(in print: Ned Tijdschr Tandheelkd maart 2017; 124: 121)

Kindertandheelkunde 2017

Congresverslag

Dat het onderwerp kindertandheelkunde leeft onder de beroepsbeoefenaren in de tandheelkunde bewijst het congres 'Kindertandheelkunde' dat plaatsvond op 3 februari 2017 in de RAI te Amsterdam. Meer dan 1.000 deelnemers waren verzameld, waaronder zo’n 350 mondhygiënisten en tandartsassistenten. Opvallend was dat meer dan driekwart van de geïnteresseerde luisteraars vrouw was! En als je een dag over kindertandheelkunde bezoekt, krijg je ook merendeel jonge sprekers. En Jacques Baart natuurlijk.

Uitgangspunt voor het congres was het feit dat TNO/ACTA onderzoek uit 2011 nog steeds laat zien dat de cariësprevalentie onder 5-jarigen aanzienlijk is. Ongeveer 41% van deze leeftijdsgroep heeft klinisch cariës tot in het dentine. En willen we daar wat aan doen, dan zullen wij de preventie onder de jeugdigen al vroeg, liefst meteen na de geboorte, onder de aandacht van de jonge ouders moeten brengen, aldus de eerste duosprekers Clarissa Bonifacio en Karin van Nes. Preventie betekent niet alleen kennisoverdracht, maar vooral ook de dialoog aangaan met de ouders, doorvragen en coachen. Als het dan toch misgaat, moet de cariës worden behandeld. Volgens Martine van Gemert, ook de inspirerende moderator van het congres, moet cariës eerst preventief worden behandeld en bij verdergaande processen pas conserverend. En dat onder het motto : minimale interventie, maximaal resultaat.

Verschillende technieken staan ons dan ter beschikking, zoals NRCT, ART en (liefst minimaal) de conventionele restauratieve behandeling. Nog een stap verder in het cariësproces is de gewone conserverende aanpak niet meer voldoende en kan worden gekozen voor het maken van een Hall-kroon. Arie Riem laat in een duidelijke voordracht zien hoe de tandarts op een relatief gemakkelijke manier een melkelement voor jaren kan behouden. De bijbehorende instructiefilmpjes lieten niets meer aan de fantasie over.

In de richtlijn voor de mondzorg voor jeugdigen is logopedie ook een onderdeel. De manier van slikken en eventuele afwijkende mondgewoonten hebben een belangrijke invloed op de ontwikkeling van het gebit waar ook de orthodontist tegenaan kan lopen. Samenwerking tussen orthodontist en logopedist is dan van groot belang. Nicoline van der Kaaij en Peter Helderop brachten dat in een duopresentatie duidelijk voor het voetlicht. Ook de volgende sprekers acteerden samen. In een buitengewoon leuke presentatie gesteund door allerhande videofragmentjes, lieten Maddelon de Jong en Denise Duijster zien hoe lastig het kan zijn kinderen en ouders te stimuleren goed voor het kindergebit te zorgen. Opvoeding en gezinsfactoren spelen een belangrijke rol in het succes hiervan. Daarom is het belangrijk achter de voordeur van het gezin te kijken om te ontdekken welke barrières er werkelijk zijn. Adviezen moeten namelijk aansluiten bij de behoeften en mogelijkheden die er zijn.

In het laatste blok kwamen angst en pijn aan de orde. Leonard Wetzels liet zien dat er nog steeds een grote groep Nederlanders rondloopt die niet of alleen in nood naar de tandarts gaan vanwege hun angst. Een deel daarvan is uiteindelijk te behandelen met een goede aanpak met duidelijke behandelregels, empathie en een positieve coaching.

Ten slotte ging Jacques Baart in op het verdoven bij een kind. In geval van twijfel altijd doen! Verschillende technieken zijn hiervoor zijn beschikbaar. In de bovenkaak zal vaak infiltratieanesthesie voldoende zijn. In de onderkaak kan een mandibulair blok gewenst zijn, afhankelijk van de situatie waar de verdoving voor nodig is. Belangrijk is het om ouders te informeren over het effect van de verdoving om zo automutilatie door bijten op bijvoorbeeld lip of wang te voorkomen.

1 reacties

Met het positieve verslag van dit congres in de vorige editie van het NTvT ben ik het merendeels eens. Kindertandheelkunde leeft en collega Poorterman merkte terecht op dat, gezien het feit dat de cariësprevalentie onder 5-jarigen in ons land helaas nog aanzienlijk is, het verheugend was dat ruim 1.000 deelnemers tijdens dit congres aanwezig waren. Toch wil ik een aantal opmerkingen maken.

De presentaties over ‘behandeling van dentinecariës’ waren gezien de huidige stand van zaken enigszins teleurstellend. Het uitgangspunt ‘minimale interventie, maximaal resultaat’, verwijzend naar de afscheidsrede van hoogleraar kindertandheelkunde Rob Burgersdijk, was veelbelovend, maar kwam onvoldoende uit de verf. Ik miste vooral een verwijzing naar het ‘stand van zaken’-artikel over de kindertandheelkunde (Palenstein Helderman van et al, Ned Tijdschr Tandheelkd 2015; 122: 132-138). In dat artikel werd onderbouwd weergegeven dat niet-restauratieve behandeling de voorkeur heeft. Dit uitgangspunt werd in het artikel bediscussieerd in relatie tot de ethiek en het probleem van orale verwaarlozing. Duidelijk komt hier ook naar voren onder welke omstandigheden restauratie noodzakelijk is. Deze zaken kwamen helaas niet aan de orde, terwijl volgens de aankondiging de presentatie zou gaan over ‘zorg op maat’.

De titel van de presentatie ‘Boren geen bezwaar’ klinkt bijna als een geruststelling. Maar deze presentatie bleef grotendeels steken in de al bekende theoretische leerstof en daarnaast de al bekende voor- en nadelen van behandelmethoden. Ik wil daarbij uitdrukkelijk stellen dat, noch het belang van de zorgverlener, noch het belang van de ouder richtinggevend is. Want volgens de Jeugdwet geldt uitsluitend het belang van het kind bij de indicatie. Daarnaast bleef de onderbouwing van de opvatting dat er nog onvoldoende bewijs is voor NRC achterwege, en ook hoe men problemen met NRC kan voorkomen dan wel beperken. Betreurenswaardig was ook dat een veelbelovende preventieve ontwikkeling als de toepassing van zilverdiaminefluoride niet werd besproken. En ten slotte werd bij de presentatie over kronen de bewezen superieure overleving gekoppeld aan de beste zorg voor het kind. Maar de vraag blijft dan wel bestaan of die koppeling gerechtvaardigd is, gelet op het zorgdoel. Dat zegt iets over de ‘locus of control’ van de zorgverlener. Ik bleef helaas zitten met de vraag: wie dicht de kloof tussen het kindbelang en de praktijk?

[Deze reactie is in print gepubliceerd in Ned Tijdschr Tandheelkd 2017; 124: 168]

R.J.M. Gruythuysen op donderdag 16 maart 2017 om 11.03u

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.