Door de beugel: recessie bij gebitselementen 1

View the english summary Open PDF (4.05 MB)

Een 21-jarige man werd door zijn tandarts en een parodontoloog verwezen naar een orthodontist voor een orthodontische her­behandeling van gebitselement 32. Bij het gebitselement was ­buccaal een aanzienlijke gingivale recessie opgetreden en de wortel van het gebitselement stond buccaal buiten de processus alveolaris. Deze casus wordt gepresenteerd op 27 oktober 2015 tijdens de thematour ‘Door de beugel: team up’, dat door de Nederlandse Vereniging van Tandartsen op 4 locaties in Nederland wordt ge­organiseerd. Exclusief krijgen de lezers van het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde deze casus nu al te lezen. De gekozen behandeling wordt gepubliceerd in de editie van december 2015.

Gegeven

Een 21-jarige man werd in de zomer van 2004 verwezen door zijn tandarts naar een parodontoloog ter behandeling van een gingivale recessie bij gebitselement 32 (afb. 1). De parodontoloog stuurde de patiënt na overleg met de tandarts vervolgens naar een orthodontist met het verzoek een orthodontische herbehandeling uit te voeren om de situatie bij gebitselement 32 te verbeteren.

Afb. 1. Gebitselement 32 vertoont een aanzienlijke recessie. Gebitselement 33 staat in kruisbeet met de apex sterk naar linguaal.

Anamnese

De orthodontist trof een gezonde jongeman, die tussen zijn twaalfde en vijftiende levensjaar orthodontisch was behandeld met een high-pull-headgear en vaste apparatuur in onder- en bovenkaak. Het onderfront was daarna met een twistflex-draad gespalkt (afb. 2). De patiënt vertelde dat de spalk wel eens los was gegaan, maar daarna weer opnieuw was vastgezet. Hij had geen klachten, maar maakte zich zorgen over de prognose van gebitselement 32 en wilde daar iets aan gedaan hebben. Verder had hij geen behandelwens.

Afb. 2. Occlusaal aanzicht van het onderfront op een gebitsmodel. De asrichtingverschillen tussen gebitselementen 31, 32 en 33 zijn erg opvallend.

 Diagnostiek

Voor de diagnostiek werden gebitsmodellen en röntgen­opnamen gemaakt (afb. 3 t/m 5). Aan de hand daarvan kon de orthodontist de volgende diagnoses en klinische bevindingen vaststellen:

  • een reeds behandelde neutrorelatie met een asymmetrische disto-occlusie (afb. 3);
Afb. 3. Gebitsmodel toont de net geen ideale neutro-occlussie rechts.
  • dubbel-protrusie;
  • gingivale recessie van gebitselement 32 (afb. 1);
  • de wortel van gebitselement 32 staat buccaal buiten de processus alveolaris (afb. 2);
  • gebitselement 33 staat in kruisbeet met gebitselement 23 en vertoont afwijkende bucco-inclinatie (afb. 1 en 4);
Afb. 4. Gebitsmodel toont een goede neutro-occlusie links, met een lichte open beet op gebitselementen 23-24/33-34. Ook hier valt het verschil in asrichting tussen gebitselementen 31, 32 en 33 op.
  • het bovenfront is transversaal te smal voor het onderfront;
  • er is lichte crowding in het bovenfront en crowding in het onderfront;
  • er is sprake van rotatie van gebitselementen 16, 12, 26, 35, 33, 31 en 41;
  • de derde molaren zijn recentelijk op verzoek van de parodontoloog geëxtraheerd (afb. 5).
Afb. 5. Panoramische röntgenopname laat de spalk van twistflex-draad zien, alsmede de ontbrekende derde molaren, die recentelijk zijn geëxtraheerd.

Toelichting op casus

Door het toegenomen gebruik van self-ligating brackets neemt het aantal extractiebehandelingen af. Hierdoor zal in steeds meer gevallen de ‘biological envelope’ geweld aan worden gedaan, doordat gebitselementen in het front meer of te ver naar buccaal komen te staan.

In deze casus was na de eerste orthodontische behandeling het onderfront naar buccaal gekomen. In combinatie met de twistflex retainer, die mogelijk een keer los is gekomen op gebitselement 32, heeft dit geleid tot de situatie in afbeelding 1. Aangezien het resultaat van de behandeling direct na het verwijderen van de beugel niet bekend is, kan geen uitspraak worden gedaan over de stand van gebitselementen 32 en 33 bij afbehandeling. Mogelijk was er op dat moment al een afwijking in de asrichting aanwezig en is dit door de twistflex-draad versterkt. De meest gebruikte bracketsystemen hebben geen of nauwelijks torque in de brackets voor het onderfront, controle over de asrichting en inclinatie is daardoor erg moeilijk.

De gekozen behandeling wordt gepubliceerd in de ­editie van december 2015.

1 reacties

Met belangstelling lazen wij de casusbespreking van collegae Leunisse en Barendregt in de septembereditie van het NTvT, getiteld ‘Door de beugel: recessie bij gebitselementen 1’. In de toelichting op de casus wordt de nadruk gelegd op het toegenomen gebruik van zelfligerende brackets, waarmee in steeds meer gevallen de ‘biologische envelop’ geweld aangedaan zou worden. Het is inderdaad correct dat de biologische envelop geweld kan worden aangedaan wanneer non-extractie wordt behandeld terwijl er een indicatie is voor extractie of strippen. Echter de bracket – conventioneel of zelfligerend – bepaalt daarbij het geweld aan de biologische envelop niet. Wat deze casus wel laat zien, heeft niets met zelfligerende brackets te maken en kan ook niet worden toegeschreven aan een afwijkende asrichting bij afbehandeling. Er wordt hier een klassiek voorbeeld gepresenteerd van een actief geworden retentiespalk. Door mechanische deflectie (kauwkrachten) of elastische deflectie (tijdens het plaatsen of bij reparatie van de retentiespalk) van het draadmateriaal kan de retentiespalk actief worden, met tandverplaatsing als gevolg. De inclinatie van de radices verandert daarbij in elkaars tegenovergestelde richting. Mondgewoonten zoals tongpersen hebben hierbij wellicht een synergetisch effect. Ook al is de incidentie van actieve spalken laag, het benadrukt de noodzaak van retentiecontroles. Het is niet alleen zinvol te controleren of de gebitssituatie stabiel is en de retentiespalk nog goed aan alle gebitselementen vastzit, maar het is ook belangrijk te beoordelen of er neveneffecten waarneembaar zijn ten gevolge van een actief geworden retentiespalk. Voor verdere informatie over dit onderwerp verwijzen wij naar onderstaande literatuur en naar de bijdragen van Renkema et al, 2015 en de Quincy et al, 2015 in het thema ‘Multidisciplinaire aanpak in de orthodontie’ (zie de novembereditie). Daarin wordt ook duidelijk dat orthodontische tandverplaatsing, meer expliciet een verandering van inclinatie ten gevolge van een actief geworden retentiespalk, kan bijdragen aan het ontstaan van gingivarecessies. Kortom, de titel ‘Door de beugel: recessie bij gebitselementen 1’ zet de lezer op het verkeerde been en had moeten luiden ‘Door de retentiespalk: recessie bij gebitselementen 1’. Literatuur: • Katsaros C, et al. Unexpected complications of bonded mandibular lingual retainers. Am J Orthod Dentofacial Orthop 2007; 132: 838-841. • Renkema AM, et al. Long-term effectiveness of canine-to-canine bonded flexible spiral wire lingual retainers. Am J Orthod Dentofacial Orthop 2011; 139: 614-621. • Pazera P, et al. Severe complication of a bonded mandibular lingual retainer. Am J Orthod Dentofacial Orthop 2012; 142: 406-409. A.M. Kuijpers-Jagtman en A.M. Renkema

A.M. Kuijpers-Jagtman op maandag 9 november 2015 om 12.11u

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.

Gebitselement 32 vertoont een aanzienlijke recessie.
Gebitselement 32 vertoont een aanzienlijke recessie.
Info
bron
Ned Tijdschr Tandheelkd september 2015; 122: 451-452
doi
https://doi.org/10.5177/ntvt.2015.09.15196
rubriek
Casuïstiek
Bronnen
  • M. Leunisse (1), D.S. Barendregt (2)
  • (1)Orthodontist te Rotterdam en (2)tandarts-parodontoloog en implantoloog te Rotterdam
  • Datum van acceptatie: 3 juli 2015
  • Adres: M. Leunisse, Mahatma Gandistraat 10, 3066 VA, Rotterdam
  • info@leunisse.nl
Multimedia bij dit artikel
Gerelateerd