× ABONNEREN

Richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen: maximaal communicatief en minimaal invasief

Interview

5 maart 2021 Geen reacties

Op 4 januari 2021 verscheen de nieuwe klinische praktijkrichtlijn ‘Mondzorg voor Jeugdigen preventie en behandeling van cariës’ van het Kennisinstituut Mondzorg (KIMO). Deze richtlijn is het vervolg op de, in 2019 verschenen, module ‘Mondzorg voor Jeugdigen – Diagnostiek’. Naar aanleiding van het verschijnen van deze nieuwe richtlijn stelde het NTVT een aantal vragen aan 2 leden van de richtlijnontwikkelcommissie (ROC): emeritus hoogleraar preventieve tandheelkunde prof. dr. Cor van Loveren en tandarts-pedodontoloog Lina Jasulaityte.

Wat was de aanleiding voor het maken van deze richtlijn?
De KIMO Richtlijn Advies Commissie (RAC) adviseerde een nieuwe richtlijn te ontwikkelen omdat de reeds bestaande richtlijn uit 2012 door zijn omvang lastig te raadplegen bleek en er behoefte was aan een nieuwe overzichtelijke structuur. Bovendien waren er in de internationale wetenschappelijke literatuur over de preventie en behandeling van cariës paradigmaverschuivingen gesignaleerd naar de meer individuele, op maat gemaakte behandelingen als non operative caries treatment program (NOCTP) en non restorative cavity treatment (NRCT). Ook zijn de ideeën en adviezen over excaveren de laatste jaren een stuk terughoudender geworden.

Kunt u de richtlijn kort samenvatten?
In de richtlijn is veel aandacht voor preventie en de vraag hoe een mondzorgverlener kinderen (tot 18 jaar) en hun ouders/verzorgers kan motiveren tot gebitsgezond gedrag. Daarnaast komt aan de orde hoe glazuurlaesies, niet-gecaviteerde en gecaviteerde dentinelaesies in tijdelijke en blijvende gebitselementen behandeld dienen te worden. Uitganspunt is om te beginnen met de minst ingrijpende, kindvriendelijkste optie waarbij een grote taak/verantwoordelijkheid bij de ouders en op latere leeftijd bij de adolescent wordt neergelegd. Het concept dat cariës zelfs in het stadium van cavitatie door goed en gericht te poetsen (causale therapie) tot stilstand kan worden gebracht, is in het melkgebit leidend. Restauraties in het melkgebit worden gezien als een ultimum refugium en in het blijvende gebit pas geïndiceerd bij duidelijke cavitatie.

Wat is de consequentie voor de mondzorgverleners van deze richtlijn?
Van mondzorgverleners wordt geduld, flexibiliteit en individuele aanpak gevraagd, waarbij het kind altijd centraal staat. Zowel bij preventieve als bij curatieve behandelingen vormt terughoudendheid en doelmatigheid de basis. Kindertandheelkunde wordt maximaal communicatief en minimaal invasief en ziet af van de oude regimes van standaard fluorideren, sealen, boren of restaureren. Bij de niet-restauratieve strategie om cariës te voorkomen en te behandelen, gebaseerd op NOCTP en NRCT, is de focus verschoven van door mondzorgverleners uitgevoerde maatregelen en interventies naar het vergroten van zelfzorg. Met prioritering van causale therapie worden mondzorgverleners aangespoord balans te zoeken tussen gedragsverandering en symptoombestrijding.

Wat is het verschil met de oude richtlijn?
De huidige richtlijn is gemaakt en gepubliceerd in verschillende modules om alles overzichtelijker te maken. De richtlijnen behandelen alleen gesignaleerde knelpunten en willen zich niet bemoeien met wat al goed gaat en minder urgente zaken. Bovendien zijn de huidige richtlijnen beter met bewijs onderbouwd.

Waar moeten mondzorgkundigen vooral op letten?
De huidige aanpak kent een aantal valkuilen. Zo zijn we vaak te ongeduldig, geloven we niet dat we de patiënt tot ander gedrag kunnen bewegen, zijn we vooral gericht op het zenden van een boodschap en houden we te weinig rekening met de individuele mogelijkheden van de patiënt. Hier is een andere aanpak nodig. Veel praktijken werken inmiddels met de Gewoon Gaaf-methode, een Nederlandse uitwerking van NOCTP. Aanbevolen wordt de structuur van de methode bij alle kinderen toe te passen.

Hierdoor zullen meer kinderen vanaf de doorbraak van de eerste tanden in de praktijk gezien worden. Het succes van behandeling hangt veelal af van de communicatieve en motiverende vaardigheden van de zorgverleners. Het is belangrijk dat een mondzorgverlener de eigen grenzen kent en zo nodig het kind verwijst naar een collega met affiniteit voor de kindertandheelkunde.

Hoe gaat de richtlijn de zorg veranderen?
Omdat preventie en de daarvoor benodigde gedragsverandering op de eerste plaats wordt gesteld, zullen in veel praktijken de huidige routines bij de behandeling van kinderen veranderen. Tevens zullen ketenpartners van mondzorg en Jeugdzorg dichter bij elkaar komen, zodat kinderen die nog niet naar de tandarts gaan beter worden bereikt en de ketenpartners elkaar kunnen steunen.

De richtlijn zal de tandheelkunde-opleidingen aanzetten tot causale behandeling van kinderen als basis van het onderwijsprogramma. Om de mondzorg voor kinderen rendabel te houden zal het essentieel zijn taakdelegatie in de praktijken goed te stroomlijnen. Een systeem van vergoeding dat causale aanpak stimuleert zou een welkom gevolg zijn van de richtlijn.

De volledige richtlijn is te vinden via https://www.ntvt.nl/kimo-richtlijn-mondzorg-voor-jeugdigen

Lees meer over het proces en de inhoud van het ontwikkelen van de KPR:
- ‘Evidencebased klinische praktijkrichtlijnen in de mondzorg 2. Proces en inhoud van evidencebased richtlijnontwikkeling’ van 9 januari 2015

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor abonnees).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog

Reacties