×

Kleine mondopening draagt bij aan trismus

Promotie S. J. van der Geer

14 februari 2020 Geen reacties

Bij patiënten die behandeld worden voor hoofd-halskanker, blijken een kleine mondopening, tumoren in de buurt van de kauwspieren en een uitgebreide behandeling van kanker het meest bij te dragen aan de ontwikkeling van trismus. Trismus komt veel voor bij patiënten met hoofd-halskanker. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Joyce van der Geer.

Met haar onderzoek wilde Van der Geer voor hoofd-halskankerpatiënten de criteria voor trismus bepalen, de factoren identificeren die met trismus samenhangen en de effectiviteit bepalen van rekregimes als therapie voor trismus.

Patiënten die behandeld worden aan hoofd-halskanker hebben veelal functionele problemen bij het openen van hun mond. Wanneer de maximale mondopening 35 mm of minder is, is de kans het grootst dat de functionele problemen optreden. Vooral tijdens de eerste 6 tot 12 maanden na de behandeling van kanker is de kans op het krijgen van trismus het grootst. Om trismus te voorkomen of te behandelen wordt vaak gebruikgemaakt van oefentherapie met stretchapparaten (zoals het TheraBite® Jaw Motion Rehabilitation System™ en het Dynasplint Trismus System®). Wel geeft oefentherapie met deze stretchapparaten wat moeilijkheden vanwege eventuele negatieve bijwerkingen, het intensieve en omslachtige trainingsprotocol en de beperkingen van deze stretchapparaten. Om trismus in de toekomst te voorkomen of de therapie te verbeteren, zullen de factoren die de mondopening negatief beïnvloeden tot een minimum beperkt moeten worden en zal de effectiviteit van de therapie geoptimaliseerd moeten worden.

Op 3 februari 2020 promoveerde S. Joyce van der Geer aan de Rijksuniversiteit Groningen op haar proefschrift ‘Trismus in head and neck cancer patients’. Promotor was prof. dr. P.U. Dijkstra en copromotor was prof. dr. J.L.N. Roodenburg.

Leestip:
-
Onder de loep! J. van der Geer’ van 5 mei 2017