Evaluatie van het Chirurgisch Profiel binnen de 6-jarige opleiding in Nijmegen

View the english summary Open PDF (3.79 MB)

In 2010 werd de vernieuwde 3-jarige masterfase ingevoerd, waardoor de opleiding tandheelkunde een 6-jarige studieduur kreeg. In Nijmegen werd hieraan inhoud gegeven door naast het bestaande curriculum een profielprogramma te plaatsen. Gekozen werd voor 3 profielen, waaronder het Chirurgisch Profiel. Hiermee wordt ernaar gestreefd dat de meer complexe behandelingen en behandelingen bij medisch gecompromitteerde patiënten kunnen worden uitgevoerd door het deel van de 6-jarig opgeleide tandartsen die het Chirurgisch Profiel volgden. Aan de hand van een enquête werden de ervaringen van studenten binnen dit profiel getoetst. In een tweede enquête, gehouden 1 jaar na het afstuderen van de student, werd gevraagd of de geleerde competenties nog steeds werden toepast. Geconcludeerd wordt dat het opleiden van masterstudenten in de tandheelkundige chirurgie tot hoge tevredenheid leidt. Tevens blijkt dat 93% van de studenten van het Chirurgisch Profiel ook tijdens het eerste jaar als tandarts de geleerde vaardigheden uitoefent en zelfs wil uitbouwen door middel van het volgen van gerichte nascholing.

Wat weten we?
Chirurgische vaardigheden die vallen onder de dento-alveolaire, de parodontale en de implantologische chirurgie worden aangeleerd in de specialistenopleiding tot mondziekten-, kaak- en aangezichtschirurg en in de gedifferentieerde opleiding tot tandarts-parodontoloog en tandarts-implantoloog.

Wat is nieuw?
Implementatie van het zesde studiejaar werd in Nijmegen inhoud gegeven door bovenop het bestaande 5-jarig curriculum 3 profielprogramma’s te plaatsen, waaronder het Chirurgisch Profiel. In het kader van de taakherschikking, zoals bepleit door de commissie Innovatie Mondzorg, worden master-studenten de mogelijkheid gegeven zich chirurgisch te scholen. Meer complexe behandelingen en behandelingen bij medisch gecompromitteerde patiënten kunnen nu worden uitgevoerd door een 6-jarig opgeleide tandarts die zich heeft bekwaamd binnen het Chirurgisch Profiel.

Praktijktoepassing
Via een ‘sollicitatiebrief’ hebben de studenten zich aangemeld voor het Chirurgisch Profiel. Zij rapporteren een hoge tevredenheid over het gevolgde onderwijs; ook nog na 1 jaar passen ze de geleerde competenties toe. Als zodanig kunnen zij binnen een tandheelkundig team beoordelen of de meer complexe behandeling door hen kan worden uitgevoerd dan wel naar een specialist moet worden verwezen.

Inleiding

In het begin van de jaren 70 van de vorige eeuw werd met grote inzet gewerkt aan de opbouw van het studieprogramma tandheelkunde. De ruggengraat bestond uit een systematisch geformuleerd pakket van doelstellingen, uitgaande van een helder beeld van wat de afstuderende tandarts moet kennen en kunnen. De ‘probleem-oplossingscyclus’ stond hierbij centraal in het opleidingsconcept. Deze strakke werkwijze bood het beeld van een consequente en onderwijskundig verankerde systematiek en is ook nu nog bepalend voor het curriculum tandheelkunde in Nederland.

Terwijl inhoudelijk de bovenstaande doelstelling gehandhaafd bleef, hebben op organisatorisch terrein de afgelopen 30 jaren verschillende bijstellingen van het tandheelkundig curriculum plaatsgevonden. Na 1982 gebeurde dat als gevolg van de invoering van de tweefasenstructuur, in de tweede helft van de jaren 90 ten gevolge van de invoering van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Vanaf 2003 werd begonnen met de invoering van de bachelor-masterstructuur: een 3-jarige bacheloropleiding werd gevolgd door een 2-jarige masteropleiding.

In 2006 verscheen het adviesrapport ‘Innovatie in de mondzorg’ van de commissie Innovatie Mondzorg, ook wel de commissie Linschoten genoemd (Commissie InnovatieMondzorg, 2006). Gesteld werd dat de totale populatie van patiënten zich ontwikkelt in de richting van specifieke deelpopulaties met hun eigen specifieke problemen. Zo neemt door de vergrijzing het aantal ouderen in Nederland toe en daarmee ook het aantal medisch gecompromitteerde patiënten. Kern van het advies was dat gesproken werd over een taakherschikking, die onder andere behelsde dat de meer complexe behandelingen en behandelingen bij medisch gecompromitteerde patiënten worden uitgevoerd door een 6-jarig opgeleide tandarts en pas indien nodig wordt verwezen naar een orthodontist of een mondziekten-, kaak- en aangezichts(mka-)chirurg.

In 2007 werd door de overheid besloten de 2-jarige masteropleiding uit te breiden tot een 3-jarige opleiding. In de periode september 2010 tot juli 2013 werd deze vernieuwde 3-jarige masterfase ingevoerd door de opleidingen tandheelkunde. Enerzijds is een Nederlandse studie­richting tandheelkunde gebonden aan het gezondheidszorgstelsel met wetgeving, de gegroeide tradities en de organi­satorische context, anderzijds bepalen het landelijke ‘Raamplan opleiding tandheelkunde 2008’ en het daarachter gelegen Europese profiel sterk het speelveld (VSNU, 2009; Cowpe et al, 2010). Toch is voor iedere faculteit eigen ruimte beschikbaar om keuzes te maken bij het ontwerp van het opleidingsprogramma en de wijze waarop het wordt uitgevoerd.

Implementatie van het zesde studiejaar werd in Nijmegen inhoud gegeven door bovenop het bestaande 5-jarig curriculum een profielprogramma te plaatsen. Gekozen werd voor 3 profielen: het Reconstructief Profiel, het Chirurgisch Profiel en het Profiel Kind en Ontwikkeling.

Doel van dit artikel is inzicht te geven over de inrichting van een masterprofiel in Nijmegen. Als voorbeeld is het Chirurgisch Profiel gekozen. Vervolgens werd aan de hand van een enquête bij de studenten hun ervaringen binnen dit profiel getoetst. Hierna werd aan de hand van een tweede enquête 1 jaar na het afstuderen van de student gevraagd of de student binnen zijn professionele werkzaamheden de binnen het Chirurgisch Profiel verworven competenties nog steeds toepast.

Het Chirurgisch Profiel

In totaal wordt ongeveer een kwart van een jaarcohort, in totaal 16 studenten, toegelaten tot het Chirurgisch Profiel. Selectie vindt plaats op basis van een ‘sollicitatiebrief’. Hieraan gaat het onderwijsblok ‘profiel oriëntatie’ aan vooraf, waarin de student in staat wordt gesteld om tot een gemotiveerde voorkeur voor 1 van de 3 profielen te komen, hetzij op basis van digitale informatie, hetzij door mee te lopen met een ouderejaars student. Binnen het Chirurgisch Profiel bestaan 3 aandachtsvelden waaruit de studenten kunnen kiezen: dento-alveolaire chirurgie, parodontologie en implantologie. Het onderwijsprogramma bestaat uit een verdieping van de theorie (algemene theorie met betrekking tot het gekozen profiel en specifiek voor het gekozen aandachtsveld), prekliniek en kliniek met in totaal 1.370 studiebelastingsuren (zie tab. 1). De leerstof theorie en prekliniek wordt door alle studenten van het Chirurgisch Profiel gevolgd. Splitsing naar aandachtveld vindt alleen plaats voor de klinische handelingen.

Masterprofiel    Sbu
Oriëntatie op de profielkeuze    30
Theorie en verdieping binnen het gekozen profiel    400
   Verdieping van de theorie (160 sbu)  
   Preklinische vaardigheidstraining (120 sbu)  
   Profiel gebonden wetenschappelijke vaardigheden: evidentie (40 sbu)  
   Profiel gebonden gedragswetenschappelijke thema’s (80 sbu)  
 Kliniek deel 1 binnen het gekozen profiel (M2)   160
Kliniek deel 2 binnen het gekozen profiel (M3)   120
Totaal sbu Profiel   810
Wetenschappelijke vaardigheden 5   80
Wetenschappelijke vaardigheden 6 (onderzoeksstage)   480
Totale omvang profielprogramma   1.370

Tabel 1. Studiebelastinguren (sbu) voor een masterprofiel. In wetenschappelijke vaardigheden 5 wordt een protocol geschreven, dat ten uitvoer wordtgebracht tijdens de onderzoeksstage (onderdeel van wetenschappelijke vaardigheden 6).

Het onderdeel ‘verdieping van de theorie’ bestaat uit 4 delen van ieder 40 studiebelastinguren (sbu; in totaal 160 sbu). Gestart wordt met een ‘algemene deel’, waarin aspecten ondergebracht zijn die de 4 aandachtsvelden gezamenlijk betreffen of op de raakvlakken ervan liggen. Hierna vindt voor elk aandachtsveld theoretische verdieping plaats (tab. 2). In werkgroepen worden zorgplannen, capita selecta, portfolio en wetenschappelijk verslagen gerapporteerd en besproken.

Algemeen deel Dento-alveolaire chirurgie Parodontologie Implantologie
Anamnese Steriel werken Parodontitis Indicatie
Behandelplan Flap design DPSI Biologische breedte
Diagnostiek (CBCT) Odontogene ontstekingen Parodontale chirurgie Enkeltandvervanging
Lokaal anesthesie /bijwerkingen Verwijderen van wortelrest Regeneratieve technieken Implantatieprocedure
Stollingsstoornissen Verwijderen derde molaar Furcatiedefecten Edentate kaak
Pijnbestrijding Apexresectie Microbiologie Botvermeerderings­technieken
Wondgenezing Complicatie Kroonverlenging 1-fase versus 2-fase

Tabel 2. Onderwerpen die binnen de verdieping van de theorie aan de orde komen in een algemeen deel en per aandachtsveld.

Het gemeenschappelijke preklinische gedeelte bestaat uit chirurgische oefeningen op varkenskaken of op een fantoom, zoals het scalen en rootplanen met behulp van handinstrumenten en ultrasone apparatuur, diverse hechttechnieken, het uitvoeren van diverse flaptechnieken (acces-flap, modified Widman-flap, apically positioned flap, vrij gingivatransplantaat) en het plaatsen van tandwortelimplantaten.

Binnen een van de aandachtsvelden (dento-alveolair, parodontologie óf implantologie) assisteert de student bij de patiëntbehandeling of behandelt hij zelf (Kliniek deel 1). Ook in het begin van het zesde jaar (Kliniek deel 2) worden door de student chirurgische handelingen verricht.

Wat het onderwijs in het dento-alveolaire aandachtsveld betreft, voeren 6 studenten in groepjes van 2 behandelingen uit onder direct toezicht van een ervaren mka-chirurg, zowel in het vijfde als zesde studiejaar. Deze behandelingen betreffen vooral verwijderen van (partieel) geïmpacteerde derde molaren en wortelresten. In het aandachtsveld parodontologie worden 6 studenten in groepjes van 2 begeleid door een ervaren tandarts-parodontoloog. Hierbij ligt de nadruk op parodontale chirurgie van inflammatoire enniet-inflammatoire aandoeningen, waaronder de klinische kroonverlenging. Voor het aandachtsveld implantologie lopen 4 studenten (Kliniek deel 1) mee met 2 ervaren tandarts-implantologen binnen het Centrum voor Complexe Tandheelkunde in Nijmegen. In Kliniek deel 2 lopen zij stage in een gerenommeerde implantologiepraktijk, waar alle facetten van de implantologie worden getoond, zoals indicatie en (pre)implantologische technieken. Afhankelijk van de motivatie en de ervaring wordt de student voor (deel)-behandelingen ingezet.

Beoordeling vindt plaats op basis van presentatie van zorgplannen, referaten en behandeling van vraagstukken door middel van PICO’s (vraagstelling waarin aan de orde komen: Patiënt/Problem/Population, Intervention, Controle en Outcome) (Van Loveren et al, 2007). Tevens wordt een portfolio vervaardigd, dat een verslag omvat van het klinische deel van het profiel, het gevoerde patiëntmanagement en door de student gegeven presentaties waaruit blijkt dat de student in staat is het theoretische deel van het blok vanuit een wetenschappelijke benadering (‘evidencebased’) te integreren in de patiëntzorg.

Materiaal en methode

In 2010 werd gestart met de 3-jarige masteropleiding, zodat in 2011 de eerste studenten begonnen met het Chirurgisch Profiel. In 2013 studeerde deze eerste groep (n = 14) af. Onder deze studenten werd per e-mail een enquête gestuurd (tab. 3). Een jaar later werden dezelfde studenten, nu inmiddels afgestudeerd, nog een keer geënquêteerd. Het doel was tweeledig: enerzijds het in kaart brengen van de studenttevredenheid ten aanzien van het gevolgde programma, anderzijds het inventariseren of na het afstuderen de verkregen vaardigheden ook in de praktijk zijn toegepast. Hiertoe werd in deze tweede enquête de vraag gesteld of de tandarts nu als eerst aanspreekbare op het terrein van de chirurgische tandheelkunde binnen een eerstelijns tandheelkundig team functioneert.

Vragen betreffende kwaliteit theoretisch en (pre)klinisch onderwijs  
Vraag 1 Welk chirurgisch aandachtsveld heeft u gevolgd?
Vraag 2 Hoe vond u de inhoudelijke kwaliteit van het theoretisch onderwijs?
Vraag 3 Hoe vond u de inhoudelijke kwaliteit van het preklinisch onderwijs (de workshops)?
Vraag 4 Hoe vond u de inhoudelijke kwaliteit van het klinisch onderwijs (de klinische stage)?
Vraag 5 Wat is uw totale indruk van de inhoud van het gepresenteerde onderwijs binnen het Chirurgisch Profiel?
Vragen betreffende kwaliteit docent  
Vraag 6 Wat is de totale indruk van de kwaliteit van de docenten, binnen het Chirurgisch Profiel?
Vraag 7 In hoeverre was u geremd om met allerlei vragen bij uw begeleider te komen?
Vraag 8 Hoeveel tijd nam uw docent voor u?
Vragen betreffende tevredenheid student  
Vraag 9 Voldeed het door u uitgekozen profiel aan uw verwachtingen?
Vraag 10 Zou u dit zelfde profiel nog een keer kiezen?
Vraag 11 Zou u dit zelfde profiel aanraden aan een andere student?
Vragen betreffende toekomstbeeld student  
Vraag 12 In welke mate vindt u dat uw vaardigheden in uw aandachtsveld zijn toegenomen?
Vraag 13 Gaat u zich na uw afstuderen verder bekwamen in uw aandachtsveld?
Vraag 14 Verwacht u dat over 1 jaar uw vaardigheden in uw aandachtsveld zijn toe- of afgenomen?
Vraag 15 Gaat u nascholing volgen op het gebied van uw aandachtsveld?
Vraag 16 Gaat u akkoord om over 1 jaar nog een keer een vragenlijst in te vullen?
Vraag 17 Indien u nog aanvullende opmerkingen of suggesties heeft; dan deze graag opschrijven

Tabel 3. Vragen van de enquête die werd afgenomen na het afronden van het Chirurgisch Profiel. De antwoorden werden op een 5-puntenschaal aan­gekruist.

De antwoorden konden op een 5-puntenschaal worden aangekruist. Het beantwoorden van de vragenlijst (16 vragen) nam ongeveer 6 minuten in beslag.

Voor alle antwoorden werden de frequenties bepaald, waarna kruistabellen werden opgesteld om te beoordelen of ‘keuze voor aandachtsveld dento-alveolair, parodontologie of implantologie’, van invloed was op de gegeven antwoorden (chikwadraattoets). Hierna werden kruistabellen vervaardigd om te beoordelen of voor de gegeven antwoorden een invloed bestond tussen ‘meteen na afstuderen’ en ‘1 jaar na afstuderen’ (McNemar-toets).

Resultaten

De eerste groep die het Chirurgisch Profiel volgde bestond uit 14 studenten, van wie er 5 in het aandachtsveld dento-alveolair werden ingedeeld, 5 in het aandachtsveld parodontologie en 4 in het aandachtsveld implantologie. De man-vrouwverdeling was 50%:50%. Twee van de 16 plaatsen bleven vacant, omdat van de 67 potentiële kandidaten een aantal studievertraging had opgelopen.

Alle 14 studenten van het Chirurgisch Profiel vulden de enquêteformulieren in. De keuze voor een aandachtsveld bleek niet van invloed op de gegeven antwoorden. Ook bestond er geen relatie tussen meteen na afstuderen en 1 jaar na afstuderen, waarmee duidelijk werd dat geen sprake was van ‘een opschuiving van mening’ (p < 5%).

Afbeelding 1 reflecteert de beoordeling van het gegeven onderwijs; er werd geen onvoldoende gegeven. Vooral het praktisch onderwijs in de kliniek, alsmede de docent, kregen een (ruime) voldoende.

Afb. 1. Beoordeling van het onderwijs ingedeeld naar type onderwijs (theorie, pre­kliniek, kliniek), docent en verwachtingspatroon.

In afbeelding 2 geeft de linker kolom aan dat 79% van de studenten meenden dat hun vaardigheden waren toegenomen. Kolom 2 weerspiegelt de hoge verwachtingen ten aanzien van hun vaardigheden over 1 jaar na afstuderen. De rechter kolom geeft aan dat 43% van de studenten vond dat hun vaardigheden waren toegenomen en 43% dat deze gelijk waren gebleven.

Afb. 2. Beoordeling van de eigen vaardigheden, direct na het beëindigen van het Chirurgisch Profiel en na 1 jaar.

Afbeelding 3 inventariseert het enthousiasme voor bijscholing onder de studenten die dit Chirurgisch Profiel volgden. Gelijk verdeeld over de aandachtsvelden geven in totaal 13 van de 14 (93%) studenten aan zich verder te willen verdiepen in hun deelgebied.

Afb. 3. Behoefte aan nascholing ingedeeld per aandachtsveld.

Discussie

De resultaten van de enquête wijzen op een hoge studenttevredenheid over het doorlopen programma en de begeleidende docenten. Ook de standaardenquêtes die door de opleiding Tandheelkunde telkens worden afgenomen na het beëindigen van een studieblok, leverden een hoge beoordeling van het Chirurgische Profiel op: een 8,3 (sd 0,8) voor het Kliniek deel 1 (vijfde jaar) en een 9,0 (sd 0,6) voor het Kliniek deel 2 (zesde jaar). Veel studenten waren zo enthousiast dat ze hun klinische periode probeerden te verlengen. Opvallend is dat de verwachtingen van de studenten over hun vaardigheden na 1 jaar hoger was, dan dat zij zelf na 1 jaar werkervaring rapporteerden. Dit kan verklaard worden door het feit dat, startend in een praktijk, eerst de reguliere tandheelkundige vaardigheden worden getest en zo nodig ver­beterd. Pas in tweede instantie komt de chirurgische tandheelkunde in beeld. Toch geeft 93% van de studenten aan om door te gaan met de chirurgische tandheelkunde en hiervoor nascholing te gaan volgen. Moeilijk is te onderscheiden of het hier sociaal gewenste antwoorden betreffen, of dat er ook werkelijk een motivatie is om zich in de chirurgische tandheelkunde verder te verdiepen.

Onder invloed van de bepleite taakherschikking in het rapport ‘Innovatie in de mondzorg’ (2006) werd in Nijmegen de tandheelkundige chirurgie in het onderwijs geïncorporeerd. Als doel werd gesteld dat meer complexe chirurgische behandelingen, als ook chirurgisch handelingen bij medisch gecompromitteerde patiënten, worden uitgevoerd door de 6-jarige opgeleide tandarts.

Inmiddels wordt het chirurgische programma voor de derde keer aangeboden. Wat opvalt, is dat de studenten binnen het aandachtsveld dento-alveolair en parodontologie veel verrichtingen zelf uitvoeren, terwijl dit voor het aandachtsveld implantologie een stuk minder is. Dit kan worden verklaard door het feit dat voor de implantologie de studenten stage lopen bij een implantologische topkliniek. Hier mogen ze vooral meekijken. Het zelf implanteren mogen ze slechts op kleine schaal doen. Navraag bij de stageadressen leerde dat stagebegeleiders huiverig zijn om studenten implantologische behandelingen te laten verrichten, met als argument dat malpositionering van een implantaat achteraf niet meer gecorrigeerd kan worden. Toch hebben ook de studenten binnen het aandachtsveld implantologie een hoge waardering uitgesproken over hun Chirurgisch Profiel, dat vergelijkbaar is met alle andere studenten die dit profiel volgden.

Overwogen wordt nu om alle studenten van het Chirurgisch Profiel alle aandachtsvelden te laten volgen, zodat iedere student zowel dento-alveolaire, parodontale als ook implantologische behandelingen verricht. Een nadeel van deze aanpak is enerzijds dat de student per aandachtsveld minder expertise opbouwt en anderzijds dat een ‘minder ervaren student’ een intensievere begeleiding van de klinische docenten vereist. Het voordeel is echter dat studenten een bredere kijk krijgen over alle chirurgische aspecten van het tandheelkundig vakgebied, kortom een keuze voor meer verbreding ten koste van verdieping.

Geconcludeerd mag worden dat het opleiden van masterstudenten in de chirurgische tandheelkunde tot hoge tevredenheid leidt. Tevens blijkt dat 93% van de studenten die het Chirurgisch Profiel volgden, tijdens hun eerste jaar als tandarts de aangeleerde chirurgische vaardigheden uitoefent en zelfs wil uitbouwen door middel van het volgen van gerichte nascholing.

Literatuur

• Commissie Innovatie Mondzorg. Innovatie in de mondzorg; Advies. Leiden: Instituut voor Onderzoek en Overheidsuitgaven (IOO), 2006.
Cowpe J, Plasschaert A, Harzer W, Vinkka-Puhakka H, Walmsley AD. Profile and competences for the graduating European dentist - update 2009. Eur J Dent Educ 2010;14:193-202.
Loveren C van, Aartman IHA. De PICO-vraag. Ned Tijdschr Tandheelkd 2007; 114: 172-178.
Vereniging van Universiteiten (VSNU). Raamplan opleiding Tandheelkunde 2008. Competenties van de tandarts (zesjarige opleiding). Den Haag: VSNU, 2009.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

Beeld: Shutterstock
Beeld: Shutterstock
Info
bron
Ned Tijdschr Tandheelkd juni 2015; 122: 343-377
doi
https://doi.org/10.5177/ntvt.2015.06.15124
rubriek
Onderzoek en wetenschap
Bronnen
  • G.J. Meijer (1, 2), E.M. Bronkhorst (3), N.H.J. Creugers (4)
  • Uit (1)de vakgroep Implantologie & Parodontologie, (2)de afdeling Mond-, Kaak- en Aangezichtschirurgie, (3)de vakgroep Preventieve en Curatieve Tandheelkunde en (4)de vakgroep Orale Functieleer van het Radboudumc in Nijmegen
  • Datum van acceptatie: 28 april 2015
  • Adres: prof. dr. G.J. Meijer, Radboudumc, Philips van Leydenlaan 25, 6525 EX Nijmegen
  • gert.meijer@radboudumc.nl
Multimedia bij dit artikel
Gerelateerd