× ABONNEREN

Door de beugel: recessie bij gebitselementen 1

Door op 04-09-2015
  • Gegeven
  • Anamnese
  • Toelichting op casus
  • Reacties (0)

Gegeven

Een 21-jarige man werd in de zomer van 2004 verwezen door zijn tandarts naar een parodontoloog ter behandeling van een gingivale recessie bij gebitselement 32 (afb. 1). De parodontoloog stuurde de patiënt na overleg met de tandarts vervolgens naar een orthodontist met het verzoek een orthodontische herbehandeling uit te voeren om de situatie bij gebitselement 32 te verbeteren.

Afb. 1. Gebitselement 32 vertoont een aanzienlijke recessie. Gebitselement 33 staat in kruisbeet met de apex sterk naar linguaal.

Anamnese

De orthodontist trof een gezonde jongeman, die tussen zijn twaalfde en vijftiende levensjaar orthodontisch was behandeld met een high-pull-headgear en vaste apparatuur in onder- en bovenkaak. Het onderfront was daarna met een twistflex-draad gespalkt (afb. 2). De patiënt vertelde dat de spalk wel eens los was gegaan, maar daarna weer opnieuw was vastgezet. Hij had geen klachten, maar maakte zich zorgen over de prognose van gebitselement 32 en wilde daar iets aan gedaan hebben. Verder had hij geen behandelwens.

Afb. 2. Occlusaal aanzicht van het onderfront op een gebitsmodel. De asrichtingverschillen tussen gebitselementen 31, 32 en 33 zijn erg opvallend.

 Diagnostiek

Voor de diagnostiek werden gebitsmodellen en röntgen­opnamen gemaakt (afb. 3 t/m 5). Aan de hand daarvan kon de orthodontist de volgende diagnoses en klinische bevindingen vaststellen:

  • een reeds behandelde neutrorelatie met een asymmetrische disto-occlusie (afb. 3);
Afb. 3. Gebitsmodel toont de net geen ideale neutro-occlussie rechts.
  • dubbel-protrusie;
  • gingivale recessie van gebitselement 32 (afb. 1);
  • de wortel van gebitselement 32 staat buccaal buiten de processus alveolaris (afb. 2);
  • gebitselement 33 staat in kruisbeet met gebitselement 23 en vertoont afwijkende bucco-inclinatie (afb. 1 en 4);
Afb. 4. Gebitsmodel toont een goede neutro-occlusie links, met een lichte open beet op gebitselementen 23-24/33-34. Ook hier valt het verschil in asrichting tussen gebitselementen 31, 32 en 33 op.
  • het bovenfront is transversaal te smal voor het onderfront;
  • er is lichte crowding in het bovenfront en crowding in het onderfront;
  • er is sprake van rotatie van gebitselementen 16, 12, 26, 35, 33, 31 en 41;
  • de derde molaren zijn recentelijk op verzoek van de parodontoloog geëxtraheerd (afb. 5).
Afb. 5. Panoramische röntgenopname laat de spalk van twistflex-draad zien, alsmede de ontbrekende derde molaren, die recentelijk zijn geëxtraheerd.

Toelichting op casus

Door het toegenomen gebruik van self-ligating brackets neemt het aantal extractiebehandelingen af. Hierdoor zal in steeds meer gevallen de ‘biological envelope’ geweld aan worden gedaan, doordat gebitselementen in het front meer of te ver naar buccaal komen te staan.

In deze casus was na de eerste orthodontische behandeling het onderfront naar buccaal gekomen. In combinatie met de twistflex retainer, die mogelijk een keer los is gekomen op gebitselement 32, heeft dit geleid tot de situatie in afbeelding 1. Aangezien het resultaat van de behandeling direct na het verwijderen van de beugel niet bekend is, kan geen uitspraak worden gedaan over de stand van gebitselementen 32 en 33 bij afbehandeling. Mogelijk was er op dat moment al een afwijking in de asrichting aanwezig en is dit door de twistflex-draad versterkt. De meest gebruikte bracketsystemen hebben geen of nauwelijks torque in de brackets voor het onderfront, controle over de asrichting en inclinatie is daardoor erg moeilijk.

De gekozen behandeling wordt gepubliceerd in de ­editie van december 2015.

Lees verder

Meer lezen? Log in of word abonnee

Auteursinformatie

  • M. Leunisse (1), D.S. Barendregt (2)
  • (1)Orthodontist te Rotterdam en (2)tandarts-parodontoloog en implantoloog te Rotterdam
  • Datum van acceptatie: 3 juli 2015
  • Adres: M. Leunisse, Mahatma Gandistraat 10, 3066 VA, Rotterdam
  • info@leunisse.nl

Download bij dit artikel