg"},{"id":"4482","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Temporomandibulaire artroplastiek","titel_key":"temporomandibulaire_artroplastiek","subtitel":"Gnatologie","samenvatting":"Dit artikel behandelt de prothetische reconstructie van een temporomandibulair gewricht (artroplastiek) met een casusbeschrijving over de toepassing.\r\nEen artroplastiek kan de natuurlijke vorm en functie van een temporomandibulair gewricht creëren of herstellen. Voor deze invasieve behandeling...","content":"

Dit artikel behandelt de prothetische reconstructie van een temporomandibulair gewricht (artroplastiek) met een casusbeschrijving over de toepassing.<\/p>\r\n

Een artroplastiek kan de natuurlijke vorm en functie van een temporomandibulair gewricht creëren of herstellen. Voor deze invasieve behandeling bestaan de volgende indicaties: ankylose, osteoartritis, auto-immuunziekten, tumoren, congenitale anatomische afwijkingen, ernstige resorptie van de condylus mandibulae en andere, niet conservatief te behandelen afwijkingen.<\/p>\r\n

<\/figure>\r\n

Er zijn 2 typen temporomandibulaire artroplastieken: individueel vervaardigde en confectie-artroplastieken. Confectie-artroplastieken kennen 3 maten en bestaan uit 2 onderdelen. Het onderdeel dat de fossa articularis van het os temporale vervangt, is vervaardigd van polyethyleen. Het onderdeel dat de condylus mandibulae vervangt, bestaat uit chroomkobalt bedekt met titanium. Individuele artroplastieken worden vervaardigd met behulp van computertomografie. Ze zijn daardoor duurder dan de confectie-artroplastieken, maar de chirurgische behandeling is minder gecompliceerd.<\/p>\r\n

Een 41-jarige vrouw had 6 jaar lang constant pijn in beide temporomandibulaire gewrichten, vergezeld van een beperkte mondopening. Ook had zij aan beide kanten symptomen van verplaatsing van de discus articularis, zonder reductie. Aanvankelijk werd de afwijking gedurende 1 jaar conservatief behandeld met kauwspieroefeningen, optimalisering van de occlusie, analgetica, spierrelaxantia, acupunctuur en logopedie. Omdat dit allemaal geen soelaas bood, werd besloten tot artrocentese. Twee jaar later werd dit nogmaals gedaan, maar succes bleef uit. Weer een jaar later werd chirurgisch beiderzijds een repositionering van de discus articularis uitgevoerd, maar ook tevergeefs. De pijn was alleen maar geïntensiveerd en de mondopening beperkte zich tot 13 mm. Chirurgische resectie en prothetische reconstructie van de condyli mandibulae bleef nog de enige optie. Gekozen werd voor confectie-artroplastieken. Direct na de behandeling begon de pijn af te nemen. Na een jaar was de patiënt pijnvrij, had weer een normale mondopening en geen enkele functiebeperking meer (afb. 1).<\/p>\r\n

\"\"<\/figure>\r\n
Afb. 1<\/strong>. Postoperatieve panoramische röntgenopname na 1 jaar. (Beeld: ©Moreira CC BY-NC-ND)<\/address>\r\n

Conclusie. <\/b>Artroplastiek lijkt een goede behandeling voor stoornissen van een temporomandibulair gewricht waarvoor conservatieve behandelingen geen oplossing bieden.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Moreira CVA, Serra AVP, Silva LOR, Fernandes ACF, de Azevedo RA<\/em>. Total bilateral TMJ reconstruction for pain and dysfunction: Case report. Int J Surg Case Rep 2018; 42: 138-144.<\/p>\r\n

<\/figure>","datum":"2019-03-01 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"244","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4979","auteurs":[{"id":"23","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C. de Baat","titel_key":"c_de_baat","old_id":"23","voorvoegsel":"C. de","achternaam":"Baat"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1903_159_163_excerpten.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gnathologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2019","url":"\/artikel\/126\/03\/temporomandibulaire-artroplastiek","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gnathologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gnathologie_logo.jpg"},{"id":"4483","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Prestaties van verbonden versus solitaire implantaten","titel_key":"prestaties_van_verbonden_versus_solitaire_implantaten","subtitel":"Prothetische tandheelkunde","samenvatting":"Uit diverse onderzoeken komt naar voren dat het verbinden van implantaten zou leiden tot een gunstiger krachtenverdeling en lagere spanningsconcentraties in het corticale bot, terwijl solitaire restauraties makkelijker schoon te houden zouden zijn en geassocieerd zijn met een betere pasvorm, een fra...","content":"

Uit diverse onderzoeken komt naar voren dat het verbinden van implantaten zou leiden tot een gunstiger krachtenverdeling en lagere spanningsconcentraties in het corticale bot, terwijl solitaire restauraties makkelijker schoon te houden zouden zijn en geassocieerd zijn met een betere pasvorm, een fraaiere permucosale doorgang en cervicale contour. Een eenduidig antwoord biedt de literatuur niet en daarom werden in een systematisch literatuuronderzoek en een meta-analyse het marginale botverlies, de implantaatoverleving en het voorkomen van prothetische complicaties onderzocht van verbonden en solitaire implantaatkronen.<\/p>\r\n

Gezocht werd in de databestanden van PubMed\/MEDLINE, de Cochrane Library en Scopus tot en met november 2017. Er werden 19 onderzoeken geïncludeerd waaronder 1 gerandomiseerd klinisch onderzoek, 7 prospectieve klinische en 11 retrospectieve onderzoeken. In totaal betrof het 4.215 implantaten (in 2.185 patiënten) waarvan 2.768 verbonden en 1.447 solitaire restauraties. De gemiddelde observatieperiode bedroeg 87,8 maanden.<\/p>\r\n

Voor marginaal botverlies werd geen significant verschil gevonden tussen verbonden en solitaire implantaten. In de zijdelingse delen gingen 75 implantaten verloren (3,4%), waarvan 24 verbonden en 51 solitaire restauraties (99,1% versus 96,5%). Dat verschil was statistisch significant in het voordeel van de verbonden implantaten. De meest voorkomende prothetische complicaties waren porseleinbreuk en losse schroeven, maar beide waren in prevalentie niet verschillend in de 2 groepen.<\/p>\r\n

Conclusie. <\/b>Tussen verbonden en solitaire implantaatvoorzieningen valt geen verschil waar te nemen in de hoeveelheid marginaal botverlies en de incidentie van prothetische complicaties, maar de implantaatoverleving van verbonden implantaten is wat gunstiger.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

De Souza Batista VE, Verri FR, Lemos CAA, et al.<\/em> Should the restoration of adjacent implants be splinted or nonsplinted? A systematic review and meta-analysis. J Prosthet Dent 2018 Jun 29 [Epub ahead of print].<\/p>","datum":"2019-03-01 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"244","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4980","auteurs":[{"id":"1735","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"J.C.W. van Zeumeren","titel_key":"j_c_w_van_zeumeren","old_id":"0","voorvoegsel":"J.C.W. van","achternaam":"Zeumeren"},{"id":"148","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"M.S. Cune","titel_key":"m_s_cune","old_id":"148","voorvoegsel":"M.S.","achternaam":"Cune"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1903_159_163_excerpten.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2019","url":"\/artikel\/126\/03\/prestaties-van-verbonden-versus-solitaire-implantaten","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4484","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Direct versus vroeg belasten van solitaire implantaten","titel_key":"direct_versus_vroeg_belasten_van_solitaire_implantaten","subtitel":"Prothetische tandheelkunde","samenvatting":"Aan de hand van een systematisch literatuuronderzoek en een meta-analyse werden de resultaten van direct en vroeg belasten van solitaire implantaten vergeleken. Direct belasten werd gedefinieerd als het plaatsen van de suprastructuur binnen 3 dagen na het plaatsen van het implantaat. Bij vroeg belas...","content":"

Aan de hand van een systematisch literatuuronderzoek en een meta-analyse werden de resultaten van direct en vroeg belasten van solitaire implantaten vergeleken. Direct belasten werd gedefinieerd als het plaatsen van de suprastructuur binnen 3 dagen na het plaatsen van het implantaat. Bij vroeg belasten werd de kroon tussen de 3 dagen en 3 maanden geplaatst. Uitkomstmaten waren het marginale botverlies en de overlevingskans.<\/p>\r\n

Een zoekopdracht werd uitgevoerd in elektronische databases PubMed\/Medline, Embase en de Cochrane Library. Onderzoeken waarin partieel edentate patiënten met implantaten die direct en vroeg werden belast, werden geïncludeerd als de patiëntengroep groter dan 10 deelnemers was en de follow-upperiode langer dan 6 maanden bedroeg. Het risico op bias werd geanalyseerd met behulp van het daarvoor door de Cochrane-organisatie ontwikkelde toetsingsinstrument.<\/p>\r\n

Vijf onderzoeken werden geïncludeerd, waarbij 1 artikel een hoog risico op bias had en de andere 4 een laag risico. De meeste onderzoeken gebruikten dezelfde evaluatiecriteria voor de overlevingskans namelijk: prothetische complicaties, prothetisch falen, implantaatfalen, biologische complicaties of marginaal peri-implantair botniveau zoals beoordeeld op periapicale röntgenopnamen. Er werden geen significante verschillen gevonden in de overlevingskans of (verlies van) marginaal botniveau van direct en vroeg belaste implantaatkronen na 1 en 3 jaar.<\/p>\r\n

Conclusie. <\/b>De keuze tussen direct en vroeg belasten van implantaatkronen heeft geen invloed heeft op de overlevingskans en het marginale botverlies rond implantaten op een termijn van 1 en 3 jaar.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Pigozzo MN, Rebelo da Costa T, Sesma N, Laganá DC<\/em>. Immediate versus early loading of single dental implants: A systematic review and metaanalysis. J Prosthet Dent 2018; 120: 25-34.<\/p>","datum":"2019-03-01 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"244","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4981","auteurs":[{"id":"1736","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"M.M. Peuchen","titel_key":"m_m_peuchen","old_id":"0","voorvoegsel":"M.M.","achternaam":"Peuchen"},{"id":"148","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"M.S. Cune","titel_key":"m_s_cune","old_id":"148","voorvoegsel":"M.S.","achternaam":"Cune"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1903_159_163_excerpten.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2019","url":"\/artikel\/126\/03\/direct-versus-vroeg-belasten-van-solitaire-implantaten","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4485","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Nauwkeurigheid van conventionele en digitale intraorale afdruktechnieken","titel_key":"nauwkeurigheid_van_conventionele_en_digitale_intraorale_afdruktechnieken","subtitel":"Prothetische tandheelkunde","samenvatting":"De conventionele afdrukmethode wordt nog steeds gezien als de gouden standaard, maar digitale afdruktechnieken krijgen in toenemende mate aandacht. In dit onderzoek werd de reproduceerbaarheid en precisie van conventionele afdrukken vergeleken met 2 digitale scanners.\r\nEr werd gebruikgemaakt van een...","content":"

De conventionele afdrukmethode wordt nog steeds gezien als de gouden standaard, maar digitale afdruktechnieken krijgen in toenemende mate aandacht. In dit onderzoek werd de reproduceerbaarheid en precisie van conventionele afdrukken vergeleken met 2 digitale scanners.<\/p>\r\n

Er werd gebruikgemaakt van een verzilverd model met glaspartikels aan het oppervlak. Het model werd gescand met een heel nauwkeurige, industriële scanner (Incise) en dat gold als referentie. Vervolgens werden met de Trios 3 scanner (3Shape, n = 5) en de CEREC Omnicam scanner (Sirona, n = 5) intraorale digitale opnames gemaakt. De analoge, conventionele afdruk werd genomen met een polyvinyl siloxane afdrukmateriaal (Aquasil Ultra; Dentsply Caulk, n = 5). Deze afdrukken werden uitgegoten in type IV stone gips (Silky-Rock; Whipmix) en vervolgens gescand met de referentiescanner. Om de reproduceerbaarheid en precisie te bepalen, werden alle scans over elkaar gelegd en onderling vergeleken met behulp van surface-matching software<\/i> (Geomagic Control, 2014, 3D Systems).<\/p>\r\n

\"\"<\/figure>\r\n
(Beeld: Shutterstock)<\/em><\/figure>\r\n

Ten aanzien van de reproduceerbaarheid, uitgedrukt in de ‘gemiddelde afwijking’ presteerde de conventionele afdrukmethode significant beter (p = 0,006) dan de CEREC Omnicam en de 3Shape Trios 3 (21,7 μm versus 36,5 μm versus 49,9 μm). De beide digitale scanners verschilden onderling niet (p = 0,153). Met betrekking tot de precisie van de afdrukken, presteerde de conventionele afdrukmethode ook significant beter ten opzichte van de referentiescan dan de CEREC Omnicam en de 3Shape Trios 3 (gemiddelde afwijking van 24,3 μm versus 80,3 μm versus 87,1 μm). Tussen de 2 digitale afdruksystemen werd geen statistisch significant verschil gevonden (p = 0,757).<\/p>\r\n

Conclusie. <\/b>Binnen de beperkingen van dit in-vitro<\/i>-onderzoek bleken conventionele afdrukken reproduceerbaarder en preciezer dan beide digitale afdrukmethoden. Alle afwijkingen waren echter minder dan de 100 μm, wat klinisch over het algemeen een geaccepteerde grootte is. Voorzichtigheid is geboden bij het maken van een afdruk ten behoeve van starre werkstukken met een grotere overspanning, omdat de afwijking van de digitale afdruk dan wellicht te groot is voor een goed passend werkstuk.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Malik J, Rodriguez J, Wiesbloom M, Petridis H.<\/em> Comparison of accuracy between a conventional and two digital intraoral impression techniques. Int J Prosthodont 2018; 31: 107-113.<\/p>","datum":"2019-03-01 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"244","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4982","auteurs":[{"id":"1677","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"M. Bosnjak","titel_key":"m_bosnjak","old_id":"0","voorvoegsel":"M.","achternaam":"Bosnjak"},{"id":"148","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"M.S. Cune","titel_key":"m_s_cune","old_id":"148","voorvoegsel":"M.S.","achternaam":"Cune"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1903_159_163_excerpten.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2019","url":"\/artikel\/126\/03\/nauwkeurigheid-van-conventionele-en-digitale-intraorale-afdruktechnieken","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4486","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Bleken geen effect op glazuurstructuur en het opnieuw verkleuren","titel_key":"bleken_geen_effect_op_glazuurstructuur_en_het_opnieuw_verkleuren","subtitel":"Basiswetenschappen","samenvatting":"Het bleken van gebitselementen is populair onder patiënten met intrinsieke of extrinsieke gebitsverkleuringen. Het is onduidelijk of bleken de oppervlaktestructuur van het glazuur verruwt en de vatbaarheid voor opnieuw verkleuren vergroot. Het doel van dit in-vitro-onderzoek was na te gaan of d...","content":"

Het bleken van gebitselementen is populair onder patiënten met intrinsieke of extrinsieke gebitsverkleuringen. Het is onduidelijk of bleken de oppervlaktestructuur van het glazuur verruwt en de vatbaarheid voor opnieuw verkleuren vergroot. Het doel van dit in-vitro<\/i>-onderzoek was na te gaan of de concentratie carbamideperoxide van het bleekmiddel de mate van bleken beïnvloedt, of bleken de vatbaarheid voor opnieuw verkleuren van het glazuur verhoogt en of veranderingen in de oppervlaktestructuur van het glazuur zijn aan te tonen na het bleken.<\/p>\r\n

Er werden 45 geëxtraheerde gebitselementen ondergedompeld in 5 verschillende oplossingen (wijn, koffie, thee, cola en water) gedurende 15 dagen op 80° C om natuurlijke tandverkleuring na te bootsen. De kleurverschillen (\u2206E) werden gemeten met een colorimeter. De gebitselementen werden gebleekt met verschillende concentraties carbamideperoxidebleekmiddelen (20%, 35% en 44%) en \u2206E werd gemeten op verschillende tijdsintervallen. Vervolgens werden de gebitselementen opnieuw gekleurd in dezelfde oplossingen. De \u2206E van het initiële kleuren werd vergeleken met \u2206E van het opnieuw verkleuren na bleken. Met een elektronenmicroscoop werd gekeken of de oppervlaktestructuur van het glazuur van de gebitselementen was veranderd. Energie Dispersieve Röntgenspectroscopie (EDX) werd gebruikt om de glazuursamenstelling van de gebitsoppervlakken te bepalen na het opnieuw verkleuren.<\/p>\r\n

De concentratie van het bleekmiddel bleek niet bepalend te zijn voor de mate van bleken van de gebitselementen die verkleurd waren door de onderzochte oplossingen. De mate van verkleuring door de kleurstoffen vóór bleken was niet significant verschillend van die van ná het bleken. Beelden van de elektronenmicroscoop vertoonden weinig verandering van het glazuuroppervlak na bleken. Wel werd op het glazuur dat in wijn en thee was ondergedompeld een coating gezien die qua samenstelling verschilde met die van het glazuuroppervlak.<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> bleken met carbamideperoxide geeft het glazuur geen verhoogde vatbaarheid voor opnieuw verkleuren en tast de oppervlaktestructuur van het glazuur niet aan. Het gebruik van een hogere concentratie carbamideperoxide veroorzaakte geen groter kleurverschil.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Farawati FAL, Hsu S, O’Neill E, Neal D, Clark A, Esquivel-Upshaw J<\/em>. Effect of carbamide peroxide bleaching on enamel characteristics and susceptibility to further discoloration. J Prosthet Dent 2018; 20 augustus [Epub ahead of print].<\/p>","datum":"2019-03-01 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"244","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4983","auteurs":[{"id":"1737","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"J. van der Schaar","titel_key":"j_van_der_schaar","old_id":"0","voorvoegsel":"J. van der","achternaam":"Schaar"},{"id":"148","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"M.S. Cune","titel_key":"m_s_cune","old_id":"148","voorvoegsel":"M.S.","achternaam":"Cune"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1903_159_163_excerpten.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/basiswetenschappen_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2019","url":"\/artikel\/126\/03\/bleken-geen-effect-op-glazuurstructuur-en-het-opnieuw-verkleuren","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/basiswetenschappen_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/basiswetenschappen_logo.jpg"},{"id":"4487","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Meewegen van mening ouderen bij innovatie van de mondzorg","titel_key":"meewegen_van_mening_ouderen_bij_innovatie_van_de_mondzorg","subtitel":"Gerodontologie","samenvatting":"De benodigde zorgverlening kent 4 bepalende factoren: grootte en zorgvraag van de populatie, type zorgverlening dat voldoet aan de zorgvraag en efficiëntie van het gezondheidszorgsysteem. Het onderhavige artikel verschaft informatie over het laten meewegen van de mening van betrokkenen bij inno...","content":"

De benodigde zorgverlening kent 4 bepalende factoren: grootte en zorgvraag van de populatie, type zorgverlening dat voldoet aan de zorgvraag en efficiëntie van het gezondheidszorgsysteem. Het onderhavige artikel verschaft informatie over het laten meewegen van de mening van betrokkenen bij innovatie van het gezondheidszorgsysteem, vooral gericht op de mondzorg voor ouderen.<\/p>\r\n

Om ouderen te laten meedenken en meebeslissen over de benodigde mondzorg zijn 4 methodologische processen beschikbaar. Allereerst dient men met alle betrokkenen prioriteiten te stellen, zowel voor de zorgverlening als voor het wetenschappelijk onderzoek. Een methode hiertoe is prioritering door betrokkenen (priority setting partnership;<\/i> PSP). Dit was al uitgevoerd met een PSP onder zorgconsumenten, verzorgenden, mantelzorgers, financiers en zorgverleners als geriaters, specialisten ouderengeneeskunde, tandartsen-geriatrie en managers van woonzorgcentra. De uitkomst hiervan was dat behoefte bestaat aan zorgvragen van ouderen, inventarisatie van de aard en de omvang van het totale mondgezondheidsprobleem en het patiëntenperspectief op de preventieve en curatieve aanpak van mondziekten. Verder moet duidelijk worden welke opleiding mondzorgverleners daartoe moeten krijgen. Ook moeten ouderen, verzorgenden, mantelzorgers en professionele zorgverleners bewust worden gemaakt van het belang van goede mondzorg.<\/p>\r\n

Een tweede methodologisch proces is het discrete keuze-experiment (discrete choice experiment; <\/i>DCE). Dit is een kwantitatieve methode om het door ouderen toegekende belang van verschillende aspecten van de zorgverlening te bepalen door ze keuzen te laten maken.<\/p>\r\n

Als derde kan men bij het uitvoeren van een systematisch literatuuronderzoek gebruikmaken van een standaardlijst uitkomstmaten (core outcome set; <\/i>COR), in dit geval gericht op de mening van patiënten over mondzorg.<\/p>\r\n

Tot slot kan men patiënten interviewen over hun ervaringen met de mondzorg en over hun ideaalbeeld van het gezondheidszorgsysteem (experience-based co-design;<\/i> EBCD).<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Voor innovatie van de mondzorg voor ouderen zijn PSP, DCE, COR en EBCD aanbevolen methodologische processen om verantwoorde keuzen te maken die beantwoorden aan de zorgvraag van ouderen.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Brocklehurst PR, McKenna G, Schimmel M, et al.<\/em> How do we incorporate patient views into the design of healthcare services for older people: a discussion paper. BMC Oral Health 2018; 18: 61.<\/p>","datum":"2019-03-01 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"244","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4984","auteurs":[{"id":"23","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C. de Baat","titel_key":"c_de_baat","old_id":"23","voorvoegsel":"C. de","achternaam":"Baat"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1903_159_163_excerpten.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gerodontologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2019","url":"\/artikel\/126\/03\/meewegen-van-mening-ouderen-bij-innovatie-van-de-mondzorg","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gerodontologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gerodontologie_logo.jpg"},{"id":"4488","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Analgetisch effect van lachgas","titel_key":"analgetisch_effect_van_lachgas","subtitel":"Kindertandheelkunde","samenvatting":"Behalve sedatie veroorzaakt de toepassing van lachgas ook een analgetisch effect. Doel van het onderzoek was om in een gerandomiseerd klinisch experiment na te gaan of dit analgetisch effect sterk genoeg is om klasse I- en II-restauraties in tijdelijke molaren te vervaardigen zonder toepassing van l...","content":"

Behalve sedatie veroorzaakt de toepassing van lachgas ook een analgetisch effect. Doel van het onderzoek was om in een gerandomiseerd klinisch experiment na te gaan of dit analgetisch effect sterk genoeg is om klasse I- en II-restauraties in tijdelijke molaren te vervaardigen zonder toepassing van lokale anesthesie. Om de risico’s uit oogpunt van pulpapathologie te omzeilen bleef het onderzoek beperkt tot caviteiten minder dan tweederde van de dentinediepte.<\/p>\r\n

Lachgas werd toegepast volgens de Relative Analgesia (RA)-techniek, wat neerkomt op een concentratie lachgas van maximaal 50%. In de experimentele groep werd uitsluitend lachgas toegediend. In de controlegroep werd lachgas toegepast in combinatie met lokale anesthesie, voorafgegaan door de applicatie van een oppervlakte-anestheticum. Voor het onderzoek werden 95 kinderen (3 tot 10 jaar) geselecteerd. De pijnperceptie werd beoordeeld aan de hand van een visueel analoge schaal (VAS, Wong-Baker FACES Pain Rating Scale). Kinderen die niet hadden gescoord werden uitgesloten van verder onderzoek. De resultaten zijn weergegeven in de tabel 1. Ook voor het geslacht bleek de VAS niet significant te verschillen (tab. 2).<\/p>\r\n

\"\"<\/figure>\r\n
Tabel 1.<\/strong> Evaluatie van de pijnperceptie in de RA-groep en de controlegroep aan de hand van de VAS.<\/em><\/figure>\r\n
\"\"<\/figure>\r\n
Tabel 2<\/strong>. Vergelijking VAS tussen jongens en meisjes.<\/em><\/figure>\r\n

Het blijkt dat er geen significant verschil in pijnperceptie bestond tussen beide groepen (p > 0,05). Het voordeel van het uitblijven van lokale anesthesie is dat voorlichting over lip- of tongbijten overbodig is. De optie om niet-restauratief te behandelen bleef buiten beeld.<\/p>\r\n

Conclusie. <\/b>Het analgetisch effect van lachgas is sterk genoeg om klasse I- en II-restauraties in tijdelijke molaren te vervaardigen zonder toepassing van lokale anesthesie.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Arcari S, Moscati M<\/em>. Nitrous oxide analgesic effect on children receiving restorative treatment on primary molars. Eur J Paediatr Dent 2018; 19: 205-212.

<\/p>","datum":"2019-03-01 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"244","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4985","auteurs":[{"id":"1301","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"R.J. M. Gruythuysen","titel_key":"r_j_m_gruythuysen_1","old_id":"0","voorvoegsel":"R.J. M.","achternaam":"Gruythuysen"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1903_159_163_excerpten.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2019","url":"\/artikel\/126\/03\/analgetisch-effect-van-lachgas","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"4448","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Cari\u00ebsdiagnostiek en besluitvorming onder tandartsen ","titel_key":"cariesdiagnostiek_en_besluitvorming_onder_tandartsen","subtitel":"Promotie C. Signori","samenvatting":"Cácia Signori voerde 5 onderzoeken uit om de diagnostiek en de behandeling van cariës te verbeteren. Uit haar literatuuronderzoek bleek dat de meeste nauwkeurigheidsonderzoeken naar visuele en radiografische methoden voor de dectectie van secundaire cariës geen klinische relevantie...","content":"

Cácia Signori voerde 5 onderzoeken uit om de diagnostiek en de behandeling van cariës te verbeteren. Uit haar literatuuronderzoek bleek dat de meeste nauwkeurigheidsonderzoeken naar visuele en radiografische methoden voor de dectectie van secundaire cariës geen klinische relevantie hadden. Vervolgens kwam Signori erachter dat een workshop die studenten trainde in de diagnose van cariës en de besluitvorming rondom restauraties, ervoor zorgde dat deze studenten beter scoorden op de detectie van cariës. In een derde onderzoek onderzocht de promovenda of de kwaliteit van restauraties van posterieure gebitselementen goed genoeg beoordeeld konden worden met intraorale opnamen. Deze methode bleek valide.<\/p>\r\n

Signori vergeleek ook hoe tandartsen-algemeen practici en experts besluiten nemen over gerestaureerde gebitsvlakken aan de hand van bitewing-opnamen. In 74% van de gevallen bereikten de tandartsen overeenstemming over de detectie van secundaire cariës en in 68% van de gevallen stelden zij dezelfde behandeling voor.<\/p>\r\n

Tot slot onderzocht Signori hoe risicofactoren bij een patiënt de klinische benadering van tandartsen beïnvloeden. Patiënten met een hoog-cariësrisico ontvingen in de meerderheid van de praktijken meer professionele fluorideapplicatie en sealants, wat een gepersonaliseerde behandelaanpak voor patiënten met cariës suggereert.<\/p>\r\n

Op  26 februari 2019<\/a> promoveerde Cácia Signori aan de Radboud Universiteit Nijmegen op haar proefschrift ‘Cariës diagnosis and decision-making<\/a>’. Promotoren waren prof. dr. M.C.D.N.J.M. Huysmans en prof. dr. M.S. Cenci (Universidade Federal de Pelotas, Brazil). Copromotor was dr. N.J.M. Opdam.<\/p>","datum":"2019-02-26 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4945","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/190226_pers_promotie_signori_web.jpg","rubriek_titel":"Actueel","uitgave_titel":null,"url":"\/nieuws\/cariesdiagnostiek-en-besluitvorming-onder-tandartsen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/190226_pers_promotie_signori_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/190226_pers_promotie_signori_web.jpg"},{"id":"4472","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Inschrijving voor \u2018Oral Reconstruction Foundation Research Award\u2019 geopend","titel_key":"inschrijving_voor_oral_reconstruction_foundation_research_award_geopend","subtitel":"","samenvatting":"The Oral Reconstruction Foundation, gevestigd in Bazel (Zwitserland), heeft de inschrijving van wetenschappelijke artikelen die kunnen meedingen naar de Oral Reconstruction Foundation Research Award 2018\/2019 opengesteld. De Award wordt elke 2 jaar uitgereikt en wordt beschikbaar gesteld aan jonge,...","content":"

The Oral Reconstruction Foundation, gevestigd in Bazel (Zwitserland), heeft de inschrijving van wetenschappelijke artikelen die kunnen meedingen naar de Oral Reconstruction Foundation Research Award 2018\/2019 opengesteld. De Award wordt elke 2 jaar uitgereikt en wordt beschikbaar gesteld aan jonge, getalenteerde wetenschappers, onderzoekers en andere toegewijde professionals van universiteiten, ziekenhuizen en praktijken.<\/p>\r\n

Vereiste voor het meedingen naar de Award is dat het wetenschappelijk artikel is gepubliceerd of is geaccepteerd voor publicatie in een Engels peer-reviewed<\/i> tijdschrift dat ingaat op de volgende onderwerpen in de orale implantologie, orale reconstructie of gerelateerd gebied:<\/p>\r\n