Hechtoppervlakbehandeling bij composietreparaties

Materiaalkunde

Open PDF (221.84 KB)

Bij composietreparaties kan de hechtsterkte van nieuwe aan oude composiet worden beïnvloed door de voorbehandeling van het hechtoppervlak van de oude composiet. Een laboratoriumonderzoek had ten doel het effect te meten van 11 technieken voor het bewerken van het hechtoppervlak van kunstmatig verouderde composiet op de hechtsterkte van nieuwe composiet.

Composietmonsters werden vervaardigd in de vorm van een afgeknotte kegel waarvan het smalle boveneinde diende als hechtoppervlak. De proefmonsters werden onderworpen aan een verouderingsproces door ze bloot te stellen aan een temperatuurwisselbad. Om de treksterkte van de composiet te kunnen meten werd ook een groep monsters vervaardigd in diabolovorm: 2 afgeknotte kegels die via hun smalle boveneinde één geheel vormden. Na het verouderingsproces werden de proefmonsters verdeeld in 12 groepen waarbij het hechtoppervlak verschillende bewerkingen onderging, met uitzondering van groep 1 die diende als controle. In de groepen 2 tot en met 6 werd het hechtoppervlak bewerkt met boren van verschillende typen, de groepen 8 tot en met 11 ondergingen verschillende laserbehandelingen. De groepen 7 en 12 werden op 2 manieren gezandstraald: groep 7 met aluminiumoxidedeeltjes en groep 12 met aluminiumoxidedeeltjes die waren gemodificeerd met siliciumdioxide. Na de oppervlaktebehandelingen werd de oppervlakteruwheid (Ra) gemeten met een profilometer. Ten slotte volgde hechting van nieuwe composiet in de vorm van een tweede afgeknotte kegel die omgekeerd op het bewerkte oppervlak van de eerste kegel werd geplaatst, resulterend in een proefmonster met een diabolovorm. Na 24 uur opslag in water werd de hechtsterkte bepaald.

De resultaten waren als volgt. De oppervlakteruwheid van de bewerkte composietmonsters liep uiteen van 0,30 ± 0,08 µm tot 1,12 ± 0,21 µm. De verschillen tussen de groepen waren significant. De hechtsterkte van de groepen toonde eveneens significante verschillen en liep uiteen van 11,58 ± 3,03 MPa tot 21,13 ± 4,48 MPa. Zandstralen met gemodificeerd aluminiumoxide (groep 12) scoorde als enige groep met 21,13 MPa een significant verschil in hechtsterkte met de (onbewerkte) negatieve controle. De trek­sterkte van de composiet (positieve controle) bedroeg 23,50 ± 5,81 MPa. Een correlatie tussen oppervlakteruwheid en hechtsterkte werd niet gevonden.

De onderzoekers veronderstellen dat niet zozeer de mate van oppervlakteruwheid de hechtsterkte bevordert als wel het ruwheidspatroon.

Bron

Batista GB, Kamozaki MB, Gutierrez NC, Caneppele TM, Torres CR. Effect of different surface treatments on composite repairs. J Adhes Dent 2015; 17: 421-426.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.