× ABONNEREN

Wat zijn de etiologische factoren van gebitsslijtage?

Onder de loep! Hilde Bronkhorst

6 mei 2021 H. Bronkhorst Geen reacties

Hilde Bronkhorst is promovenda aan het Radboudumc Nijmegen en doet sinds november 2019 onderzoek bij de afdeling Tandheelkunde. Promotor van haar onderzoek is prof. dr. Marie-Charlotte Huysmans, dr. Bas Loomans en dr. Stanimira Kalaykova begeleiden het onderzoek als copromotors. De redactie van het NTVT stelde 7 vragen over het onderzoek.    

Wat onderzoek je?

Ik doe onderzoek naar gebitsslijtage binnen het Radboud Tooth Wear Project (RTWP). Mijn specifieke doelen zijn het meten van de progressie van gebitsslijtage over een follow-upperiode van 5 jaar, het leggen van verbanden met specifieke etiologische factoren en het zoeken naar het verband tussen gebitsslijtage en bruxisme.

Wat is je drijfveer om onderzoek te doen?

In mijn studententijd had ik al interesse voor onderzoek en heb ik ook enkele jaren als student-assistent gewerkt bij het RTWP. Dit beviel zo goed dat ik had aangegeven graag een promotietraject te willen starten. Met de onderzoeksbeurs van het NTVT (toegekend in 2018) werd dit gelukkig ook financieel mogelijk.

De reden dat specifiek gebitsslijtage mij aantrok is de directe link met de praktijk. Als algemeen-practicus zie ik bij elke patiënt wel een vorm van gebitsslijtage. Ik merk dat ik en patiënten hier vaak veel vragen over hebben: is gebitsslijtage normaal, wanneer niet, en wat doe ik dan? Is het de cola, het knarsen of toch de speekselvloed? Hopelijk kan ik met dit onderzoek antwoorden op deze vraagstukken vinden.

21ntvt031_01_web_in_tekst.jpg
Foto: Joost Hoving

Waarom is juist dit onderwerp interessant om te onderzoeken?

Voor mij is het meest interessant aan dit onderwerp de interactie tussen patiënt en tandarts. Het gedrag van een patiënt lijkt vaak bepalend voor het verloop van gebitsslijtage en er zijn grote individuele verschillen tussen de slijtagepatronen, slijtagesnelheid en behandelvraag. Tevens ervaar ik een groot verschil in de voorkeur voor bepaalde behandelopties bij tandartsen. Het gebrek aan kennis over voorspelbare behandelopties toont aan hoe belangrijk onderzoek naar dit onderwerp is.

Wat zijn de belangrijkste hypothesen en onderzoeksvragen?

De eerste vraag is wat de etiologische factoren zijn voor de snelheid van de gebitsslijtage. Verder gaan we in op de vraag of de progressie van gebitsslijtage over een periode van 5 jaar een lineair of episodisch proces is. Ten slotte kijk ik naar een verband tussen kauwspieractiviteit (bruxisme) en klinische slijtagepatronen.

Hoe is het onderzoek opgezet?

Patiënten zijn jarenlang gevolgd en op vaste momenten is hun gebit gescand met een intraorale scanner. Door de verschillen tussen de scans te meten (3D-subtractie), kan de mate van gebitsslijtage worden gemeten. Hiermee kunnen de snelheid van gebitsslijtage en eventuele schommelingen hierin worden vastgelegd. Tevens is er informatie verzameld over factoren zoals speekselvloed, dieet, bijtkracht, reflux en parafuncties, zodat deze in een model kan worden gekoppeld aan de progressie van gebitsslijtage.

Daarnaast ben ik van plan een nieuwe patiëntengroep te includeren, waarbij ik met een EMG-meting van de kauwspieren ’s nachts ga kijken of er een verband is tussen verhoogde spieractiviteit en aanwezige gebitsslijtage zoals we die met scans vastleggen.

Wat is het grootste probleem waar je tegenaan bent gelopen?

Het meten van de gebitsslijtage en progressie op basis van de 3D-subtractie heeft grote voordelen, maar is ook een grote uitdaging geweest. Zo is gebitsslijtage over het algemeen een traag proces waardoor progressiemeting geen kwestie is van maanden, maar van jaren. Ook is het meten zelf tijdrovend en gaat het om zeer kleine verschillen die gemeten moeten kunnen worden. Samen met een internationaal onderzoeksteam heb ik een precieze meetmethode ontwikkeld, waarover we op korte termijn zullen publiceren.

Wat levert dit onderzoek op voor de tandheelkunde, de patiënt of de mondzorgverlener?

Hopelijk kan ik vaststellen welke factoren het meest bepalend zijn in de individuele variatie in snelheid van gebitsslijtage. Dit onderzoek zal helpen bij het verbeteren van de preventie van gebitsslijtage en het maken van een risico-inschatting bij patiënten met (beginnende) gebitsslijtage. Ook toont dit onderzoek nu al aan hoe nuttig het gebruik van intraorale scanners in het monitoren van gebitsslijtage is. We verwachten dat dit in de toekomst een onmisbaar instrument zal worden in elke tandartspraktijk.

ntvt271_logo_onderzoeksbeurs_horizontaal_rgb_jpg.jpg
Het onderzoek van Hilde Bronkhorst is mede mogelijk gemaakt dankzij de NTVT onderzoeksbeurs vanuit de Stichting Bevordering Tandheelkundige Kennis.

Om ook te reageren moet u eerst inloggen (alleen voor abonnees).

Nog geen abonnee? Registreer vandaag nog

Reacties