{"zoekterm":null,"zoekresultaten":[{"id":"4175","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Promotie A.E. Gerritsen: Verkorte tandboog en levenskwaliteit","titel_key":"promotie_a_e_gerritsen_verkorte_tandboog_en_levenskwaliteit","subtitel":"","samenvatting":"Anneloes Gerritsen onderzocht of een verkorte tandboog van invloed is op de levenskwaliteit, of verkorte tandbogen bestendig zijn op de lange termijn en hoe patiënten met een verkorte tandboog dit ervaren.\r\nHet bleek dat de levenskwaliteit van mensen met een verkorte tandboog vergelijkbaar is m...","content":"

Anneloes Gerritsen onderzocht of een verkorte tandboog van invloed is op de levenskwaliteit, of verkorte tandbogen bestendig zijn op de lange termijn en hoe patiënten met een verkorte tandboog dit ervaren.<\/p>\r\n

Het bleek dat de levenskwaliteit van mensen met een verkorte tandboog vergelijkbaar is met die van mensen met een volledige dentitie. Tevens bleek dat verkorte tandbogen wel lange tijd kunnen functioneren, maar dat ze wel meer onderhoud nodig hebben. De patiënten met een verkorte tandboog ervaarden dat op verschillende manieren. Voor sommigen was sprake van een directe of indirecte acceptatie van de verkorte tandboog, anderen wensten toch vervanging van de afwezige gebitselementen.<\/p>\r\n

Gerritsen verwacht dat de uitkomsten van dit onderzoek tandartsen kunnen helpen bij het beter informeren van hun patiënten indien sprake is van ontbrekende gebitselementen.<\/p>\r\n

Op 20 april 2018<\/a> promoveerde Anneloes E. Gerritsen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen op haar proefschrift ‘The shortened dental arch concept re-evaluated<\/a>’. Promotoren waren prof. dr. N.H.J. Creugers en prof. dr. P.F. Allen. Copromotoren waren dr. D.J. Witter en dr. ir. E.M. Bronkhorst.<\/p>\r\n

Eerder verscheen een bijdrage over haar promotieonderzoek in ‘Onder de loep<\/a>’ van 7 maart 2014.<\/p>","datum":"2018-04-20 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4660","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180420_pers_promotie_a_e_gerritsen_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/promotie-a-e-gerritsen-verkorte-tandboog-en-levenskwaliteit","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180420_pers_promotie_a_e_gerritsen_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180420_pers_promotie_a_e_gerritsen_web.jpg"},{"id":"4176","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Promotie S. Mastrogiacomo: Compatibel materiaal zichtbaar gemaakt voor r\u00f6ntgenopnamen","titel_key":"promotie_s_mastrogiacomo_compatibel_materiaal_zichtbaar_gemaakt_voor_rontgenopnamen","subtitel":"","samenvatting":"Vandaag de dag wordt in tandheelkundige en orthopedische praktijken veel compatibel materiaal, zoals keramiek, gebruikt om weefsel te repareren en te genezen. Dit materiaal is echter lastig te herkennen op conventionele röntgenopnamen omdat het in hoge mate overeenkomt met natuurlijk bot en tan...","content":"

Vandaag de dag wordt in tandheelkundige en orthopedische praktijken veel compatibel materiaal, zoals keramiek, gebruikt om weefsel te repareren en te genezen. Dit materiaal is echter lastig te herkennen op conventionele röntgenopnamen omdat het in hoge mate overeenkomt met natuurlijk bot en tandmateriaal. Simone Mastrogiacomo onderzocht dan ook nieuwe beeldvormende strategieën om dit materiaal zichtbaar te maken als het eenmaal in het lichaam zit. Hij ontwikkelde compatibel materiaal (keramiek) waarin contrastmiddelen zijn opgenomen die zichtbaar zijn op beeldopnamen met behulp van MRI en computertomografie. Zo kunnen op een niet-invasieve wijze en over langere tijd de compatibele materialen in het lichaam worden gevolgd. De beeldvormende techniek werd dierexperimenteel getest en bewezen op zichtbaarheid en compatibiliteit.<\/p>\r\n

Op 19 april 2018<\/a> promoveerde Simone Mastrogiacomo aan de Radbouduniversiteit op zijn proefschrift ‘Pre-clinical imaging strategies for bone and dental restorative biomaterials<\/a>’. Promotor was prof. dr. J.A. Jansen en copromotor was dr. X.F. Walboomers.<\/p>","datum":"2018-04-19 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4661","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180419_pers_promotie_s_mastrogiacomo_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/promotie-s-mastrogiacomo-compatibel-materiaal-zichtbaar-gemaakt-voor-rontgenopnamen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180419_pers_promotie_s_mastrogiacomo_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180419_pers_promotie_s_mastrogiacomo_web.jpg"},{"id":"4182","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Shine bright like a diamond\u2026","titel_key":"shine_bright_like_a_diamond","subtitel":"","samenvatting":"Soms maak ik in de praktijk dingen mee waar ik zo vreselijk om moet lachen of van geniet dat ik ze nooit zal vergeten. Enkele jaren geleden kwam een van mijn patiënten, een zogenoemde ‘reiziger’ die woonachtig is op een woonwagenkamp, bij mij de stoel voor de halfjaarlijkse controle...","content":"

Soms maak ik in de praktijk dingen mee waar ik zo vreselijk om moet lachen of van geniet dat ik ze nooit zal vergeten. Enkele jaren geleden kwam een van mijn patiënten, een zogenoemde ‘reiziger’ die woonachtig is op een woonwagenkamp, bij mij de stoel voor de halfjaarlijkse controle. We kenden elkaar al enkele jaren en ik weet dat hij niets liever wil dan al zijn restauraties laten vervangen voor gouden inlays of onlays. Goud vindt hij namelijk prachtig. Ik hield echter steevast voet bij stuk en bleef bij mijn standpunt dat goede restauraties niet vervangen hoeven te worden.<\/p>\r\n

Maar deze keer had hij een ander verzoek. Uit een piepklein envelopje viste hij een, naar eigen zeggen, kleine diamant. Breed lachend zei hij: “Deze wil ik in mijn tand!”<\/em>.  Glimlachend vroeg ik of hij erover had nagedacht dat deze er ook vanaf kan vallen en dat hij zijn diamant dan door zou kunnen slikken. Weg ‘bling bling!’. “Dat gaat niet gebeuren”<\/em>, zei hij. Ik moet zeggen dat ik het best een leuke uitdaging vond om dit klusje te klaren. Toen ik ‘het werkstuk’ bekeek, zag zie ik dat er wel buccaal ruimte geboord moest worden om de diamant in vast te zetten. Ik ging op zoek naar een geschikte restauratie en vond deze in gebitselement 16. Na kort overleg met de tandtechnieker voor tips ging ik aan de slag.<\/p>\r\n

Ik boorde een deel van de restauratie uit en plaatste daarna heel voorzichtig de diamant met een pincet in mijn preparatie. Maar toen schoot de diamant opeens uit mijn pincet en ik begon te roepen “Niet slikken! Niet slikken!\"<\/em>. Vliegensvlug kwam de patiënt overeind en wist de diamant in zijn mond terug te vinden. Samen barstten we uit in een nerveuze schaterlach. Bij poging 2 lukte het wel en ik omvatte de randen van de diamant met composiet waardoor het na het uitharden keurig op zijn plek bleef zitten. Na afloop trok hij een enorme klip met geld tevoorschijn en vroeg wat het kostte. Ik lachte en zei dat hij deze van mij kreeg zodat ik geen garantie hoefde te geven en dat ik geen verantwoordelijk nam als de diamant alsnog in zijn slokdarm zou verdwijnen.<\/p>\r\n

We zijn nu een jaar of 3 verder en nog steeds glimt het steentje me ieder half jaar tegemoet waardoor ik maar moeilijk een glimlach kan onderdrukken.<\/p>\r\n

Lisa Vermeulen<\/strong>, tandarts<\/p>","datum":"2018-04-19 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4667","auteurs":[{"id":"1057","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"L. Vermeulen","titel_key":"l_vermeulen","old_id":"0","voorvoegsel":"L.","achternaam":"Vermeulen"}],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/column_april18_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/shine-bright-like-a-diamond","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/column_april18_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/column_april18_web.jpg"},{"id":"4183","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Gebruik abrasieve tandpasta\u2019s niet wenselijk bij ernstige erosieve gebitsslijtage","titel_key":"gebruik_abrasieve_tandpastas_niet_wenselijk_bij_ernstige_erosieve_gebitsslijtage","subtitel":"","samenvatting":"Amerikaanse onderzoekers waarschuwen tegen het gebruik van tandpasta’s met sterk abrasieve eigenschappen door patiënten met een hoog risico op tanderosie. Zij bepleiten dat tandartsen na mondonderzoek deze patiënten waarschuwen voor dergelijke tandpasta’s.\r\nDe onderzoekers kwam...","content":"

Amerikaanse onderzoekers waarschuwen tegen het gebruik van tandpasta’s met sterk abrasieve eigenschappen door patiënten met een hoog risico op tanderosie. Zij bepleiten dat tandartsen na mondonderzoek deze patiënten waarschuwen voor dergelijke tandpasta’s.<\/p>\r\n

De onderzoekers kwamen tot deze conclusie nadat zij in een laboratorium runderincisieven hadden onderworpen aan een 5-daags protocol waarin deze tanden werden gepoetst met verschillende slurries (laag, gemiddeld en hoog abrassief) en erosie en remineralisatie werden gesimuleerd. Het bleek dat met de toename van de abrasiviteit ook de gebitsslijtage, zowel van glazuur als van dentine, toenam. Remineralisatie van 30 minuten reduceerde het slijtageproces, maar alleen voor het glazuur. Alleen de laag abrasieve tandpasta had een positief effect op zowel glazuur als dentine. Deze worden dan ook door de onderzoekers aanbevolen.<\/p>\r\n

(Bron: Am J Dent, februari 2018<\/a>)<\/p>","datum":"2018-04-19 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4668","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/nieuwbrief_apr18_01_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/gebruik-abrasieve-tandpastas-niet-wenselijk-bij-ernstige-erosieve-gebitsslijtage","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/nieuwbrief_apr18_01_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/nieuwbrief_apr18_01_web.jpg"},{"id":"4184","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"De staat van de gezondheid in de Verenigde Staten: 1990 versus 2016","titel_key":"de_staat_van_de_gezondheid_in_de_verenigde_staten_1990_versus_2016","subtitel":"","samenvatting":"Op basis van een groot aantal onderzoeken in alle staten van de Verenigde Staten, in een periode van ruim 25 jaar, blijkt dat de verschillen in gezondheid en levensverwachting per staat groot zijn. Opvallend is dat overal de belangrijkste risicofactoren voor een slechtere gezondheid en lagere levens...","content":"

Op basis van een groot aantal onderzoeken in alle staten van de Verenigde Staten, in een periode van ruim 25 jaar, blijkt dat de verschillen in gezondheid en levensverwachting per staat groot zijn. Opvallend is dat overal de belangrijkste risicofactoren voor een slechtere gezondheid en lagere levensverwachting het gestegen tabaks- alcohol-  en drugsgebruik en daarnaast overgewicht waren (zie afbeelding, A en B).<\/p>\r\n

Zowel in 1990 als in 2016 waren de belangrijkste gezondheidsklachten hart- en vaatziekten en longkanker. Echter, in 1990 was lage rugpijn nummer 3 op de lijst van klachten, terwijl in 2016 chronische longziekten deze plaats had ingenomen.<\/p>\r\n

Volgens de onderzoekers zouden de 3 risicofactoren meer aandacht moeten krijgen in onderzoek, gezondheidszorg en beleid van de overheden. Het onderzoek is vrij toegankelijk via jamanetwork.com<\/a>.<\/p>\r\n

(Bron: JAMA, 10 april 2018<\/a>)<\/p>\r\n

\"Aantal<\/p>","datum":"2018-04-19 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4669","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/nieuwbrief_apr18_02_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/de-staat-van-de-gezondheid-in-de-verenigde-staten-1990-versus-2016","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/nieuwbrief_apr18_02_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/nieuwbrief_apr18_02_web.jpg"},{"id":"4185","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Jaarsymposium 'Bijzondere pati\u00ebnten in de praktijk'","titel_key":"jaarsymposium_bijzondere_patienten_in_de_praktijk","subtitel":"Congresverslag","samenvatting":"Op vrijdag 13 april 2018 vond in Nieuwegein onder leiding van dagvoorzitter Dyonne Broers, directeur zorg ACTA, het derde door Lemion® georganiseerde jaarsymposium 'Bijzondere patiënten in de praktijk' plaats. Hierbij stond mondzorg voor patiënten met psychische stoornissen centraal.\r\n...","content":"

Op vrijdag 13 april 2018 vond in Nieuwegein onder leiding van dagvoorzitter Dyonne Broers, directeur zorg ACTA, het derde door Lemion® georganiseerde jaarsymposium 'Bijzondere patiënten in de praktijk' plaats. Hierbij stond mondzorg voor patiënten met psychische stoornissen centraal.<\/p>\r\n

Neurologe Yolande Pijnenburg behandelde niet-aangeboren hersenletsel. Aan de hand van voorbeelden uit haar praktijk en met hulp MRI-beelden legde zij duidelijk uit welke schade kan ontstaan als men met het hoofd ergens tegen aan botst. Zo zal door schade in de frontale hersengebieden de patiënt minder gevoelig zijn voor subtiele hints, waardoor een duidelijke, directieve benadering de voorkeur verdient. Klinisch psycholoog Agnes Dommerholt illustreerde aan de hand van filmfragmenten het gedrag van patiënten met een autismespectrumstoornis. De overgevoeligheid voor zintuiglijke prikkels kan ook tandpasta betreffen, waardoor bijvoorbeeld een milde tandpasta noodzakelijk kan zijn. Problemen met veranderingen maken tandartsbezoek vaak ook lastig. Deze dient dan ook prikkelarm, in kleine stappen en voorspelbaar te zijn. Psychiater Neeltje Batelaan besprak verschillende vormen van angststoornissen. De diverse angststoornissen onderscheiden zich vooral door de verschillende ‘rampen die men vreest’. Angststoornissen verhogen het risico op kaakklemmen. Bij de behandeling wordt vaak serotonerge antidepressiva voorgeschreven, waardoor xerostomie kan optreden. Cultureel antropoloog Cor Hoffer ging in op cultuursensitieve communicatie in de gezondheidszorg. Zo is cultuur van invloed op de pijnbeleving en gaan sommige migranten liever naar traditionele genezers. Een ‘cultureel interview’ kan inzicht geven in de leefwereld van patiënten: “Neem niet aan, maar vraag!”<\/p>\r\n

Bipolaire stoornissen beginnen vaak met een depressie, na enige tijd gevolgd door een manische periode. Hoogleraar Ralph Kupka benadrukte dat tijdens de depressie er risico op suïcide is, terwijl de manie tot uitputting leidt. Tijdens deze periode is de mondzorg soms minder en verschijnen patiënten niet op afspraken. Voor een symptoomvrij interval wordt als geneesmiddel nog steeds lithium gebruikt, wat een sterk xerogene bijwerking heeft en ongewenste interacties met NSAID’s kan opleveren. Tot slot besprak klinisch psycholoog Joost Hutsebaut  persoonlijkheidsstoornissen. Deze gaan gepaard met een sterk verhoogd risico op systemische ziekten en een veel kortere levensverwachting. Deze patiënten reageren vaak over-alert en zijn argwanend. Daarom zijn duidelijkheid en voorspelbaarheid bij de behandeling ook voor deze patiëntengroep essentieel en moet de samenwerking met de patiënt frequent worden gemonitord om na te gaan of men op een lijn zit.<\/p>\r\n

Kortom, dit was een buitengewoon boeiend symposium over buitengewone mensen en een aanrader voor mondzorgverleners.<\/p>\r\n

(Henk S. Brand, redacteur<\/strong>)<\/p>","datum":"2018-04-19 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4670","auteurs":[{"id":"100","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"H.S. Brand","titel_key":"h_s_brand","old_id":"100","voorvoegsel":"H.S.","achternaam":"Brand"}],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180413_jaarsymposium_bijzondere_patienten_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/jaarsymposium-bijzondere-patienten-in-de-praktijk","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180413_jaarsymposium_bijzondere_patienten_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180413_jaarsymposium_bijzondere_patienten_web.jpg"},{"id":"4181","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Flowable composiet geeft goede retentie als fissuurverzegeling","titel_key":"flowable_composiet_geeft_goede_retentie_als_fissuurverzegeling","subtitel":"","samenvatting":"Uit een systematisch literatuuronderzoek en meta-analyse is gebleken dat het gebruik van flowable composiet als fissuurverzegeling het retentiepercentage van de verzegeling iets verhoogt.\r\nDe Iraanse onderzoekers vergeleken de resultaten van klinisch onderzoek naar de retentie van fissuurverzegeling...","content":"

Uit een systematisch literatuuronderzoek en meta-analyse is gebleken dat het gebruik van flowable composiet als fissuurverzegeling het retentiepercentage van de verzegeling iets verhoogt.<\/p>\r\n

De Iraanse onderzoekers vergeleken de resultaten van klinisch onderzoek naar de retentie van fissuurverzegelingen die enerzijds waren gemaakt met flowable composiet en anderszijds met conventionele composiet. Zij verzamelden literatuur verschenen tot 13 april 2017. Er bleven 11 onderzoeken over die aan de inclusiecriteria voor het systematisch literatuuronderzoek voldeden en 9 onderzoeken die aan de inclusiecriteria voor de meta-analyse voldeden. Van de 11 onderzoeken in het systematisch literatuuronderzoek scoorden er 4 volgens de Jadad-schaal voor bewijskracht een laag risico van bias en 7 scoorden een gemiddeld risico van bias.<\/p>\r\n

De meta-analyse liet een significant positief effect zien voor het gebruik van flowable composiet als materiaal voor fissuurverzegelingen (odds ratio 2,387 [95% CI, 1,047, 5,444; p = 0,039]). Het onderzoek werd gepubliceerd in de Br Dent J<\/i> (2018; 224: 92-97<\/a>).<\/p>\r\n

(Bron: Britisch Dental Journal, 26 januari 2018<\/a>)<\/p>","datum":"2018-04-12 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4666","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180409_thk_flowable_composiet_als_fissuurverzegeling_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/flowable-composiet-geeft-goede-retentie-als-fissuurverzegeling","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180409_thk_flowable_composiet_als_fissuurverzegeling_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180409_thk_flowable_composiet_als_fissuurverzegeling_web.jpg"},{"id":"4174","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Promotie M. Beerens: Geen effect van remineralisatiepasta op wittevleklaesies","titel_key":"promotie_m_beerens_geen_effect_van_remineralisatiepasta_op_wittevleklaesies","subtitel":"","samenvatting":"Moniek Beerens richtte haar promotieonderzoek op de effectiviteit van de remineralisatiepasta MI Pasta Plus® op het herstel van wittevleklaesies die veelal ontstaan door vaste orthodontische apparatuur. De maatregelen om wittevleklaesies primair te voorkomen zijn bekend, maar de kennis over secu...","content":"

Moniek Beerens richtte haar promotieonderzoek op de effectiviteit van de remineralisatiepasta MI Pasta Plus® op het herstel van wittevleklaesies die veelal ontstaan door vaste orthodontische apparatuur. De maatregelen om wittevleklaesies primair te voorkomen zijn bekend, maar de kennis over secundaire preventie is beperkt. Beerens voerde gerandomiseerd klinisch onderzoek uit onder patiënten met wittevleklaesies en controlegroepen. Aan de hand van de resultaten kon ze concluderen dat de minimale invasieve remineralisatiestrategie met de pasta niet meer remineralisatie van de wittevleklaesies opleverde, niet op de korte maar ook niet op de lange termijn.<\/p>\r\n

Op 11 april 2018 promoveerde Moniek Beerens aan de Universiteit van Amsterdam op haar proefschrift ‘White spot lesions after orthodontic fixed appliance treatment. The effectiveness of MI paste plus as a remineralising agent; a RCT<\/a>’. Promotor was prof. dr. J. M. ten Cate en copromotor was dr. ir. M.H. van der Veen.<\/p>\r\n

(Bron: ACTA, april 2018<\/a>)<\/p>","datum":"2018-04-11 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4659","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180411_pers_promotie_m_beerens_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/promotie-m-beerens-geen-effect-van-remineralisatiepasta-op-wittevleklaesies","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180411_pers_promotie_m_beerens_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180411_pers_promotie_m_beerens_web.jpg"},{"id":"4180","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Het interstitium: een nieuw ontdekt orgaan","titel_key":"het_interstitium_een_nieuw_ontdekt_orgaan","subtitel":"","samenvatting":"Scientias meldt dat anno 2018 een nieuw orgaan is ontdekt. De ontdekkers hebben het ‘interstitium’ genoemd. Het orgaan bevindt zich net onder het oppervlak van de huid, rond het spijsverteringskanaal, de longen, de urinewegen en omringende vaten, aderen en het bindweefsel tussen spieren....","content":"

Scientias<\/i> meldt dat anno 2018 een nieuw orgaan is ontdekt. De ontdekkers hebben het ‘interstitium’ genoemd. Het orgaan bevindt zich net onder het oppervlak van de huid, rond het spijsverteringskanaal, de longen, de urinewegen en omringende vaten, aderen en het bindweefsel tussen spieren. Lang werd gedacht dat het dichte, verbindende weefsels waren. Maar in werkelijkheid blijken het met vloeistof gevulde compartimenten te zijn die bovendien met elkaar in verbinding staan en uitkomen in de lymfeklieren.<\/p>\r\n

\"Beeld:<\/p>\r\n

De verklaring voor het feit dat het interstitium niet eerder is ontdekt, ligt volgens de ontdekkers aan de wijze waarop weefsels worden bestudeerd. Dit gebeurt onder de microscoop en van tevoren worden de weefsels enigszins bewerkt om de cellen en structuren goed in beeld te krijgen. Dat betekent dat onder meer alle vloeistoffen uit het weefsel wordt gehaald, met als gevolg dat het interstitium als een heel dicht weefsel was te zien. De onderzoekers kwamen het nieuwe orgaan op het spoor toen zij een nieuwe technologie voor het in beeld brengen van weefsels toepasten. Deze technologie, ‘probe-based confocal laser endomicrosocpy’ genaamd, bestaat uit endoscopisch onderzoek met een laser en sensoren die het reflecterende fluorescente patroon van het weefsel analyseren. Men zag daarbij vreemde structuren die niet overeenkwamen met de bekende anatomie. Het biopsiemateriaal van dit weefsel leek in eerste instantie geen bijzonderheden op te leveren, maar later bleek dat de heel kleine ruimtes in het materiaal, die traditioneel ter zijde werden gelegd, eigenlijk de ingestorte, voorheen met vloeistof gevulde compartimenten te zijn.<\/p>\r\n

De onderzoekers stellen in het tijdschrift Scientific Reports<\/i> (2018; 8: 494727<\/a>) dat de compartimenten van het interstitium mogelijk dienen als schokdempers die voorkomen dat weefsels die veel samenknijpen, pulseren of pompen, scheuren. Tevens vermoeden zij dat dit nieuwe orgaan de verklaring kan geven voor het gegeven dat kankercellen in onder meer het spijsverteringskanaal, de longen en de bloedvaten hun weg weten te vinden naar de lymfeklieren.<\/p>\r\n

(Bronnen: Scientias<\/a> en Eurokalert<\/a>, 27 maart 2018)<\/p>\r\n

Beeld<\/strong>: Jill Gregory \/ Mount Sinai Health System, CC-BY-ND<\/p>","datum":"2018-04-11 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4665","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180330_med_het_interstitium_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/het-interstitium-een-nieuw-ontdekt-orgaan","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180330_med_het_interstitium_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180330_med_het_interstitium_web.jpg"},{"id":"4178","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Actief blijven is beste voor lage rugklachten","titel_key":"actief_blijven_is_beste_voor_lage_rugklachten","subtitel":"","samenvatting":"Uit een groot internationaal onderzoek (The Lancet, 22 maart 2018) is gebleken dat veel pati\u00ebnten met lage rugklachten verkeerde zorg krijgen. De onderzoekers menen dat dit schadelijk is voor miljoenen pati\u00ebnten in de wereld en dat het veel geld kost.","content":"

Uit een groot internationaal onderzoek (The Lancet, 22 maart 2018<\/a>) is gebleken dat veel patiënten met lage rugklachten verkeerde zorg krijgen. De onderzoekers menen dat dit schadelijk is voor miljoenen patiënten in de wereld en dat het veel geld kost.<\/p>\r\n

Er wordt heel veel geld verdiend aan de behandeling van lage rugklachten. Geld dat te vaak niet het gewenste resultaat oplevert, namelijk blijvende, substantiële vermindering van de rugklachten. Daarnaast kosten het ziekteverzuim en de uitkeringen bij werkloosheid de samenleving ook erg veel geld. In Nederland is dat ruim 3,5 miljard euro per jaar. Bij een andere aanpak had dit deels bespaard kunnen worden”<\/i>, aldus hoogleraar doelmatigheidsonderzoek Maurits van Tulder van de Vrije Universiteit Amsterdam, die bij de uitvoering van het onderzoek was betrokken.<\/p>\r\n

Lage rugpijn is wereldwijd een van de belangrijkste gezondheidsproblemen. De exacte oorzaak van de rugklachten is meestal onbekend. Van Tulder: “Veel behandelingen zijn niet of weinig effectief. Sterker nog; allerlei behandelingen maken het alleen maar erger”<\/i>. Afwijkingen die gezien worden op MRI- en CT-scans komen net zo vaak voor bij mensen met als zonder lage rugklachten. Ongeveer een kwart van de mensen met langdurige chronische lage rugklachten krijgt een morfine-achtige pijnstiller voorgeschreven, een verslavend middel met veel bijwerkingen.<\/p>\r\n

“Ons onderzoek toont aan dat actief blijven en oefeningen doen de beste strategieën zijn om zelf met lage rugklachten om te gaan, zelfs als dat leidt tot tijdelijke toename van pijn. Ook is het heel belangrijk om aan het werk te blijven en dagelijkse activiteiten en hobby’s te blijven uitvoeren”<\/i>, stelt Van Tulder. Volgens hem zou dit ook een forse kostenbesparing opleveren voor de samenleving.<\/p>\r\n

(Bron: Persbericht VU, 22 maart 2018<\/a>)<\/p>","datum":"2018-04-10 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4663","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180322_med_actief_blijven_is_beste_voor_lage_rugklachten_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/actief-blijven-is-beste-voor-lage-rugklachten","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180322_med_actief_blijven_is_beste_voor_lage_rugklachten_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180322_med_actief_blijven_is_beste_voor_lage_rugklachten_web.jpg"},{"id":"4179","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Lessen voor aanpak hoge geneesmiddelenprijzen","titel_key":"lessen_voor_aanpak_hoge_geneesmiddelenprijzen","subtitel":"","samenvatting":"Ellen ’t Hoen meent dat de hiv\/aids-aanpak gevolgd moet worden voor het wereldwijd mensen toegang geven tot betaalbare medicijnen. Ook pleit zij voor overheidsmaatregelen die ervoor zorgen dat medicijnen die met publiek geld zijn ontwikkeld tegen een redelijke prijs worden aangeboden.\r\nIn de j...","content":"

Ellen ’t Hoen meent dat de hiv\/aids-aanpak gevolgd moet worden voor het wereldwijd mensen toegang geven tot betaalbare medicijnen. Ook pleit zij voor overheidsmaatregelen die ervoor zorgen dat medicijnen die met publiek geld zijn ontwikkeld tegen een redelijke prijs worden aangeboden.<\/p>\r\n

In de jaren 1990 stierven elke dag 8.000 mensen in ontwikkelingslanden aan hiv\/aids omdat er geen betaalbare medicijnen voor hen waren. Fabrikanten vroegen € 15.000,- per patiënt per jaar voor medicijnen die voor € 50,- konden worden geproduceerd. Internationale organisaties, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie en de Wereldhandelsorganisatie, namen toen maatregelen waardoor de prijs van aidsmedicactie zakte naar € 80,- per patiënt per jaar.<\/p>\r\n

Inmiddels zijn hoge geneesmiddelenprijzen ook een probleem in rijke, westerse landen. Dat komt door de monopoliepositie die de fabrikant heeft als gevolg van een patent, dat de houder het recht geeft concurrenten van de markt te weren en dus zelf de prijs te bepalen. Als oplossing voor de hiv\/aidsgeneesmiddelencrisis maakten nationale overheden gebruik van flexibiliteiten in het patentrecht (zogenaamde TRIPS-flexibiliteiten). Hieruit kunnen lessen worden getrokken voor de aanpak van hoge geneesmiddelenprijzen vandaag de dag.<\/p>\r\n

’T Hoen promoveerde op 9 april 2018 aan de Rijksuniversiteit Groningen op dit onderwerp<\/a>.<\/p>\r\n

(Bron: RUG-nieuws, 4 april 2018<\/a>)<\/p>","datum":"2018-04-10 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4664","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180403_med_lessen_voor_aanpak_hoge_geneesmiddelenprijzen_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/lessen-voor-aanpak-hoge-geneesmiddelenprijzen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180403_med_lessen_voor_aanpak_hoge_geneesmiddelenprijzen_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180403_med_lessen_voor_aanpak_hoge_geneesmiddelenprijzen_web.jpg"},{"id":"4171","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Winnaar van Jubileumprijsvraag 4","titel_key":"winnaar_van_jubileumprijsvraag_4","subtitel":"","samenvatting":"Uitslag van de trekking van de jubileumprijsvraag 4 (maarteditie 2018)! De winnaar heeft het boek 'Atlas gebitsslijtage. Diagnose, behandeling en prognose ontvangen. ","content":"

\"De winnaar van jubileumprijsvraag 4 (maarteditie 2018)  is de heer W. Boumen<\/b> uit Baarlo. Het juiste antwoord op de vraag wie wordt beschouwd als de exponent van de condylaire school, was: Alfred Gysi. Dit antwoord is te vinden in het artikel ‘Serie: Tandheelkundig erfgoed. De articulator: de condylaire en de geometrische school<\/a> ’ van R. de Raat in de vrijdag verschenen aprileditie (pag. 195-196).<\/p>\r\n

De winnaar heeft het boek ‘Atlas gebitsslijtage. Diagnose, behandeling en prognose’ ontvangen.<\/p>","datum":"2018-04-09 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4656","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/ntvt_jubileumlogo_versie2.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/winnaar-van-jubileumprijsvraag-4","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/ntvt_jubileumlogo_versie2.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/ntvt_jubileumlogo_versie2.jpg"},{"id":"4177","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Dr. Sander Leeuwenburgh benoemd tot hoogleraar Regeneratieve Biomaterialen","titel_key":"dr_sander_leeuwenburgh_benoemd_tot_hoogleraar_regeneratieve_biomaterialen","subtitel":"","samenvatting":"Dr. Sander Leeuwenburgh is met ingang van 1 april 2018 benoemd tot hoogleraar Regeneratieve Biomaterialen aan de Radboud Universiteit\/Radboudumc. Hij werkt onder meer aan het ontwerp van injecteerbare en zelfherstellende biomaterialen die het eigen lichaam stimuleren tot zelfherstel van beschadigde ...","content":"

Dr. Sander Leeuwenburgh is met ingang van 1 april 2018 benoemd tot hoogleraar Regeneratieve Biomaterialen aan de Radboud Universiteit\/Radboudumc. Hij werkt onder meer aan het ontwerp van injecteerbare en zelfherstellende biomaterialen die het eigen lichaam stimuleren tot zelfherstel van beschadigde of verloren gegane weefsels<\/p>\r\n

Sander Leeuwenburgh behaalde in 2001 zijn master Materiaalkunde aan de Technische Universiteit Delft. In datzelfde jaar begon hij met zijn promotieonderzoek aan de afdeling Tandheelkunde van het Radboudumc. In 2006 promoveerde hij aan de Radboud Universiteit op zijn onderzoek naar biokeramische coatings voor botvervangende implantaten. Hierna bleef hij aan de afdeling Tandheelkunde verbonden als postdoc, later als universitair docent en sinds 2015 als universitair hoofddocent.<\/p>\r\n

Sander Leeuwenburgh kreeg voor zijn onderzoek meerdere beurzen, waaronder een Veni- en een Vidi-beurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Tevens is hij gastonderzoeker op de Rice University in Houston (Verenigde Staten) en de Kyoto University in Kyoto (Japan) geweest.<\/p>\r\n

(Bron: Radboud Universiteit, 3 april 2018<\/a>)<\/p>","datum":"2018-04-09 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4662","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180403_pers_dr_sander_leeuwenburgh_benoemd_tot_hoogleraar_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/dr-sander-leeuwenburgh-benoemd-tot-hoogleraar-regeneratieve-biomaterialen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180403_pers_dr_sander_leeuwenburgh_benoemd_tot_hoogleraar_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180403_pers_dr_sander_leeuwenburgh_benoemd_tot_hoogleraar_web.jpg"},{"id":"2537","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Gebitsslijtage: waarom, wat en hoe?","titel_key":"gebitsslijtage_waarom_wat_en_hoe","subtitel":"","samenvatting":"In dit themanummer maakt u kennis met nieuwe prevalentiegegevens van gebitsslijtage onder volwassenen, veranderde inzichten van etiologie en diagnostie, en worden de \u2018state-of-art\u2019 behandelopties van lokale slijtage tot aan volledige restauratieve behandelingen belicht.","content":"

In dit themanummer maakt u kennis met nieuwe prevalentiegegevens van gebitsslijtage onder volwassenen, veranderde inzichten van etiologie en diagnostie, en worden de ‘state-of-art’ behandelopties van lokale slijtage tot aan volledige restauratieve behandelingen belicht.<\/strong><\/p>\r\n

“Form follows function”<\/h2>\r\n

Bij het schrijven van dit redactioneel zag ik duidelijke paralellen tussen de behandelfilosofie zoals beschreven door de verschillende auteurs en behandelaars van dit themanummer en het bekende citaat van Louis Sullivan (1856-1924). Hij is de grondlegger van het functionalisme en dankt zijn bekendheid aan een citaat dat nog steeds veelvuldig wordt aangehaald: “Form follows function<\/i>”. Ofwel, de functie is leidend, de vorm volgt vanzelf. Zijn uitspraak is het devies geworden van het functionalisme met een minimalistische vormgeving, waarbij hij het begrip ‘functie’ veel breder opvatte en zich bij het ontwerpen liet leiden door de natuur. Sullivan ziet het als een universele wet van al het organische en anorganische, van al het fysische en metafysische, van al het menselijke en bovenmenselijke en van alle waarachtige uitingen van hoofd, hart en ziel; dat het leven te herkennen is aan zijn uitingsvormen en dat daarbij de vorm altijd de functie volgt. Ook is er een interessante relatie van dit citaat te vinden met de onlangs door de FDI (World Dental Federation) aangenomen nieuwe definitie van de term mondgezondheid. De nieuwe definitie omvat de mogelijkheid om te spreken, lachen, ruiken, proeven, kauwen, aan te raken en het uitdrukken van emoties via de gezichtsuitdrukking met zelfvertrouwen en zonder pijn, ongemak en craniofaciale ziekten. De nieuwe definitie reflecteert de fysiologische, psychologische en sociale eigenschappen die essentieel zijn voor de kwaliteit van leven. Zo blijkt dat de definitie van mondgezondheid en het oude citaat “Form follows function”<\/i> dus vele overeenkomsten hebben.<\/p>\r\n

De waarom-vraag binnen de ­huidige tandheelkunde<\/h2>\r\n

Als ik naar de huidige tandheelkunde kijk, valt het me vaak op dat juist de esthetiek zegeviert boven de functie. In publicaties, congressen of cursussen zie ik regelmatig schitterende casuïstiek, maar mis de essentie of het nut van de uitgevoerde behandeling. Aspecten die ik daarbij mis zijn de wensen en de aanwezige hulpvraag van de patiënt en het proces van ‘shared decision making’ om tot een goede behandeling te komen. De technieken en materialen die ons tegenwoordig ter beschikking staan, maken steeds meer mogelijk en misschien zelfs mooier dan met de oudere technieken. Wat ik me daarbij afvraag is of de functie, respectievelijk de beoogde verbetering van de mondgezondheid, ook wordt meegewogen in de behandelbeslissing. Zeker als ik prachtig ingekleurde fissuren op een tweede molaar voorbij zie komen, vraag ik me af voor wie deze behandeling is uitgevoerd en wat het nut ervan is. Ik kan me namelijk niet indenken dat de patiënt hier altijd op zit te wachten. Die wil waarschijnlijk gewoon een nette maar vooral goed functionerende restauratie.<\/p>\r\n

Zo blijkt dat tandartsen vaak wel antwoord kunnen geven op de wat- en hoe-vraag, maar vaak geen antwoord hebben op de waarom ze iets doen-vraag. Dit sluit aan bij de Golden Circle, beschreven door Simon Sinek, waarin met het ‘waarom’ wordt bedoeld wat je doelstelling is, waar je voor staat, je drijfveer of geloof. Het ‘wat’ staat voor het resultaat en het ‘hoe’ staat voor het proces en betreft de handelingen die moeten worden verricht om het ‘waarom’ te kunnen realiseren.<\/p>\r\n

Ondanks dat er misschien geen wetenschappelijke onderbouwing is voor deze theorie, heeft het mij wel geholpen beter te leren focussen, gerichter keuzes te maken en me meer te kunnen richten op die zaken die er echt toe doen. Kortom, een echte eye-opener.<\/p>\r\n

Met de basisprincipes van het functionalisme en de essentiële waarom-vraag in het achterhoofd, vraag ik me tegenwoordig steeds vaker af wat nu echt het doel is van mijn voorgestelde of geplande behandeling, met daarbij de vraag welke gezondheidswinst kan worden nagestreefd of verkregen. Het resultaat is dat ik hierdoor een stuk terughoudender ben geworden met indiceren.<\/p>\r\n

Dr. Bas A.C. Loomans, gastauteur<\/b><\/p>","datum":"2018-04-06 00:00:00","rubriek":"11","serie_naam":"","thema_naam":"Gebitsslijtage","thema_id":"60","uitgave":"234","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4642","auteurs":[{"id":"1111","gebruiker":"31","groep":"3","naam":"B.A.C. Loomans","titel_key":"b_a_c_loomans","old_id":"0","voorvoegsel":"B.A.C. ","achternaam":"Loomans"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1804_185_inhoud.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180226_bas_loomans_web.jpg","rubriek_titel":"Redactioneel","uitgave_titel":"april 2018","url":"\/artikel\/125\/4\/gebitsslijtage-waarom-wat-en-hoe","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180226_bas_loomans_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180226_bas_loomans_web.jpg"},{"id":"2538","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Serie: Tandheelkundig erfgoed. De articulator: de condylaire en de geometrische school","titel_key":"serie_tandheelkundig_erfgoed_de_articulator_de_condylaire_en_de_geometrische_school","subtitel":"","samenvatting":"Weinig mensen zullen zich bewust zijn van de enorme complexiteit die schuil gaat achter het kauwen van voedsel. Vanuit historisch perspectief is nog niet zo lang bekend hoe de kaak tijdens het kauwproces beweegt en hoe deze zich verhoudt in relatie tot de rest van het kaakstelstel. In een poging om de beweging van de onderkaak te imiteren hield een groep tandartsen in de Verenigde Staten rond de vorige eeuwwisseling zich bezig met het bedenken van een apparaat, een articulator, dat deze kauwbeweging natuurgetrouw kon nabootsen. Dit werd een belangrijk hulpmiddel bij het vervaardigen van gebitsprothesen.","content":"

Weinig mensen zullen zich bewust zijn van de enorme complexiteit die schuil gaat achter het kauwen van voedsel. Vanuit historisch perspectief is nog niet zo lang bekend hoe de kaak tijdens het kauwproces beweegt en hoe deze zich verhoudt in relatie tot de rest van het kaakstelstel. In een poging om de beweging van de onderkaak te imiteren hield een groep tandartsen in de Verenigde Staten rond de vorige eeuwwisseling zich bezig met het bedenken van een apparaat, een articulator, dat deze kauwbeweging natuurgetrouw kon nabootsen. Dit werd een belangrijk hulpmiddel bij het vervaardigen van gebitsprothesen.<\/strong><\/p>\r\n

 <\/p>","datum":"2018-04-06 00:00:00","rubriek":"18","serie_naam":"Tandheelkundig erfgoed","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"234","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4643","auteurs":[{"id":"1585","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"R. de Raat ","titel_key":"r_de_raat_1","old_id":"0","voorvoegsel":"R. de","achternaam":"Raat"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1804_195_196_geschiedenis.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/18ntvt110_02_web.jpg","rubriek_titel":"Geschiedenis en tandheelkunde","uitgave_titel":"april 2018","url":"\/artikel\/125\/4\/serie-tandheelkundig-erfgoed-de-articulator-de-condylaire-en-de-geometrische-school","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/18ntvt110_02_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/18ntvt110_02_web.jpg"},{"id":"2539","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Herstel van pathologische gebitsslijtage","titel_key":"herstel_van_pathologische_gebitsslijtage","subtitel":"","samenvatting":"Een 30-jarige man en een 23-jarige vrouw werden door hun huistandarts verwezen naar een praktijk voor bijzondere tandheelkunde vanwege gebitsslijtage. De man had last van afbrekend tandweefsel, hij had geen pijn, maar wel functionele klachten. Bovendien stoorde hij zich aan de verminderde esthetiek. De vrouw had geregeld pijn, milde functionele klachten en een verdiepte beet. Behandeling van pathologische gebitsslijtage begint met een goede diagnostiek en opsporen en elimineren van etiologische factoren. Daarnaast is voldoende motivatie bij de pati\u00ebnt van belang. De behandeling moet zo minimaal mogelijk invasief zijn. Bij afwezigheid van indirecte restauraties heeft het dynamisch behandelconcept de voorkeur, waarbij nieuwe ruimtelijke verhoudingen worden uitgetest in composiet. Bij behandeling van lokaal tandweefselverlies kan het Dahl-concept in aanmerking komen. Beide casussen benadrukken het belang van evaluatie van de uitgevoerde therapie. Langdurige follow-up is noodzakelijk bij het vergroten van inzicht en ervaring in het duiden van de etiologie en de benadering van ernstige gebitsslijtage.","content":"

Een 30-jarige man en een 23-jarige vrouw werden door hun huistandarts verwezen naar een praktijk voor bijzondere tandheelkunde vanwege gebitsslijtage. De man had last van afbrekend tandweefsel, hij had geen pijn, maar wel functionele klachten. Bovendien stoorde hij zich aan de verminderde esthetiek. De vrouw had geregeld pijn, milde functionele klachten en een verdiepte beet. Behandeling van pathologische gebitsslijtage begint met een goede diagnostiek en opsporen en elimineren van etiologische factoren. Daarnaast is voldoende motivatie bij de patiënt van belang. De behandeling moet zo minimaal mogelijk invasief zijn. Bij afwezigheid van indirecte restauraties heeft het dynamisch behandelconcept de voorkeur, waarbij nieuwe ruimtelijke verhoudingen worden uitgetest in composiet. Bij behandeling van lokaal tandweefselverlies kan het Dahl-concept in aanmerking komen. Beide casussen benadrukken het belang van evaluatie van de uitgevoerde therapie. Langdurige follow-up is noodzakelijk bij het vergroten van inzicht en ervaring in het duiden van de etiologie en de benadering van ernstige gebitsslijtage.<\/strong><\/p>","datum":"2018-04-06 00:00:00","rubriek":"7","serie_naam":"","thema_naam":"Gebitsslijtage","thema_id":"60","uitgave":"234","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4644","auteurs":[{"id":"1629","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"K.B. Wabeke","titel_key":"k_b_wabeke","old_id":"0","voorvoegsel":"K.B.","achternaam":"Wabeke"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1804_198_203_casuistiek.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/18ntvt119_06_web.jpg","rubriek_titel":"Casu\u00efstiek","uitgave_titel":"april 2018","url":"\/artikel\/125\/4\/herstel-van-pathologische-gebitsslijtage","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/18ntvt119_06_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/18ntvt119_06_web.jpg"},{"id":"2540","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"De prevalentie van gebitsslijtage onder de volwassen Nederlandse bevolking","titel_key":"de_prevalentie_van_gebitsslijtage_onder_de_volwassen_nederlandse_bevolking","subtitel":"","samenvatting":"De doelstelling van dit onderzoek, uitgevoerd in 2013, was de prevalentie van gebitsslijtage onder de Nederlandse volwassen bevolking in kaart te brengen. Het v\u00f3\u00f3rkomen van gebitsslijtage werd niet alleen bepaald in verschillende leeftijdsgroepen, er werd ook gekeken naar geslacht, sociaaleconomische status en verschillende gebitselementen. De resultaten werden vergeleken met een onderzoek uit 2007. Het verzamelen van de gegevens was onderdeel van een grootschalig tandheelkundig-epidemiologisch onderzoek. De 1.125 volwassen uit \u2018s-Hertogenbosch die aan dit onderzoek deelnamen, werden onderverdeeld in een vijftal leeftijdsgroepen. De gebitsslijtage werd gekwantificeerd door middel van een occlusale\/incisale vijfpuntenschaal. Het aantal door gebitsslijtage aangedane gebitselementen was hoger in de oudere leeftijdsgroepen. Mannen vertoonden meer gebitsslijtage dan vrouwen, evenals individuen met een lagere sociaaleconomische status waarbij eenzelfde tendens werd geconstateerd. Ten opzichte van 2007 was er in 2013 sprake van een toename van de ernst van slijtage. Geconcludeerd kan worden dat gebitsslijtage veelvuldig wordt waargenomen onder de volwassen Nederlandse bevolking.","content":"

De doelstelling van dit onderzoek, uitgevoerd in 2013, was de prevalentie van gebitsslijtage onder de Nederlandse volwassen bevolking in kaart te brengen. Het vóórkomen van gebitsslijtage werd niet alleen bepaald in verschillende leeftijdsgroepen, er werd ook gekeken naar geslacht, sociaaleconomische status en verschillende gebitselementen. De resultaten werden vergeleken met een onderzoek uit 2007. Het verzamelen van de gegevens was onderdeel van een grootschalig tandheelkundig-epidemiologisch onderzoek. De 1.125 volwassen uit ‘s-Hertogenbosch die aan dit onderzoek deelnamen, werden onderverdeeld in een vijftal leeftijdsgroepen. De gebitsslijtage werd gekwantificeerd door middel van een occlusale\/incisale vijfpuntenschaal. Het aantal door gebitsslijtage aangedane gebitselementen was hoger in de oudere leeftijdsgroepen. Mannen vertoonden meer gebitsslijtage dan vrouwen, evenals individuen met een lagere sociaaleconomische status waarbij eenzelfde tendens werd geconstateerd. Ten opzichte van 2007 was er in 2013 sprake van een toename van de ernst van slijtage. Geconcludeerd kan worden dat gebitsslijtage veelvuldig<\/strong> wordt waargenomen onder de volwassen Nederlandse<\/strong> bevolking.<\/p>","datum":"2018-04-06 00:00:00","rubriek":"10","serie_naam":"","thema_naam":"Gebitsslijtage","thema_id":"60","uitgave":"234","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4645","auteurs":[{"id":"939","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"P. Wetselaar","titel_key":"p_wetselaar","old_id":"948","voorvoegsel":"P. ","achternaam":"Wetselaar"},{"id":"700","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.H. Vermaire","titel_key":"j_h_vermaire","old_id":"700","voorvoegsel":"J.H. ","achternaam":"Vermaire"},{"id":"717","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"C.M. Visscher","titel_key":"c_m_visscher","old_id":"717","voorvoegsel":"C.M.","achternaam":"Visscher"},{"id":"427","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"F. Lobbezoo","titel_key":"f_lobbezoo","old_id":"427","voorvoegsel":"F. ","achternaam":"Lobbezoo"},{"id":"607","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"A.A. Schuller","titel_key":"a_a_schuller","old_id":"607","voorvoegsel":"A.A.","achternaam":"Schuller"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1804_205_213_thema.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/17ntvt201_intermezzo_2a_web.jpg","rubriek_titel":"Thema","uitgave_titel":"april 2018","url":"\/artikel\/125\/4\/de-prevalentie-van-gebitsslijtage-onder-de-volwassen-nederlandse-bevolking","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/17ntvt201_intermezzo_2a_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/17ntvt201_intermezzo_2a_web.jpg"},{"id":"2541","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Preventieve tandheelkunde 10. Erosieve gebitsslijtage","titel_key":"preventieve_tandheelkunde_10_erosieve_gebitsslijtage","subtitel":"","samenvatting":"Erosieve gebitsslijtage staat de laatste tijd vol in de aandacht en de prevalentie ervan onder jeugdigen lijkt te zijn toegenomen in Nederland. Het multifactori\u00eble karakter van de aandoening maakt het vinden van de oorzakelijke factoren, zowel in populaties als in individuele gevallen tot een lastige taak. Preventieve interventie is op zijn plaats indien (actieve) erosieve gebitsslijtage wordt vastgesteld. Vroegdiagnostiek is hierbij, vooral bij jeugdigen, van belang. Preventieve maatregelen, zoals voedingsadvies en fluoridemaatregelen, worden aanbevolen maar het wetenschappelijke bewijs voor hun effectiviteit is nog steeds beperkt. In gevallen waar refluxziekte de oorzaak is, heeft behandeling met medicijnen een reducerend effect op de progressie van de gebitsslijtage. Het herkennen van een niet-actieve toestand, bijvoorbeeld na succesvolle preventie is lastig, maar zal in de nabije toekomst ondersteund worden door digitale technieken.","content":"

Erosieve gebitsslijtage staat de laatste tijd vol in de aandacht en de prevalentie ervan onder jeugdigen lijkt te zijn toegenomen in Nederland. Het multifactoriële karakter van de aandoening maakt het vinden van de oorzakelijke factoren, zowel in populaties als in individuele gevallen tot een lastige taak. Preventieve interventie is op zijn plaats indien (actieve) erosieve gebitsslijtage wordt vastgesteld. Vroegdiagnostiek is hierbij, vooral bij jeugdigen, van belang. Preventieve maatregelen, zoals voedingsadvies en fluoridemaatregelen, worden aanbevolen maar het wetenschappelijke bewijs voor hun effectiviteit is nog steeds beperkt. In gevallen waar refluxziekte de oorzaak is, heeft behandeling met medicijnen een reducerend effect op de progressie van de gebitsslijtage. Het herkennen van een niet-actieve toestand, bijvoorbeeld na succesvolle preventie is lastig, maar zal in de nabije toekomst ondersteund worden door digitale technieken.<\/strong><\/p>","datum":"2018-04-06 00:00:00","rubriek":"10","serie_naam":"Preventieve tandheelkunde","thema_naam":"Gebitsslijtage","thema_id":"60","uitgave":"234","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4646","auteurs":[{"id":"313","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"M.C.D.N.J.M. Huysmans","titel_key":"m_c_d_n_j_m_huysmans","old_id":"313","voorvoegsel":"M.C.D.N.J.M.","achternaam":"Huysmans"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1804_217_222_thema.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/17ntvt205_04b_web.jpg","rubriek_titel":"Thema","uitgave_titel":"april 2018","url":"\/artikel\/125\/4\/preventieve-tandheelkunde-10-erosieve-gebitsslijtage","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/17ntvt205_04b_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/17ntvt205_04b_web.jpg"},{"id":"2542","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Europese consensusverklaring over de behandeling van ernstige gebitsslijtage","titel_key":"europese_consensusverklaring_over_de_behandeling_van_ernstige_gebitsslijtage","subtitel":"","samenvatting":"In 2016 vond een Europese consensusbijeenkomst plaats over de behandeling van ernstige gebitsslijtage. Deze bijeenkomst resulteerde in 2017 in de publicatie van de Europese consensusverklaring over de behandeling van ernstige gebitsslijtage. In de verklaring worden nieuwe definities van fysiologische en pathologische gebitsslijtage beschreven en aanbevelingen gegeven voor diagnostiek, het nemen van preventieve maatregelen en wordt aanbevolen te counselen en te monitoren om de onderliggende etiologische factoren van gebitsslijtage bij een pati\u00ebnt beter in beeld te krijgen. Het besluit of restauratief moet worden ingegrepen is multifactorieel en is mede afhankelijk van de ernst, de gevolgen van de slijtage en esthetische of functionele hulpvraag van de pati\u00ebnt. Een restauratieve behandeling moet zo lang mogelijk worden uitgesteld, maar op het moment dat een restauratieve behandeling is ge\u00efndiceerd, gaat de voorkeur uit naar minimaal invasieve technieken, waarbij gebruikgemaakt wordt van directe, indirecte of hybride behandelmethoden.","content":"

In 2016 vond een Europese consensusbijeenkomst plaats over de behandeling van ernstige gebitsslijtage. Deze bijeenkomst resulteerde in 2017 in de publicatie van de Europese consensusverklaring over de behandeling van ernstige gebitsslijtage. In de verklaring worden nieuwe definities van fysiologische en pathologische gebitsslijtage beschreven en aanbevelingen gegeven voor diagnostiek, het nemen van preventieve maatregelen en wordt aanbevolen te counselen en te monitoren om de onderliggende etiologische factoren van gebitsslijtage bij een patiënt beter in beeld te krijgen. Het besluit of restauratief moet worden ingegrepen is multifactorieel en is mede afhankelijk van de ernst, de gevolgen van de slijtage en esthetische of functionele hulpvraag van de patiënt. Een restauratieve behandeling moet zo lang mogelijk worden uitgesteld, maar op het moment dat een restauratieve behandeling is geïndiceerd, gaat de voorkeur uit naar minimaal invasieve technieken, waarbij gebruikgemaakt wordt van directe, indirecte of hybride behandelmethoden.<\/strong><\/p>","datum":"2018-04-06 00:00:00","rubriek":"10","serie_naam":"","thema_naam":"Gebitsslijtage","thema_id":"60","uitgave":"234","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4647","auteurs":[{"id":"1111","gebruiker":"31","groep":"3","naam":"B.A.C. Loomans","titel_key":"b_a_c_loomans","old_id":"0","voorvoegsel":"B.A.C. ","achternaam":"Loomans"},{"id":"939","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"P. Wetselaar","titel_key":"p_wetselaar","old_id":"948","voorvoegsel":"P. ","achternaam":"Wetselaar"},{"id":"502","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"N.J.M. Opdam","titel_key":"n_j_m_opdam","old_id":"502","voorvoegsel":"N.J.M.","achternaam":"Opdam"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1804_223_231_thema.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/17ntvt209_03a_web.jpg","rubriek_titel":"Thema","uitgave_titel":"april 2018","url":"\/artikel\/125\/4\/europese-consensusverklaring-over-de-behandeling-van-ernstige-gebitsslijtage","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/17ntvt209_03a_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/17ntvt209_03a_web.jpg"},{"id":"2543","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Direct of indirect restaureren: 5-jaarsoverleving en resterend weefsel","titel_key":"direct_of_indirect_restaureren_5_jaarsoverleving_en_resterend_weefsel","subtitel":"Restauratieve tandheelkunde","samenvatting":"De klinische keuze tussen direct of indirect restaureren is niet altijd gemakkelijk te maken. In dit artikel wordt getracht om de overleving van enkelvoudige restauraties in het posterieure gebied te relateren aan de hoeveelheid resterend tandmateriaal (0-4 wanden).\r\nEr werden 4 elektronische databa...","content":"

De klinische keuze tussen direct of indirect restaureren is niet altijd gemakkelijk te maken. In dit artikel wordt getracht om de overleving van enkelvoudige restauraties in het posterieure gebied te relateren aan de hoeveelheid resterend tandmateriaal (0-4 wanden).<\/p>\r\n

Er werden 4 elektronische databases en 8 tijdschriften manueel doorzocht. Geïncludeerd werden gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken en observationele onderzoeken waarin vitale posterieure gebitselementen van een indirecte restauratie waren voorzien of direct werden gerestaureerd en minstens 3 jaar werden gevolgd om de overleving te bepalen. ‘Falen’ werd gedefinieerd als volledig of gedeeltelijk verlies van de restauratie, zodat vervanging of reparatie nodig was.<\/p>\r\n

Uiteindelijk werden 5 gerandomiseerde klinische onderzoeken en 9 observationele onderzoeken geïncludeerd. De kwaliteit van de artikelen werd als laag tot gemiddeld beoordeeld. In de onderzoeken werden gezamenlijk 308.744 restauraties bekeken, waarvan 358 kronen, 4.804 composiet- en 303.582 amalgaamrestauraties. De overleving van alle restauraties was lager naarmate er minder tandweefsel over was (minder dan 2 resterende wanden). Composietrestauraties hadden een significant hogere faalkans dan kronen of amalgaamrestauraties, ongeacht de hoeveelheid resterend tandmateriaal. Bij molaren met minder dan 2 wanden resterend tandmateriaal hadden directe restauraties een significant hogere faalkans dan indirecte restauraties.<\/p>\r\n

\"\"
Afb. 1.<\/strong> Vijfjaarsoverleving van de onderzochte restauraties gerelateerd aan de hoeveelheid resterend tandmateriaal. a.<\/strong> Data van alle geïncludeerde onderzoeken samengenomen. b.<\/strong> Data van afb. a zonder de 2 meest invloedrijke onderzoeken. c.<\/strong> Data van alleen de observationele onderzoeken. d.<\/strong> Data van alleen de gerandomiseerde klinische onderzoeken.<\/figcaption><\/figure>\r\n

Opvallend genoeg spraken de bevindingen van de gerandomiseerde klinische onderzoeken en de observationele onderzoeken elkaar vaak tegen en presteerden de composietrestauraties in die laatste onderzoeken vaak beter dan de amalgaamrestauraties (zie afb .). Aangezien aan gerandomiseerd klinisch onderzoek een hoger niveau van bewijs wordt toegekend, werden deze voor het huidige onderzoek als leidend beschouwd. Tevens waren er voor gebitselementen met 3 of meer overblijvende wanden geen
resultaten voor kronen. Een weefselbesparende aanpak ligt dan meer voor de hand.
Conclusie.<\/strong> Ten aanzien van de grootte van de faalkans moet de keuze voor een restauratietype in het posterieure gebied worden gemaakt op basis van de hoeveelheid resterend tandmateriaal. Bij molaren met 2 of meer overblijvende wanden is een directe restauratie een geschikte keuze, bij minder resterend tandmateriaal verdient een indirecte restauratie de voorkeur.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Afrashtehfar KI, Emami E, Ahmadi M, Eilayyan O, Abi-Nader S, Tamimi F. <\/em>Failure rate of single-unit restorations on posterior vital teeth: a systematic review. J Prosthet Dent 2017: 117; 345-353.<\/p>","datum":"2018-04-06 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"234","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4648","auteurs":[{"id":"1631","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.M.B. Schuitemaker","titel_key":"j_m_b_schuitemaker","old_id":"0","voorvoegsel":"J.M.B.","achternaam":"Schuitemaker"},{"id":"148","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"M.S. Cune","titel_key":"m_s_cune","old_id":"148","voorvoegsel":"M.S.","achternaam":"Cune"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1804_233_235_excerpten.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/restauratieve_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2018","url":"\/artikel\/125\/4\/direct-of-indirect-restaureren-5-jaarsoverleving-en-resterend-weefsel","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/restauratieve_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/restauratieve_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"2544","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Tandartsen en pijnmanagement","titel_key":"tandartsen_en_pijnmanagement","subtitel":" Kindertandheelkunde","samenvatting":"Pijn tijdens tandheelkundige behandeling is een van de belangrijkste factoren voor het ontstaan van behandelangst bij kinderen en adolescenten. In dit onderzoek werd de houding van tandartsen ten opzichte van pijnbestrijding met pre- en postoperatief gebruik van analgetica en lokale anesthesie tijde...","content":"

Pijn tijdens tandheelkundige behandeling is een van de belangrijkste factoren voor het ontstaan van behandelangst bij kinderen en adolescenten. In dit onderzoek werd de houding van tandartsen ten opzichte van pijnbestrijding met pre- en postoperatief gebruik van analgetica en lokale anesthesie tijdens en na de behandeling onderzocht. Daarnaast werd er gekeken of er een verschil was tussen de behandelstrategieën van algemeen practici en tandarts-pedodontologen. In totaal deden er 461 tandartsen en 101 pedodontologen aan het onderzoek mee. De tandartsen vulden een vragenlijst in over pijnmanagement en kregen vragen over 4 klinische situaties.<\/p>\r\n

In de algemene praktijk werd minder aan pijnbestrijding gedaan. Tandarts-pedodontologen gebruikten meer algemene pijnstilling. De tandarts-pedodontologen bleken vaker met verschillende soorten pijnbestrijding te werken dan de algemeen practici. Bij het verwijderen van premolaren was er geen verschil in het gebruik van lokale anesthesie. Preoperatieve analgesie werd minder vaak gebruikt door algemeen practici. Daarnaast maakten zij ook minder gebruik van lokale anesthesie bij restauratieve zorg in de melk- dan in de blijvende dentitie. Vrouwelijke tandartsen-algemeen practici bleken overigens meer gebruik te maken van en meer advies aan hun patiënten te geven over pijnstilling dan hun mannelijke collegae.<\/p>\r\n

Conclusie<\/b>. De resultaten van dit onderzoek roepen vragen op over pijnbestrijding door tandartsen. De attitude ten aanzien van pijnbestrijding zou bij alle tandartsen bij de behandeling van kinderen en adolescenten gelijk moeten zijn. De onderzoekers suggereren dat extra scholing hierbij kan helpen.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Berlin H, List T, Ridell K, Klingberg G.<\/em> Dentists’ attitudes towards acute pharmacological pain management in children and adolescents. Int J Paediatr Dent 2018; 28: 152-160.<\/p>\r\n

 <\/p>","datum":"2018-04-06 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"234","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4649","auteurs":[{"id":"224","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"D.L. Gambon","titel_key":"d_l_gambon","old_id":"224","voorvoegsel":"D.L.","achternaam":"Gambon"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1804_233_235_excerpten.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2018","url":"\/artikel\/125\/4\/tandartsen-en-pijnmanagement","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"2545","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Voeding voor een gezonde mond","titel_key":"voeding_voor_een_gezonde_mond","subtitel":"Boek","samenvatting":"R. Sroda, T. Reinhard. Nutrition for dental health Philadelphia: Wolters Kluwer, 2019 438 bl., geïll. £ 51,00 ISBN 13 978 1 4963 3343 8\r\nDit Amerikaanse boek met een veelbelovende titel is volgens het voorwoord bedoeld voor mondhygiënisten en tandartsassistenten in opleiding, maar oo...","content":"

\"\"R. Sroda, T. Reinhard.
Nutrition for dental health
Philadelphia: Wolters Kluwer, 2019
438 bl., geïll. £ 51,00
ISBN 13 978 1 4963 3343 8<\/strong><\/figure>\r\n

Dit Amerikaanse boek met een veelbelovende titel is volgens het voorwoord bedoeld voor mondhygiënisten en tandartsassistenten in opleiding, maar ook als referentie voor tandartsen-algemeen practici. Ieder hoofdstuk wordt voorafgegaan door leerdoelen en kernwoorden, bevat overdenkingen met vragen en wordt afgesloten door een literatuuroverzicht met opdrachten, referenties en websites. De verklarende woordenlijst is echter zeer beperkt.<\/p>\r\n

Nieuw ten opzichte van de eerdere uitgaven is de mogelijkheid om via een inlogcode, die aan de binnenzijde van de kaft beschikbaar is, op de website thePoint®<\/sup> aanvullende informatie te bekijken. Eerst moet een persoonlijk account worden aangemaakt, waarna met de link ‘studenten’ enige informatie en slechts 5 video’s beschikbaar komt. Dit voegt weinig toe. Het feit dat hoofdstuk 18 alleen met een persoonlijk account online beschikbaar is, beperkt eveneens de toegankelijkheid van het boek. Voor gebruik van de bronnen voor docenten, zoals het e-book, de syllabus ‘Coversion Guides’, PowerPoint-presentaties en casusonderzoeken, moet goedkeuring worden verkregen. Voor deze recensist was het moeilijk te achterhalen hoe dat dan moet; maar dat kan liggen aan het feit dat een recensie-exemplaar beperkte mogelijkheden geeft.<\/p>\r\n

Inhoudelijk focust het boek zich vooral op de belangrijkste voedingsmiddelen en voedingsrichtlijnen. Er wordt weinig aandacht besteed aan mondgezondheid. Slechts een klein hoofdstuk bespreekt voeding en cariës en voeding en het parodontium. En alleen terloops wordt tanderosie in het hoofdstuk over cariës besproken. Het hoofdstuk over noodzakelijke voedingsstoffen, zoals vitamines en mineralen, en de ontwikkeling en instandhouding van de verschillende structuren in de mond wekt de indruk dat we dagelijks met tekorten van doen hebben. Iets wat in de westerse samenleving zeer weinig wordt gezien.<\/p>\r\n

De inhoud is onvolledig, onjuist en de afbeeldingen snijden geen hout. Het lijkt of de auteurs weinig tandheelkundig onderlegd zijn. Kortom, veelbelovend, maar het boek maakt de verwachting niet waar. Helaas is het geen aanrader.<\/p>\r\n

 <\/p>","datum":"2018-04-06 00:00:00","rubriek":"12","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"234","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4650","auteurs":[{"id":"224","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"D.L. Gambon","titel_key":"d_l_gambon","old_id":"224","voorvoegsel":"D.L.","achternaam":"Gambon"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1804_237_media.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/18ntvt103_web.jpg","rubriek_titel":"Media","uitgave_titel":"april 2018","url":"\/artikel\/125\/4\/voeding-voor-een-gezonde-mond","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/18ntvt103_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/18ntvt103_web.jpg"},{"id":"2546","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Atlas over gebitsslijtage","titel_key":"atlas_over_gebitsslijtage","subtitel":"Boek","samenvatting":"A.W.J. van Pelt, C.M. Kreulen, F. Lobbezoo, P. Wetselaar (red.) Atlas gebitsslijtage. Diagnose, behandeling en prognose Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 2018 305 bl., geïll. € 150,00 ISBN 978 90 368 05377\r\nDit boek zal iedere tandarts direct pakken om door te bladeren, te lezen en er &lsqu...","content":"

\"\"A.W.J. van Pelt, C.M. Kreulen, F. Lobbezoo, P. Wetselaar (red.)
Atlas gebitsslijtage. Diagnose, behandeling en prognose
Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 2018
305 bl., geïll. € 150,00
ISBN 978 90 368 05377<\/strong>\r\n

Dit boek zal iedere tandarts direct pakken om door te bladeren, te lezen en er ‘tips en tricks’ uit te halen die direct toepasbaar zijn in de praktijk. De redactie van het boek afkomstig uit de tandheelkunde-opleidingen in Groningen, Nijmegen en Amsterdam, heeft een grote groep ervaren en bekende Nederlandse clinici bereid gevonden om een kijkje in de tandheelkundige keuken te geven. Het resultaat is een helder en overzichtelijk boekwerk met een zeer ruim scala aan diverse en rijk geïllustreerde ­casuïstiek.<\/p>\r\n<\/figure>\r\n

Na een korte introductie worden vrijwel alle denkbare onderwerpen op het gebied van gebitsslijtage besproken aan de hand van tientallen verschillende casus. In 4 blokken wordt achtereenvolgens de analyse van het probleem, de behandeling van lokale en gegeneraliseerde slijtage en tot slot de prognose en het onderhoud besproken. Zo komt het Digital Smile Design aan bod, worden diverse varianten van het Dahl-principe besproken en krijgt de lezer inzicht in het bepalen van de beethoogte bij ernstige slijtage. Tot in plezierig detail worden de uitvoeringsmogelijkheden bij het occlussie- en functieherstel besproken. Daarnaast worden directe en indirecte behandeltechnieken en mogelijkheden verder uitgewerkt in casus­besprekingen.<\/p>\r\n

Alle aspecten van gebitsslijtage worden op een zeer systematische en gestructureerde wijze behandeld en worden alle stappen in de behandeling helder toegelicht in woord en beeld. Deze ‘Atlas Gebitsslijtage’ kan zijn plek innemen naast de andere standaardwerken die in iedere tandartspraktijk thuishoren. Kortom, een boek dat voor de bevlogen clinicus (zowel tandarts als student) niet lang ongelezen in de kast zal blijven staan en vertrouwen geeft om, afhankelijk van de moeilijkheidsgraad van de mutilatie en slijtage, aan de hand van goede diagnostiek te werken aan gebitsherstel.<\/p>\r\n

 <\/p>","datum":"2018-04-06 00:00:00","rubriek":"12","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"234","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4651","auteurs":[{"id":"91","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"C.P. Bots","titel_key":"c_p_bots","old_id":"91","voorvoegsel":"C.P. ","achternaam":"Bots"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/1804_237_media.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/18ntvt120_web.jpg","rubriek_titel":"Media","uitgave_titel":"april 2018","url":"\/artikel\/125\/4\/atlas-over-gebitsslijtage","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/18ntvt120_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/18ntvt120_web.jpg"},{"id":"2547","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Voorkomt arginine in tandpasta cari\u00ebs?","titel_key":"voorkomt_arginine_in_tandpasta_caries","subtitel":"Preventieve tandheelkunde","samenvatting":"Arginine is een aminozuur dat ooit werd toegevoegd aan tandpasta’s om gevoelige tandhalzen te behandelen. Geruime tijd komt arginine ook voor in cariëslaesie reducerende producten. Het huidige systematisch uitgevoerde literatuuronderzoek had tot doel na te gaan hoeveel bewijs er is dat ar...","content":"

Arginine is een aminozuur dat ooit werd toegevoegd aan tandpasta’s om gevoelige tandhalzen te behandelen. Geruime tijd komt arginine ook voor in cariëslaesie reducerende producten. Het huidige systematisch uitgevoerde literatuuronderzoek had tot doel na te gaan hoeveel bewijs er is dat arginine bevattende tandheelkundige producten effectiever carieuze laesies voorkomen dan vergelijkbare producten zonder arginine.<\/p>\r\n

In de uiteindelijk 4 in dit systematisch literatuuronderzoek geïncludeerde onderzoeken was arginine aan tandpasta toegevoegd. In slechts 1 van de 4 onderzoeken werd het effect van arginine op het voorkómen van carieuze dentinelaesies onderzocht. Vergeleken met de controlegroep (tandpasta zonder arginine) bleek argininehoudende tandpasta na 2 jaar niet effectiever te zijn.<\/p>\r\n

Conclusie<\/b>. De onderzoekers stelden vast dat er geen bewijs is dat arginine in tandpasta een toegevoegde waarde heeft. Ze concludeerden ook dat een aantal van de niet-geïncludeerde onderzoeken ethisch onverantwoord waren (controlegroep zonder fluoride in de tandpasta).<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Ástvaldsdóttir Á, Naimi-Akbar A, Davidson T, et al.<\/em> Arginine and caries prevention: a systematic review. Caries Res 2016; 50: 383-393.<\/p>","datum":"2018-04-06 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"234","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4652","auteurs":[{"id":"222","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.E. Frencken","titel_key":"j_e_frencken","old_id":"222","voorvoegsel":"J.E.","achternaam":"Frencken"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/1804_233_235_excerpten.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/preventieve_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2018","url":"\/artikel\/125\/4\/voorkomt-arginine-in-tandpasta-caries","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/preventieve_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/preventieve_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"2548","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"De effectiviteit van 12% en 38% zilverdiaminefluoride","titel_key":"de_effectiviteit_van_12_en_38_zilverdiaminefluoride","subtitel":"Preventieve tandheelkunde","samenvatting":"Aan zilverdiaminefluoride wordt een remmende werking van het cariësproces in dentinecaviteiten toegekend. Wat echter nog onduidelijk is, is de invloed van de mate van concentratie en frequentie van toepassing van dit middel.\r\nEr werden 4 behandelgroepen 30 maanden onderzocht in gemiddeld 3,8-ja...","content":"

Aan zilverdiaminefluoride wordt een remmende werking van het cariësproces in dentinecaviteiten toegekend. Wat echter nog onduidelijk is, is de invloed van de mate van concentratie en frequentie van toepassing van dit middel.<\/p>\r\n

Er werden 4 behandelgroepen 30 maanden onderzocht in gemiddeld 3,8-jarigen. Groep 1 en 2 bestond uit 12% zilverdiaminefluoride respectievelijk aangebracht elke 12 en 6 maanden en groep 3 en 4 uit 38% zilverdiaminefluoride ook respectievelijk aangebracht elke 12 en 6 maanden. Het gemiddeld aantal carieuze dentinelaesies per oppervlak per kind was 4,75.<\/p>\r\n

Na 30 maanden bleek de frequentie van applicatie geen invloed op de mate van het inactiveren van carieuze dentinelaesies te hebben, maar wel de concentratie zilverdiaminefluoride. De prevalentie van geïnactiveerde carieuze dentinelaesies was 55,2% (groep 1), 58,6% (groep 2), 66,9% (groep 3) en 75,7% (groep 4). De mate van plaque op de gebitselementen had een significante interactie met de frequentie van aanbrengen van zilverdiaminefluoride.<\/p>\r\n

Conclusie<\/b>. De 38% zilverdiaminefluoride was effectiever in het inactiveren van carieuze dentinelaesies dan de 12% zilverdiaminiefluoride. Kinderen met een slechte mondhygiëne bleken gebaat te zijn bij een 6-maandelijkse applicatie van 38% ziverdiaminefluoride.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Fung MHT, Duangthip D, Wong MCM, Lo ECM, Chu CH<\/em>. Randomized clinical trial of 12% and 38% silver diamine fl uoride treatment. J Dent Res 2018: 97; 171-178.

<\/p>","datum":"2018-04-06 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"234","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4653","auteurs":[{"id":"222","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.E. Frencken","titel_key":"j_e_frencken","old_id":"222","voorvoegsel":"J.E.","achternaam":"Frencken"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/1804_233_235_excerpten.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/preventieve_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2018","url":"\/artikel\/125\/4\/de-effectiviteit-van-12-en-38-zilverdiaminefluoride","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/preventieve_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/preventieve_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"2549","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Signalen van artrose op een panoramische r\u00f6ntgenopname","titel_key":"signalen_van_artrose_op_een_panoramische_rontgenopname","subtitel":"Radiologie","samenvatting":"De meest voorkomende gewrichtsziekte in het menselijk lichaam is de artrose en deze wordt gedefinieerd als een artritische conditie met een lage ontstekingscomponent. Dit in tegenstelling tot een artritische conditie met een hoge ontstekingscomponent zoals reumatoïde artritis. De conditie met e...","content":"

De meest voorkomende gewrichtsziekte in het menselijk lichaam is de artrose en deze wordt gedefinieerd als een artritische conditie met een lage ontstekingscomponent. Dit in tegenstelling tot een artritische conditie met een hoge ontstekingscomponent zoals reumatoïde artritis. De conditie met een lage ontstekingscomponent kan een acute fase bevatten (artritis), leidend tot een degeneratief proces in het gewricht, of een meer chronische fase (artrose). De laatste is meestal minder pijnlijk. Gewrichten die het meest worden aangedaan door artrose zijn knie, heup en hand, maar ook het kaakgewricht. Orofaciale pijn kan een teken zijn van artrose, maar het voorkomen van orofaciale pijn en radiologische veranderingen in het temporomandibulair gewricht hebben een zwakke relatie. Het geslacht vrouw, ouder worden en gewrichtscrepitatie vergroten de kans op het vinden van structurele veranderingen in de röntgenbeelden.<\/p>\r\n

Cijfers over de prevalentie van afwijkingen van het temporomandibulair gewricht zichtbaar op een panoramische röntgenopname variëren aanzienlijk vanwege het kwetsbare beoordelingsproces. De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid is daardoor laag. Ook de sensitiviteit is laag, met een acceptabele specificiteit. De prevalentie en incidentie van radiologische veranderingen in het temporomandibulair gewricht zijn dus onzeker. Dit is belangrijk om te weten als patiënten met pijn en disfunctie in het orofaciale gebied worden onderzocht. In het onderhavige onderzoek werd de prevalentie van radiologische veranderingen in het temporomandibulair gewricht bij een representatieve groep vrouwen van middelbare en hogere leeftijd bepaald.<\/p>\r\n

Gegevens werden verzameld uit bestaande en lopende representatieve longitudinale en herhaalde cross-sectionele onderzoeken in Gotenburg (Zweden). Cohorten werden samengesteld uit het vrouwelijk deel van de populatie op de leeftijd van 38, 50, 62 en 74 jaar. Veranderingen in het kaakgewricht indicatief voor artrose (afvlakking, osteofyten, erosie) werden geëvalueerd op in totaal ruim 5.000 panoramische röntgenopnamen door een beoordelaar. De intrabeoordelaarsbetrouwbaarheid was goed. Sensitiviteit van de beoordeling was slecht en de specificiteit acceptabel in vergelijking met computertomogrammen als gouden standaard. De prevalentie van artrose was 18% bij de jongste groep van 38 jaar. Daarna nam het voorkomen met de jaren toe. Op 68-jarige leeftijd was het 38% en in de oudere leeftijdsgroepen was de prevalentie stabiel rond de 45%. De grootste toename van artrose was tussen de 55 en 65 jaar. Bilateraal voorkomen van de ziekte was zeldzaam. Afvlakking van het kaakgewricht was het meest voorkomende symptoom.<\/p>\r\n

Conclusie<\/b>. Het voorkomen van signalen van artrose in het kaakgewricht op een panoramische röntgenopname bij vrouwen neemt toe met de leeftijd. Bij ongeveer eenvijfde van de vrouwen van middelbare leeftijd en bijna de helft van de vrouwen in de hogere leeftijdsgroep kunnen enige radiologische verandering in het temporomandibulair gewricht worden verwacht.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Bäck K, Ahlqwist M, Hakeberg M, Dahlström L.<\/em> Occurrence of signs of osteoarthritis\/arthrosis in the temporomandibular joint on the panoramic radiographs in Swedish women. Community Dent Oral Epidemiol 2017; 45: 478 -484.<\/p>","datum":"2018-04-06 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"234","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4654","auteurs":[{"id":"528","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.H.G. Poorterman","titel_key":"j_h_g_poorterman","old_id":"528","voorvoegsel":"J.H.G.","achternaam":"Poorterman"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/1804_233_235_excerpten.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"april 2018","url":"\/artikel\/125\/4\/signalen-van-artrose-op-een-panoramische-rontgenopname","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/radiologie_logo.jpg"},{"id":"4172","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Onderzoeksbeurs van Eklund Foundation beschikbaar","titel_key":"onderzoeksbeurs_van_eklund_foundation_beschikbaar","subtitel":"","samenvatting":"De Eklund Foundation for Odontological Research and Education stelt voor het derde jaar € 160.000,00 beschikbaar voor onderzoeksprojecten in de tandheelkunde. De Eklund Foundation staat open voor experimentele en klinische onderzoeken binnen alle velden van de tandheelkunde. Projecten die gerel...","content":"

De Eklund Foundation for Odontological Research and Education stelt voor het derde jaar € 160.000,00 beschikbaar voor onderzoeksprojecten in de tandheelkunde. De Eklund Foundation staat open voor experimentele en klinische onderzoeken binnen alle velden van de tandheelkunde. Projecten die gerelateerd kunnen worden aan parodontologie, implantologie en cariologie krijgen prioriteit bij de selectie.<\/p>\r\n

De online aanmeldingsportal via eklundfoundation.org<\/a> is van 1 mei tot en met 31 mei 2018 open voor aanvragen. De geselecteerde projecten worden bekendgemaakt in de herfst van 2018.<\/p>\r\n

De Eklund Foundation komt voort uit een donatie door de Eklund-familie, de oprichters van het Zweedse mondhygiënebedrijf TePe Munhygienprodukter AB. De Foundation werd opgericht in 2015 met als doel internationaal onderzoek en educatie binnen het tandheelkundig werkgebied mogelijk te maken.<\/p>\r\n

In 2017 ontving Nederlandse onderzoeker Monique Danser (ACTA) een beurs van € 28.995,00 voor haar onderzoek getiteld ‘Effect of daily flavonoid supplements on periodontal and systemic conditions before and after periodontal treatment’. En in 2016 wist ACTA-onderzoeker Alexa Laheij een beurs van € 32.000,00 binnen te halen voor haar onderzoek ‘The oral cavity as a source of febrile neutropenia: An observational study in patients with solid tumors treated with myelosuppressive chemotherapy’.<\/p>\r\n

Meer informatie naar: eklundfoundation.org<\/a>.<\/p>\r\n

(Bron: Eklund Foundation, 3 april 2018)<\/p>","datum":"2018-04-06 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4657","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180403_thk_onderzoeksbeurs_van_eklund_foundation_beschikbaar_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/onderzoeksbeurs-van-eklund-foundation-beschikbaar","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180403_thk_onderzoeksbeurs_van_eklund_foundation_beschikbaar_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180403_thk_onderzoeksbeurs_van_eklund_foundation_beschikbaar_web.jpg"},{"id":"4173","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Mondzorgregister stopt per 1 mei 2018","titel_key":"mondzorgregister_stopt_per_1_mei_2018","subtitel":"","samenvatting":"De pilot Het Mondzorgregister zal per 1 mei 2018 stoppen. Het register, dat bij- en nascholing van tandartsen, mondhygiënisten, tandartsassistenten en studenten tandheelkunde en mondzorgkunde registreerde, is na beraad tot de conclusie gekomen dat met de verwachte veranderingen in de organisati...","content":"

De pilot Het Mondzorgregister zal per 1 mei 2018 stoppen. Het register, dat bij- en nascholing van tandartsen, mondhygiënisten, tandartsassistenten en studenten tandheelkunde en mondzorgkunde registreerde, is na beraad tot de conclusie gekomen dat met de verwachte veranderingen in de organisatie en registratie van bij- en nascholing voor haar geen toekomst meer is weggelegd. Het Mondzorgregister gaat ervan uit dat in 2019 grote veranderingen optreden voor bij- en nascholing, omdat gesproken wordt van de herregistratie in het BIG-register waarbij de deskundigheidsbevorderende activiteiten verplicht gesteld zullen gaan worden. Naast deze verwachting speelde ook de nieuwe wetgeving op het gebied van privacy (AVG) een rol in de beslissing te stoppen met het Mondzorgregister.<\/p>\r\n

Voor de leden kunnen nog tot 1 mei 2018 gegevens van cursussen worden opgenomen. De leden kunnen vervolgens tot en met 18 mei 2018 hun gegevens uit het Mondzorgregister opslaan voor hun eigen administratie. Daarna zal het register offline gaan.<\/p>\r\n

(Bron: Mondzorgregister, 3 april 2018<\/a>)<\/p>","datum":"2018-04-06 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4658","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/mondzorgregister_logo_brief.png","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/mondzorgregister-stopt-per-1-mei-2018","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/mondzorgregister_logo_brief.png","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/mondzorgregister_logo_brief.png"},{"id":"4170","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Beter defini\u00ebren van aggressieve parodontitis gewenst","titel_key":"beter_definieren_van_aggressieve_parodontitis_gewenst","subtitel":"","samenvatting":"Uit een systematisch literatuuronderzoek van Ramírez et al naar de crititeria die in klinische onderzoeken werden aangehouden om aggressieve parodontitis te definiëren, bleek dat er een grote heterogeniteit is in de gebruikte criteria. Er werden variaties in leeftijd, klinisch aanhechtin...","content":"

Uit een systematisch literatuuronderzoek van Ramírez et al naar de crititeria die in klinische onderzoeken werden aangehouden om aggressieve parodontitis te definiëren, bleek dat er een grote heterogeniteit is in de gebruikte criteria. Er werden variaties in leeftijd, klinisch aanhechtingsniveau, pocketdiepte en radiologische bevindingen gevonden. Dit heeft uiteraard mogelijk direct een gevolg voor het interpreteren van onderzoek ongeacht het onderwerp. De onderzoekers roepen dan ook op om de definitie van aggresieve parodontitis in onderzoek beter te beschrijven.<\/p>\r\n

Binnen de parodontologie is men al jaren bezig met een classificatiesysteem voor parodontitis.  Zo werd in 1999 werd door Armitage (Ann Periodontol 1999; 4: 1-6<\/a>) de term  ‘aggressive periodontitis’ geïntroduceerd ter vervanging van de term ‘early-onset periodontitis’ omdat het immers niet altijd bekend is of parodontitis vroegtijdig is ontstaan, maar wel of er sprake kan zijn van snelle voortschrijding. Armitage gaf echter geen harde praktische criteria, maar slechts een criterium voor een lokale danwel generaliseerde variant en verschil in 3 soorten ernst.  Emeritus hoogleraar Ubele van de Velden beschreef in 2000 en 2005 zijn voorstel voor het classificeren van parodontitis (J Clin Periodontol 2000; 27: 960-961<\/a> en Periodontol 2000 2005; 39: 13-21<\/a>). Deze is vooral omarmd in Nederland en België, maar nauwelijks daarbuiten.<\/p>\r\n

Om een einde te maken aan de verschillende criteria zal op het EuroPerio9-congres<\/a> van 20 tot en met 23 juni 2018 een nieuwe classificatie voor parodontale ziekten en implantitis worden gepresenteerd. Deze is tot stand gekomen tijdens een in november 2017 door de Amerikaanse en Europese parodontologievereningen georganiseerde workshop, waaraan 110 deskundigen participeerden.<\/p>\r\n

(Bron: J Clin Periodontol, maart 2018<\/a>)<\/p>","datum":"2018-03-29 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4655","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180327_thk_beter_definieren_van_aggressieve_parodontitis_gewenst_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/beter-definieren-van-aggressieve-parodontitis-gewenst","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180327_thk_beter_definieren_van_aggressieve_parodontitis_gewenst_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180327_thk_beter_definieren_van_aggressieve_parodontitis_gewenst_web.jpg"},{"id":"4160","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Promotie N. Su: Temporomandibulaire disfuncties en de kwaliteit van leven","titel_key":"promotie_n_su_temporomandibulaire_disfuncties_en_de_kwaliteit_van_leven","subtitel":"","samenvatting":"Doel van Naichuan Su’s promotieonderzoek was het vergaren van meer kennis over patiëntprofielen en -uitkomsten van zorg bij temporomandibulaire disfuncties (TMD’s). Op basis van een onderzoek onder patiëntengroepen met artritis van het temporomandibulaire kaakgewricht (afgekort...","content":"

Doel van Naichuan Su’s promotieonderzoek was het vergaren van meer kennis over patiëntprofielen en -uitkomsten van zorg bij temporomandibulaire disfuncties (TMD’s). Op basis van een onderzoek onder patiëntengroepen met artritis van het temporomandibulaire kaakgewricht (afgekort TMJ OA) kon Su vaststellen dat deze aandoening een negatief effect op de mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven (OHRQoL) heeft. Het bleek dat een lagere OHRQoL was geassocieerd met de ernst van klinische symptomen en signalen bij patiënten. Behandeling met intra-articulaire hyaluronzuur (HA)-injecties gecombineerd met orale glucosamine hydrochloride (GH) verbeterde bij deze patiënten de OHRQoL.<\/p>\r\n

Twee door de promovendus ontwikkelde voorspelmodellen om clinici te helpen met het inschatten van een verwacht effect van HA-injecties op de OHRQoL van patiënten met TMJ OA, bleken een goede interne validiteit, redelijke kalibratie en een goed onderscheidend vermogen te hebben. Verder concludeerde Su dat bij TMD-patiënten somatisatie een grote rol speelde in de voorspelling van pijnintensiteit en depressie die speelde in de voorspelling van pijn gerelateerde invaliditeit. Ten slotte stelde Su vast dat ultrasonografie als nuttig beeldvormend middel kan worden beschouwd bij patiënten bij wie een discusverplaatsing wordt vermoed.<\/p>\r\n

Op 27 maart 2018<\/a> promoveerde Naichuan Su aan de Universiteit van Amsterdam op zijn proefschrift ‘Patients profiles and outcomes of care in temporomandibular disorders’. Promotoren waren prof. dr. F. Lobbezoo en prof. dr. G.J.M.G. van der Heijden. Copromotoren waren dr. A.J. van Wijk en prof. dr. C.M. Visscher.<\/p>","datum":"2018-03-27 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4632","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180327_pers_promotie_n_su_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/promotie-n-su-temporomandibulaire-disfuncties-en-de-kwaliteit-van-leven","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180327_pers_promotie_n_su_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180327_pers_promotie_n_su_web.jpg"},{"id":"4159","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Promotie J.J. Reinders: Sociale processen staan taakherschikking mondzorg in de weg","titel_key":"promotie_j_j_reinders_sociale_processen_staan_taakherschikking_mondzorg_in_de_weg","subtitel":"","samenvatting":"Jan Jaap Reinders deed promotieonderzoek naar de attituden en afwegingen rond taakherschikking tussen tandartsen en mondhygiënisten, alsmede de sociale kenmerken die studenten toeschrijven aan elkaar, zichzelf en beide beroepsgroepen.\r\nReinders kon vaststellen dat een minderheid van de tandarts...","content":"

Jan Jaap Reinders deed promotieonderzoek naar de attituden en afwegingen rond taakherschikking tussen tandartsen en mondhygiënisten, alsmede de sociale kenmerken die studenten toeschrijven aan elkaar, zichzelf en beide beroepsgroepen.<\/p>\r\n

Reinders kon vaststellen dat een minderheid van de tandartsen een positieve attitude heeft ten aanzien van de zelfstandige praktijkvoering van mondhygiënisten en dat dit weleens een obstakel zou kunnen zijn voor de implementatie van taakherschikking. Reinders concludeert dat tandartsen waarschijnlijk taakdelegatie prefereren boven taaksubstitutie (taakherschikking met professionele autonomie van mondhygiënisten). Verder bleek dat mondhygiënisten ‘nieuwe stijl’ minder werktevredenheid ervoeren als zij het gevoel hebben minder autonomie te hebben. Dit en de professionele identiteit maakten dat zij voorstander zijn van taakherschikking.<\/p>\r\n

Uit een experiment op het gebied van sociale interactie tussen studenten tandheelkunde en mondzorgkunde bleek dat na interventie de hiërarchie verminderde, maar dat voor verandering van professionele posities van de beroepen geen bewijs werd gevonden. Wel bleek na een tweede experiment met dezelfde interventie de verdeling van de helft van de tandheelkundige basistaken minder tandarts-gecentreerd te zijn; echter, voor de cariologische diagnostiek en behandeltaken gold dat niet. Aangezien Reinders dit niet kan toeschrijven aan een gebrek aan competentie van de mondhygiënisten, vermoedt hij dat cariologische taken te sterk geassocieerd worden met de professionele identiteit van tandartsen om hun percepties rond taakherschikking van deze taken te veranderen.<\/p>\r\n

Op 26 maart 2018 <\/a>promoveerde Jan Jaap Reinders aan de Rijksuniversiteit Groningen op zijn proefschrift ‘Task shifting, interprofessional collaboration and education in oral health care<\/a>’. Promotoren waren prof. dr. C.P. van der Schans en prof. dr. B. Stegenga. Copromotor was dr. W.P. Krijnen<\/p>","datum":"2018-03-26 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4631","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180326_pers_promotie_jj_reinders_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/promotie-j-j-reinders-sociale-processen-staan-taakherschikking-mondzorg-in-de-weg","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180326_pers_promotie_jj_reinders_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180326_pers_promotie_jj_reinders_web.jpg"},{"id":"4169","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"In memoriam drs. Jacques A. Baart","titel_key":"in_memoriam_drs_jacques_a_baart","subtitel":"","samenvatting":"Op 19 maart 2018 is drs. Jacques A. Baart op 67-jarige leeftijd overleden.\r\nJacques Baart bezocht van 1963-1969 het Dominicus College, HBS-B, te Nijmegen. Aansluitend volgde hij de studie Tandheelkunde aan de Katholieke Universiteit in dezelfde stad. Van 1975 tot 1979 werd hij opgeleid tot kaakchiru...","content":"

Op 19 maart 2018 is drs. Jacques A. Baart op 67-jarige leeftijd overleden.<\/p>\r\n

Jacques Baart bezocht van 1963-1969 het Dominicus College, HBS-B, te Nijmegen. Aansluitend volgde hij de studie Tandheelkunde aan de Katholieke Universiteit in dezelfde stad. Van 1975 tot 1979 werd hij opgeleid tot kaakchirurg aan het VU-medisch centrum in Amsterdam (opleider was prof. dr. W.A.M. van der Kwast). Sindsdien is hij voltijds als bijzonder gewaardeerd, deskundig en vooral ook zeer sociaal ingesteld staflid verbonden gebleven aan de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het VU-medisch centrum\/ACTA. Hij bekleedde daarbij talrijke functies, waaronder het chef-de-clinique-schap en het plaatsvervangend opleiderschap van de specialistenopleiding. Zijn stijl was zakelijk en deskundig, maar tegelijk ook met veel oog voor de menselijke aspecten.<\/p>\r\n

Op het gebied van de patiëntenzorg bleef Jacques Baart tot aan zijn overlijden breed in het vak georiënteerd. Daarnaast had hij zich specifieke kennis en ervaring eigengemaakt op het gebied van de kaakchirurgie bij kinderen (vooral bij schisispatiënten), op het gebied van de laserchirurgie en op het gebied van de behandeling van tandletsels. Ook was hij zeer bedreven in het uitvoeren van autotransplantaties bij kinderen met 1 of meer ontbrekende gebitselementen. Veel van zijn kennis en ervaring had hij opgedaan tijdens werkbezoeken aan verschillende, merendeels buitenlandse, universiteiten.<\/p>\r\n

Zijn hart lag altijd sterk bij het onderwijs, zowel bij het studentenonderwijs binnen het VUmc en het ACTA als ook bij het nascholingsonderwijs aan mka-chirurgen, tandartsen, huisartsen, tropenartsen, kinderartsen, klinisch-genetici, tandartsassistenten en mondhygiënisten. Zijn bijdrage aan de opleiding van aanstaande mka-chirurgen is onnoemelijk groot geweest. Didactisch, altijd positief gestemd en vooral ook met veel geduld bij de begeleiding van jonge aanstaande mka-chirurgen. Dat is slechts weinigen van ons gegeven.<\/p>\r\n

Een belangrijk uitvloeisel van zijn kennis op het gebied van lokale anesthesie is het in 2005 verschenen leerboek ‘Lokale anesthesie in de tandheelkunde’ (met dr. H.S. Brand als mederedacteur) geweest. Hiervan is inmiddels een herziene druk verschenen, die bovendien in diverse talen is uitgebracht. Tevens heeft hij bijgedragen aan atlassen en leerboeken op het gebied van de mka-chirurgie.<\/p>\r\n

Op wetenschappelijke gebied is Jacques Baart bij een groot aantal deelgebieden van de mka-chirurgie betrokken geweest. Van zijn hand zijn ongeveer 100 ‘peer reviewed’ publicaties in binnen- en buitenlandse tijdschriften verschenen. Daarvan zijn er meer dan 50 verschenen in het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde.<\/p>\r\n

Naast zijn bestuurlijke functies binnen het VUmc en het ACTA, is hij ook daarbuiten actief geweest. Zo was hij van 1992 tot en met 1994 voorzitter van het bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie En in internationaal verband was hij algemeen secretaris van de European Association of Oral and Maxillofacial Surgeons.<\/p>\r\n

De staf, assistenten en oud-assistenten van de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het VUmc\/ACTA zijn hem dankbaar voor wie hij was en voor wat hij voor hen heeft betekend. Wij zijn ervan overtuigd, dat dat ook voor velen buiten onze afdeling geldt.<\/p>\r\n

Samen met Annelies Jorna had Jacques Baart 3 zonen, te weten Rogier (1990), Jerome (1992) en Maurice (1995).<\/p>\r\n

(Prof. dr. Tim Forouzanfar, <\/b>afdelingshoofd; Prof. em. dr. Isaäc van der Waal<\/b>)<\/p>","datum":"2018-03-26 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4641","auteurs":[{"id":"1048","gebruiker":"31","groep":"3","naam":"T. Forouzanfar","titel_key":"t_forouzanfar","old_id":"0","voorvoegsel":"T. ","achternaam":"Forouzanfar"},{"id":"737","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"I. van der Waal","titel_key":"i_van_der_waal","old_id":"737","voorvoegsel":"I. van der","achternaam":"Waal"}],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180319_pers_in_memoriam_drs_j_a_baart_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/in-memoriam-drs-jacques-a-baart","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180319_pers_in_memoriam_drs_j_a_baart_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180319_pers_in_memoriam_drs_j_a_baart_web.jpg"},{"id":"4164","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Extremere malocclusie be\u00efnvloedt het bespelen van blaasinstrumenten","titel_key":"extremere_malocclusie_beinvloedt_het_bespelen_van_blaasinstrumenten","subtitel":"","samenvatting":"Nederlandse onderzoekers van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) deden een systematisch literatuuronderzoek naar de relatie tussen malocclusie en het spelen van blaasinstrumenten.  Hieruit bleek dat het zeer aannemelijk is dat de stand van de gebitselementen en de manier waaro...","content":"

Nederlandse onderzoekers van het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) deden een systematisch literatuuronderzoek naar de relatie tussen malocclusie en het spelen van blaasinstrumenten.  Hieruit bleek dat het zeer aannemelijk is dat de stand van de gebitselementen en de manier waarop blaasinstrumenten aan de mond worden gezet, met als doel zuiver en goed te blazen, een relatie vertonen. Vrij duidelijk was dat als het gaat om een Klasse 1-relatie zonder malocclusie men ieder blaasinstrument zonder problemen kan bespelen. Maar hoe extremer de malocclusie des te lastiger het bleek te zijn een goede embouchure (de actie van de lippen die nodig is om een blaasinstrument te bespelen) te krijgen.<\/p>\r\n

De onderzoekers wijzen er wel op dat de bewijskracht gering is, omdat van de 54 verzamelde artikelen uit de databases van PubMed, Cochrane en Embase slechts 2 artikelen voldeden aan de inclusiecriteria. Dit aantal kon na een verdere zoekopdracht in orthodontische tijdschriften en Google Scholar worden aangevuld met nog 2 artikelen.Vanwege de heterogeniteit van de uitkomstvariabelen kon er geen meta-analyse plaatsvinden, maar moesten de onderzoekers een beschrijvende analyse toepassen.<\/p>\r\n

(Bron: Journal of Orafacial Orthopedics<\/i>, 12 maart 2018<\/a>)<\/p>","datum":"2018-03-22 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4636","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180322_nb_extremere_malocclusie_beinvloedt_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/extremere-malocclusie-beinvloedt-het-bespelen-van-blaasinstrumenten","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180322_nb_extremere_malocclusie_beinvloedt_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180322_nb_extremere_malocclusie_beinvloedt_web.jpg"},{"id":"4165","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Krijg een kind, verlies een tand?","titel_key":"krijg_een_kind_verlies_een_tand","subtitel":"","samenvatting":"Er is weinig bewijs voor de volkswijsheid dat ieder geboren kind de moeder een tand kost. Duitse en Nederlandse onderzoekers betoogden in de Journal of Epidemiology & Community Health echter dat deze uitspraak wel eens waar zou kunnen zijn. Zij onderzochten of er een causale relatie bestaat tuss...","content":"

Er is weinig bewijs voor de volkswijsheid dat ieder geboren kind de moeder een tand kost. Duitse en Nederlandse onderzoekers betoogden in de Journal of Epidemiology & Community Health<\/i> echter dat deze uitspraak wel eens waar zou kunnen zijn. Zij onderzochten of er een causale relatie bestaat tussen het aantal biologische kinderen en het aantal missende gebitselementen bij de ouders. Er namen 34.843 personen uit 14 Europese landen en Israël deel aan het onderzoek. Zij concludeerden dat deze relatie bestaat bij moeders, maar niet bij vaders. Moeders die na 2 kinderen van een verschillend geslacht een derde kind kregen, hadden 4,27 minder gebitselementen vergeleken met moeders die geen derde kind kregen nadat zij al 2 kinderen van een verschillend geslacht hadden gebaard.<\/p>\r\n

Dit resultaat kan betekenen dat ieder derde geboren kind gebitsproblemen voor de moeder kan opleveren.<\/p>\r\n

(Bron: J Epidemiol Community Health<\/em>, 13 maart 2018<\/a>)<\/p>","datum":"2018-03-22 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4637","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180322_nb_krijg_een_kind_verlies_een_tand_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/krijg-een-kind-verlies-een-tand","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180322_nb_krijg_een_kind_verlies_een_tand_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180322_nb_krijg_een_kind_verlies_een_tand_web.jpg"},{"id":"4166","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Kwaliteit van praktijkrichtlijnen voor mondkankerbehandeling suboptimaal","titel_key":"kwaliteit_van_praktijkrichtlijnen_voor_mondkankerbehandeling_suboptimaal","subtitel":"","samenvatting":"Onderzoekers uit Spanje en Columbia stelden vast dat de kwaliteit van praktijkrichtlijnen voor de behandeling van mondkanker suboptimaal zijn.\r\nOmdat over de toepasbaarheid van richtlijnen voor de behandeling van mondkanker internationaal bezien weinig bekend is, voerden de onderzoekers een uitgebre...","content":"

Onderzoekers uit Spanje en Columbia stelden vast dat de kwaliteit van praktijkrichtlijnen voor de behandeling van mondkanker suboptimaal zijn.<\/p>\r\n

Omdat over de toepasbaarheid van richtlijnen voor de behandeling van mondkanker internationaal bezien weinig bekend is, voerden de onderzoekers een uitgebreid literatuuronderzoek, uit om deze richtlijnen te vinden en hun kwaliteit te beoordelen. Er bleken slechts 12 richtlijnen aan de criteria, vastgesteld met het Appraisal of Guidelines Research and Evaluation II (AGREE II)-instrument, te voldoen. Vooral op het gebied van toepasbaarheid scoorden de richtlijnen lager vergeleken met bijvoorbeeld het doel van de richtlijnen.  <\/p>\r\n

De onderzoekers pleiten dan ook voor grotere inspanningen om de kwaliteit van richtlijnen voor de behandeling van mondkanker te verbeteren.<\/p>\r\n

(Bron: Cancer Treat Rev<\/em>, 10 maart 2018<\/a>)<\/p>","datum":"2018-03-22 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4638","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180322_nb.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/kwaliteit-van-praktijkrichtlijnen-voor-mondkankerbehandeling-suboptimaal","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180322_nb.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180322_nb.jpg"},{"id":"4167","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Als moeder weer aan het werk...","titel_key":"als_moeder_weer_aan_het_werk","subtitel":"Column","samenvatting":"Sinds 3 weken is deze kersverse mama weer aan het werk met alle voor- en nadelen die daarbij horen. Het grootste nadeel is dat ik mijn zoon 3 dagen in de week moet missen en alle nieuwe dingen die hij op die dagen voor het eerst doet niet meemaak. De eerste dag dat ik hem naar de oppas bracht, huild...","content":"

Sinds 3 weken is deze kersverse mama weer aan het werk met alle voor- en nadelen die daarbij horen. Het grootste nadeel is dat ik mijn zoon 3 dagen in de week moet missen en alle nieuwe dingen die hij op die dagen voor het eerst doet niet meemaak. De eerste dag dat ik hem naar de oppas bracht, huilde ik in de auto op weg naar mijn werk dan ook tranen met tuiten. Ja, ook ik ben door het moederschap in positieve zin een emotioneel wrak geworden.<\/p>\r\n

Een ander ‘nadeel’ is het kolven tijdens het werken. Wetenschappelijk is aangetoond dat borstvoeding de beste voeding is voor je kindje en wie dus het beste voor haar kind wil, zit 3 keer per dag te kolven op haar werk. Naast het feit dat een kolf aan de borst gewoon veel minder leuk is dan een baby, is het als tandarts vrij lastig om 10-15 minuten (ik heb geluk dat het bij mij zo snel gaat) rustig ontspannen de tijd te nemen om te kolven. Zodra het rooster wat uitloopt ben je namelijk aan het kolven met de gedachte dat er mensen in de wachtkamer op je zitten te wachten en ondanks dat ik het wel probeer zit ik er dan niet echt ‘relaxed’ bij. Helemaal erg is het wanneer een assistent aan de deur klopt omdat de patiënt wil weten hoe lang het nog duurt. Op dat moment onderdruk ik de neiging om te roepen: “nog 50 milliliter!”<\/em>.<\/p>\r\n

Maar gelukkig heeft het krijgen van een baby ook veel voordelen op de werkvloer. Opeens kan ik veel beter ‘levelen’ met zwangere vrouwen, kersverse moeders en gevorderde mama’s en papa’s. Regelmatig zitten zowel patiënt als ik met natte ogen van geluk in de behandelkamer als we wat kletsen over de wonderen van het krijgen van een kind. En zodra ik vertel dat ik het moeilijk vind om hem een dag te moeten missen jammeren alle moeders met me mee. Het krijgen van een kind schept een band waarvan ik het bestaan niet wist!<\/p>\r\n

Het is duidelijk dat mijn leven is veranderd en hoewel ik de tandenwereld nog heel erg leuk vind, sta ik aan het einde van elke werkdag te poppelen om weer naar huis te gaan.<\/p>\r\n

(Lisa Vermeulen, <\/strong>tandarts)<\/p>","datum":"2018-03-22 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4639","auteurs":[{"id":"1057","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"L. Vermeulen","titel_key":"l_vermeulen","old_id":"0","voorvoegsel":"L.","achternaam":"Vermeulen"}],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180322_nb_column_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/als-moeder-weer-aan-het-werk","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180322_nb_column_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180322_nb_column_web.jpg"},{"id":"4168","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"ACTA stijgt naar plaats 4 in QS World University Rankings","titel_key":"acta_stijgt_naar_plaats_4_in_qs_world_university_rankings","subtitel":"","samenvatting":"Het ACTA is in 1 jaar 4 plekken gestegen op de wereldranglijst van beste universiteiten op het gebied van de tandheelkunde, de QS World University Rankings by Subject. Vorig jaar kwam het ACTA binnen op plaats 8 op deze lijst en staat nu als vierde op deze ranglijst. Volgens het ACTA maakt deze snel...","content":"

Het ACTA is in 1 jaar 4 plekken gestegen op de wereldranglijst van beste universiteiten op het gebied van de tandheelkunde, de QS World University Rankings by Subject<\/a>. Vorig jaar<\/a> kwam het ACTA binnen op plaats 8 op deze lijst en staat nu als vierde op deze ranglijst. Volgens het ACTA maakt deze snelle stijging de hoge notering extra bijzonder.<\/p>\r\n

De faculteit tandheelkunde van de KU Leuven is op plek 9 blijven staan en die van het Radboudumc is 1 plekje gezakt: van 41 naar 42. De Nijmeegse faculteit deelt deze plek met de Osaka University in Japan en de University of Toronto in Canada.<\/p>\r\n

Deze jaarlijkse lijst wordt beschouwd als een van de 3 belangrijkste ranglijsten van universiteiten, naast de Academic Ranking of World Universities en Times Higher Education World University Rankings. De QS ranking wordt gebaseerd op 4 criteria: de reputatie onder werkgevers, onder academici, het aantal citaties en de H-index. Bij dat laatste criterium wordt impact (het aantal citaties) gekoppeld aan omvang (het aantal publicaties).<\/p>\r\n

De QS World University Rankings by Subject wordt gebruikt door onderzoekers en aankomende studenten en is daarmee een algemene bron voor reputatie van een bepaald vakgebied aan een universiteit.<\/p>\r\n

(Bron: ACTA, 2 maart 2018<\/a>)<\/p>","datum":"2018-03-21 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4640","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180320_thk_acta_stijgt_naar_plaats_4_in_qs_wur_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/acta-stijgt-naar-plaats-4-in-qs-world-university-rankings","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180320_thk_acta_stijgt_naar_plaats_4_in_qs_wur_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180320_thk_acta_stijgt_naar_plaats_4_in_qs_wur_web.jpg"},{"id":"4163","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"FDI-app voor dataverzameling uit de praktijk lijkt veelbelovend","titel_key":"fdi_app_voor_dataverzameling_uit_de_praktijk_lijkt_veelbelovend","subtitel":"","samenvatting":"Uit een ‘proof of concept study’ onder Nederlandse tandartsen en patiënten naar de Oral Health Observatory-applicatie die door de FDI World Dental Federation is ontwikkeld, bleek dat deze app een werkbaar instrument is om vanuit tandartspraktijken op hoofdlijnen aspecten van mondgez...","content":"

Uit een ‘proof of concept study’ onder Nederlandse tandartsen en patiënten naar de Oral Health Observatory-applicatie die door de FDI World Dental Federation is ontwikkeld, bleek dat deze app een werkbaar instrument is om vanuit tandartspraktijken op hoofdlijnen aspecten van mondgezondheid in beeld te krijgen. De FDI ontwikkelde de app om wereldwijd onderzoek naar mondgezondheid uit te kunnen voeren en daarmee betrouwbare gestandaardiseerde internationale data op het gebied van mondgezondheid en mondzorg te verzamelen via tandartspraktijken.<\/p>\r\n

Het onderzoek in Nederland moest de methodologie testen en de aanpak valideren. Gegevens over cariës, gingivitis, orale zelfzorg en mondgezondheidgerelateerde kwaliteit van leven werden geanalyseerd en vergeleken met gegevens uit andere onderzoeken. De app (Android) bevatte 3 vragenlijsten over mondgezondheid en patiëntgedragingen. De vragen werden deels ingevuld door patiënten en deels door tandartsen. Nadat de app op basis van een eerste evaluatie was aangepast, werden uiteindelijk in 20 tandartspraktijken met de app gegevens verzameld van 653 patiënten. De resultaten zijn volgens de onderzoekers bemoedigend, omdat is gebleken dat op betekenisvolle en betrouwbare wijze gegevens zijn te verzamelen tijdens een bezoek van een patiënt aan de praktijk, vanuit zowel de optiek van patiënten als tandartsen.<\/p>\r\n

De onderzoekers stellen dat deze onderzoeksmethodiek voor internationale vergelijkingen mogelijkheden biedt, maar dat er ook bezwaren aan kleven. “De opzet maakt dat een inspectie van de mond voor de verzameling van klinische gegevens relatief weinig tijd en inzet mag vergen van de tandarts, terwijl ook de vragen aan patiënten makkelijk te beantwoorden moeten zijn. De resultaten van deze studie zijn bemoedigend, omdat is gebleken dat betekenisvolle gegevens zijn te verzamelen tijdens een bezoek van een patiënt aan de praktijk, vanuit zowel de optiek van de patiënt als de tandarts”<\/i>, aldus onderzoeker Joost den Boer. Dit betekent wel dat het om globale inschattingen van aspecten van mondgezondheid moet gaan, die zo betrouwbaar mogelijk zijn vast te stellen.<\/p>\r\n

De moeilijkheid van internationale vergelijkingen is dat er nationale omstandigheden van invloed kunnen zijn op een te meten fenomeen. Zo kunnen bepaalde vragen in het ene land anders worden geïnterpreteerd dan in een ander land of niet van toepassing zijn. Een ander bezwaar dat Den Boer noemt, is dat met de OHO-app alleen tandartsbezoekers worden bevraagd. “Dit geeft geen volledig beeld, want de mondgezondheid van niet-bezoekers wordt buiten beschouwing gelaten. In Nederland is die vertekening nog te overzien, want een ruime meerderheid van de bevolking bezoekt een tandarts. Maar als in een land grote delen van de populatie de tandarts niet of zeer onregelmatig bezoeken, kan de vertekening rond mondgezondheid grote vormen aannemen.”  <\/i>Verder geldt dat de metingen met deze methodiek op patiëntniveau niet zonder meer onafhankelijk is maar afhankelijk van de tandarts of de praktijk. Het gemiddeld aantal restauraties per patiënt kan bijvoorbeeld differentiëren als gevolg van een verschil van inzicht in behandelingsstrategie.<\/p>\r\n

De onderzoekers raden aan de OHO-app verder te ontwikkelen, zodat een nieuwe versie van de app sneller, gebruikersvriendelijker en flexibeler is.<\/p>\r\n

(Bron: PLoS One, 7 februari 2018<\/a>)<\/p>","datum":"2018-03-16 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4635","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180312_thk_fdi_app_voor_data_uit_de_praktijk_lijkt_veelbelovend_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/fdi-app-voor-dataverzameling-uit-de-praktijk-lijkt-veelbelovend","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180312_thk_fdi_app_voor_data_uit_de_praktijk_lijkt_veelbelovend_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180312_thk_fdi_app_voor_data_uit_de_praktijk_lijkt_veelbelovend_web.jpg"},{"id":"4161","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Bevolkingsonderzoek naar darmkanker: analyse na 4 jaar","titel_key":"bevolkingsonderzoek_naar_darmkanker_analyse_na_4_jaar","subtitel":"","samenvatting":"In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 3 maart 2018 (2018; 162: D2283) verscheen een retrospectief observationeel onderzoek naar het effect van het bevolkingsonderzoek naar colorectaal carcinoom (ofwel darmkanker), dat in januari 2014 werd ge\u00efntroduceerd in Nederland. Hoewel de onderzoekers op deze korte termijn nog geen gunstig effect op sterfte aan darmkanker kunnen aantonen, hebben zij al wel kunnen vaststellen dat sinds de introductie van de screening de incidentie van darmkanker door eerdere detectie is toegenomen.","content":"

In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde<\/i> van 3 maart 2018 (2018; 162: D2283<\/a>) verscheen een retrospectief observationeel onderzoek naar het effect van het bevolkingsonderzoek naar colorectaal carcinoom (ofwel darmkanker), dat in januari 2014 werd geïntroduceerd in Nederland. Hoewel de onderzoekers op deze korte termijn nog geen gunstig effect op sterfte aan darmkanker kunnen aantonen, hebben zij al wel kunnen vaststellen dat sinds de introductie van de screening de incidentie van darmkanker door eerdere detectie is toegenomen.<\/p>\r\n

Daarnaast konden zij concluderen dat van de screeningsgedetecteerde carcinomen 48% tumorstadium I had, in tegenstelling tot niet-screeningsgedetecteerde carcinomen (16%). Door dat verschil in tumorstadiumverdeling tussen beide groepen, hadden patiënten bij wie darmkanker was ontdekt door het bevolkingsonderzoek vaker een minder ingrijpende behandeling nodig.<\/p>\r\n

De onderzoekers vinden het aannemelijk dat op basis van de huidige bevindingen te verwachten is dat de sterfte aan darmkanker op termijn zal dalen. Vanaf 2019 zal iedereen in de leeftijd van 55 tot 75 jaar een ontlastingstest thuisgestuurd krijgen.<\/p>\r\n

(Bron: Ned Tijdschr Geneeskd, 3 maart 2018<\/a>)<\/p>","datum":"2018-03-15 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4633","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180303_med_bevolkingsonderzoek_naar_darmkanker_analyse_na_4_jaar_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/bevolkingsonderzoek-naar-darmkanker-analyse-na-4-jaar","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180303_med_bevolkingsonderzoek_naar_darmkanker_analyse_na_4_jaar_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180303_med_bevolkingsonderzoek_naar_darmkanker_analyse_na_4_jaar_web.jpg"},{"id":"4162","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Kind krijgt andere mutaties van moeder dan van vader","titel_key":"kind_krijgt_andere_mutaties_van_moeder_dan_van_vader","subtitel":"","samenvatting":"Kinderen verschillen in hun erfelijk materiaal iets van hun ouders door spontane mutaties in de zaad- en eicellen. Uit onderzoek van genetici uit het Radboudumc blijkt dat de doorgegeven mutaties van de moeder anders zijn dan die van de vader en sterk zijn geclusterd op 3 chromosomen. De oorzaak van...","content":"

Kinderen verschillen in hun erfelijk materiaal iets van hun ouders door spontane mutaties in de zaad- en eicellen. Uit onderzoek van genetici uit het Radboudumc blijkt dat de doorgegeven mutaties van de moeder anders zijn dan die van de vader en sterk zijn geclusterd op 3 chromosomen. De oorzaak van deze verschillen zou kunnen liggen in DNA-reparatie bij ouder wordende eicellen.<\/p>\r\n

De zogenoemde de novo-mutaties in het DNA kunnen gedurende het leven overal in het lichaam voorkomen. Als ze in de geslachtscellen voorkomen, worden de mutaties doorgegeven aan het nageslacht. Zo vormen deze mutaties de drijvende kracht achter de evolutie, maar kunnen ook de oorzaak zijn van bijvoorbeeld een verstandelijke beperking. Met elk levensjaar van de vader, krijgt het kind 1 de novo-mutatie extra mee. De oorzaak hiervan ligt in de veelvuldige deling van zaadcellen. Bij de moeder speelt leeftijd een kleinere rol: per 4 extra levensjaren krijgt het kind 1 spontane mutatie mee. Over de oorzaak van de veroudering van eicellen is nog weinig bekend.<\/p>\r\n

Om meer te leren over de novo-mutaties in de eicellen, analyseerde men het complete genoom van 1.291 Amerikaanse families. De onderzoekers vonden meer dan 73.000 de novo-mutaties, waarvan een deel sterk geclusterd voorkwam. Deze clusters kwamen hoofdzakelijk bij de moeder vandaan. Meer dan de helft van deze geclusterde mutaties lag op de chromosomen 8, 9 en 16. Als de moeder ouder wordt, neemt de kans op grotere clusters van 3, 4 of 5 mutaties ook toe. Waarom de clusters zo specifiek op de chromosomen 8, 9 en 16 zitten, is niet bekend. Christian Gilissen: “De clusters zitten op regio’s waarvan we al wisten dat daar vaker de novo-mutaties voorkomen bij de moeder. Naarmate de eicellen ouder worden zie je op deze chromosomen steeds meer een recombinatie van genen. Hier ligt een zogenaamde ‘double strand break’ aan ten grondslag. Het DNA breekt dan volledig doormidden. Het wordt daarna snel weer gerepareerd, maar daar kunnen dus foutjes bij ontstaan.”<\/i><\/p>\r\n

Het herschikken van genen zou een evolutionair voordeel kunnen bieden, omdat het beschermt tegen bijvoorbeeld aneuploïdie, waarbij een kind een afwijkend aantal chromosomen heeft zoals bij het syndroom van Down waar chromosoom 21 3 keer voorkomt. Gilissen: “Maar een hogere recombinatie kan dus ook een nadeel hebben, namelijk een groter aantal geclusterde mutaties”<\/i>. De resultaten van dit onderzoek zijn op 5 maart gepubliceerd in Nature Genetics<\/i><\/a>.<\/p>\r\n

(Bron: Persbericht Radboudumc, 6 maart 2018<\/a>)<\/p>","datum":"2018-03-15 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4634","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180306_med_kind_krijgt_andere_mutaties_van_moeder_dan_van_vader_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/kind-krijgt-andere-mutaties-van-moeder-dan-van-vader","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180306_med_kind_krijgt_andere_mutaties_van_moeder_dan_van_vader_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180306_med_kind_krijgt_andere_mutaties_van_moeder_dan_van_vader_web.jpg"},{"id":"4157","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"NTvT lanceert de Nationale Tandheelkunde Quiz","titel_key":"ntvt_lanceert_de_nationale_tandheelkunde_quiz","subtitel":"","samenvatting":"Op Dental Expo heeft het NTvT (stand E114) bekendgemaakt dat ze ter gelegenheid van hun 125-jarig bestaan de Nationale Tandheelkunde Quiz organiseren. Onder leiding van niemand minder dan Philip Freriks, bekend van \u2018Het Groot Dictee\u2019, \u2018De Slimste Mens\u2019 en het NOS journaal.","content":"

Op 8 maart 2018 heeft het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde tijdens de Dental Expo bekendgemaakt dat ze ter gelegenheid van haar 125-jarig bestaan de Nationale Tandheelkunde Quiz organiseert. Onder leiding van niemand minder dan Philip Freriks, bekend van ‘Het Groot Dictee’, ‘De Slimste Mens’ en het NOS journaal, zal deze Quiz plaatsvinden op vrijdag 2 november in Studio 21 in Hilversum.<\/p>\r\n

Het NTvT bestaat dit jaar maar liefst 125 jaar. \"Reden om een groot feest te organiseren\"<\/em>, stelt hoofdredacteur dr. Casper Bots. \"En geheel in stijl met de doelstellingen van het NTvT wordt dat gevierd door middel van een  wetenschappelijke kennis Quiz, hoe kan het anders.\"<\/em><\/p>\r\n

\"\"<\/p>\r\n

Philip Freriks zal die middag de leiding in handen hebben. De redactie van het NTvT draagt zorg voor een pittige serie quizvragen rond het thema ‘Heden, verleden, en toekomst van de tandheelkunde’ en wordt bijgestaan door een vakkundige jury. Na afloop zal er in de foyer van Studio 21 een walking dinner plaatsvinden, geproost en gedanst worden op 125 jaar NTvT.

Voor meer informatie en inschrijving:
www.nationaletandheelkundequiz.nl<\/a> 

<\/p>","datum":"2018-03-08 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4629","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/phillip_freriks_ministerie_van_beeld_3.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/ntvt-lanceert-de-nationale-tandheelkunde-quiz","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/phillip_freriks_ministerie_van_beeld_3.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/phillip_freriks_ministerie_van_beeld_3.jpg"},{"id":"4158","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Dr. Jan de Visscher benoemd tot hoogleraar Oral Medicine","titel_key":"dr_jan_de_visscher_benoemd_tot_hoogleraar_oral_medicine","subtitel":"","samenvatting":"Dr. Jan G.A.M. de Visscher is per 1 januari 2018 benoemd tot hoogleraar Oral Medicine aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Er is sprake van een dubbelbenoeming aan het VU medisch centrum (VUmc) en het Academisch Centrum voor Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). De aanstelling vindt plaats bij de afdel...","content":"

Dr. Jan G.A.M. de Visscher is per 1 januari 2018 benoemd tot hoogleraar Oral Medicine aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Er is sprake van een dubbelbenoeming aan het VU medisch centrum (VUmc) en het Academisch Centrum voor Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). De aanstelling vindt plaats bij de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, waarmee het speerpunt van de afdeling op het gebied van oral medicine, mondkanker en speekselaandoeningen verder wordt versterkt.<\/p>\r\n

Jan de Visscher is sinds 1982 als mka-chirurg\/hoofdhals-oncoloog werkzaam in het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL) en sinds 2014 in VUmc. In het MCL is hij tevens perifeer opleider voor de opleiding tot mka-chirurg in het UMC Groningen. De Visscher behaalde in 1977 zijn tandartsexamen en in 1991 het artsexamen. Hij werd in het Radboudumc in Nijmegen opgeleid tot mka-chirurg. In 1999 promoveerde hij op zijn proefschrift ‘Squamous cell carcinoma of the lip. A clinical study’, waarin zijn promotieonderzoek naar diverse aspecten van de diagnostiek en behandeling van het plaveiselcelcarcinoom van de lip werd beschreven.<\/p>\r\n

Jan de Visscher is een veelgevraagde spreker in zowel binnen- als buitenland. Hij heeft ook nationaal en internationaal meerdere bestuurlijke functies bekleed. Van 2006 tot 2008 was hij voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie (NVMKA). Daarnaast is hij vanaf 2010 actief als redacteur van het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde<\/i>.<\/p>","datum":"2018-03-08 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4630","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/jan_de_visscher_voor_web_1.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/dr-jan-de-visscher-benoemd-tot-hoogleraar-oral-medicine","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/jan_de_visscher_voor_web_1.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/jan_de_visscher_voor_web_1.jpg"},{"id":"4155","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Winnaar van Jubileumprijsvraag 3","titel_key":"winnaar_van_jubileumprijsvraag_3","subtitel":"","samenvatting":"De winnaar van jubileumprijsvraag 3 (februari-editie 2018) is de heer J.W.L. Wisse uit Vianen. Het juiste antwoord op de vraag door wat de cari\u00ebsvatbaarheid volgens de laatste inzichten wordt be\u00efnvloed, was:...","content":"

\"De winnaar van jubileumprijsvraag 3 (februari-editie 2018)  is de heer J.W.L. Wisse<\/strong> uit Vianen. Het juiste antwoord op de vraag door wat de cariësvatbaarheid volgens de laatste inzichten wordt beïnvloed, was: de frequentie waarin wordt gegeten en gedronken. Dit stond in het artikel ‘Serie: Cariëspreventie in historisch perspectief. Voeding<\/a>’ van H. Kalsbeek in de maart-editie (pag. 139-143).<\/p>\r\n

De winnaar heeft het boek ‘Het gezicht, atlas van de klinische anatomie’ ontvangen.<\/p>","datum":"2018-03-07 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4627","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/ntvt_jubileumlogo_versie2.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/winnaar-van-jubileumprijsvraag-3","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/ntvt_jubileumlogo_versie2.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/ntvt_jubileumlogo_versie2.jpg"},{"id":"4156","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Meerderheid KNMT-tandartsen ziet niets in zelfstandig borende mondhygi\u00ebnist","titel_key":"meerderheid_knmt_tandartsen_ziet_niets_in_zelfstandig_borende_mondhygienist","subtitel":"","samenvatting":"Uit onderzoek van de KNMT onder haar leden blijkt dat 92% het niet zitten dat mondhygiënisten zonder tussenkomst van een tandarts primaire caviteiten prepareren en restaureren, zoals het ministerie van VWS bij wijze van experiment per 2020 voorstelt. Ook zijn tandartsen in meerderheid ook geen ...","content":"

Uit onderzoek van de KNMT onder haar leden blijkt dat 92% het niet zitten dat mondhygiënisten zonder tussenkomst van een tandarts primaire caviteiten prepareren en restaureren, zoals het ministerie van VWS bij wijze van experiment per 2020 voorstelt. Ook zijn tandartsen in meerderheid ook geen voorstander van een mondhygiënist die zelfstandig röntgenopnamen maakt (64% tegen). Tegen los van de tandarts anesthesie geven zijn veel minder bezwaren: 45% staat er positief tegenover, 22% is neutraal.<\/p>\r\n

De KNMT zette de peiling<\/a> onder haar leden uit van 19 februari tot en met 23 februari. Er werden 7.539 KNMT-leden aangeschreven, waarvan er 1.935 aan de peiling meededen (respons van 26%). Van de respondenten was 88% een praktiserende tandarts.<\/p>\r\n

Momenteel mogen mondhygiënisten de 3 genoemde behandelingen alleen in opdracht van een tandarts uitvoeren. In haar peiling onderzocht de KNMT hoe vaak dat nu gebeurt dat in de praktijk. Uit de verkregen respons bleek dat er tussen mondhygiënisten en tandartsen behoorlijk intensief wordt samengewerkt. Zo bleek dat 71% van de tandartsen wel eens een mondhygiënist de opdracht geeft een verdoving te geven en dat 57% dat doet voor röntgenopnamen. Het aantal mondhygiënisten dat in opdracht prepareert en restaureert, was daarentegen erg laag, slechts 17%.<\/p>\r\n

Meer dan 85% van de tandartsen werkt nu samen met een of meer mondhygiënisten. Van de respondenten is 98% blij en zeer tevreden met die samenwerking. In ruim driekwart van de gevallen werken tandarts en mondhygiënist onder één dak; bij een kwart is dat niet het geval.<\/p>\r\n

De KNMT zet haar verzet tegen de plannen van het ministerie de komende tijd voort en vindt zich daarin gesterkt door de uitkomsten van de enquête onder haar achterban.<\/p>\r\n

(Bron: KNMT Persbericht, 6 maart 2018<\/a>)<\/p>","datum":"2018-03-06 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4628","auteurs":[],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/180306_thk_meerderheid_knmt_tandartsen_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/meerderheid-knmt-tandartsen-ziet-niets-in-zelfstandig-borende-mondhygienist","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/180306_thk_meerderheid_knmt_tandartsen_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/180306_thk_meerderheid_knmt_tandartsen_web.jpg"},{"id":"2514","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Geharrewar over de invoering van richtlijnen","titel_key":"geharrewar_over_de_invoering_van_richtlijnen","subtitel":"","samenvatting":"Nu de 125e jaargang is aangebroken, is het boeiend de vele vroege jaargangen een keer te bekijken, bijvoorbeeld via ons Historisch archief op de website. Al doende zou men thans onwillekeurig tot de conclusie kunnen komen dat er qua onderwerpen feitelijk weinig nieuws valt te bespeuren. Onze oude voorgangers schreven al over cari\u00ebs, parodontologie , vulmaterialen, replanteren, orthodontie, mondhygi\u00ebnisten, kindertand\u00adheelkunde en over een tandheelkundige volksverzekering, om eens een paar voorbeelden te noemen. Opvallend, en gezien door de huidige ogen, werd het begrip \u2018kwaliteit van zorg\u2019 als zodanig zelden tot bijna nooit genoemd. Met enig voorbehoud kan worden gesteld dat ongeveer in het eind van de jaren 1990 het begrip \u2018kwaliteit van zorg\u2019 in de artikelen van ons tijdschrift zijn voorzichtige intrede doet.","content":"

Nu de 125e jaargang is aangebroken, is het boeiend de vele vroege jaargangen een keer te bekijken, bijvoorbeeld via ons Historisch archief op de website. Al doende zou men thans onwillekeurig tot de conclusie kunnen komen dat er qua onderwerpen feitelijk weinig nieuws valt te bespeuren. Onze oude voorgangers schreven al over cariës, parodontologie (vroeger pyorrhoea alveolaris genaamd), vulmaterialen, replanteren, orthodontie, mondhygiënisten, kindertand­heelkunde en over een tandheelkundige volksverzekering, om eens een paar voorbeelden te noemen. Al bladerend treft men heftige discussies aan, zoals in 1903 toen een nog jonge auteur, de latere hoofdredacteur prof. Buisman, vaststelde “de Ziekenfondspractijk is immers een minder aangename en niet bij voorkeur een gezochte vorm van practiseren”<\/i>. Een onderwerp dat ook in de jaren 1960 binnen de professie tot heftige discussies leidde. Soms werden er prangende vragen gesteld, bijvoorbeeld in 1970, toen men zich afvroeg of er op de universiteit malpraxis werd bedreven.<\/p>\r\n

Kwaliteit van zorg<\/h2>\r\n

Opvallend, en gezien door de huidige ogen, werd het begrip ‘kwaliteit van zorg’ als zodanig zelden tot bijna nooit genoemd. Men had wel meningen over het niveau van gebitszorg maar deze term werd toen zelden genoemd. Met enig voorbehoud kan worden gesteld dat ongeveer in het eind van de jaren 1990 het begrip ‘kwaliteit van zorg’ in de artikelen van ons tijdschrift zijn voorzichtige intrede doet. Mogelijk speelde daarbij de komst van de eerste standaarden van het Nederlands Huis­artsen Genootschap in 1989 een rol. De achterliggende gedachte daarbij was dat men het brede ravijn tussen theorie en praktijk trachtte te overbruggen door op grond van wetenschappelijk onderzoek concrete aanbevelingen en adviezen te formuleren zodat huisartsen in hun besluitvorming konden worden ondersteund. Met de opkomst van evidencebased geneeskunde in de 10 jaar daarna werd geleidelijk aan in de geneeskunde meer aandacht besteed aan het sys­tematisch zoeken naar literatuur en het expliciet onderbouwen van de aanbevelingen. Vastgesteld kan worden dat thans vele medische en paramedische beroeps­verenigingen in Nederland de internationale ontwikkelingen op dit gebied actief volgen en met de ontwikkeling van evidencebased richtlijnen bezig zijn. Een ontwikkeling die ook door de politiek en de overheid krachtig wordt gestimuleerd.<\/p>\r\n

In ‘de tandheelkunde’, een begrip dat thans langzaam dreigt te verdwijnen door de term ‘mondzorg’, verliepen de hier­boven geschetste ontwikkelingen minder snel. Want pas in 2012 maakte de Gezondheidsraad in het rapport ‘De mondzorg van morgen’ bekend dat de ontwikkeling van kwaliteitsinstrumenten in de tandheelkundige sector zich pas in een beginnend stadium bevond. De opstellers van dit rapport stelden vast dat de wetenschappelijke onderbouwing van het klinisch tandheelkundig handelen relatief zwak was. Voorts gaf men aan dat er binnen de tandheel­kundige sector te weinig kennis is om, evenals in de huisartsgeneeskunde, georganiseerd te werk te gaan om aan de moderne eisen van zorgverlening te voldoen. Als gevolg van deze constatering kwamen er uit het veld breed gedragen initiatieven om een koepel­organisatie op te richten waarin tand­artsen, mondhygiënisten, tand­prothetici en wetenschappelijke verenigingen samen zouden streven naar het ontwerpen van richtlijnen. Om voor een buitenstaander onbegrijpelijke redenen lukte dit niet. Maar duidelijk is wel dat, net als vroeger, er felle discussies over werden en worden gevoerd.<\/p>\r\n

<\/figure>\r\n

Kennisinstituut voor de mondzorg<\/h2>\r\n

In 2015 werd de wetgeving op het gebied van kwaliteit van zorg aangescherpt. Zorgsectoren die achterbleven in hun kwaliteitsontwikkeling werden onder druk gezet en duidelijk was dat het gezaghebbende Zorginstituut, in feite de overheid, de druk op de tandheelkundige sector opvoerde. Dat resulteerde in 2016 in de oprichting van het Kennisinstituut voor de Mondzorg (KIMO) die met een meerjarenagenda voor de richtlijnontwikkeling aan de slag zou gaan. Maar ook nu weer zijn er berichten over bestuurlijk geharrewar in dit instituut en ziet het ernaar uit dat de oplevering van de eerste nieuwe richtlijn in 2018 er niet zal komen. De kans dat het Zorginstituut op basis van wetgeving zal ingrijpen en zelf richtlijnen voor de tandheelkundige sector zal ontwerpen, lijkt daarmee weer waarschijnlijker.<\/p>\r\n

Em. prof. dr. Michiel A.J. Eijkman, redacteur<\/b><\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"11","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4602","auteurs":[{"id":"200","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"M.A.J. Eijkman","titel_key":"m_a_j_eijkman","old_id":"200","voorvoegsel":"M.A.J.","achternaam":"Eijkman"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/131.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/michiel_eijkman_voor_web_4.jpg","rubriek_titel":"Redactioneel","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/geharrewar-over-de-invoering-van-richtlijnen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/michiel_eijkman_voor_web_4.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/michiel_eijkman_voor_web_4.jpg"},{"id":"2515","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Proefschriften 25 jaar na dato 49. Biomechanische analyse van bot rond tandheelkundige implantaten in de edentate onderkaak","titel_key":"proefschriften_25_jaar_na_dato_49_biomechanische_analyse_van_bot_rond_tandheelkundige_implantaten_in_de_edentate_onderkaak","subtitel":"","samenvatting":"Veranderingen in het bot rond permucosale implantaten kunnen worden veroorzaakt door biomechanische factoren. Computer\u00admodellen worden gebruikt om plaats en hoogte van spanningen in het bot te berekenen. Bouw van modellen en berekening vindt plaats met behulp van de eindige-elementenmethode. Verdere ontwikkeling van software en hardware maakte het 25 jaar geleden mogelijk om complexere driedimensionale modellen te bouwen. Algemeen doel van het proefschrift uit 1992 was de ontwikkeling van een state-of-the-art computermodel van een edentate onderkaak met tandheelkundige implantaten en vervolgens de invloed van een aantal parameters te berekenen op plaats en hoogte van spanning in het bot. In het oog springende resultaten waren dat er weinig verschil is tussen 2 en 4 implantaten in het interforaminale gebied en dat de lengte van implantaten een verwaarloosbaar effect heeft op de hoogte van de spanning. Klinisch onderzoek heeft na die tijd aangetoond dat deze resultaten overeenkwamen met de \u00adwerkelijkheid.","content":"

Veranderingen in het bot rond permucosale implantaten kunnen worden veroorzaakt door biomechanische factoren. Computer­modellen worden gebruikt om plaats en hoogte van spanningen in het bot te berekenen. Bouw van modellen en berekening vindt plaats met behulp van de eindige-elementenmethode. Verdere ontwikkeling van software en hardware maakte het 25 jaar geleden mogelijk om complexere driedimensionale modellen te bouwen. Algemeen doel van het proefschrift uit 1992 was de ontwikkeling van een state-of-the-art computermodel van een edentate onderkaak met tandheelkundige implantaten en vervolgens de invloed van een aantal parameters te berekenen op plaats en hoogte van spanning in het bot. In het oog springende resultaten waren dat er weinig verschil is tussen 2 en 4 implantaten in het interforaminale gebied en dat de lengte van implantaten een verwaarloosbaar effect heeft op de hoogte van de spanning. Klinisch onderzoek heeft na die tijd aangetoond dat deze resultaten overeenkwamen met de ­werkelijkheid.<\/strong><\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"8","serie_naam":"Proefschriften 25 jaar na dato","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4605","auteurs":[{"id":"450","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"H.J.A. Meijer","titel_key":"h_j_a_meijer","old_id":"450","voorvoegsel":"H.J.A.","achternaam":"Meijer"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/145_148.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/17ntvt191_02web.jpg","rubriek_titel":"Onderzoek en wetenschap","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/proefschriften-25-jaar-na-dato-49-biomechanische-analyse-van-bot-rond-tandheelkundige-implantaten-in-de-edentate-onderkaak","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/17ntvt191_02web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/17ntvt191_02web.jpg"},{"id":"2516","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Tandartsbezoek van 65-plussers; onderzoek uit een algemene praktijk in Drenthe","titel_key":"tandartsbezoek_van_65_plussers_onderzoek_uit_een_algemene_praktijk_in_drenthe","subtitel":"","samenvatting":"In dit onderzoek zijn factoren bestudeerd die mogelijk van invloed zijn op tandartsbezoek van zelfstandig wonende 65-plussers. Uit de resultaten van een vragenlijstonderzoek (n = 164, respons 53%) bleek dat 89% regelmatig voor controle bij een tandarts kwam. Factoren van invloed op tandartsbezoek waren: het al dan niet hebben van moeilijkheden bij het plannen, motivatie en het daadwerkelijk maken van een afspraak, de gebitsstatus, het al dan niet hebben van een aanvullende verzekering en het al dan niet reageren op een oproep(kaart). Mobiliteit speelde bij de niet-regelmatige tandartsbezoekers geen grotere rol dan bij de wel-regelmatige bezoekers. Het anticiperen op het eventueel wegblijven van de zelfstandig wonende oudere pati\u00ebnt door een actief oproepbeleid na te streven lijkt meer aan de orde dan het organiseren van vervoer.","content":"

In dit onderzoek zijn factoren bestudeerd die mogelijk van invloed zijn op tandartsbezoek van zelfstandig wonende 65-plussers. Uit de resultaten van een vragenlijstonderzoek (n = 164, respons 53%) bleek dat 89% regelmatig voor controle bij een tandarts kwam. Factoren van invloed op tandartsbezoek waren: het al dan niet hebben van moeilijkheden bij het plannen, motivatie en het daadwerkelijk maken van een afspraak, de gebitsstatus, het al dan niet hebben van een aanvullende verzekering en het al dan niet reageren op een oproep(kaart). Mobiliteit speelde bij de niet-regelmatige tandartsbezoekers geen grotere rol dan bij de wel-regelmatige bezoekers. Het anticiperen op het eventueel wegblijven van de zelfstandig wonende oudere patiënt door een actief oproepbeleid na te streven lijkt meer aan de orde dan het organiseren van vervoer.<\/strong><\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"8","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4606","auteurs":[{"id":"1554","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"O.E.J. Ebbens","titel_key":"o_e_j_ebbens","old_id":"0","voorvoegsel":"O.E.J.","achternaam":"Ebbens"},{"id":"1618","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"M.J. Lawant","titel_key":"m_j_lawant","old_id":"0","voorvoegsel":"M.J.","achternaam":"Lawant"},{"id":"607","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"A.A. Schuller","titel_key":"a_a_schuller","old_id":"607","voorvoegsel":"A.A.","achternaam":"Schuller"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/151_155.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/17ntvt199_01web.jpg","rubriek_titel":"Onderzoek en wetenschap","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/tandartsbezoek-van-65-plussers-onderzoek-uit-een-algemene-praktijk-in-drenthe","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/17ntvt199_01web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/17ntvt199_01web.jpg"},{"id":"2517","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Actieve zuurstof bij de behandeling van (wortel)cari\u00ebs en de toepasbaarheid ervan bij kwetsbare ouderen","titel_key":"actieve_zuurstof_bij_de_behandeling_van_wortel_caries_en_de_toepasbaarheid_ervan_bij_kwetsbare_ouderen","subtitel":"","samenvatting":"In 2000 werd naar aanleiding van de uitkomsten van een labora\u00adtoriumonderzoek naar het antimicrobi\u00eble effect van ozon (een vorm van actieve zuurstof) op cari\u00ebslaesies in tandwortels gesuggereerd dat er een nieuwe, snelle en eenvoudige manier was gevonden om cari\u00ebs te behandelen. Doel van het hier beschreven literatuur\u00adonderzoek was te achterhalen in hoeverre de effectiviteit van actieve zuurstof bij de behandeling van (wortel)cari\u00ebs is aangetoond door in vivo-onderzoek. Uit de resultaten bleek dat de kwaliteit van de verschillende onderzoeken niet hoog is en dat er tot op heden onvoldoende goed wetenschappelijk bewijs is dat het gebruik van ozon een effectieve behandeling tegen (wortel)cari\u00ebs is. De conclusie dat actieve zuurstof, in welke vorm dan ook, geen positieve bijdrage kan leveren aan de strijd tegen cari\u00ebs, is echter nog te vroeg.","content":"

In 2000 werd naar aanleiding van de uitkomsten van een labora­toriumonderzoek naar het antimicrobiële effect van ozon (een vorm van actieve zuurstof) op cariëslaesies in tandwortels gesuggereerd dat er een nieuwe, snelle en eenvoudige manier was gevonden om cariës te behandelen. Doel van het hier beschreven literatuur­onderzoek was te achterhalen in hoeverre de effectiviteit van actieve zuurstof bij de behandeling van (wortel)cariës is aangetoond door in vivo<\/i>-onderzoek. Uit de resultaten bleek dat de kwaliteit van de verschillende onderzoeken niet hoog is en dat er tot op heden onvoldoende goed wetenschappelijk bewijs is dat het gebruik van ozon een effectieve behandeling tegen (wortel)cariës is. De conclusie dat actieve zuurstof, in welke vorm dan ook, geen positieve bijdrage kan leveren aan de strijd tegen cariës, is echter nog te vroeg.<\/strong><\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"8","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4607","auteurs":[{"id":"1627","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"J.W.M. van Gemert","titel_key":"j_w_m_van_gemert_1","old_id":"0","voorvoegsel":"J.W.M. van","achternaam":"Gemert"},{"id":"1045","gebruiker":"31","groep":"3","naam":"C.D. van der Maarel-Wierink","titel_key":"c_d_van_der_maarel_wierink","old_id":"0","voorvoegsel":"C.D. van der ","achternaam":"Maarel-Wierink"},{"id":"1277","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"W.J. Kl\u00fcter","titel_key":"w_j_kluter","old_id":"0","voorvoegsel":"W.J.","achternaam":"Kl\u00fcter"},{"id":"1620","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"E. Hillebrands","titel_key":"e_hillebrands","old_id":"0","voorvoegsel":"E.","achternaam":"Hillebrands"},{"id":"534","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"G.J. van der Putten","titel_key":"g_j_van_der_putten","old_id":"534","voorvoegsel":"G.J. van der ","achternaam":"Putten"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/161_166.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/16ntvt197_01web.jpg","rubriek_titel":"Onderzoek en wetenschap","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/actieve-zuurstof-bij-de-behandeling-van-wortel-caries-en-de-toepasbaarheid-ervan-bij-kwetsbare-ouderen","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/16ntvt197_01web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/16ntvt197_01web.jpg"},{"id":"2518","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Serie: Hora est. Het effect van radiotherapie op de morfologie van de orale mucosa","titel_key":"serie_hora_est_het_effect_van_radiotherapie_op_de_morfologie_van_de_orale_mucosa","subtitel":"","samenvatting":"De behandeling van mondkanker bestaat doorgaans uit chirurgische verwijdering van de tumor, eventueel gevolgd door radiotherapie. Doel van dit promotieonderzoek was de effecten van radiotherapie op de orale weefsels, in het bijzonder de oppervlakkig gelegen epitheelcellen van het mondslijmvlies (orale mucosa) te onderzoeken. Eerder is met elektronenmicroscopisch onderzoek aangetoond dat onbestraalde orale mucosacellen bij sterke vergroting microplicae (ribbels of plooien) bezitten. Deze microplicae vormen samen met diverse speekselcomponenten een beschermende laag, die functioneert als verdediging tegen bijvoorbeeld micro-organismen. Door radiotherapie beschadigen deze microplicae of kunnen zelfs helemaal verdwijnen. Uit het onderzoek bleek dat dit bestralingseffect zowel bij dieren als bij mensen optrad. Naarmate de radiatiedosis toenam (50 Gy of meer) was de destructie van de microplicae ernstiger. Bij een dosis van 60 Gy of meer bleken ze zelfs helemaal te verdwijnen. Dit proces zou mogelijk een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van osteoradionecrose van de kaak en bij het verlies van tandwortelimplantaten na radiotherapie.","content":"

De behandeling van mondkanker bestaat doorgaans uit chirurgische verwijdering van de tumor, eventueel gevolgd door radiotherapie. Doel van dit promotieonderzoek was de effecten van radiotherapie op de orale weefsels, in het bijzonder de oppervlakkig gelegen epitheelcellen van het mondslijmvlies (orale mucosa) te onderzoeken. Eerder is met elektronenmicroscopisch onderzoek aangetoond dat onbestraalde orale mucosacellen bij sterke vergroting microplicae (ribbels of plooien) bezitten. Deze microplicae vormen samen met diverse speekselcomponenten een beschermende laag, die functioneert als verdediging tegen bijvoorbeeld micro-organismen. Door radiotherapie beschadigen deze microplicae of kunnen zelfs helemaal verdwijnen. Uit het onderzoek bleek dat dit bestralingseffect zowel bij dieren als bij mensen optrad. Naarmate de radiatiedosis toenam (50 Gy of meer) was de destructie van de microplicae ernstiger. Bij een dosis van 60 Gy of meer bleken ze zelfs helemaal te verdwijnen. Dit proces zou mogelijk een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van osteoradionecrose van de kaak en bij het verlies van tandwortelimplantaten na radiotherapie.<\/strong><\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"8","serie_naam":"Hora est","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4608","auteurs":[{"id":"1621","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"P.J. Asikainen","titel_key":"p_j_asikainen","old_id":"0","voorvoegsel":"P.J.","achternaam":"Asikainen"},{"id":"1622","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"A.M. Kullaa","titel_key":"a_m_kullaa","old_id":"0","voorvoegsel":"A.M.","achternaam":"Kullaa"},{"id":"1623","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"A. Koistinen","titel_key":"a_koistinen","old_id":"0","voorvoegsel":"A.","achternaam":"Koistinen"},{"id":"608","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"E.A.J.M. Schulten","titel_key":"e_a_j_m_schulten","old_id":"608","voorvoegsel":"E.A.J.M.","achternaam":"Schulten"},{"id":"115","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"C.M. ten Bruggenkate","titel_key":"c_m_ten_bruggenkate","old_id":"115","voorvoegsel":"C.M. ten ","achternaam":"Bruggenkate"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/169_171.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/17ntvt229_01web.jpg","rubriek_titel":"Onderzoek en wetenschap","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/serie-hora-est-het-effect-van-radiotherapie-op-de-morfologie-van-de-orale-mucosa","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/17ntvt229_01web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/17ntvt229_01web.jpg"},{"id":"2519","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Ondersteuning van het \u2018water-only\u2019 beleid op scholen","titel_key":"ondersteuning_van_het_water_only_beleid_op_scholen","subtitel":"Kindertandheelkunde","samenvatting":"Sinds 1980 neemt het aantal kinderen met obesitas toe. De beschikbaarheid en de marketing van suikerhoudende dranken speelt hierbij een belangrijke rol en heeft tegelijkertijd invloed op het ontstaan van cariës en diabetes. Een ‘water-only’ beleid kan hier verandering in brengen. He...","content":"

Sinds 1980 neemt het aantal kinderen met obesitas toe. De beschikbaarheid en de marketing van suikerhoudende dranken speelt hierbij een belangrijke rol en heeft tegelijkertijd invloed op het ontstaan van cariës en diabetes. Een ‘water-only’ beleid kan hier verandering in brengen. Het doel van het onderzoek was de initiatieven om suikerhoudende drankjes op scholen te verbieden en een beleid van alleen water en melk op scholen te promoten te ondersteunen. Van de 201 aangeschreven basisscholen stuurden er slechts 78 de vragenlijst met betrekking tot de huidige status ten aanzien van het ‘water-only’ beleid terug. Op 22 (28%) scholen was het ‘water-only’ beleid ingevoerd, 10 (13%) scholen waren bezig het beleid in te voeren, 12 (15%) overwogen een ‘water-only’ beleid en 12 ( 15%) zagen niets in zo’n initiatief. De belangrijkste reden hiervoor was het gebrek aan ondersteuning door de ouders en de gemeenschap, en zelfs weerstand bij de ouders. Een kwart van de scholen gaf aan van de overheid via een gezondheidsmedewerker ondersteuning te krijgen voor de uitvoering van ‘water only’ beleid. Bij het implementeren van het ‘water-only’ beleid bleek het essentieel de betrokkenen goed te informeren wat de achtergrond van dergelijk beleid is en toezicht te houden bij de toepassing ervan.<\/p>\r\n

Conclusie<\/b>. Een aantal standpunten wordt ingenomen ten aanzien van het ‘water-only’ beleid; ‘water-only’ kan een nieuwe norm op scholen worden en bijdragen tot minder gezondheidsproblemen. Het is een eerste stap naar een gezondere omgeving om obesitas, maar ook andere gezondheidsproblemen te verminderen.<\/p>\r\n

Bron
<\/b>Mansoor O, Ali R, Richards R<\/em>. Regional survey supports national initiative for ‘water-only’ schools in New Zealand. Aust NZ J Public Health 2017; 41: 508-511.
<\/b><\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4609","auteurs":[{"id":"224","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"D.L. Gambon","titel_key":"d_l_gambon","old_id":"224","voorvoegsel":"D.L.","achternaam":"Gambon"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/172_178.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/ondersteuning-van-het-water-only-beleid-op-scholen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"2520","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Effect van kunstharsinfiltratie op mineralisatiedefecten en witte laesies","titel_key":"effect_van_kunstharsinfiltratie_op_mineralisatiedefecten_en_witte_laesies","subtitel":"Restauratieve tandheelkunde","samenvatting":"Witte laesies kunnen bestaan door pre- of posteruptieve schade aan het glazuur. Bevinden ze zich in het front dan kunnen ze als esthetisch storend worden ervaren. Kunstharsinfiltratie kan gebruikt worden om deze laesies te maskeren. Bij deze techniek wordt de laesie diep geëtst met waterstofchl...","content":"

Witte laesies kunnen bestaan door pre- of posteruptieve schade aan het glazuur. Bevinden ze zich in het front dan kunnen ze als esthetisch storend worden ervaren. Kunstharsinfiltratie kan gebruikt worden om deze laesies te maskeren. Bij deze techniek wordt de laesie diep geëtst met waterstofchloridezuur, waarna het poreuze glazuur wordt geïnfiltreerd met kunsthars van lage viscositeit. De lichtbrekingsindex van het geïnfiltreerde glazuur benadert die van normaal glazuur meer dan poreus glazuur dat water of lucht bevat. Dat effect maskeert de laesie. Dit systematisch literatuuronderzoek geeft een overzicht van het beschikbare bewijs over het klinische effect van deze techniek.<\/p>\r\n

Er werd gebruikgemaakt van zowel gerandomiseerd klinisch onderzoek als niet gerandomiseerd onderzoek. In-vitro-, in-situ- en pilotonderzoek, alsmede redactionele brieven, casusbeschrijvingen en –series werden uitgesloten. Uiteindelijk werden 11 artikelen geïncludeerd: 4 gerandomiseerde klinische onderzoeken, 3 conferentieverslagen van gerandomiseerd klinisch onderzoek en 4 niet gerandomiseerde klinische effectonderzoeken..<\/p>\r\n

De niet gerandomiseerde onderzoeken rapporteerden alle een significant effect van een infiltratiebehandeling. Voor ontwikkelingsdefecten werd een totale maskering gezien in 25% van de gebitselementen en een gedeeltelijke maskering in 35%. Voor witte laesies werd een totale maskering gezien in 61% en een gedeeltelijke maskering in 33% van de gevallen. In de gerandomiseerde onderzoeken werd de vergelijking gemaakt met controlegroepen, remineraliseringsbehandelingen en bleekbehandelingen. De kleurvariatie voor en na behandelen bleek significant groter bij de infiltratiebehandeling ten opzichte van bleken, behandeling met fluoridelak en de controlegroep. Behandeling met Novamin® (fluoride met toegevoegde calcium) gaf vergelijkbare effecten. De follow-up varieerde van direct na behandeling tot 6 maanden en in alle onderzoeken was het effect bij follow-up niet afgenomen.<\/p>\r\n

In de onderzoeken zijn voornamelijk witte laesies behandeld die ontstaan waren na orthodontische behandeling. De techniek bleek hier effectiever dan bij behandeling van ontwikkelingsdefecten. Langere follow-upresultaten ontbraken helaas en het blijft onduidelijk hoe de behandelde laesies verkleurden omdat de geïncludeerde onderzoeken hierover geen resultaten gaven. Uit laboratoriumonderzoek blijken wisselende resultaten.<\/p>\r\n

Conclusie. <\/b>De infiltratietechniek lijkt een veelbelovende behandeling van witte laesies, maar er dient in acht te worden genomen dat informatie over langetermijneffecten schaars is.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Borges AB, Caneppele TMF, Masterson D, Maia LC<\/em>. Is resin infiltration an effective esthetic treatment for enamel development defects and white spot lesions? A systematic review. J Dent 2017; 56; 11-18.<\/p>\r\n

 <\/h4>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4610","auteurs":[{"id":"1626","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"R.O. Antonissen","titel_key":"r_o_antonissen","old_id":"0","voorvoegsel":"R.O.","achternaam":"Antonissen"},{"id":"148","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"M.S. Cune","titel_key":"m_s_cune","old_id":"148","voorvoegsel":"M.S.","achternaam":"Cune"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/172_178.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/restauratieve_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/effect-van-kunstharsinfiltratie-op-mineralisatiedefecten-en-witte-laesies","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/restauratieve_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/restauratieve_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"2521","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Ultra-conservatieve behandeling van caviteiten","titel_key":"ultra_conservatieve_behandeling_van_caviteiten","subtitel":"Academisch proefschrift","samenvatting":"M.C. Mijan Ultra-conservative treatment for managing cavitated dentine carious lesions in primary teeth: clinical, behavioural and laboratory aspects Nijmegen: Radboud Universiteit Nijmegen, 2017 182 bl., geïll\r\n\r\n In dit academisch proefschrift wordt het succes van de ultra-conservatieve...","content":"

\"\"M.C. Mijan
<\/span>Ultra-conservative treatment for managing cavitated dentine carious lesions in primary teeth: clinical, behavioural and laboratory aspects
Nijmegen: Radboud Universiteit Nijmegen, 2017
182 bl., geïll<\/span><\/h4>\r\n
\r\n

 In dit academisch proefschrift wordt het succes van de ultra-conservatieve behandeling van caviteiten (UCT) in het melkgebit beschreven. De UCT is een combinatie van de atraumatische restauratieve behandeling (ART) voor kleine caviteiten en de niet-restauratieve cariësbehandeling (NRC) voor grote caviteiten. Onderdeel van UCT was ook het dagelijks poetsen van de tanden op school onder toezicht.<\/p>\r\n<\/figure>\r\n

Voor het onderzoek werden de resultaten van 3 behandelingen vergeleken: 1. De conventionele behandeling (CRT): excaveren en ­prepareren met de boor en daarna een amalgaam­restauratie, 2. De ART-behandeling: excaveren en prepareren met handinstrumentarium en daarna een hoog-viskeuse glasionomeerrestauratie en 3. De UCT. De overleving van de behandelde gebitselementen na 3,5 jaar, de wisseling van de gebitselementen, de kwaliteit van leven voor en na de 3,5 jaar werden onderzocht. Daarnaast werd gekeken of de aanwezigheid van randspleten het succes van de amalgaam- of ART-restauratie bepaalde en naar de minerale dichtheid van het dentine ten gevolge van de 3 behandelcondities. Overleving was in dit onderzoek gedefinieerd als afwezigheid van extractie ten gevolge van kiespijn, ­ontsteking of pulpa-expositie. Een belangrijk verschil tussen de behandelingen is de mate van belasting voor zowel de behandelaars als de kinderen.<\/p>\r\n

De onderzoekers stelden vast dat na 3,5 jaar nog 91% van de CRT-behandelde gebitselementen overleefden, 90% van de ART-behandelde gebitselementen en 87% van de UCT-behandelde gebitselementen. Aangezien deze overlevingsgetallen niet statisch van elkaar verschilden, concludeerden de onderzoekers dat de UCT een volwaardig behandelalternatief is. Een kleine kanttekening bij de resultaten is dat in de UCT-groep de ART-behandeling en de NRC-behandeling niet onafhankelijk van elkaar werden geëvalueerd. Kwaliteit van leven gerelateerd aan mondgezondheid (ORHQoL) werd gemeten bij aanvang en einde van het onderzoek. Het comfort tijdens de behandeling werd niet gemeten. Er werden geen ORHQoL-verschillen gevonden afhankelijk van het type behandeling, wat aangeeft dat de NRC-caviteiten niet leidden tot een negatief gevoel.<\/p>\r\n

 <\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"12","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4611","auteurs":[{"id":"432","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"C. van Loveren","titel_key":"c_van_loveren","old_id":"432","voorvoegsel":"C. van","achternaam":"Loveren"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/181.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/18ntvt102_web.jpg","rubriek_titel":"Media","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/ultra-conservatieve-behandeling-van-caviteiten","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/18ntvt102_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/18ntvt102_web.jpg"},{"id":"2522","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Infectiepreventie van A tot Z voor de mondzorgpraktijk","titel_key":"infectiepreventie_van_a_tot_z_voor_de_mondzorgpraktijk","subtitel":"Boek ","samenvatting":"D.M. Voet, M. de Vries Infectiepreventie van A tot Z voor de mondzorgpraktijk Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 2017 224 bl., geïll. € 39,90 ISBN 978 90 368 1480 5\r\n\r\nNa het verschijnen van de nieuwe KNMT-richtlijn ‘Infectiepreventie in mondzorgpraktijken’ in 2016 is er een derd...","content":"

\"\"D.M. Voet, M. de Vries
<\/strong>Infectiepreventie van A tot Z voor de mondzorgpraktijk
<\/strong>Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 2017
<\/strong>224 bl., geïll. € 39,90
<\/strong>ISBN 978 90 368 1480 5<\/strong><\/h4>\r\n
\r\n

Na het verschijnen van de nieuwe KNMT-richtlijn ‘Infectiepreventie in mondzorgpraktijken’ in 2016 is er een derde, herziene druk van het bekende infectiepreventieboek verschenen. De auteurs richten zich primair op tandarts­assistenten (in opleiding) en hebben hierbij als doel een aanvulling te geven op de richtlijn met een praktische invulling.<\/p>\r\n<\/figure>\r\n

De eerste hoofdstukken richten zich op de ­theoretische basis, waarbij de belangrijkste begrippen en principes over infectieleer en infectieziekten worden uitgelegd. Daarna volgt een hoofdstuk waarin de nieuwe richtlijn wordt besproken, waarbij ook allerlei prak­tische onderwerpen worden aangestipt met een nadruk op logica en eenvoud.<\/p>\r\n

Het leerboek behandelt vervolgens de prak­tische invulling van infectiepreventie aan de stoel, met een apart hoofdstuk over nazorg en onderhoud, voorzien van kleurenfoto’s uit de dagelijkse praktijk. In het boek worden specifieke keuzes gemaakt, deze invulling zorgt voor een duidelijk stappenplan voor de lezers. ­Tegelijkertijd wordt niet altijd duidelijk op welke afwegingen en wetenschappelijke onderbouwing deze keuzes zijn gebaseerd en welke ruimte er is voor een andere invulling in de eigen praktijk.<\/p>\r\n

Ook deze nieuwe druk is in begrijpelijke taal geschreven en geschikt voor de doelgroep. De toevoeging van voorbeelden en foto’s waar mogelijk, maakt het voor de lezer tot een afwisselend geheel. Het laatste hoofdstuk ‘Capita selecta’ gaat dieper in op specifieke aspecten uit de dagelijkse praktijk, waardoor sommige onderwerpen in meerdere hoofdstukken aan bod komen en het werk als geheel zeer volledig is.<\/p>\r\n

Het boek kan als een goede toevoeging dienen in de dagelijkse praktijk voor assis­tenten. De gegeven voorbeelden kunnen als startpunt functioneren voor interessante ­discussies over de individuele invulling van de nieuwe richtlijn.<\/p>\r\n

 <\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"12","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4612","auteurs":[{"id":"1010","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"C.M.C. Volgenant","titel_key":"c_m_c_volgenant","old_id":"1019","voorvoegsel":"C.M.C. ","achternaam":"Volgenant"}],"has_download":"uploads\/uitgave_import\/181.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/18ntvt106_web.jpg","rubriek_titel":"Media","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/infectiepreventie-van-a-tot-z-voor-de-mondzorgpraktijk","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/18ntvt106_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/18ntvt106_web.jpg"},{"id":"2523","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Serie: Cari\u00ebspreventie in historisch perspectief. Voeding","titel_key":"serie_cariespreventie_in_historisch_perspectief_voeding","subtitel":"","samenvatting":"De afgelopen 125 jaar deden verschillende idee\u00ebn opgeld over de invloed van de voeding op het optreden van tandcari\u00ebs. Aanvankelijk werd aangenomen dat tekorten aan calcium en vitamines in de vormingsfase van de gebitselementen leiden tot een hoge cari\u00ebsgevoeligheid van het gebit. Die gedachte is verlaten. De frequentie waarin gegeten of gedronken wordt na de doorbraak van de gebitselementen en het v\u00f3\u00f3rkomen van snel afbreekbare koolhydraten in de voeding lijken nu de belangrijkste factoren voor het al dan niet optreden van cari\u00ebs. De vraag is of voedingsvoorlichting in de huidige tijd nog nodig is nu cari\u00ebs kan worden voorkomen door de tanden te reinigen met fluoridetandpasta.","content":"

De afgelopen 125 jaar deden verschillende ideeën opgeld over de invloed van de voeding op het optreden van tandcariës. Aanvankelijk werd aangenomen dat tekorten aan calcium en vitamines in de  vormingsfase van de gebitselementen leiden tot een hoge cariësgevoeligheid van het gebit. Die gedachte is verlaten. De frequentie waarin gegeten of gedronken wordt na de doorbraak van de gebitselementen en het vóórkomen van snel afbreekbare koolhydraten in de voeding lijken nu de belangrijkste factoren voor het al dan niet optreden van cariës. De vraag is of voedingsvoorlichting in de huidige tijd nog nodig is nu cariës kan worden voorkomen door de tanden te reinigen met fluoridetandpasta.<\/strong><\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"18","serie_naam":"Cari\u00ebspreventie in historisch perspectief","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4613","auteurs":[{"id":"341","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"H. Kalsbeek","titel_key":"h_kalsbeek","old_id":"341","voorvoegsel":"H.","achternaam":"Kalsbeek"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/139_143.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/17ntvt222_04web.jpg","rubriek_titel":"Geschiedenis en tandheelkunde","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/serie-cariespreventie-in-historisch-perspectief-voeding","toegang_niet_leden":false,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/17ntvt222_04web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/17ntvt222_04web.jpg"},{"id":"2524","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Tandheelkundig trauma in relatie tot kwaliteit van leven","titel_key":"tandheelkundig_trauma_in_relatie_tot_kwaliteit_van_leven","subtitel":"Kindertandheelkunde","samenvatting":"Onderzoeken naar de impact van tandheelkundig trauma op de mondgezondheid en de kwaliteit van leven in relatie tot de sociaaleconomische status bij schoolkinderen zijn er weinig en laten tegenstrijdige resultaten zien. Doel van dit onderzoek was na te gaan welk effect een tandheelkundig trauma heeft...","content":"

Onderzoeken naar de impact van tandheelkundig trauma op de mondgezondheid en de kwaliteit van leven in relatie tot de sociaaleconomische status bij schoolkinderen zijn er weinig en laten tegenstrijdige resultaten zien. Doel van dit onderzoek was na te gaan welk effect een tandheelkundig trauma heeft op de mondgezondheid en de kwaliteit van leven en of er een relatie is met de economische status. Etio­logische factoren zoals culturele achtergrond, gedrags- en omgevingsfactoren zouden een rol kunnen spelen bij het ­risico op tandheelkundig letsel. Een cross-sectioneel onderzoek werd uitgevoerd bij 588 12-jarige kinderen op zowel openbare als particuliere scholen. Er vond een klinisch onderzoek plaats naar de aard en de omvang van het trauma, waarbij een diagnose van het tandheelkundig trauma werd gesteld aan de hand van de classifiactie van Andreasen. De kinderen kregen een vragenlijst over orale symptomen, functionele beperkingen en het sociaal en emotioneel welbevinden. Ook de sociaaleconomische status en de overjet werden vastgelegd. Voor de statistische bewerking werd de chi-kwadraattoets en logistische regressieanalyse gebruikt. Bij 29,4% van de 12-jarigen was er sprake van een tandheelkundig trauma aan ten minste 1 gebitselement.<\/span><\/p>\r\n

Bij 53,1% van de kinderen beïnvloedde het trauma de mondgezondheid en daarmee het functioneren van het kind. Een overjet van ≥ 3 mm en tandheelkundig trauma bleek significant gecorreleerd (p < 0.001). Tandheelkundig trauma stond in relatie met impact op mondgezondheid, de kwaliteit van leven en een overbeet ≥ 3 mm. De relatie tussen tandheelkundig trauma en de sociaaleconomische status bleek niet significant.<\/span><\/p>\r\n

Conclusie.<\/span><\/b> Bij meer dan de helft van de kinderen heeft trauma impact op het functioneren van het kind. Wanneer kinderen een overbeet ≥ 3 mm hebben is het verstandig als zorgverlener hier aandacht aan te geven.<\/span><\/p>\r\n

Bron<\/span>
<\/span><\/h4>\r\n

Silva-Oliveira F, Goursand D, Ferreira RC, Paiva PCP, Paiva HN, Ferreira EF, Zarzar PM<\/em>. Traumatic dental injuries in Brazilian children and oral healthrelated quality of life. Dent Traumatol 2018; 34: 28-35.<\/span><\/p>\r\n

 <\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4614","auteurs":[{"id":"224","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"D.L. Gambon","titel_key":"d_l_gambon","old_id":"224","voorvoegsel":"D.L.","achternaam":"Gambon"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/172_178.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/tandheelkundig-trauma-in-relatie-tot-kwaliteit-van-leven","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"2525","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Longitudinale cari\u00ebsprevalentie bij kinderen","titel_key":"longitudinale_cariesprevalentie_bij_kinderen","subtitel":"Kindertandheelkunde","samenvatting":"Het doel van het onderhavige onderzoek was te analyseren of er verschillen waren in cariësprevalentie in de onderzoeksgroep en de aanwezige cariëslaesies per kind in vergelijking met eerder onderzoek in 1973, 1978, 1983, 1993, 2003 en 2013 in dezelfde stad.\r\nDe onderzoeksgroep bestond uit...","content":"

Het doel van het onderhavige onderzoek was te analyseren of er verschillen waren in cariësprevalentie in de onderzoeksgroep en de aanwezige cariëslaesies per kind in vergelijking met eerder onderzoek in 1973, 1978, 1983, 1993, 2003 en 2013 in dezelfde stad.<\/span><\/p>\r\n

De onderzoeksgroep bestond uit 500 willekeurig geselecteerde kinderen verdeeld in de leeftijdsgroepen 3, 5, 10, 15 en 20 jaar. De gebitsstatus van alle kinderen werd zowel klinisch als röntgenologisch onderzocht en vastgelegd door ervaren tandarts-pedodontologen. Er werd onderscheidt gemaakt tussen initiële laesies (ontkalkingen), primaire en secundaire cariës.<\/span><\/p>\r\n

In 1973 was van de 3-jarigen 35% cariësvrij. Veertig jaar later was dat percentage 79%. Bij de 5-jarigen steeg het aantal cariësvrije kinderen van 9% in 1973 tot 69% in 2013. Het aantal cariësvrije 10- en 15-jarigen steeg in 40 jaar naar respectievelijk 61% en 43% in 2013. Het aantal gerestaureerde en aangetaste oppervlakken van melk- (dfs) en blijvende (DFS) gebitselementen was gedaald met 67 tot 90% tussen 1973 en 2013. Bij adolescenten in de leeftijd 10 tot en met 15 jaar was grootste daling in de DFS op de occlusale vlakken te zien. In 2013 bestond bij de 15-jarigen meer dan 90% van de approximale cariës uit initiële cariëslaesies. Ongeveer 85% van de 15-jarigen had een DFS gelijk of kleiner dan 5, terwijl 1% een DFS van 26 of hoger had. In vergelijking met 1973 waren deze percentages respectievelijk 0 en 45. De DFS-score bij de 20-jarigen was 35,1 in 1973 en 5,8 in 2013. Cariësvrije 20-jarigen werden pas in 1993 gezien. Dit percentage was in 2013 toegenomen tot 19%.<\/span><\/p>\r\n

Conclusie<\/span><\/b>. Ondanks de enorme daling in de cariësprevalentie in de periode 1973-2013, blijft cariës een groot probleem in een beperkte groep kinderen, vooral in de leeftijd jonger dan 4 jaar. Aangezien verschillende <\/span>onderzoeken een correlatie laten zien tussen cariësontwikkeling in de melkdentitie en het blijvend gebit, is preventieve zorg bij jonge kinderen noodzakelijk.<\/span><\/p>\r\n

Het is aan te bevelen herhaaldelijke epidemiologische onderzoeken uit te voeren, waarbij de veranderingen in de mondgezondheid in de loop van de jaren kan worden gevolgd om preventieve maatregels te evalueren.<\/span><\/p>\r\n

Bron<\/span><\/h4>\r\n

Koch G, Helkimo AN, Ullbro C.<\/em> Caries prevalence and distribution in individuals aged 3-20 years in Jönköping, Sweden: trends over 40 years. Eur Arch Paediatr Dent 2017; 18: 363-370.<\/span><\/p>\r\n

 <\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4615","auteurs":[{"id":"224","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"D.L. Gambon","titel_key":"d_l_gambon","old_id":"224","voorvoegsel":"D.L.","achternaam":"Gambon"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/172_178.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/longitudinale-cariesprevalentie-bij-kinderen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/kindertandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"2526","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Benutting van de neutrale zones bij de vervaardiging van volledige gebitsprothesen","titel_key":"benutting_van_de_neutrale_zones_bij_de_vervaardiging_van_volledige_gebitsprothesen","subtitel":"Prothetische tandheelkunde","samenvatting":"Tandartsen die veel ervaring hebben met de vervaardiging van volledige gebitsprothesen zijn het er doorgaans over eens dat volledige gebitsprothesen een betere stabiliteit hebben als de zogenoemde neutrale zones worden benut. Dit zijn de anatomische orale gebieden waarin tijdens orale functies de (r...","content":"

Tandartsen die veel ervaring hebben met de vervaardiging van volledige gebitsprothesen zijn het er doorgaans over eens dat volledige gebitsprothesen een betere stabiliteit hebben als de zogenoemde neutrale zones worden benut. Dit zijn de anatomische orale gebieden waarin tijdens orale functies de (randen van de) gebitsprothesen niet worden belast. Dit onderzoek had als doelstelling na te gaan of volledige gebitsprothesen die zijn vervaardigd met benutting van de neutrale zones een betere mondgezondheidgerelateerde levenskwaliteit bewerkstelligen dan volledige gebitsprothesen waarbij dit tijdens de vervaardiging niet is gedaan.<\/span><\/p>\r\n

In een universiteitskliniek in Zuid-Afrika werden voor het onderzoek ervaren dragers van volledige gebitsprothesen geselecteerd die tussen 40 en 85 jaar oud waren en die bereid en in staat waren op 9 tot 10 behandelsessies aanwezig te zijn. Exclusiecriteria waren symptomen van temporomandibulaire disfunctie, orale slijmvlies­afwijkingen, parafuncties, ernstige xerostomie, orofaciale bewegingsstoornissen, ernstige orale manifestaties van systemische ziekten, psychische en psychiatrische ziekten en een wens tot behandeling met orale implantaten. Voor de proefpersonen werden 2 identieke maxillaire volledige gebitsprothesen vervaardigd en 2 mandibulaire volledige gebitsprothesen, 1 met en 1 zonder benutting van de neutrale zones, beide paren gebitsprothesen met de prothese-elementen opgesteld in gelingualiseerde occlusie. Aselect, blind voor de proefpersonen, zonder informatie te geven over de technische verschillen en na een korte periode van benodigde correcties werden beide typen volledige gebitsprothesen gedurende een periode van minimaal 8 weken gedragen. Daarvoor en na elke periode van 8 weken moesten de proefpersonen de Oral Health Impact Profile bestaande uit 20 vragen (OHIP-20) invullen. Het behandeleffect van de 2 typen volledige gebitsprothesen werd vastgesteld door de verschillen tussen de scores op de OHIP-20 vooraf en na de perioden van 8 weken. Beide typen volledige gebitsprothesen hadden een voordelig effect op de OHIP-20-scores, zonder statistisch significante onderlinge verschillen.<\/span><\/p>\r\n

Conclusie<\/span><\/b>. Met dit onderzoek kon niet worden aangetoond dat bij de vervaardiging van volledige gebitsprothesen benutting van de neutrale zones noodzakelijk is voor de mondgezondheidgerelateerde levenskwaliteit.<\/span><\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Geerts GAVM<\/em>. Neutral zone or conventional mandibular complete dentures: a randomised crossover trial comparing oral health-related quality of life. J Oral Rehabil 2017; 44: 702-708.<\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4616","auteurs":[{"id":"23","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C. de Baat","titel_key":"c_de_baat","old_id":"23","voorvoegsel":"C. de","achternaam":"Baat"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/172_178.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/benutting-van-de-neutrale-zones-bij-de-vervaardiging-van-volledige-gebitsprothesen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"2527","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Effectiviteit calciumfosfaat op gevoeligheid bij volledige omslijping","titel_key":"effectiviteit_calciumfosfaat_op_gevoeligheid_bij_volledige_omslijping","subtitel":"Prothetische tandheelkunde","samenvatting":"Om gevoeligheid van volledig omslepen gebitselementen voor en na cementeren van de definitieve restauratie te verminderen moet worden getracht het dentine direct na prepareren af te dekken met calciumfosfaat bevattende desensibiliserende middelen (DM), die afgeleide zijn van calciumfosfaatcementen....","content":"

Om gevoeligheid van volledig omslepen gebitselementen voor en na cementeren van de definitieve restauratie te verminderen moet worden getracht het dentine direct na prepareren af te dekken met calciumfosfaat bevattende desensibiliserende middelen (DM), die afgeleide zijn van calciumfosfaatcementen.<\/span><\/p>\r\n

In dit onderzoek werd de invloed van DM op de pre- en postcementatiegevoeligheid van volledig omslepen contralaterale premolaren onderzocht. Bij 20 patiënten werden 2 vitale premolaren in contralaterale kwadranten onder lokale anesthesie in dezelfde behandelsessie volledig omslepen. Er werd watergekoeld geprepareerd voor een metaal-porseleinrestauratie met behulp van diamantboortjes op hoge snelheid. Tijdelijke voorzieningen werden intraoraal gemaakt en met non-eugenolcement gecementeerd.<\/span><\/p>\r\n

Een dag na prepareren werden de tijdelijke restauraties verwijderd en de stompen schoongemaakt met puimsteen. Een van de gebitselementen werd voorzien van DM, de andere van een placebo. De DM-pasta, tetracalciumfosfaat en watervrij dicalciumfosfaat gemengd met water, werd over de gehele preparatie aangebracht met behulp van een microbrush en 30 seconden ingewreven. Overmatige pasta werd weggespoeld met waterspray. De placebo bestond uit gedistilleerd water, op dezelfde manier aangebracht.<\/span><\/p>\r\n

Voor en na het aanbrengen van DM of de placebo werd de gevoeligheid getest door middel van droogblazen en milde sondering. Na elke stimulus werd de patiënt gevraagd een VAS-score aan te geven (0 = geen pijn, 10 = verschrikkelijke pijn). Een week later werd de tijdelijke voorziening verwijderd en de stompen schoongemaakt. Weer werd getest op gevoeligheid, waarna de definitieve restauraties werden gecementeerd met een glasionomeercement. Tot slot werd 1 maand postoperatief de gevoeligheid bepaald aan de hand van droogblazen zonder verwijderen van de definitieve restauraties.<\/span><\/p>\r\n

Droogblazen was op elk tijdstip van meten gevoeliger dan sonderen. Voor het aanbrengen van DM of de placebo werden geen significante verschillen gezien bij zowel droogblazen als sondering. Bij elke volgende meting was de gevoeligheid bij DM en de placebo significant afgenomen. Direct na het aanbrengen van DM en placebo en 1 week postoperatief, gaf DM significant minder gevoeligheid. Een maand postoperatief waren er geen significante verschillen tussen DM en placebo.<\/span><\/p>\r\n

Conclusie<\/span><\/b>. Het behandelen van volledig omslepen gebitselementen met een desensibiliserend middel kan de korte termijn pre- en postcementatiegevoeligheid bij volledige omslijpingen significant verminderen.<\/span><\/p>\r\n

Bron<\/span><\/h4>\r\n

Shetty R, Bhat AN, Mehta D, Finger WJ<\/em>. Eff ect of a calcium phosphate desensitizer on pre- and postcementation sensitivity of teeth prepared for full-coverage restorations: A randomized, placebo-controlled clinical study. Int J Prosthodont 2017; 30: 38-42.<\/span><\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4617","auteurs":[{"id":"645","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.A.W. Stoffels","titel_key":"j_a_w_stoffels","old_id":"645","voorvoegsel":"J.A.W. ","achternaam":"Stoffels"},{"id":"148","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"M.S. Cune","titel_key":"m_s_cune","old_id":"148","voorvoegsel":"M.S.","achternaam":"Cune"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/172_178.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/effectiviteit-calciumfosfaat-op-gevoeligheid-bij-volledige-omslijping","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"2528","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Invloed ferrule op fractuurweerstand van endodontisch behandelde bovenincisieven","titel_key":"invloed_ferrule_op_fractuurweerstand_van_endodontisch_behandelde_bovenincisieven","subtitel":"Prothetische tandheelkunde","samenvatting":"Bij de restauratie van biomechanisch gecompromitteerde gebitselementen zou het ferrule-effect belangrijker zijn voor behoud van de integriteit van een gebitselement dan het plaatsen van een wortelkanaalstift. In dit artikel wordt het effect van een partiële ferrule met 1 ontbrekende approximale...","content":"

Bij de restauratie van biomechanisch gecompromitteerde gebitselementen zou het ferrule-effect belangrijker zijn voor behoud van de integriteit van een gebitselement dan het plaatsen van een wortelkanaalstift. In dit artikel wordt het effect van een partiële ferrule met 1 ontbrekende approximale wand en variërende hoogtes van de resterende approximale wand op de fractuurresistentie van centrale bovenincisieven geëvalueerd. De gebitselementen werden met een gegoten stiftopbouw gerestaureerd.<\/span><\/p>\r\n

Er werden 60 intacte, recent geëxtraheerde maxillaire centrale incisieven endodontisch behandeld. De kronen werden tot verschillende dimensies gereduceerd (afb. 1). Voor de stiftpreparaties werd mechanisch 8 mm guttapercha verwijderd. Er werden gegoten stiftopbouwen van nikkel-chroom legering vervaardigd. Deze werden gecementeerd met chemisch uithardend composietcement. Het kanaal van groep F werd alleen gevuld met een composietcement. Alle gebitselementen werden gerestaureerd met een volledige metalen kroon, geplaatst met zinkfosfaatcement en gethermocycleerd. Vervolgens werd op elk gebitselement een compressiekracht uitgevoerd in een universele testmachine. Hierbij werd de kracht op het linguale vlak uitgeoefend onder een hoek van 45 graden met de lengte van het gebitselement totdat fractuur optrad.<\/span><\/p>\r\n

 \"\"<\/strong><\/em><\/p>\r\n

Afb. 1<\/strong>. Geen ferrule (a<\/strong>), 2 mm hoge complete ferrule (b<\/strong>), 2 mm hoge ferrule met 1 ontbrekende approximale wand (c<\/strong>), 3 mm hoge ferrule met 1 ontbrekende approximale wand (d<\/strong>), 4 mm hoge ferrule met een 3 mm hoge linguale wand en 1 ontbrekende approximale wand (e<\/strong>), Controle groep, 6 mm hoge ferrule met 1 ontbrekende approximale wand en een 3 mm hoge linguale wand (geen stift) (f<\/strong>).<\/em><\/p>\r\n

De gemiddelde fractuursterktes (sd) voor de groepen A tot en met F waren respectievelijk: 494 (110), 932 (237), 697 (165), 844 (143), 853 (115) en 896 (210). Alle groepen waren significant sterker dan groep A. Daarnaast bleek een significant verschil te bestaan tussen groep B en C. De fractuursterkte van groep D (844 N) en F (854 N) waren significant hoger dan van groep C.<\/span><\/p>\r\n

Met een gegoten stiftopbouw gerestaureerde centrale bovenincisieven met een 2 mm hoge, complete ferrule zijn in dit in-vitro-experiment sterker dan gebitselementen met een 2 mm hoge ferrule en 1 ontbrekende approximale wand. Een ferrule van 3 en 4 mm leidt tot een significante toename in fractuursterkte bij 1 ontbrekende approximale wand.<\/span><\/p>\r\n

Conclusie<\/span><\/b>. De residuale coronale structuur speelt een cruciale rol bij de prognose van een gebitselement. Het al dan niet ontbreken van een approximale wand leidt te allen tijde tot verzwakking, maar kan enigszins worden gecompenseerd door de ferrule als die hoger is dan 2 mm.<\/span><\/p>\r\n

Bron<\/span><\/h4>\r\n

Santos Pantaleón D, Morrow BR, Cagna DR, Pameijer CH, Garcia-Godoy F. <\/em>Infl uence of remaining coronal tooth structure on fracture resistance and failure mode of restored endodontically treated maxillary incisors. J Prosthet Dent 2017 Jul 27 [epub ahead of print].<\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4618","auteurs":[{"id":"1628","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"","titel_key":"k_hesse","old_id":"0","voorvoegsel":"K.","achternaam":"Hesse"},{"id":"148","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"M.S. Cune","titel_key":"m_s_cune","old_id":"148","voorvoegsel":"M.S.","achternaam":"Cune"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/172_178.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/invloed-ferrule-op-fractuurweerstand-van-endodontisch-behandelde-bovenincisieven","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/prothetische_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"2529","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Ontwerp van dozen en de besmetting van handschoenen","titel_key":"ontwerp_van_dozen_en_de_besmetting_van_handschoenen","subtitel":"Infectiepreventie","samenvatting":"Handschoenen beschermen, mits onbeschadigd, de handen tegen contaminatie met micro-organismen en verkleinen daarmee de kans op kruisbesmetting. Handschoenen kunnen echter al voor het gebruik besmet zijn met micro-organismen. In een observationeel onderzoek werd daarom onderzocht of een nieuw type ve...","content":"

Handschoenen beschermen, mits onbeschadigd, de handen tegen contaminatie met micro-organismen en verkleinen daarmee de kans op kruisbesmetting. Handschoenen kunnen echter al voor het gebruik besmet zijn met micro-organismen. In een observationeel onderzoek werd daarom onderzocht of een nieuw type verpakkingsdoos voor handschoenen (gemodificeerde dozen) minder verontreiniging op de handschoenen en de doos gaf, vergeleken met de conventionele handschoenendozen. De gemodificeerde dozen gaven 1 handschoen per keer af in een verticale richting met altijd het manchet naar voren.<\/span><\/p>\r\n

Op 7 locaties (3 ziekenhuizen met spoedeisende hulp, 1 tandartspraktijk, 1 uitvaartcentrum, 1 zorgcentrum en 1 tatoeagewinkel) werden zowel gemodificeerde handschoenendozen als conventionele dozen neergezet. De gemodificeerde dozen werden verticaal aan de muur gemonteerd, terwijl de conventionele dozen horizontaal op een oppervlak werden geplaatst. Direct na plaatsing werden gedurende een periode van 6 weken elke week microbiologische monsters genomen van een paar handschoenen (en in week 0, 3 en 6 ook rond het diafragma van de doos) en werd gekeken naar kolonievormende eenheden (KVE).<\/span><\/p>\r\n

Er bleek geen statistisch verschil in KVE’s bij de start van het onderzoek. Al na 1 week was er significant minder besmetting van de handschoenen uit de gemodificeerde dozen (p = 0,03) vergeleken met de conventionele dozen. De resultaten na 6 weken lieten zien dat de handschoenen uit de gemodificeerde dozen aanzienlijk minder gecontamineerd waren dan handschoenen uit de conventionele dozen (p < 0,001); handschoenen van gemodificeerde dozen vertoonden 89% minder bacteriële besmetting.<\/span><\/p>\r\n

Het oppervlak rond het diafragma van de gemodificeerde dozen was significant minder verontreinigd in de tijd vergeleken met de conventionele dozen (p < 0,001); de modificatie vertoonde gemiddeld 47% minder verontreiniging rond het diafragma. De resultaten werden niet uitgesplitst naar de verschillende behandellocaties, wel melden de onderzoekers dat de hoogste aantallen KVE’s op de handschoenen werden gevonden in de tandartspraktijk.<\/span><\/p>\r\n

Conclusie<\/span><\/b>.Uit dit onderzoek blijkt dat een aanpassing van het ontwerp van een handschoenendoos de microbiële verontreiniging van ongebruikte handschoenen vermindert.<\/span><\/p>\r\n

Of pathogene micro-organismen deze handschoenen koloniseerden hebben de onderzoekers niet onderzocht. Zij benadrukten ten slotte dat aanpassingen van de handschoenendozen het risico op microbiële kruisbesmetting kunnen verminderen, maar nooit de toepassing van goede handhygiëne kunnen vervangen.<\/span><\/p>\r\n

Bron<\/span><\/h4>\r\n

Assadian O, Leaper D J, Kramer A, Ousey K J<\/em>. Can the design of glove dispensing boxes influence glove contamination? J Hosp Infect 2016; 94: 25 9-262.<\/span><\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4619","auteurs":[{"id":"1010","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"C.M.C. Volgenant","titel_key":"c_m_c_volgenant","old_id":"1019","voorvoegsel":"C.M.C. ","achternaam":"Volgenant"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/172_178.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/hygiene_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/ontwerp-van-dozen-en-de-besmetting-van-handschoenen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/hygiene_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/hygiene_logo.jpg"},{"id":"2530","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Verandering in student-pati\u00ebntrelatie bij een overdraagbare infectieziekte","titel_key":"verandering_in_student_patientrelatie_bij_een_overdraagbare_infectieziekte","subtitel":"Infectiepreventie","samenvatting":"Het behandelen van patiënten met een besmettelijke ziekte (bijvoorbeeld HIV, hepatitis B of C) geeft een laag risico op overdracht mits de voorgeschreven infectiepreventiemaatregelen worden genomen. Soms wordt dit risico op overdracht te hoog geschat, waardoor een besmette patiënt (onterec...","content":"

Het behandelen van patiënten met een besmettelijke ziekte (bijvoorbeeld HIV, hepatitis B of C) geeft een laag risico op overdracht mits de voorgeschreven infectiepreventiemaatregelen worden genomen. Soms wordt dit risico op overdracht te hoog geschat, waardoor een besmette patiënt (onterecht) behandeling wordt geweigerd. Daarnaast kunnen besmette patiënten onvoldoende vertrouwen hebben in een mondzorgverlener om hun serologische status mee te delen. Onder Franse tandheelkundestudenten werd een vragenlijstonderzoek uitgevoerd om te onderzoeken of de medische relatie tussen studenten en patiënten veranderde als bekend werd dat de patiënt een besmettelijke infectieziekte had.<\/span><\/p>\r\n

Van de 226 vierde-, vijfde- en zesdejaars tandheelkundestudenten vulden 111 (49%) de vragenlijst in met als onderwerpen stress, kennis en zorgverlening met betrekking tot overdraagbare infectieziekten bij patiënten. De studenten gaven aan meer stress te ervaren als ze een patiënt behandelden van wie bekend was dat deze een besmettelijke infectieziekte heeft. Deze stress werd minder naarmate ze meer ervaring hadden. Bovendien hadden de studenten aan het eind van hun studie meer kennis over de beroepsrisico’s van overdracht. Slechts 39,6% van de studenten had geen last van een verminderde concentratie bij deze groep patiënten tijdens een behandeling. Als bekend werd dat een patiënt een besmettelijke ziekte had, gaf 63,1% van de studenten aan deze patiënt niet in de tijd te willen vervolgen. Dit laatste, in combinatie met een verhoogd stressniveau tijdens de behandeling, gaf aan dat er een bewuste verandering was in de student-patiënt­relatie bij patiënten met een besmettelijke ziekte. Dit leidt tot ethische vragen, omdat de tandheelkundige zorg voor patiënten dus kan veranderen als bekend is dat ze een besmettelijke ziekte hebben.<\/span><\/p>\r\n

Conclusie. <\/span><\/b>Kennis over de risico’s op overdracht van besmettelijke ziekten heeft een positief effect op het ­bewuste gedrag van mondzorgverleners en daardoor op de kwaliteit van de zorg aan de patiënten.<\/span><\/p>\r\n

Bron<\/span><\/h4>\r\n

Offner D, Munch LA, Musset AM<\/em>. Dental students and patients with a communicable infectious disease: any alteration in the relationship? Divers Equal Health Care 2017; 14: 249-253<\/span><\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4620","auteurs":[{"id":"1010","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"C.M.C. Volgenant","titel_key":"c_m_c_volgenant","old_id":"1019","voorvoegsel":"C.M.C. ","achternaam":"Volgenant"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/172_178.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/hygiene_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/verandering-in-student-patientrelatie-bij-een-overdraagbare-infectieziekte","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/hygiene_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/hygiene_logo.jpg"},{"id":"2531","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Vergelijking 2 cari\u00ebspreventieve methoden in de tandartspraktijk","titel_key":"vergelijking_2_cariespreventieve_methoden_in_de_tandartspraktijk","subtitel":"Preventieve tandheelkunde","samenvatting":"Tandcariës is te voorkomen maar is toch vaak onder jonge kinderen aanwezig. Daarom moeten ouders van begin af aan worden begeleid in maatregelen die het ontstaan van carieuze dentinelaesie voorkomen. In dit onderzoek, dat in 22 tandartspraktijken in Noord-Ierland werd uitgevoerd, werden 2- en 3...","content":"

Tandcariës is te voorkomen maar is toch vaak onder jonge kinderen aanwezig. Daarom moeten ouders van begin af aan worden begeleid in maatregelen die het ontstaan van carieuze dentinelaesie voorkomen. In dit onderzoek, dat in 22 tandartspraktijken in Noord-Ierland werd uitgevoerd, werden 2- en 3-jarigen die ‘cariësvrij’ (geen dentinecaviteit) waren in 2 groepen verdeeld. Twee keer per jaar werd bij kinderen uit groep 1 fluoridevernis aangebracht, 1.450 ppm fluoridepasta uitgedeeld en professioneel advies gegeven over aangetoond werkzame cariëspreventieve maatregelen. De kinderen in groep 2 kregen 2 keer per jaar alleen een professioneel advies.<\/span><\/p>\r\n

Het uitvalpercentage na 3 jaar was 12% (groep 1) en 12,3% (groep 2). Na 3 jaar hadden respectievelijk 34% en 39% van de kinderen uit groep 1 en 2 ten minste 1 carieuze dentinelaesie ontwikkeld (p = 0,03). Er was geen verschil in de frequentie van gerapporteerde tandpijn en het aantal geëxtraheerde gebitselementen in de kinderen die carieuze dentinelaesies hadden ontwikkeld. De gemiddelde dmfs-waarde van deze kinderen was 7,2 (groep 1) en 9,6 (groep 2) (p = 0,007).<\/span><\/p>\r\n

Conclusie.<\/span><\/b> Het onderzoek toonde aan dat het interventieprogramma bij tweederde van de kinderen het ontstaan van carieuze dentinelaesies kan voorkomen, maar dat statistisch hetzelfde wordt bereikt door het geven van alleen professioneel advies.<\/span><\/p>\r\n

Bron<\/span><\/h4>\r\n

Tickle M, O'Neill C, Donaldson M, et al.<\/em> A randomized controlled trial of caries prevention in dental practice. J Dent Res 2017; 96: 741-746.<\/span><\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4621","auteurs":[{"id":"222","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.E. Frencken","titel_key":"j_e_frencken","old_id":"222","voorvoegsel":"J.E.","achternaam":"Frencken"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/172_178.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/preventieve_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/vergelijking-2-cariespreventieve-methoden-in-de-tandartspraktijk","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/preventieve_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/preventieve_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"2532","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Microbioom van de tong bij mensen met en zonder orale halitose","titel_key":"microbioom_van_de_tong_bij_mensen_met_en_zonder_orale_halitose","subtitel":"Preventieve tandheelkunde","samenvatting":"Volgens de huidige inzichten zijn bacteriën in tongbeslag de hoofdoorzaak van orale halitose. Door beperkingen van de microbiologische kweekmethoden is er tot nu toe nog geen betrouwbaar beeld van het microbioom van de tong. Daarom werd gepoogd dit beeld te verkrijgen met behulp van de huidige...","content":"

Volgens de huidige inzichten zijn bacteriën in tongbeslag de hoofdoorzaak van orale halitose. Door beperkingen van de microbiologische kweekmethoden is er tot nu toe nog geen betrouwbaar beeld van het microbioom van de tong. Daarom werd gepoogd dit beeld te verkrijgen met behulp van de huidige moleculaire detectie- en isolatiemethoden.<\/span><\/p>\r\n

In een kliniek voor parodontologie in Amsterdam werden 26 mensen die zich hadden aangemeld in verband met klachten over halitose, gevraagd deel te nemen aan het onderzoek. Alle geselecteerde personen waren niet zwanger, hadden geen systemische ziekten, hadden in de voorgaande 3 maanden geen hyposialie-inducerende en antimicrobiële medicamenten en zelfzorgmiddelen gebruikt en hadden een DPSI-score die kleiner was dan 3. De diagnose orale halitose werd gesteld met organoleptisch onderzoek en bepaling van de hoeveelheid zwavel in uitademingslucht. Met een tongschraper werd de totale hoeveelheid tongbeslag verzameld en dit werd bewerkt met een batterij aan moleculaire detectie- en isolatiemethoden.<\/span><\/p>\r\n

Van de 26 geselecteerde personen hadden er 16 orale halitose. De aangetroffen bacteriën konden worden ingedeeld in 7 stammen, 27 geslachten en 825 operationele taxonomische eenheden, die nagenoeg in gelijke mate voorkwamen bij mensen met en zonder orale halitose. Op het niveau van de stammen werden Saccharibacteria<\/i> (TM7<\/i>) frequent gevonden bij mensen met orale halitose en Gemellaceae<\/i> bij de overigen. Op niveau van de operationele taxonomische eenheden kwamen de volgende bacteriën veel voor bij de mensen met orale halitose: Aggregatibacter<\/i>, Aggregatibacter segnis<\/i>, Campylobacter<\/i>, Capnocytofaga<\/i>, Clostridiales<\/i>, Dialister<\/i>, Leptotrichia<\/i>, Parvimonas<\/i>, Peptostreptococcus<\/i>, Peptococcus<\/i>, Prevotella<\/i>, Selenomonas<\/i>, SR1<\/i>, Tannerella<\/i>, TM7-3<\/i> en Treponema<\/i>. Bij de mensen zonder orale halitose waren dit: Aggregatibacter<\/i>, Haemofilus<\/i>, Haemofilus parainfluenza<\/i>, Moryella<\/i>, Oribacterium<\/i>, Prevotella<\/i>, diverse streptokokken en Rothia dentocariosa<\/i>.<\/span><\/p>\r\n

Conclusie<\/span><\/b>. Het microbioom van de tong bleek bij orale halitose kwalitatief nagenoeg hetzelfde als bij afwezigheid van orale halitose. Daarom is vermoedelijk de kwantiteit van dit microbioom een belangrijke factor bij het ontstaan van orale halitose.<\/span><\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Seerangaiyan K, Winkelhoff AJ van, Harmsen HJM, Rossen JWA, Winkel EG<\/em>. The tongue microbiome in healthy subjects and patients with intra-oral halitosis. J Breath Res 2017; 11: 036010.<\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4622","auteurs":[{"id":"23","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C. de Baat","titel_key":"c_de_baat","old_id":"23","voorvoegsel":"C. de","achternaam":"Baat"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/172_178.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/preventieve_tandheelkunde_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/microbioom-van-de-tong-bij-mensen-met-en-zonder-orale-halitose","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/preventieve_tandheelkunde_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/preventieve_tandheelkunde_logo.jpg"},{"id":"2533","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Behandeling van diepe gecaviteerde dentinelaesies","titel_key":"behandeling_van_diepe_gecaviteerde_dentinelaesies","subtitel":"Cariologie","samenvatting":"Het komt veelvuldig voor dat een caviteit het pulpale deel van het dentine bereikt. De restauratieve behandeling bestaat meestal uit het verwijderen van al het carieuze weefsel (groep A) of alleen het verwijderen van het zacht carieuze weefsel in de eerste zitting om daarna, in het besproken onderzo...","content":"

Het komt veelvuldig voor dat een caviteit het pulpale deel van het dentine bereikt. De restauratieve behandeling bestaat meestal uit het verwijderen van al het carieuze weefsel (groep A) of alleen het verwijderen van het zacht carieuze weefsel in de eerste zitting om daarna, in het besproken onderzoek na 8-12 weken, de tijdelijk restauratie te heropenen en al het carieuze weefsel te verwijderen. Dit is de zogenoemde step-wisemethode (groep B). Dit onderzoek had tot doel de overleving van beide groepen na 5 jaar te vergelijken.<\/span><\/p>\r\n

De uitkomstmaat was de vitaliteit van de pulpa en de aanwezigheid van pijn en radiolucentie aan de apex. In totaal werden 121 en 118 gebitselementen met een diepe dentinelaesie in evenzovele volwassenen behandeld door respectievelijk al het carieuze weefsel te verwijderen en de step-wisemethode. Vergeleken met de 5-jaarsoverleving van 46,3% voor groep A was de overleving van groep B (60,2%) significant hoger (p = 0,03). De voornaamste faalreden was pulpa-exponatie: 35,5% in groep A en 21,2% in groep B (p = 0,014).<\/span><\/p>\r\n

Conclusie<\/span><\/b>. Dit onderzoek laat zien dat de step-wise methode een hogere prognose tot behoud van een gebitselement heeft dan het verwijderen van al het aanwezige carieuze weefsel in 1 zitting.<\/span><\/p>\r\n

Bron<\/span><\/h4>\r\n

Bjørndal L, Fransson H, Bruun G, Markvart M, Kjældgaard M, Näsman P, Hedenbjörk-Lager A, Dige I, Thordrup M<\/em>. Randomized clinical trials on deep carious lesions: 5-year follow-up. J Dent Res 2017; 96: 747-753.<\/span><\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4623","auteurs":[{"id":"222","gebruiker":"0","groep":"0","naam":"J.E. Frencken","titel_key":"j_e_frencken","old_id":"222","voorvoegsel":"J.E.","achternaam":"Frencken"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/172_178.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/cariologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/behandeling-van-diepe-gecaviteerde-dentinelaesies","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/cariologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/cariologie_logo.jpg"},{"id":"2534","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Effect van individuele preventieve mondzorg voor thuiswonende ouderen","titel_key":"effect_van_individuele_preventieve_mondzorg_voor_thuiswonende_ouderen","subtitel":"Gerodontologie","samenvatting":"Dit onderzoek had als doelstelling de doelmatigheid te bepalen van een individuele preventieve mondverzorgingsinterventie voor ouderen die thuiszorg krijgen. In 3 regio’s van Finland werden aselect steekproeven getrokken van de inwoners van 75 jaar of ouder die thuiszorg kregen. Ongeveer 60% v...","content":"

Dit onderzoek had als doelstelling de doelmatigheid te bepalen van een individuele preventieve mondverzorgingsinterventie voor ouderen die thuiszorg krijgen. In 3 regio’s van Finland werden aselect steekproeven getrokken van de inwoners van 75 jaar of ouder die thuiszorg kregen. Ongeveer 60% van de benaderde ouderen was bereid te participeren. Er fungeerde 1 regio als interventiegroep en de 2 andere als controlegroep, bestaande uit respectievelijk 151 en 118 participanten. Alle participanten ondergingen een interview en een mondonderzoek. Voor het interview werden vragenlijsten gebruikt over sociaaleconomische factoren, leefomstandigheden, gezondheid, gezondheidsgedrag, cognitie, algemene dagelijkse levensverrichtingen, voeding, gebruikte medicatie en mondgezondheid(sgedrag). Geregistreerde mondgezondheidsvariabelen waren: aantal gebitselementen, conditie gebitselementen en slijmvliezen, aanwezigheid gebitsprothesen en mond- en prothesehygiëne. Voor alle participanten van de interventiegroep werd een individuele preventieve interventie opgesteld met minimaal 1 van de volgende opties: instructie mondverzorging, instructie gebitsprotheseverzorging en instructie verzorging slijmvliezen. Deze instructies werden gegeven aan de participant of aan een persoonlijke (mantel)-zorgverlener. Zes maanden na de interventie werden alle interviews en mondonderzoeken herhaald.<\/span><\/p>\r\n

In de interventiegroep bleken na de interventie de scores voor mondhygiëne en prothesehygiëne statistisch significant beter dan daarvoor, terwijl deze positieve ontwikkeling in de controlegroep niet aanwezig was. Ondanks de positieve resultaten in de interventiegroep was toch nog biofilm aanwezig op de helft van het aantal gebitselementen en verklaarde 20% van de participanten dat zij moeilijkheden ondervonden bij de dagelijkse mondverzorging. Degenen in de interventiegroep met ongunstigere scores op cognitie en op algemene dagelijkse levensverrichtingen hadden slechtere scores op mond- en prothesehygiëne.<\/span><\/p>\r\n

Conclusie<\/span><\/b>. De individuele preventieve interventies voor ouderen die thuiszorg krijgen, bleken op korte termijn doelmatig in het verbeteren van de mond- en de prothesehygiëne, maar verdere verbetering is nodig.<\/span><\/p>\r\n

Bron<\/span><\/h4>\r\n

Nihtilä A, Tuuliainen E, Komulainen K, et al<\/em>. Preventive oral health intervention among older home care clients. Age Ageing 2017; 46: 846-851.<\/span><\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4624","auteurs":[{"id":"23","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C. de Baat","titel_key":"c_de_baat","old_id":"23","voorvoegsel":"C. de","achternaam":"Baat"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/172_178.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gerodontologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/effect-van-individuele-preventieve-mondzorg-voor-thuiswonende-ouderen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gerodontologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gerodontologie_logo.jpg"},{"id":"2535","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Toepassing van zilverdiaminefluoride bij ouderen","titel_key":"toepassing_van_zilverdiaminefluoride_bij_ouderen","subtitel":"Gerodontologie","samenvatting":"Aangetoond is dat zilverdiaminefluoride bij kinderen een goedkoop, veilig en eenvoudig toepasbaar preventief middel tegen cariës is. De doelstelling van dit systematisch literatuuronderzoek was te bepalen of zilverdiaminefluoride ook toepasbaar is bij ouderen die een groot cariësrisico heb...","content":"

Aangetoond is dat zilverdiaminefluoride bij kinderen een goedkoop, veilig en eenvoudig toepasbaar preventief middel tegen cariës is. De doelstelling van dit systematisch literatuuronderzoek was te bepalen of zilverdiaminefluoride ook toepasbaar is bij ouderen die een groot cariësrisico hebben en die door economische, sociale, psychische of fysieke problemen niet of nauwelijks meer in staat zijn mondzorgverleners te consulteren.<\/span><\/p>\r\n

In 8 elektronische gegevensbestanden werd naar relevante Engelstalige cohortonderzoeken en gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken gezocht met behulp van een lijst van trefwoorden over de onderwerpen zilverdiaminefluoride en cariës bij ouderen. Om de kwaliteit van de gevonden onderzoeksartikelen te bepalen, werd de methode van de Oxford Centre for Evidence-based Medicine gebruikt. Uit de onderzoeksresultaten berekenden de onderzoekers het percentage personen in de populatie die de preventieve interventie onderging en geen cariës kreeg ten opzichte van dat percentage in de controlegroep (‘preventive fraction’; PF), het aantal personen dat preventief moet worden behandeld om te voorkomen dat 1 persoon wel cariës krijgt (‘number needed to treat’; NNT) en het relatieve risico op het ontstaan van cariës (‘relative risk’, RR).<\/span><\/p>\r\n

De zoekactie leverde 2.935 artikelen op. Na controle op relevantie, duplicaten en de selectie- en kwaliteitscriteria resteerden 19 artikelen waarvan de volledige tekst werd bestudeerd. Hierna bleven 3 gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken over die naadloos pasten in de onderzoeksdoelstelling, maar die alleen over wortelcariës en niet over krooncariës gingen. In 1 onderzoek streefde men naar preventie van nieuwe wortelcariëslaesies, in 1 naar inactief worden van actieve wortelcariëslaesies en in het derde naar beide. De onderzoeksduur varieerde van 2 tot 3 jaar, de PF van 71 tot 600%, het NNT van 1,8 tot 4,2 en het RR van 0,2 tot 7,0.<\/span><\/p>\r\n

Conclusie<\/span><\/b>. Voor de risicogroep van (kwetsbare en zorgafhankelijke) ouderen is zilverdiaminefluoride een effectief middel om wortelcariës te voorkomen en om actieve wortelcariës te inactiveren.<\/span><\/p>\r\n

Bron<\/span><\/h4>\r\n

Hendre AD, Taylor GW, Chávez EM, Hyde S<\/em>. A systematic review of silver diamine fluoride: Effectiveness and application in older adults. Gerodontology 2017; 34: 411-419.<\/span><\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4625","auteurs":[{"id":"23","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"C. de Baat","titel_key":"c_de_baat","old_id":"23","voorvoegsel":"C. de","achternaam":"Baat"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/172_178.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gerodontologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/toepassing-van-zilverdiaminefluoride-bij-ouderen","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gerodontologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/gerodontologie_logo.jpg"},{"id":"2536","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"In-vitro-onderzoeken naar parodontitis apicalis en de algehele gezondheid","titel_key":"in_vitro_onderzoeken_naar_parodontitis_apicalis_en_de_algehele_gezondheid","subtitel":"Parodontologie","samenvatting":"Al lang wordt de vraag gesteld of parodontitis apicalis een effect heeft op de algehele gezondheid. Relaties zijn gevonden met cardiovasculaire aandoeningen of met diabetes mellitus. Door de cross-sectionele opzet van deze onderzoeken is het echter niet mogelijk een oorzakelijk verband aan te tonen....","content":"

Al lang wordt de vraag gesteld of parodontitis apicalis een effect heeft op de algehele gezondheid. Relaties zijn gevonden met cardiovasculaire aandoeningen of met diabetes mellitus. Door de cross-sectionele opzet van deze onderzoeken is het echter niet mogelijk een oorzakelijk verband aan te tonen. Ook is het belangrijk om te weten of parodontitis apicalis een effect heeft op de gezondheid van een gezond individu. De uitkomsten van het onderhavige onderzoek met een rattenmodel zijn weliswaar niet direct te vertalen naar de mens, maar de resultaten geven te denken. Het doel van dit onderzoek was te onderzoeken of parodontitis apicalis een systemische verhoging van cytokines en pathologische veranderingen in organen kan geven.<\/p>\r\n

In 36 ratten werd parodontitis apicalis geïnduceerd door de pulpa van 2 bovenmolaren te exponeren en de caviteit af te sluiten met een wattenbol. Na pulpa-expositie werden de dieren op verschillende tijdstippen gedood (na 0, 6, 12, 24, 28, en 96 uur en na 1, 2, 3, 4, 5, en 6 weken) en het bloedserum werd onderzocht op concentraties van C-reactief eiwit (CRP) en ontstekingsbevorderende cytokines (IL-2 en IL-6). Ook werden weefsels en organen (aortaboog, myocard, lever en milt) verzameld. Deze werden histologisch onderzocht.<\/p>\r\n

Bloedserumconcentraties van CRP, IL-2 en IL-6 waren significant verhoogd na 6 uur en later. De concentratie van CRP piekte na 1 week. De concentraties van IL-2 en IL-6 piekten respectievelijk na 4 en 2 weken. Omkeerbare verschijnselen van ontsteking werden geobserveerd in het vaatweefsel van de aortaboog (2 weken na pulpa-expositie), in het myocard (5 weken) en milt (5 weken). Niet-omkeerbare veranderingen werden gesignaleerd in de lever waarbij necrose van hepatocyten optrad (na 2 weken).<\/p>\r\n

Conclusie.<\/b> Parodontitis apicalis verhoogde de bloedserumconcentraties van ontstekingsbevorderende moleculen. Bovendien werden in weefsels en organen verschijnselen van lichte tot gevorderde ontsteking waargenomen.<\/p>\r\n

Bron<\/h4>\r\n

Zhang J, Huang X, Lu B, Zhang C, Cai Z<\/em>. Can apical periodontitis affect serum levels of CRP, IL-2, and IL-6 as well as induce pathological changes in remote organs? Clin Oral Investig 2016; 20: 1617-1624.<\/p>","datum":"2018-03-02 00:00:00","rubriek":"14","serie_naam":"","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"233","koppel_type":"artikel","koppel_id":"4626","auteurs":[{"id":"1095","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"S.V. van der Waal","titel_key":"s_v_van_der_waal","old_id":"0","voorvoegsel":"S.V. van der","achternaam":"Waal"}],"has_download":"uploads\/download_artikel\/172_178.pdf","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/parodontologie_logo.jpg","rubriek_titel":"Excerpten","uitgave_titel":"maart 2018","url":"\/artikel\/125\/3\/in-vitro-onderzoeken-naar-parodontitis-apicalis-en-de-algehele-gezondheid","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/parodontologie_logo.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/excerpten_afb\/parodontologie_logo.jpg"},{"id":"4152","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"De zelfstandig borende mondhygi\u00ebnist...","titel_key":"de_zelfstandig_borende_mondhygienist","subtitel":"","samenvatting":"Eens in de zoveel tijd duikt de discussie van de zelfstandig borende mondhygiënist weer op. Zo ook nu weer. Maar deze keer is het de minister menens. In 2020 mogen mondhygiënisten zonder toezicht van een tandarts hun boor in een caviteit zetten. En daar houdt het niet mee op, want daarnaas...","content":"

Eens in de zoveel tijd duikt de discussie van de zelfstandig borende mondhygiënist weer op. Zo ook nu weer. Maar deze keer is het de minister menens. In 2020 mogen mondhygiënisten zonder toezicht van een tandarts hun boor in een caviteit zetten. En daar houdt het niet mee op, want daarnaast mogen ze ook zelfstandig röntgenopnamen maken en patiënten verdoven.<\/p>\r\n

Al tijden proberen tandartsen uit te leggen dat dit een zeer onverstandige keuze is. Mondhygiënisten zijn namelijk niet opgeleid om bij nood een endodontische behandeling te starten en ze mogen geen grotere restauraties vervaardigen. En dat terwijl door de invoering van fluoride de mate van ‘hidden caries’ enorm is toegenomen en cariës dus lang niet zo voorspelbaar meer is. Daarnaast vraag ik me ten zeerste af in hoeverre mondhygiënisten een röntgenopname kunnen beoordelen. Het beoordelen van cariës en parodontaal botvlies zal geen probleem zijn, maar hoe gaan mondhygiënisten om met apicale problematiek en overige afwijkende structuren? Kijken zij naar het grotere geheel? Denken zij na over het totale behandelplan? Tandartsen zijn het unaniem eens dat dat niet het geval is.<\/p>\r\n

De overheid lijkt daarentegen een ander mening toegedaan. Zij constateert dat er te weinig tandartsen zijn en in plaats van meer te investeren in het opleiden van tandartsen, moeten de mondhygiënisten het werk nu overnemen. Schijnbaar is de kwaliteit van zorg voor de overheid dus van minder belang.<\/p>\r\n

Wat mij overigens verbaast, is dat er schijnbaar zoveel mondhygiënisten in Nederland zijn dat die het tekort aan tandartsen kunnen oplossen. Ik zie namelijk agenda’s van mondhygiënisten die uitpuilen en op vacaturepagina’s die ik volg, zie ik de een na de andere vacature voor een mondhygiënist. Deze lijn doortrekkend kan het dus zo zijn dat straks alle cariës door mondhygiënisten wordt behandeld, maar dat parodontaal aangedaan Nederland zich moet wenden tot de preventie-assistenten. Die hebben namelijk een opleiding gedaan van enkele weken; zou weleens volgens de overheid van voldoende kwaliteit kunnen zijn om taken van mondhygiënisten over te nemen.<\/p>\r\n

Echter: tandartsen laten niet meer over zich heen lopen. De ANT heeft al haar leden opgeroepen te stoppen met het opleiden van mondhygiënisten wat betreft boren onder toezicht als een teken van protest. En ik ben het daarmee eens! Ik zou zeggen: stoppen met het kapot maken van alle mooie gebitten die we de afgelopen jaren hebben opgebouwd. Iedere beroepsgroep heeft zijn kwaliteit binnen de mondzorg en het boren is de kwaliteit van de tandarts!<\/p>\r\n

Lisa Vermeulen, tandarts<\/b><\/p>","datum":"2018-02-22 00:00:00","rubriek":"4","serie_naam":"0","thema_naam":"","thema_id":"0","uitgave":"0","koppel_type":"nieuws","koppel_id":"4599","auteurs":[{"id":"1057","gebruiker":"35","groep":"3","naam":"L. Vermeulen","titel_key":"l_vermeulen","old_id":"0","voorvoegsel":"L.","achternaam":"Vermeulen"}],"has_download":"","afbeelding":"https:\/\/www.ntvt.nl\/uploads\/artikel\/column_nb126_web.jpg","uitgave_titel":false,"url":"\/nieuws\/de-zelfstandig-borende-mondhygienist","toegang_niet_leden":true,"afbeelding_thumb":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/cropped\/80\/80\/uploads\/artikel\/column_nb126_web.jpg","afbeelding_large":"https:\/\/www.ntvt.nl\/images\/resized\/2048\/1000\/uploads\/artikel\/column_nb126_web.jpg"},{"id":"4153","gebruiker":"0","groep":"0","titel":"Pleidooi voor preventiegerichte aanpak cari\u00ebs","titel_key":"pleidooi_voor_preventiegerichte_aanpak_caries","subtitel":"","samenvatting":"In het NRC van 16 februari 2018 houden James Huddleston Slater en Jo Frencken een pleidooi voor een preventiegerichte aanpak van cariës. Zij vinden dat de huidige behandeling van cariës nog altijd vooral gericht is op ingrijpen als er schade is, terwijl zij menen dat er meer winst is te be...","content":"

In het NRC<\/i> van 16 februari 2018 houden James Huddleston Slater en Jo Frencken een pleidooi voor een preventiegerichte aanpak van cariës. Zij vinden dat de huidige behandeling van cariës nog altijd vooral gericht is op ingrijpen als er schade is, terwijl zij menen dat er meer winst is te behalen indien wordt voorkomen dat er cariës in het gebit ontstaat.<\/p>\r\n

In het artikel, waarin eveneens Erik Vermaire en Annemarie Schuller van TNO aan het woord komen, worden een aantal problemen of knelpunten genoemd, waaronder:<\/p>\r\n