× ABONNEREN

Formule voor het bepalen van de beethoogte

Prothetische tandheelkunde

Door op 05-02-2021
  • Reacties (0)

De juiste beethoogte bepalen is altijd een probleem bij patiënten zonder steun in de zijdelingse delen, zoals bij edentaten. Meestal worden naast elkaar diverse methoden gebruikt om tot een juiste schatting van de beethoogte te komen, zoals de gelaatshoogte in rust, de esthetiek, de spraak (niet tikkend en niet slissend of met volle mond-gevoel) en het slikken. Deze bepalingen zijn afhankelijk van de medewerking van de patiënt en het klinisch inzicht van de behandelaar. Meer objectieve methoden berusten op craniometrie en gezichtsverhoudingen, zoals de ideale driedeling van het gelaat en de afstand oog-oor. Die laatste methode is nu verder verfijnd door ook rekening te houden met geslacht, leeftijd en gelaatstype.

Voor het onderzoek werden 385 gezonde proefpersonen tussen de 18 en 50 jaar onderzocht. Ze misten maximaal 2 gebitselementen, hadden geen extreme slijtage, geen zware baardgroei en geen progenie. Eerst werd de gelaatsindex (FI) vastgelegd volgens de formule FI = 100 x FH/ FW waarbij FH de gezichtshoogte is tussen glabella (tussen de ogen) en gnathion (onderrand kin) en FW de grootste afstand is tussen het linker en rechter jukbeen ofwel van zygion tot zygion (afb. 1). Op die manier kon onderscheid worden gemaakt tussen een leptoprosoop (lang), mesoprosoop (rond) en euriprosoop (breed) gelaatstype met een FI van respectievelijk > 104, 97-104 en < 97. Het leptoprosope type zien we nogal eens in het Midden-Oosten, het euriprosope en mesoprosope type meer in Europese regio's.

Afb. 1. Meetpunten FW en FH.
Illustrator: Frans Hessels

Daarna werd de neus-kinafstand gemeten tussen de spina nasalis anterior en het meest anterieure en meest inferieure deel van de mandibula (Occlusale Verticale Dimensie, OVD) en ten slotte mat men de afstand tussen de laterale rand van de oogkas tot de anterieure rand van de gehoorgang (afb. 2). De metingen werden gedaan met een schuifmaat met zacht beklede randen maar zouden met enige voorzichtigheid ook met een rolmaat kunnen worden gedaan.

a

b

Afb. 2. Meting oog-oor (a) en neus-kin (b).
(Bron: J Prosthet Dent)

Vervolgens werden de correlaties bestudeerd tussen de oog-oorafstand, de neus-kinafstand, het gelaatstype, de leeftijd en het geslacht. Multipele regressieanalyse bracht aan het licht dat de OVD een sterke correlatie heeft met de linker oog-oorafstand en (dat was nieuw) ook een relatie had met geslacht en gezichtstype, maar niet met leeftijd.

Conclusie. Het is mogelijk om craniometrisch de juiste verticale dimensie (neus-kinafstand) te berekenen als het geslacht, het gelaatstype en de afstand oog-oor bekend is. De formule is: OVD = 42,17 + (0,46 x linker oor-oogafstand in mm) min (vrouwen 3,38 en mannen 0) min gelaatsindex (leptoprosoop 0, mesoprosoop 1,19 en euriprosoop 2,19). In het kort: OVD = 42,17 + (0,46x L-oor-oogafstand in mm) – 3,38 (vrouwen) – FI.

Omdat de metingen gedaan worden op de zachte weefsels, zijn de gegevens niet hard. De hier voorgestelde meetmethode moet daarom gezien worden als een extra hulmiddel om de beethoogte goed te kunnen inschatten.

Bron

Morata C, Pizarro A, Gonzalez H, Frugone-Zambra R. A Craniometry-based predictive model to determine occlusal vertical dimension. J Prosthet Dent 2020; 123: 611-617.

Meer lezen? Log in of word abonnee

Informatie

Auteur(s) A. van Luijk
Rubriek Excerpten
Publicatiedatum 5 februari 2021
Editie Ned Tijdschr Tandheelkd - Jaargang 128 - editie 2 - februari 2021; 119-120

Reacties

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor abonnees).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog