Prevalentie van approximale glazuurlaesies op bitewing-opnamen van 14- tot en met 23-jarige TJZ-deelnemers

View the english summary Open PDF (69.71 KB)
Bitewing-opnamen worden voornamelijk gebruikt om carieuze laesies in de approximale vlakken op te sporen. Vooral waar het glazuurlaesies en kleine dentinelaesies betreft, is dit een onmisbare aanvulling op de klinische diagnostiek. Het doel van dit onderzoek was het bepalen van de röntgenologische prevalentie van approximale glazuurlaesies bij jongeren van 14, 17, 20 en 23 jaar, en het leggen van een relatie met de aanwezige dentinelaesies en restauraties. Per leeftijdsgroep werden de bitewing-opnamen van 120 personen at random geselecteerd en beoordeeld van het distale vlak van de eerste premolaar tot en met het mesiale vlak van de tweede molaar. Een tweede beoordelaar bekeek 20% van het materiaal ter bepaling van de interbeoordelaarsovereenstemming (Cohen’s kappa = 0,63). Gemiddeld werd bij ongeveer 14% van de ongevulde vlakken röntgenologisch een glazuurlaesie geconstateerd. Per persoon was het gemiddelde aantal glazuurlaesies bijna 3. Voor alle leeftijden gold dat 20% van de personen minimaal 4 glazuurlaesies had en dat het aantal glazuurlaesies significant correleerde met het aantal op de röntgenfoto’s waargenomen dentinelaesies. Een aanzienlijk percentage (20%) van alle glazuurlaesies werd gevonden bij personen zonder dentinelaesie of restauratie. Geconcludeerd wordt dat, met het oog op het nemen van beslissingen ten aanzien van preventieve maatregelen, óók glazuurlaesies beoordeeld moeten worden op bitewing-opnamen van adolescenten.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.