× ABONNEREN

Tandheelkundige radiologie: regels, richtlijnen en rechtvaardiging

Expert uitgelicht

8 februari 2022 J.H.G. Poorterman Geen reacties

Dr. Jan Poorterman werkt als universitair docent bij de sectie Orale Radiologie aan Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA). Hij is sinds januari 2004 redacteur van het NTVT en is speciaal belast met het werven van kopij voor de rubriek Excerpten, waarvoor hij tevens zelf bijdragen levert in onder andere de secties Radiologie en Sociale Tandheelkunde.

Op welk vlak ligt jouw specialisatie?

Sinds 2013 werk ik bij de sectie Orale Radiologie. Ik houd mij daar vooral bezig met het praktisch onderwijs in de radiologie aan zowel tandheelkunde- als mondzorgkundestudenten. Studenten leren hierbij op fantoom en daarna bij ons in de radiologiekliniek röntgenopnamen maken, maar ook anatomie en diagnostiek op de röntgenfoto komen uitgebreid aan bod. Verder maken wij in onze radiologiekliniek conebeam-CT (CBCT)-opnames voor onze verwijzend tandartsen. Daarnaast besteed ik nog tijd aan ander onderwijs binnen onze sectie, aan scriptiebegeleiding en aan het geven van cursussen voor tandartsen, mondhygiënisten en tandartsassistenten.

Wat is de belangrijkste ontwikkeling binnen je vakgebied op dit moment?

Ik noem er twee. Ten eerste dat het gebruik van de CBCT in de tandheelkundige praktijk steeds meer een plaats heeft gekregen in de mogelijkheden voor diagnostiek, vooral voor de indicatiegebieden implantologie en endodontologie. Ten tweede dat de inzet van artificial intelligence voor tandheelkundig gebruik inmiddels in de kinderschoenen staat. In 2020 was het wintersymposium van de Nederlandse Vereniging van DentoMaxilloFaciale Radiologie (NVDMFR) aan dit onderwerp gewijd. AI wordt in de medische diagnostiek al vaak gebruikt. Met behulp van zogenoemde deep learning-activiteiten krijgt de computer instructies om radiologische beelden van patiënten te interpreteren.

Welke recente NTVT-publicatie is je het meest bijgebleven en waarom?

Het is alweer iets langer geleden, maar de serie over communicatie in de tandartspraktijk van Albert Smith. Ik denk dat dit onderwerp in de gemiddelde tandartspraktijk nog veel ruimte voor groei biedt.

22ntvt001a_web_in.jpg

(Fotograaf: Joost Hoving)

Wat is het eerste dat je leest als de NTVT in de brievenbus ligt?

Ik kijk eerst even snel naar de inhoudsopgave, dan controleer ik uiteraard de excerptenrubriek en vervolgens lees ik het redactioneel.

Wat is je belangrijkste boodschap aan de beroepsgroep?

Vanuit mijn eigen werkveld: het belang van een goede rechtvaardiging voor een röntgenopname. Onze patiënten vinden hun bescherming tegen een overmaat aan röntgenstraling door de zorgvuldige afweging van tandartsen om een röntgenopname te maken, het toepassen van ALARA-principe en het gebruik van een goede techniek om mislukkingen en opnieuw maken zoveel mogelijk te beperken. Ook adequate diagnostiek op basis van de röntgenfoto is van belang. Het is tegenwoordig verplicht om elke 5 jaar bij- en nascholing in de radiologie te volgen. Zie het als een gelegenheid om samen met collega’s je expertise ten behoeve van je patiënten te laten groeien!

Wanneer heb je voor het laatst zelf een wetenschappelijk artikel geschreven en waar ging het over?

Het laatste artikel dat ik heb geschreven verscheen in het NTVT van mei 2015 als onderdeel van een themanummer over Radiologie en was getiteld: ‘Indicatie voor en frequentie van intraorale röntgenopnamen’. Het onderwerp was de rechtvaardiging van intraorale röntgenopnamen in de dagelijkse praktijk. Vanwege de blootstelling aan röntgenstraling vraagt elke röntgenopname om een rechtvaardiging. Voor- en nadelen van risico en diagnostische meerwaarde moeten daarom elke keer opnieuw worden afgewogen. Een belangrijke factor daarbij is de bruikbaarheid (sensitiviteit en specificiteit) van een röntgenopname en daarmee de bewaking van de kwaliteit van het gehele proces van het positioneren van de foto tot en met het ontwikkelen of scannen ervan. Zowel voor kinderen als volwassenen geldt dat de indicatiestelling voor röntgenopnamen op individuele basis moet worden gesteld. 

Reacties