Succes van 6 mm-implantaten

Implantologie

Open PDF (221.84 KB)

Bij patiënten met beperkte bothoogte is er een trend naar het gebruik van kortere implantaten in plaats van invasieve chirurgische technieken zoals botaugmentatie. Het gebruik van kortere implantaten impliceert echter dat een verhoogde botbelasting rond het implantaat kan leiden tot verhoogde botafbraak en met eventueel verlies van het implantaat tot gevolg. Dat een hogere kroon-implantratio leidt tot versneld verlies van het implantaat door overbelasting wordt sterk bediscussieerd in de onderzoeksliteratuur.

Het doel van dit prospectief klinisch onderzoek was het marginale botniveau rond 6 mm-implantaten te vergelijken met 10 mm-implantaten bij niet verblokte solitaire geschroefde reconstructies in de dorsale zone van de boven- en de onderkaak. Patiënten met 1 tandonderbreking werden ad random toegewezen tot de testgroep (6 mm-implantaat) of de controlegroep (10 mm-implantaat). De Straumann™ implantaten werden geplaatst in 2 centra volgens een strikt protocol. Na 10 weken transmucosale heling werden deze implantaten belast met een geschroefde solitaire VMK-kroon. De klinische evaluatie van de kroon na plaatsen was de baseline voor de follow-up. Overleving van de implantaten, pockets > 5 mm op 6 plaatsen rond het implantaat, bloedingsindices en plaquescores werden klinisch geëvalueerd. De verandering van marginale bothoogte en de kroon-implantratio werden geanalyseerd door 2 onderzoekers. Long­itudinale intragroepanalyses voor marginaal botniveau werd uitgevoerd met de Wilcoxon-test. De intergroepverschillen tussen het botniveau aan de baseline en na 3 jaar werden vergeleken met de Mann-Whitney-U-test.

Van de 94 geplaatste implantaten (47 test en 47 controle) waren 78 implantaten (40 test en 38 controle) beschikbaar voor analyse na 3 jaar. Er was geen significant verschil in overleving tussen de implantaten (98% test- en 100% controlegroep), ondanks dat 1 testimplantaat verloren ging na 2 jaar belasting. Er was tussen beide groepen implanten geen significant verschil in crestaal botniveau tussen de baseline en de 3-jaarsmeting: -0,19 ± 0,62 mm botverlies voor de testgroep en -0,33 ± 0,71 mm voor de controlegroep. Er was geen significant verband te leggen tussen botverlies en de kroon-implantratio. Het aantal pockets groter dan 5 mm was wel significant hoger bij de testgroep dan bij de controlegroep, maar dat was reeds zo bij de start van het onderzoek. Er werd geen verklaring gegeven voor dit verschil in onderzoeksontwerp.

De onderzoekers concluderen dat een 6 mm-implantaat een alternatief kan zijn voor een tandvervanging in een onderbroken tandboog in de dorsale zone.

Bron

Sahrmann P, Naenni N, Jung RE, et al. Success of 6-mm implants with single-tooth restorations: a 3-year randomized controlled clinical trial. J Dent Res 2016; 95: 623-628.

Hartelijk dank voor uw reactie. Uw reactie zal in behandeling genomen worden en na controle worden geplaatst.