Het beleid bij een geïmpacteerde bovencuspidaat

View the english summary Open PDF (279.20 KB)
Bij ongeveer 1% tot 2% van de jongeren van tien tot dertien jaar blijkt sprake van een doorbraakstoornis van één of beide bovencuspidaten. Tandartsen verwijzen patiënten hiervoor naar de orthodontist of de kaakchirurg. De orthodontist roept de hulp in van een kaakchirurg om de geïmpacteerde cuspidaat vrij te leggen om vervolgens spontane eruptie af te wachten of om de cuspidaat, voorzien van een bracket en ligatuur, orthodontisch te extruderen. Daarnaast wordt veelvuldig gevraagd de persisterende melkcuspidaat – en/of in Angle Klasse II-patiënten de eerste premolaar – in de bovenkaak te extraheren. Ongeveer 15% van de vrijgelegde en al of niet geligeerde bovencuspidaten blijkt desondanks niet door te breken. Men dient dan ook de melkcuspidaat of de blijvende eerste premolaar indien mogelijk pas te extraheren wanneer duidelijk is dat de geïmpacteerde bovencuspidaat daadwerkelijk gaat doorbreken. Bovendien moeten patiënten en eventueel hun ouders worden gewezen op de kans dat een vrijgelegde, al of niet geligeerde bovencuspidaat ondanks de orthodontische extrusie soms niet in eruptie komt.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.