× ABONNEREN

Fluorose neemt af tijdens adolescentie

10 april 2020 Geen reacties

De ernst van zeer milde tot matige fluorose neemt af tijdens de adolescentie en neemt verder af tot de jongvolwassenheid waarna de afname vertraagd. Dit bleek uit onderzoek van Curtis et al, die meer wilden weten over de ernst van fluorose tijdens het ouder worden en hoe die kan veranderen na het doorkomen van gebitselementen.

Fluorose treedt op door overmatige opname van fluoride tijdens de tandvorming, maar er is nog weinig bekend over de prevalentie, ernst en of de fluorose veranderd bij het ouder worden. De onderzoekers van de universiteit van Iowa voerden, als onderdeel van de Iowa Fluoride Study, standaard tandheelkundige controles uit bij onderzoeksdeelnemers op de leeftijd van 9, 13, 17 en 23 jaar. Sinds hun geboorte maakten deze deel uit van de onderzoeksgroep.

Fluorose werd beoordeeld met behulp van de Fluorosis Risk Index (FRI) en Russell’s criteria voor differentiële diagnose. Bij elke persoon werd op zowel persoonlijk als op tandniveau gekeken naar de ernst van fluorose. Op persoonsniveau is gekeken naar de op één na hoogste FRI-score van alle gebitselementen. Voor het tandniveau keken de onderzoekers naar de verandering in de maximale FRI-score voor elk gebitselement, waarbij vroeg en laat doorgekomen gebitselementen en maxillaire incisieven afzonderlijk werden onderzocht. Zowel op persoonlijk als op tandniveau werd er bij adolescenten en jongvolwassenen een afname gezien in de ernst van de fluorose. De ernst van de fluorose was aanvankelijk mild tot matig.

Deelnemers met een FRI van 0 bij start van de controles (op 9-jarige leeftijd) bleven over het algemeen bij het volgende onderzoek ook op 0 (82 tot 91%). De overige 9-18% had hogere FRI-scores bij de eerstvolgende controle. Van de deelnemers met een FRI van 1 had 47-54% een eerstvolgende score van 0. Ongeveer 34-38% van deze groep had een FRI van 1 en slechts 9-15% had een score van 2. Deze resultaten werden ook op tandniveau gevonden en zijn in overeenkomst met de meeste bestaande, maar beperkte, literatuur over dit onderwerp.

Dit onderzoek bevestigt dat zeer milde, milde en matige fluorose tijdens de adolescentie in ernst afneemt. Volgens de onderzoekers zijn de resultaten te verklaren door posteruptieve rijping en slijtage op tandoppervlakken met milde fluorose. Mogelijk komt dit door tandenpoetsen, kauwen en/of demineralisatie. Ook zou de remineralisatie van het glazuur als gevolg van calcium- en fosfaationen in het speeksel kunnen bijdragen aan de vervaging van fluorose.

(Bron: Dent Res, 24 februari 2020)

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor leden).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog